Maaike Kooijman
28 augustus 2026, 13:06

Opmerkelijk: 'Zonnebrandcrème' voor meren kan ervoor zorgen dat er minder water verdampt

Hoe heter het is, hoe meer water er verdampt. Dat kan op sommige plekken voor serieuze problemen zorgen. Een Zuid-Afrikaanse onderzoeker komt met een oplossing: een ‘dekentje’ voor meren dat infraroodstraling tegenhoudt.

bradley-terblanche-2wV1vxJz9t4-unsplash (1) Een meer vlak bij Johannesburg. | Credits: Bradley Terblanche via Unsplash

‘Als er een watertekort is, dan is de reactie toch vooral om te gaan sproeien. Maar dan verdampt het water waar de boer bij staat’, zei onderzoeker Bart de Steenhuijsen Piters vorige maand. Nu de zomers heter en droger worden, wordt water schaarser − en verdamping een groter risico.

Daniel Kwasi Kpeglo heeft misschien een oplossing gevonden, schrijft hij op The Conversation. Hij doet een PhD in Zuid-Afrika, waar het probleem van verdamping uit waterreservoirs erg groot is. Daardoor blijft er minder water over voor bijvoorbeeld drinkwater- en voedselproductie.

Kpeglo bedacht en ontwierp een zogenoemd nanomateriaal: een dun laagje, bestaande uit heel kleine deeltjes, dat als een soort dekentje op een meer of reservoir kan drijven bij wijze van ‘zonnebrandcrème’.

Opmerkelijk

Soms stuit je als redactie op nieuws waarbij een wenkbrauw omhoogschiet. Die ene vreemde innovatie, een onverwacht effect van klimaatverandering of een staaltje menselijke onhandigheid. Opmerkelijk dus. In deze rubriek deelt Change Inc. bijzondere vondsten en ontwikkelingen.

Wel licht, geen warmte

Eerder zijn er wel andere manieren bedacht om warmte, en daarmee verdamping, tegen te houden, schrijft Kpeglo. Die blokkeerden echter niet alleen de warmte, maar ook al het licht. Daardoor kunnen ze niet gebruikt worden bij meren waar waterplanten en -dieren in leven.

Het idee van het nanomateriaal is daarom dat het het meeste licht doorlaat, terwijl het grootste deel van de infraroodwarmte wordt tegengehouden. Het wateroppervlak blijft daardoor tot wel 10 graden koeler, bleek in laboratoriumtests. Er verdampte er bijna geen water.

Het door Kpeglo ontworpen materiaal bestaat uit een lichtgewicht plastic materiaal met daarop een dunne laag van wat transparent conducting oxide (TCO) wordt genoemd. Dat laatste is belangrijk: alleen met plastic werkt het niet.

De onderzoeker benadrukt dat zijn uitvinding alleen nog in het lab is getest, met nagebootst zonlicht. Het materiaal moet nog in de praktijk worden getest. Pas daarna wordt duidelijk hoe lang het materiaal meegaat, hoe vaak het onderhouden moet worden, hoe het op wind en regen reageert en wat het zou kosten om dit op grote schaal uit te rollen.

Lees ook:

Wordt Shell een grijsgroen muurbloempje in Nederland? Dit kan er gebeuren in een krimpscenario

