Kaz Schonebeek 27 februari 2023, 09:00

Déjà vu? Europa wil zelfvoorzienend zijn met lithium, maar aardbevingsgevaar dreigt

Lithium winnen uit diepe aardlagen belooft een milieuvriendelijk alternatief voor traditionele mijnbouwmethodes te zijn. Maar in Duitsland komen burgers hiertegen in verzet uit angst voor aardbevingen.

Adobe Stock 94033762 In Zuid-Amerika wordt lithium gewonnen door lithium-rijk pekelwater op te pompen, en te laten uitdampen in de zon.

Duitsland werkt aan het winnen van lithium met een nieuwe technologie waarbij uit diepe aardlagen heet, lithiumrijk water wordt opgepompt. Sinds een aantal jaar doen wetenschappers en mijnbouwbedrijven onderzoek naar het ontginnen van de Boven-Rijnse laagvlakte in het zuidwesten van Duitsland.

Het in deze geothermische techniek gespecialiseerde Vulcan Energy Resources is het eerste bedrijf dat op commerciële basis dit lithium gaat winnen. Het bedrijf verwacht eind 2025 een werkende installatie te hebben. Volgens Vulcan kan er in de Boven-Rijn genoeg lithium worden gewonnen om jaarlijks een miljoen elektrische auto van lithium-accu’s te voorzien.

Milieuvriendelijk lithium

Op dit moment wordt lithium gewonnen in open dagbouw mijnen, of opgepompt uit ondergrondse pekelvelden die rijk zijn aan lithium. Beide methodes hebben nadelen: open mijnen veroorzaken grote schade aan het landschap, en voor het winnen van lithium uit zoute bodemlagen zijn grote hoeveelheden zoetwater nodig.

De winning van lithium met geothermische installaties belooft hiervoor een milieuvriendelijk alternatief te zijn. De techniek maakt gebruik van hetzelfde principe waar ook aardwarmte-installaties op draaien: uit de diepe ondergrond, op enkele honderden tot duizenden meters diepte, wordt heet water omhoog gepompt. Dit hete water wordt gebruikt om elektriciteit op te wekken.

Nieuwe techniek

De aardlagen waar het water uit wordt opgepompt, bevatten in de Boven-Rijnse laagvlakte hoge concentraties lithium. Dit lithium zit opgelost in het water dat naar de oppervlakte wordt gebracht, waar het met een recent ontwikkeld procedé uit het water wordt gefilterd. Het gefilterde water wordt vervolgens weer terug in de bodem gespoten.

De combinatie tussen energie-opwek en grondstoffenwinning vermindert de milieu-impact van het winnen van lithium aanzienlijk. Er zouden nagenoeg geen schadelijke stoffen bij vrijkomen en Vulcan stelt dat de energie-opwek ervoor zorgt dat het bedrijf klimaatneutraal lithium kan delven. Ook in Engeland en Californië lopen vergelijkbare projecten.

Angst voor aardbevingen

Maar de plannen van Vulcan zijn niet onopgemerkt gebleven bij inwoners van het gebied. Bezorgde burgers hebben zich verenigd in actiegroepen om geothermische boringen tegen te houden, zo valt te lezen in een artikel van Politico. Actievoerders zijn bang dat water uit grote dieptes oppompen tot aardbevingen zal leiden. Dit lijkt niet helemaal zonder reden. In 2006 veroorzaakte een geothermisch project in de buurt van Basel een aardbeving met een kracht van 3,4 op de schaal van Richter. En in 2019 deden geothermische boringen de aarde rond het nabijgelegen Straatsburg schudden.

De Duitse actievoerders zijn niet de enigen die zich verzetten tegen het winnen van lithium op Europese bodem. Een open mijn in Portugal die in 2024 in bedrijf zal gaan, ontmoet veel weerstand van omwonenden. Zij vrezen onomkeerbare aantasting van het landschap. Vorig jaar werd in Servië afgezien van het openen van zo’n mijn na wekenlange en massale protesten. De Serven vreesden voor mogelijke vervuiling van de bodem en grondwater.

Strategische onafhankelijkheid

De activisten komen zo in het vaarwater van de Europese ambitie om meer zelfvoorzienend te worden op het gebied van grondstoffen. Volgende maand zal de Europese Commissie naar verwachting de European Critical Raw Materials Act aannemen. Hierin zijn strategieën vastgelegd om onafhankelijker te worden in de productie van de zogenaamde ‘kritische mineralen’ die belangrijk zijn voor groene technologieën, zoals kobalt, zeldzame aardmetalen én lithium.

Voor de import van lithium is de Europese Unie op dit moment sterk afhankelijk van landen als China, Australië en de Democratische Republiek Congo. De Boven-Rijnse lithiummijn zou een belangrijke stap naar grotere zelfvoorzienendheid voor Europa kunnen betekenen.

Lithium uit Nederland?

Ook in Nederland wordt de mogelijkheid voor het winnen van lithium met geothermie onderzocht. De TU Delft richt zich op het winnen van lithium als bijproduct bij bestaande aardwarmte-installaties. Dit onderzoek staat echter nog in de kinderschoenen.

