Wouter Pustjens 07 februari 2014, 07:30

100 miljard euro kostenbesparing bij verduurzamen Europese maakindustrie

Een nieuw industrieel model kan fabrikanten duurzamer én winstgevender maken. Geschatte kostenbesparing voor de Europese maakindustrie: € 100 mrd per jaar.

Public Stock e1391706149405

Dat blijkt uit een rapport van strategisch adviseur Lavery/Pennell en tapijtenfabrikant Interface dat in handen is van DuurzaamBedrijfsleven.nl.

De twee partijen introduceren een bedrijfsmodel (het ‘Nieuwe Industriële Model’) met als doel om de opbrengsten van Europese fabrikanten op een duurzame manier te verhogen. De partijen zien het model als oplossing voor financiële, sociale en milieu-gerelateerde uitdagingen in de productiesector. Het model spiegelt een economie voor waarin economische groei losgekoppeld is van een toenemend gebruik van natuurlijke grondstoffen.

 

Opbrengst

 

Volgens – naar eigen zeggen conservatieve – berekeningen is de potentiële opbrengst voor de Europese productiesector enorm. De maakindustrie kan potentieel € 100 mrd per jaar aan kostenbesparingen realiseren (voor aftrek van de belasting) wanneer eenmalig voor € 66 mrd aan kapitaalinvesteringen wordt gedaan. Dat betekent een gemiddelde toename van 9 procent in de winstmarges voor deze sector.

Daarnaast worden 168.000 nieuwe, hoogwaardige banen gecreëerd in de takken energie-efficiëntie en duurzame energie, waarvan het merendeel lokale, Europese banen zijn.

Het model levert tevens een jaarlijkse CO2-besparing op van 1200 megaton. Dat staat gelijk aan 14,6 procent van de jaarlijkse Europese emissies. 20 procent van de genoemde opbrengsten kan worden gerealiseerd bij de 20 grootste fabrikanten van Europa als zij het Nieuwe Industriële Model invoeren.

 

Het Nieuwe Industriële Model

 

Bedrijven die hun operaties willen inrichten naar het Nieuwe Industriële Model dienen drie, relatief simpele, stappen te zetten.

1. Verbeter niet-arbeidsgerelateerde resource efficiency

Voor fabrikanten die de operationele kosten van het bedrijf willen afslanken, vormen de hoge investeringskosten vaak een obstakel. Het Nieuwe Industriële Model is een cyclische strategie waarmee winst gehaald kan worden door duurzaam te investeren.

Eerst worden energie- en kostenbesparende maatregelen ingevoerd om het laaghangend fruit te plukken. De kosten van grondstofgebruik kunnen hiermee significant gereduceerd worden. Deze besparingen kunnen in korte tijd worden terugverdiend gezien de lage investeringskosten in dit stadium.

2. Investeer in sustainable inputs

Bij veel initiatieven blijft het bij snelle kostenreducties en wordt substantiële maatschappelijke en economische waarde niet aangepakt. Daarom moet een deel van de energiebesparingen worden herinvesteerd in duurzame energie en gerecyclede materialen. Hiermee wordt de leveringszekerheid van energie en materialen veilig gesteld, prijzen gestabiliseerd, nieuwe banen gecreëerd en negatieve milieueffecten verminderd.

3. Benut het concurrentievoordeel

Het model gaat verder dan het realiseren van duurzame besparingen. Het concurrentievoordeel dat voortkomt uit de eerdere twee stadia moet vermarkt worden. De duurzame inspanningen leiden tot hogere customer loyalty. De kennis van duurzaamheid helpt nieuwe, innovatieve producten te ontwikkelen. Deze factoren leiden tot groei van het marktaandeel.

Ten slotte kunnen de opties voor verdere grondstofefficiëntie worden vastgesteld, en zo begint de cirkel weer opnieuw.

Het Nieuw Industrieel Model is een cyclisch bedrijfsmodel. Bron: Interface

 

Unilever en Body Shop

 

Ondernemingen als Unilever en de Body Shop erkennen reeds de waarde van het model. Ook medeauteur Interface past het Nieuwe Industriële Model toe.

Aan de hand van de drie stappen heeft Interface de uitstoot van Europese productielocaties teruggebracht met 90 procent. In de fabriek in Scherpenzeel is alle energie afkomstig van duurzame bronnen. Dit levert Interface een jaarlijkse besparing op van € 7,6 mln op. Verder heeft de tapijtenmaker zijn CO2-uitstoot met 35,5 kiloton CO2 per jaar verlaagd en lokale, hoogwaardige banen gecreëerd.

 

Aanbevelingen

 

Om de kansen van het Nieuwe Industriële Model te benutten moeten ondernemingen zorgdragen dat enkele randvoorwaarden vervuld zijn. Zo vraagt het model om met leveranciers de levenscyclus van grondstoffen te doorlopen, waardoor de impact van de productieketen in kaart wordt gebracht. Verder moeten bedrijven bij zichzelf te rade gaan of hun producten en diensten beter kunnen aansluiten op de behoefte van klanten.

De overheid kan de realisatie van het Nieuwe Industriële Model ondersteunen. Interface en Lavery/Pennell pleiten voor een verschuiving van belasting op inkomen en arbeid naar belasting op ruwe grondstoffen en milieu-impact.

Daarnaast pleiten ze voor verplichte transparantie over de milieu-impact van productieprocessen, zodat bijvoorbeeld de energie-intensiteit van producten kan worden vergeleken. Ook zou de overheid haar inkoopbeleid verder moeten verduurzamen door zich te richten op producten die gemaakt zijn van gerecyclede materialen en met hernieuwbare energie.

