Thijs ten Brinck 20 oktober 2015, 07:15

Amsterdamse start-up maakt eerste concurrerende bioplastic

De start-up Plantics maakt ‘harde’ bioplastics, een variant van plastics die niet eerder bio-afbreekbaar verkrijgbaar was. Plantics claimt op kosten te concurreren met conventionele plastics.

Chimneyrooftops

Plantics is een spin-off van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Biobrandstofexperts Albert Alberts en Gadi Rothenberg, van de onderzoeksgroep Sustainable Chemistry, ontdekten tijdens een ‘vrijdagmiddagproefje’ een methode om bio-afbreekbare harsen, thermohardende plastics, te maken uit plantaardig materiaal.

“Plantics produceert een geheel nieuw bioplastic”, zegt Helias Andriessen, algemeen directeur van Plantics in een pitch voor de Herman Wijffels Innovatieprijs. “Ons product is voor 100 procent van hernieuwbare grondstoffen gemaakt en volledig biologisch afbreekbaar.”

Bio-isolatie en verpakkingsmateriaal

De niet-giftige en afbreekbare bio-harsen zijn bruikbaar als isolatiemiddel, verpakkingsmateriaal, landbouwplastics en composieten. In veel gevallen kunnen ze PET of aardolie-gebaseerde schuimen vervangen.

“Er zijn al decennialang verschillende bioplastics op de markt”, zegt Andriesen. Volgens de directeur hebben deze plastics toch nog geen 1 procent marktaandeel. “Bio is duurder, tot nu toe.”

De start-up Plantics maakt plastic van citroenzuur en glycerol. Met een goedkoop productieproces is het bedrijf volgens Andriesen in staat om direct de concurrentie aan te gaan met petroleum-plastics.

Plantics is finalist voor de Herman Wijffels Innovatieprijs van de Rabobank. In de categorie Circulaire Economie strijdt Plantics tegen composietrecycler Extreme Eco Solutions, energieadviseur De Energiebespaarders en plastic-recycler Ioniqa Technologies.

Bekijk een fragment van Kassa Groen over Plantics:

Bron: Uva, Rabobank | Foto: Mike Mozart, via Flickr Creative Commons (Cropped by Duurzaambedrijfsleven)

 

12.000 ‘vergeten groenten’ maken wereld duurzamer en veiliger

Volgens de Food and Agricultural Organisation (FAO) van de Verenigde Naties zijn er zeker 12.000 eetbare gewassen bekend. Toch telen we er hooguit dertig op industriële schaal, en zijn rijst, mais en granen samen zelfs goed voor 60 procent van alle calorieën die de wereldbevolking inneemt.De grote afhankelijkheid van slechts een aantal gewassen is gevaarlijk, volgens de FAO. Als er een grote plaag of plantenziekte opsteekt voor een van de dertig meest gegeten gewassen heeft dat een enorme impact op de voedselzekerheid.Intensiever gebruik van de duizenden ‘weesgewassen’ maakt de voedselsystemen wereldwijd robuuster.Voedzame baobabs en gierstHet Afrikaanse Weesgewas Consortium (AOCC) noemt bijvoorbeeld verschillende soorten gierst en het fruit van baobabbomen als voedzame vervangers van gangbare voedingsmiddelen. Deze bevatten veel vitaminen, antioxidanten en andere essentiële voedingstoffen.Ook veel types zeewier kunnen op veel grotere schaal bijdragen aan de voedselzekerheid. Gierst en zeewier kunnen groeien op plaatsen waar reguliere gewassen niet gedijen.Het AOCC doet onderzoek naar honderd van de weesgewassen, met als doel ze op grote schaal te kunnen verbouwen. Ze zien de opkomst van het quinoa als voorbeeld maar willen nadrukkelijk de ‘premium superfoods’ ontstijgen en de voedzame weesgewassen beschikbaar stellen voor alle inkomensniveaus.Bekijk een filmpje van het, door Mars gesponsorde, AOCC:Bron: Eco-Business, AOCC | Foto: Rod Waddington (header) & Lip Kee (side), via Flickr Creative Commons (Cropped by Duurzaambedrijfsleven)