‘Wereldwijd investeerde Shell meer dan 20 miljard dollar in koolstofarme oplossingen. Maar in de praktijk blijkt het moeilijk om deze projecten echt rendabel te krijgen. (…) Daarbij vragen onze aandeelhouders een gezond rendement op investeringen die Shell doet.’In zijn afscheidsinterview voor het bedrijfsblad Shell Venster schetst vertrekkend president-directeur Frans Everts van Shell Nederland glashelder hoe de vlag erbij hangt. Een ‘gezond rendement’ voor aandeelhouders staat op één. Daaraan worden alle investeringen afgemeten. Groen én grijs.Per 1 september start Thomas de Boer als nieuwe baas van Shell in Nederland. Hij heeft ruime internationale ervaring binnen de multinational aan zowel de fossiele kant (verkoop van motorbrandstoffen en kerosine) als bij alternatieve energie (sinds 2024 is hij vicepresident bij Shell Biogas in Europa).In een persverklaring zegt De Boer: ‘Ik zie enorme kansen voor Shell, voor Nederland en voor de Nederlandse industrie. Een duurzame industrie en betrouwbare energievoorziening zijn cruciaal voor de transitie en onze strategische onafhankelijkheid als land. Hier hebben we als Shell een belangrijke rol te spelen en daar zet ik me de komende jaren graag voor in.’ Nederland gedegradeerd binnen Shell De nieuwe chef Nederland krijgt echter te maken met de realiteit dat ons land in breder Shell-perspectief de afgelopen jaren uit het centrum van de macht is verdreven. Die degradatie binnen de hiërarchie van Shell heeft te maken met drie ontwikkelingen.Op de eerste plaats is er het wegvallen van het grote gasveld bij Slochteren in Groningen, dat in 2024 definitief werd gesloten. Via het belang van Shell in de NAM was Nederland decennialang een belangrijk gasland voor het bedrijf. Uit de jaarverslagen blijkt bijvoorbeeld dat Shell in 2018 nog zo’n 7,6 miljard kuub uit Nederlandse gasvelden haalde, terwijl dat afgelopen jaar was geslonken tot circa 750 miljoen kuub, dus ongeveer een tiende.Een tweede klap was de verhuizing van hoofdkantoor van Shell van Den Haag naar Londen in 2022 – door Everts in zijn afscheidsinterview diep betreurd. ‘Ik begrijp de keuze, ik steunde het, maar dat deed echt pijn. Nederland heeft in Shell een iconisch bedrijf tussen de vingers laten glippen, wat denk ik onnodig was.’Shell is de facto een volledig Britse onderneming geworden, wat serieuze invloed heeft gehad op de strategische koers van het bedrijf, inclusief de investeringen in duurzame energie. Dat werd in 2023 goed zichtbaar met de bestuurswissel aan de top. De Nederlander Ben van Beurden maakte als ceo van de multinational plaats voor de in Dubai en Canada opgegroeide Wael Sawan: dat was de derde belangrijke verandering van de afgelopen jaren. Concurrentie met Amerikaanse olie- en gasreuzen bepaalt strategie Waar Van Beurden nog het uitgangspunt hanteerde dat Shell geleidelijk kon groeien met hernieuwbare energie, kiest Sawan zonder aarzelen voor substantiële desinvesteringen van alternatieve energie.Dit jaar werden bijvoorbeeld zowel de Indiase tak voor hernieuwbare energie als het Europese portfolio van zon en wind op land van de hand gedaan. Dat laatste betekent ook dat Shell in Nederland afscheid neemt van vijf zonneparken en het gecombineerde wind- en zonnepark Pottendijk in Emmen. Pijnlijk voor Nederland was ook het afblazen van de bouw van een grote fabriek voor biobrandstof in 2025, in lijn met vergelijkbare beslissingen van collega’s BP en UPM.Aan de andere kant telde Shell in april bijna 14 miljard dollar neer voor de Canadese gas- en olieproducent ARC Resources. Focus op de beurskoers De belangrijkste overweging bij dit alles is dat Shell qua rendement voor aandeelhouders op de beurs niet mag onderdoen voor de grote Amerikaanse concurrenten ExxonMobil en Chevron. Het aandeel Shell is op de beurs ondergewaardeerd vergeleken met de Amerikaanse rivalen, en het opdrijven van de beurskoers heeft daardoor prioriteit.