Foto: Public Stock via Flickr

De gemeente die duurzaam onderneemt

Eindhoven is nauw verbonden met de hightech-maakindustrie. Denk aan de geavanceerde medische apparatuur van Philips, de chipmachines van ASML en de halfgeleiders van NXP. Het zijn bedrijven die bloeien bij een de van talentvolle ingenieurs van de Technische Universiteit. In 2011 won Eindhoven niet voor niets de titel ‘Smartest Region in The World’. Naast Delft is de gemeente het paradepaardje van Nederlandse innovatiekracht.Maar die verbintenis heeft ook nadelen. De hightech-industrie is gevoelig voor de economische conjunctuur. Eindhoven vangt de eerste klappen op bij economische teruggang – en is de eerste regio die daarvan herstelt. De kosten voor grondstoffen en energie zijn van grote invloed op de winstgevendheid van ondernemingen. Indirect is de regio afhankelijk van industrieën die afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen en stoffen uit de aardbodem zoals metalen en mineralen. De effecten van on-duurzaamheid in deze industrieën heeft direct gevolgen voor de bedrijvigheid in Eindhoven. Strategische doelstellingen En dus bestaat er in Eindhoven een zeer direct economisch motief om met duurzaamheid aan de slag te gaan. Met die gedachte kwam Vanessa Silvertand, programmamanager Duurzaamheid bij de gemeente Eindhoven, in 2009 in contact met The Natural Step, een internationale ngo voor duurzame ontwikkeling. The Natural Step helpt beslissers in het bedrijfsleven en de publieke sector naar duurzaamheid en succes. Het strategisch toewerken naar duurzaamheid leidt tot nieuwe kansen, lagere kosten, en een drastisch verminderde ecologische en sociale voetafdruk. “We wilden, en willen, van Eindhoven een duurzame stad maken,” aldus Silvertand. “Een stad waarin het prettig wonen, werken en recreëren is. Een stad die rekening houdt met de behoeften van de huidige generatie zonder die van toekomstige generaties in gevaar te brengen.”Die ambitie is met het strategische framework van TNS vertaald naar concrete doelstellingen. Zo moet in de toekomst 100 procent van de energie duurzaam zijn en waar mogelijk in de stad zelf worden opgewekt. Alle gebouwen in Eindhoven zullen energieneutraal zijn en gemaakt zijn van hernieuwbare en herbruikbare materialen. Voertuigen rijden op duurzame brandstoffen en stoten geen schadelijke stoffen uit. Gedeelde taal en aanpak Het strategisch toewerken naar duurzaamheid leidt tot nieuwe kansen, lagere kosten, en een drastisch verminderde ecologische en sociale voetafdruk, zegt The Natural Step. De organisatie heeft een waslijst van adepten, waaronder IKEA, Philips, Starbucks, AkzoNobel, Interface, Nike en Panasonic.Ook voor de gemeente Eindhoven was de keuze voor TNS logisch. Silvertand: “We zochten in Eindhoven een gedeelde taal en gedeelde aanpak. Dat is de basis om gezamenlijk aan een duurzame stad te kunnen werken. Die taal moest rusten op een stevig fundament. Dat is precies wat The Natural Step biedt: een wetenschappelijk fundament van wat duurzaamheid is en daarnaast een aanpak, het ABCD-model, om aan die duurzame situatie te werken.”Volgens Silvertand heeft het ‘tijd en moeite’ gekost om van het strategische framework dat TNS biedt naar concrete implementatie te gaan. “Je moet het zelf handen en voeten geven om duurzaamheid mee te nemen in aanbestedingen, inkopen, projecten enzovoort. Maar we zijn tevreden met hoe we het tot nu toe doen.” Domino Opmerkelijk is dat ondernemerschap een grote rol speelt in het vormgeven van de duurzaamheidsambitie van de gemeente Eindhoven. Het stimuleren van duurzaamheid bij bedrijven is een van de expliciet benoemde strategische doelstellingen. “We kunnen nooit alleen als gemeente een duurzame stad worden. We hebben iedereen nodig,” zegt Silvertand.Dat gaat met zachte hand via kennisdeling en netwerken, maar er worden ook harde eisen gesteld. “Via aanbesteding waarbij we duurzaamheid in de voorwaarden opnemen bijvoorbeeld.” Stadspoort Landbouw is een gebouw dat gebouwd is volgens de principes van TNS. En met succes. “Het is op allerlei gebieden duurzamer dan reguliere bouw en was geen euro duurder.” Een energiemanager wiens enige taak het is om energie te besparen heeft nu al meer kosten bespaard dan dat zijn functie op jaarbasis kost. Een ander voorbeeld betreft de prestatieafspraken die gemaakt zijn met woningcorporaties op basis van The Natural Step. Die hebben tot gevolg dat de corporaties TNS ook omarmen en van hun partners vragen om hetzelfde te doen, bijvoorbeeld bouwbedrijven bij de aanbesteding van nieuwbouw. Een hele keten van aannemers en onderaannemers valt daarmee als dominosteentjes voor duurzaamheid.Ook in de eigen, gemeentelijke organisatie bevalt het ondernemerschap goed. Een interessante casus: de energierekening. Met een gemiddelde jaarlijkse kostenpost van € 6.500.000 aan energie is het niet onlogisch om te bekijken welke winst hier te behalen valt. Medio 2013 is een energiemanager aangesteld wiens enige taak het is om te besparen op energie. Er is nu al meer bespaard dan dat zijn functie op jaarbasis kost.Foto: Georgie Sharp via Flickr.com