Sebastian Maks
10 juli 2024, 15:44

Volgens Klimaatraad moet kabinet nú beleid maken om CO2 uit de lucht te filteren: deze bedrijven zetten er al op in

De Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR) heeft het nieuwe kabinet geadviseerd om actie te ondernemen wat betreft het verwijderen van CO2 uit de atmosfeer, ook wel Direct Air Capture of DAC genoemd. Dat is volgens de WKR nodig om in 2050 ‘netto negatief’ te zijn, waarbij Nederland meer CO2 uit de atmosfeer haalt dan erin brengt. Ondertussen neemt het aantal bedrijven dat zich met DAC bezighoudt almaar toe.

Climeworks Een 'CO2-stofzuiger' van het Zwitserse Climeworks.

Om vergaande gevolgen voor het klimaat een halt toe te roepen, is het noodzakelijk om de uitstoot van CO2 terug te dringen. Veel sectoren zijn daar al mee bezig, maar volgens de WKR gaat dat niet snel genoeg om de temperatuurstijging op aarde te beperken tot 1,5 graden Celsius. Daarom moeten we ook onze historische emissies uit de lucht verwijderen, ook wel ‘permanente CO2-verwijdering’ genoemd. Dat kan met behulp van DAC-installaties. Denk aan grote ‘stofzuigers’ die CO2 uit de lucht filteren en ergens een permanente, veilige plek geven.

De WKR adviseert
het nieuwe kabinet om tempo te maken met het ontwikkelen van beleid op dat terrein. Vooral het opzetten van een inkoopprogramma van DAC-installaties is cruciaal, zodat er voor 2035 zoveel mogelijk ervaring opgedaan kan worden met de technologie. Dat moet volgens het WKR in Europees verband gebeuren. Wel raadt de WKR af om de mogelijkheid van CO2-afvang te combineren met het Europese emissiehandelssysteem (ETS). Bedrijven zouden dan door het gebruik van DAC-technologieën hun huidige CO2-uitstoot kunnen compenseren. Volgens de WKR zou dat de prikkel voor het reduceren van emissies verzwakken.

Kosteneffectief

DAC-bedrijven zijn de afgelopen jaren als paddenstoelen uit de grond geschoten, temeer sinds het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) heeft gesteld dat het verwijderen van CO2 uit de atmosfeer onmisbaar is om de klimaatdoelen van Parijs te halen. In Nederland werkt het bedrijf Carbyon aan een kosteneffectieve manier om dat te doen. Eén van de grote uitdagingen van DAC-technologieën is dat het proces om CO2 uit de lucht te vangen bijzonder traag loopt. De meest gebruikte materialen hebben uren de tijd nodig om CO2 aan zich te binden. Carbyon ontwikkelde een nieuw soort materiaal dat dit proces kan verkorten tot enkele minuten, tegen een relatief lage prijs.

“Recent hebben we onze CAPEX (aanschafwaarde van de machine) al naar 50 euro per ton CO2 teruggebracht”, vertelde
oprichter Hans De Neve eerder tegen Change Inc. “De volgende uitdaging is om de operationele kosten – het energieverbruik – naar beneden te brengen. Waar we eerst 6.000 kilowattuur per ton CO2 verbruikten, hebben we dat vorig jaar teruggebracht naar 2.500 kilowattuur. Die winst zat in een nieuw soort materiaal waardoor CO2 niet in uren, maar in een kwestie van minuten hecht. Ik ben ervan overtuigd dat het mogelijk is om het verbruik nog verder terug te dringen naar 1.500 kilowattuur per ton CO2.”

DAC op IJsland

Ook het Zwitserse Climeworks werkt aan betaalbare CCS-techniek. Het bedrijf opende op IJsland eerder dit jaar al de grootste installatie voor het afvangen en opslaan van CO2 ter wereld. Daar kost het verwijderen van een ton CO2 zo’n 1.000 dollar. Recent maakte Climeworks bekend zijn techniek geoptimaliseerd te hebben, waardoor het die tegen de helft van de kosten kan aanbieden. Het bedrijf streeft ernaar het bedrag in 2030 zelfs terug te brengen tot zo’n 300 dollar per ton CO2.