‘Dit gaat dieper dan het persoonlijke stempel dat de ceo op een bedrijf drukt’, zegt voormalig Shell-manager Arjan Keizer over de nieuwe strategische koers. Hij werkte bijna zeven jaar bij Shell, tot mei vorig jaar, onder meer bij het team voor e-mobility in Nederland. Na zijn vertrek bij de multinational was Keizer medeoprichter van de non-profitorganisatie Medewerkers voor Onze Toekomst, die werknemers binnen bedrijven wil inspireren om zich hard te maken voor duurzame verandering.‘De aandeelhoudersbasis van Shell is langzaamaan geamerikaniseerd, met als gevolg een toegenomen focus op kortetermijnrendement’, aldus Keizer. ‘Nederlandse pensioenfondsen zoals ABP, die tegenwicht boden aan het Angelsaksische aandeelhoudersdenken, zijn juist uitgestapt. Dat blijkt niet zonder gevolgen voor de strategische koers van het management.’ Stille krimp bij werknemers in Nederland Geen Groningse gasbel meer, geen speciale positie als vestigingsland van het wereldwijde hoofdkantoor en een ceo die volledig in dienst staat van aandeelhouders met een focus op kortetermijnrendement. Dat is de context waarin Shell Nederland tegenwoordig opereert.Hoewel het Nederlandse personeelsbestand van Shell in 2025 nog altijd aanzienlijk was met 8.000 mensen, waren dat er toch zo’n 2.000 minder dan een jaar eerder. Keizer acht een verdere krimp goed mogelijk, gezien de wereldwijde bezuinigingsdoelstellingen van 5 tot 7 miljard dollar voor 2028.‘Er zijn serieuze, deels publieke signalen dat de tevredenheid van werknemers lijdt onder de strategie van Shell', zegt Keizer. 'Toch betwijfel ik of dit echt een punt van zorg is voor bijvoorbeeld het topmanagement en de raad van commissarissen. Misschien krijgt werknemerstevredenheid minder prioriteit, als je toch al van plan bent om bedrijfsonderdelen te verkopen of te snijden in landenorganisaties waar werknemers zich zorgen maken.’[caption id="attachment_184909" align="aligncenter" width="900"] Shell Energy and Chemicals Park Rotterdam in Pernis. | Credits: Shell Nederland[/caption] Petrochemie in Rotterdam onder druk Voor Nederland wordt in eerste instantie cruciaal wat Shell doet met de Rotterdamse petrochemie in Pernis en Moerdijk. Deze week meldde zakenkrant Financial Times dat Shell voorbereidingen treft om de chemieactiviteiten in de VS te verkopen. Dat leidde meteen tot speculaties dat Europa – inclusief Rotterdam – als volgende aan de beurt is.Vakbond CNV schreef in juni nog over reorganisatieplannen van Shell bij de chemietak in Moerdijk. Opmerkelijk genoeg was het voornemen van Shell toen om Moerdijk op bepaalde vlakken juist nauwer te laten samen met de Amerikaanse chemiefabrieken. CNV-bestuurder Aron Foppen zegt desgevraagd nog niet te zijn benaderd door Shell met aanvullende informatie. ‘We zijn wel van plan om hierover samen FNV contact op te nemen met Shell.’De woordvoerder van Shell Nederland zegt op dit moment geen verdere toelichting te kunnen geven op wat Shell in maart 2025 heeft gecommuniceerd. Toen was de boodschap dat het bedrijf meer waarde uit de chemieactiviteiten wil halen 'door strategische kansen en samenwerkingsmogelijkheden in de VS te verkennen, en door in Europa zowel de kwaliteit van onze activiteiten te verbeteren als selectieve sluitingen door te voeren'. Grote gevolgen voor aanwezigheid in Nederland Wereldwijd staat de chemieportfolio van Shell al een aantal jaar onder druk, mede door mondiale overcapaciteit, zwakkere groei van de vraag naar plastics en in Europa ook strengere eisen rond duurzaamheid. ‘Daarbij kun je als bedrijf besluiten dat je simpelweg kiest voor datgene waarin je het beste bent. Activiteiten die voor jou niet meer passen, kunnen dan voor andere, gespecialiseerde spelers nog wel interessant zijn’, legt hoogleraar energie-economie Machiel Mulder van de Universiteit Groningen uit.Als Shell er inderdaad voor zou kiezen om de Rotterdamse chemie over te doen aan een andere partij die daar meer uit denkt te kunnen halen, zijn de gevolgen voor de aanwezigheid in Nederland serieus. De vraag is daarbij dan nog in hoeverre dan ook de positie van de raffinage-activiteiten ter discussie komt te staan.Pernis is met meer dan zestig fabrieken de grootste raffinaderij van Europa. Shell verwerkt er dagelijks ruim 400.000 vaten ruwe olie tot diesel, benzine, kerosine, basisoliën, lpg en stookolie. Producten als nafta uit Pernis dienen vervolgens als basis om in Moerdijk chemicaliën zoals etheen en propeen te maken. Het fabriekscomplex in Moerdijk heeft inclusief bijproducten een totale capaciteit van 4,5 miljoen ton per jaar. Blijven groene waterstof en CO2-opslag relevant? Bij verkoop van de Rotterdamse chemie zou Shell een stuk minder ‘fossiel’ worden in Nederland. Wanneer de raffinage in Pernis ook ter discussie komt te staan, kan dat grote gevolgen hebben voor twee andere activiteiten: de productie van groene waterstof en de betrokkenheid van Shell bij twee grote projecten voor opslag van CO2 onder de Noordzee.In augustus presenteerde Shell, in aanwezigheid van premier Rob Jetten, de bouwwerkzaamheden van de Holland Hydrogen 1-fabriek, die vanaf 2027 groene waterstof moet produceren via elektrolyse. Met een capaciteit van 200 megawatt bedient deze fabriek dan in eerste instantie een deel van de waterstofvraag van de operaties in Pernis. Elektriciteit van windpark Hollandse Kust Noord voedt de elektrolysers, die jaarlijks ruim 20.000 ton groene waterstof kunnen produceren.Doordat groene waterstof relatief duur is, heeft Shell als pionier gebruikgemaakt van overheidssubsidies voor de ontwikkeling Holland Hydrogen 1. De vraag is echter hoe aantrekkelijk groene waterstof blijft voor Shell als die niet gekoppeld is aan de vergroening van eigen productieprocessen.Zowel Mulder als Keizer denkt dat de logica van het ontwikkelen van groene waterstof in Rotterdam voor Shell grotendeels wegvalt als het bedrijf volledig afscheid neemt van zijn petrochemische activiteiten. Keizer: ‘Voor het duurzame imago is de waterstoffabriek natuurlijk wel belangrijk, dus een gefaseerde verkoop zou ik me dan ook kunnen voorstellen. Tenzij er door regelgeving of subsidies een substantieel sterker verdienmodel komt voor groene waterstof.'Volgens Mulder zou Shell wel een rol kunnen houden bij projecten voor de afvang en opslag van CO2 onder de Noordzee, zoals Porthos en Aramis. Voor het Porthos-project geldt dat Shell daar CO2 uit fabrieken in Pernis gaat opslaan om de uitstoot naar netto nul te brengen in 2050. Van belang is dus of Shell voorlopig vasthoudt aan de raffinaderij in Pernis. Bij verkoop van de chemie Moerdijk zou Shell zich in ieder geval niet meer hoeven te bekommeren om de uitstoot van die fabrieken.‘Het bedrijf zou ook een positie kunnen innemen als aanbieder van CO2-opslagcapaciteit voor andere industriespelers’, zegt Mulder. ‘Die expertise kan relevant zijn, als opvang en opslag van CO2 internationaal een commerciële groeimarkt wordt.’ Gas blijft interessant voor Shell Een onderdeel van de fossiele activiteiten in Rotterdam dat interessant blijft, is de handel in vloeibaar aardgas (lng). Shell beschikt in Nederland over aanzienlijke capaciteit van installaties die vloeibaar aardgas omzetten naar  pijpleidinggas. Mulder: ‘Nederland blijft voorlopig een belangrijk handelsland voor aardgas en dit past ook goed bij de internationale lng-activiteiten van Shell.’Een potentiële groeimarkt voor Shell is ook de ontwikkeling van biogas dat wordt verkregen door vergisting van mest en andere biomassa. Dat kan vervolgens opgewaardeerd worden tot groen gas met dezelfde kwaliteiten als fossiel aardgas.De nieuwe president-directeur Thomas de Boer is sinds 2024 werkzaam bij Shell Biogas, dat vooral vanuit Denemarken sterk is ontwikkeld. In Nederland heeft Shell een vergistingsfabriek voor biomassa in Almere. Er zijn ook plannen voor nieuwe installaties in Coevorden, Den Helder en Emmen.In dit verband is nieuwe Nederlandse wetgeving van groot belang. Die moet vanaf 2027 de vraag naar groen gas stimuleren via een bijmengverplichting