Lees ook:

Changemaker Sacha Göddeke-Mulder (NS): 'Als je elke dag met de trein reist, weet je dat we niet zo vaak stilstaan'

Reizen met het openbaar vervoer is een milieubewuste keuze. Hoe verleid je mensen om in de trein te stappen? “Dat is een opgave van het hele bedrijf. We moeten met z’n allen een goed product neerzetten. Dat betekent een goede reistijd, goede vertrektijden en een goede prijs. Met flexibele kaartjes spelen we in op de behoefte van de reizigers. Dat geldt ook voor de OV-fietsen en de Greenwheels-deelauto’s, waarmee mensen het laatste stukje van hun reis kunnen afleggen. Het treinstation is maar zelden de eindbestemming.” Volgend jaar gaat de prijs voor treintickets waarschijnlijk omhoog. Ben je bang dat mensen daardoor minder vaak de trein zullen pakken? “Ja, daar ben ik wel bang voor. In transportkeuze speelt prijs een grote rol. Wanneer de auto met de trein wordt vergeleken, gaat het vaak alleen over de parkeer- en benzinekosten. Verzekeringen, onderhoud en de aanschafwaarde van de auto worden vaak niet meegenomen. Dan komt de trein duur uit de bus, waardoor mensen voor de auto kiezen. Neem je het hele kostenplaatje van de auto mee, dan is de trein een goedkopere manier om van A naar B te komen. Zelfs met een prijsverhoging. Bij NS zouden we graag werk maken van prijsdifferentiatie, al kan dat alleen maar met politiek en maatschappelijk draagvlak. Het idee is dat we kaartjes buiten de spits goedkoper maken. Soms reizen mensen al buiten de spits op het moment dat ze een half uurtje eerder of later vertrekken. Wanneer we alle reizigers beter over de treinen kunnen spreiden, is dat prettiger reizen. Het is ook duurzamer: de bezettingsgraad tijdens de spits bepaalt namelijk hoeveel treinen de rest van de dag rondrijden. Is de piek heel hoog, dan betekent dat er veel lange treinen rondrijden, wat zorgt voor een hoog energieverbruik. Dat is zonde, want die treinen zijn het merendeel van de dag half leeg.” De NS-treinen rijden veelal op windenergie, al is er nog fossiele back-up. Hoe vaak is die back-up nodig? “In 30 procent van tijd is er geen wind en zon. Op die momenten gebruiken we nog fossiele brandstoffen. In 2040 willen we volledig fossielvrij zijn. Dat geldt voor de treinen, maar ook voor de stations en de kantoren. We kopen groene energie in en ook grond en gebouwen in eigendom van NS worden gebruikt om duurzame energie op te wekken. Op de daken van een aantal NS-onderhoudslocaties liggen bijvoorbeeld zo’n 3.000 zonnepanelen. Daarnaast zetten we in op energiebesparing. Wat we niet gebruiken, hoeven we ook niet op te wekken.” Naast fossielvrij wil NS ook circulair ondernemen. Hoe ziet dat er in de praktijk uit? “Ons motto is ‘afval bestaat niet’. Het betekent dat we zuinig zijn op materialen. Binnen de organisatie zetten we zoveel mogelijk in op onderhoud, levensduurverlenging en reparatie. Een goed voorbeeld zijn de VIRM-dubbeldekstreinen (Verlengd interregiomaterieel, red.). Na ongeveer twintig jaar rijden worden deze opgeknapt. Van de elektriciteitsdraden tot stoelen: we lopen alles na. Van de onderdelen wordt 86 procent gerepareerd, opgefrist en weer opnieuw in de trein gebracht. 