voor afnemers. De totale Nederlandse jaarproductie van groen gas moet daardoor tegen 2031 op zo’n 840 miljoen kuub uitkomen. ‘Het is waarschijnlijk interessant voor Shell om groen gas verder te ontwikkelen, zeker als er vanuit Europa ook strategische motieven zijn daarop in te zetten’, zegt Mulder. Tankstations: van benzine en diesel naar elektrisch laden Veel onzekerder is de toekomst de tankstations in Nederland, waarvan Shell er zo’n 570 heeft. Als het scenario van verkoop van de petrochemische activiteiten in Rotterdam werkelijkheid wordt, neemt Shell onder meer afscheid van de productie van benzine en diesel in Rotterdam. De vraag is hoe aantrekkelijk het distributienetwerk van tankstations dan nog blijft. TotalEnergies en BP hebben in enkele Europese landen hun netwerken al verkocht, dus de stap zou niet uniek zijn in de sector.Het bedrijf moet sowieso balanceren tussen het vooruitzicht van een afnemende vraag naar benzine voor het wegvervoer – en op termijn ook diesel, als er meer e-trucks komen – en de groei van elektrische laadnetwerken. Shell toont bij dat laatste vooralsnog enige ambitie en heeft naar eigen zeggen al zo’n 800 snellaadpunten in Nederland.Keizer denkt dat het lot van de Nederlandse tankstations uiteindelijk op Europees niveau wordt bepaald bij Shell. ‘De bottom line zal zijn of het Europese netwerk van tankstations voldoende rendement oplevert. Dat is op voorhand lastig te zeggen. Shell Energy Europe is bijvoorbeeld een grote trader op de Europese elektriciteitsmarkt, dus daar ligt mogelijk synergie met het exploiteren van een elektrisch laadnetwerk.’Aan de andere kant is het volgens Keizer de vraag of de merknaam Shell op de retailmarkt onderscheidend genoeg blijft  ‘Dat kan gaan spelen als je steeds meer opschuift van motorbrandstoffen naar elektrisch laden en de publieke druk om te verduurzamen toeneemt. Ik kan me voorstellen dat Shell tankstations dan wil verkopen voordat de vraag naar motorbrandstoffen echt substantieel inzakt.’[caption id="attachment_184910" align="aligncenter" width="900"] Shell-windpark op de Noordzee. | Credits: Shell/Stuart Conway[/caption] Wind op zee: geen strategische prioriteit meer Het lijkt er intussen niet op dat Shell veel waarde hecht aan een model waarbij investeringen in zonne- en windparken groene stroom opleveren voor een eigen elektrisch laadnetwerk. Persbureau Bloomberg meldde begin juni dat Shell internationale zakenbanken heeft gepolst om de verkoop voor te bereiden van belangen in offshore windparken ter waarde van 1 miljard dollar. Dit zou in 2027 z’n beslag moeten krijgen.Hoewel nog niet duidelijk is of deze plannen ook betrekking hebben op Nederlandse windparken op zee, is dat niet onmogelijk na de recente verkoop van Europese zon- en windparken op land.Shell is momenteel partner in vier windparken op de Noordzee:  NoordzeeWind (2007), Borssele III & IV (Blauwwind, 2021), Hollandse Kust Noord (Crosswind, 2024) en Hollandse Kust West (Ecowende, oplevering eind 2026). Sinds 2022 heeft het bedrijf geen nieuwe investeringen meer gedaan in Nederlandse windparken op zee. Shell in Nederland: mogelijk groener, vooral kleiner Alles bij elkaar zou de toekomst van Shell in Nederland er in een krimpscenario vrij schraal kunnen uitzien: zonder chemie in Rotterdam, zonder windparken op zee en met een groot vraagteken bij het netwerk van tank- en laadstations, en raffinage op de lange termijn.Wat dan overblijft is grijs gas (lng) en een ontluikende markt voor groen gas, plus een serieuze business als handelaar op energiemarkten en eventueel een rol als aanbieder van opslagdiensten voor CO2. Shell wordt in Nederland dan iets groener, maar vooral veel kleiner. Lees ook:Kansen voor verduurzaming Nederlandse industrie, maar Brussel maakt het niet simpeler Hoe gaan Shell en BP straks hun geld verdienen? 'Nieuwe olie- en gasvelden zullen nooit winstgevend worden' Vertrek Shell bij klimaatclub laat zien: Big Oil gaat (en kan) niet vrijwillig vergroenen