13 procent krijgt een tweede leven in een ander product. Van oude bekleding van treinstoelen worden bijvoorbeeld tassen en schoenen gemaakt. Treinvloeren worden verwerkt in keukenblokken en tafeltennistafels. Groot materiaal wordt op de veiling verkocht aan andere bedrijven. Dat betekent dat we 99 procent van de materialen in die trein hergebruiken.” Al begint écht circulair opereren volgens Göddeke-Mulder niet achteraf, maar vooraf. “Met NS hebben we aangestuurd op een materialenpaspoort voor alle treinen. Inmiddels zijn die er. Bij aanbestedingen vragen we het paspoort op, zodat we precies weten welke materialen er in treinen zitten en waar die vandaan komen.” Veel mensen reizen met de NS, waardoor de organisatie regelmatig kritiek te verduren krijgt. Hoe ga je daarmee om? “Dagelijks vervoert de NS 1,2 miljoen mensen. Dat is een enorm aantal. Samen met voetbal en het weer zijn we het meest besproken onderwerp in de krant. Het klopt, we komen lang niet altijd positief in het nieuws. Ik zie het zelf als een uitdaging. Leuk dat er wat te verbeteren valt. Wat mij betreft, hoort kritiek er ook bij. We zijn nu eenmaal een bedrijf met impact, een grote maatschappelijke speler. Ik vind het wel lastig als kritiek onterecht is. Reis je elke dag met de trein, dan weet je dat we echt niet zo vaak stilstaan. Ik zeg niet dat alles goed gaat bij de NS. Er valt nog genoeg te verbeteren, maar we zijn een bedrijf met goede ideeën.” Waar zie je al dat je impact maakt? “Ik ben er trots op dat alle stations toegankelijk zijn voor mensen met een beperking. Ook helpen we mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan betaald werk. We hebben een enorme wil om een sociaal bedrijf te zijn. Een ander voorbeeld is het retailaanbod. Als NS willen we het plantaardige aanbod op de stations vergroten. We gaan reizigers niet vertellen dat ze geen broodje kroket mogen eten. Dat vind ik niet onze rol in de maatschappij. Maar met Kiosk, onze eigen winkelformule, zetten we in op een goed vegetarisch aanbod en rekenen we geen meerprijs voor koffies met havermelk. Op het hoofdkantoor gaan we wat verder en maken we bewuste keuzes als het gaat om onze leveranciers. Op die manier hebben we een aantal lokale, duurzaam producerende boeren uit de rode cijfers kunnen halen. Dat is een tastbaar resultaat.” Zijn er uitdagingen waar je tegenaan loopt? “Een heleboel! Ik ben nu druk met de CSRD-rapportage. Het is supergoed dat die er nu is, maar de implementatie vraagt veel tijd en andere skills dan we gewend zijn. Als organisatie zijn we transparant over onze duurzame ambities en hoe het gaat, maar de rapportage zelf moet ook aan bepaalde regels en data voldoen. Dat is een uitdaging. Tegelijkertijd word ik er enthousiast van, dit helpt de wereld verduurzamen.” Met welke partij zou je in de toekomst graag samenwerken? “Dan denk ik aan natuur- en milieuorganisaties. De Vlinderstichting heeft vorig jaar 45 van onze terreinen bekeken en aangegeven hoe we daar de biodiversiteit kunnen verbeteren. We hebben struiken gepland langs de perrons, inheemse bloemen gezaaid en insectenhotels en nestkasten geplaatst. Het zou leuk zijn om op termijn samen te kijken wat dit heeft opgeleverd. Ik moet ook denken aan hogescholen en universiteiten. Studenten kunnen meedenken over de massaopslag van energie en hoe we onze treinen nog sneller kunnen maken, bijvoorbeeld door de luchtweerstand weg te nemen. Er is nog ontzettend veel mogelijk.” Andere Changemakers: Changemaker Mirjam Schmüll opent deuren in de circulaire bouw: ‘Wanneer een weg doodloopt, ben ik altijd bezig met wat er wél kan’Changemaker Evelyn Brakema (Groene Zorg Alliantie): ‘Groot deel van Nederland kent de relatie tussen klimaatverandering en gezondheid niet’Changemaker Erik Does (Ekoplaza): ‘Biologisch eten duurder? Niet als je de toekomstige kosten meeneemt’De Changemaker-serie wordt mede mogelijk gemaakt door Vattenfall en Vlerick Business School.