Het risico op aardbevingen lijkt er in Nederland niet te zijn: aardbevingen met een geothermische oorsprong komen alleen voor in gebieden die tektonisch actief en daardoor aardbevingsgevoelig zijn – wat in de Boven-Rijnse laagvlakte het geval is. Geologen menen dat geothermie geen negatief effect heeft op de relatief stabiele Nederlandse bodem. Door bestaande aardwarmte-pompen uit te breiden met systemen die lithium uit het water kunnen filteren, zou ook Nederland lithiumproducent kunnen worden – zij het op kleine schaal.

Meer over lithium:

In deze Nederlandse labs helpen de knapste koppen AkzoNobel, BASF en Shell vergroenen

Die afkorting staat voor het Advanced Research Center Chemical Building Blocks Consortium. Hier werken zo’n zeventig studenten van de universiteiten Utrecht, Groningen en Eindhoven in samenwerking met andere universiteiten en onderzoeksinstituten, zoals AMOLF en DIFFER, begeleid door 39 professoren, dagelijks aan de energie-, grondstoffen- en materialentransitie. Die is nodig om de chemie in 2050 volledig circulair en klimaatneutraal te maken. "We hebben hier alle knappe koppen bij elkaar gebracht”, zegt woordvoerster Hannah Thuijs van ARC CBBC. Zoeken naar beste katalysator Eén van die knappe koppen is tweedejaars PhD-student Sofie Ferwerda van de Universiteit Utrecht. Zij doet haar onderzoek in een van de drie laboratoria van het onderzoekscentrum, op het Utrecht Science Park. “We maken en onderzoeken hier in het lab vooral katalysatoren”, legt ze uit. “Die zijn nodig om chemische processen te veranderen of efficiënter te maken. Wij kijken bijvoorbeeld of je goedkopere of minder schadelijke stoffen kunt gebruiken. We willen die materialen beter leren begrijpen en onderzoeken hoe ze daadwerkelijk werken in een chemische reactie. Het doel is om steeds de beste katalysator te vinden.” Plastic maken van methaan en CO2 Ferwerda onderzoekt samen met BASF het gebruik van afgevangen CO2 als bouwsteen voor de chemie. Dus geen CCS (carbon capture and storage), maar CCU (carbon capture and usage). Die CO2 wordt nu nog niet benut door bedrijven. Samen met methaan maakt ze er hoog-reactief synthese gas van, een mengsel van CO en waterstof. Dat kan vervolgens gebruikt worden als een alternatief voor de koolstof uit olie bij het maken van plastic. In haar oven volgt ze met zichtbaar of infraroodlicht hoe haar katalysator de moleculen afbreekt tot nieuwe bouwstenen. “Zo kunnen we duurzaam plastic maken van andere grondstoffen. Voor een bedrijf als BASF is het aantrekkelijk om hierdoor in de toekomst te kunnen afstappen van aardolie”, zegt Ferwerda. Ze was altijd al gefascineerd door scheikunde, maar wil vooral dat er met haar onderzoek ook iets gedaan wordt. “Mijn generatie gaat het meeste merken van klimaatverandering. Daarom vind ik dat ik daar iets tegen moet doen”, zegt ze. Biobased verf maken na afstuderen Het onderzoek van het consortium leidt tot zichtbare resultaten. Zo deed George Hermens, een van de ARC CBBC studenten, in Groningen jarenlang onderzoek naar het gebruik van houtachtige biomassa – hemicellulose - om fossielvrije verf te maken. Dat gebeurde in samenwerking met AkzoNobel. Na zijn afstuderen is hij bij het chemiebedrijf in dienst getreden om met een verbeterde formule daadwerkelijk volledig biobased verf te gaan produceren. Verf uit schaaldieren Een ander voorbeeld is het onderzoek van ARC CBBC studente Kordula Schnabl, die het afval van schaaldieren als krabbetjes, kreeften of garnalen wil gebruiken voor het maken van verf. In hun pantser zit namelijk de stof chitine, na cellulose de meest voorkomende biopolymeer op aarde en zeer geschikt als grondstof voor de bouwstenen van coatings. Door de visserij is er ook in Nederland heel veel schaaldierafval dat voor dit doel gebruikt kan worden. Nieuwe generatie wetenschappers Het ARC CBBC wil met zijn onderzoeken en projecten over bestaande grenzen heen kijken en de basis leggen voor nieuwe producten. “We willen verf, brandstoffen en plastic niet uit aardolie maken, maar uit afval. Daarnaast doen we veel met het omzetten van CO2 naar bruikbare materialen: CCU”, zegt wetenschappelijk directeur Bert Weckhuysen, hoogleraar katalyse, energie en duurzaamheid aan de Universiteit Utrecht. “Dat onderzoek doen we niet alleen voor een paper of een patent. Nee, wij leiden een nieuwe generatie wetenschappers op in nieuwe vakgebieden, die duurzaamheid in de vingers hebben en die samenwerking zoeken met het bedrijfsleven. Onze mensen worden dan ook met open armen ontvangen door de chemische industrie.” Vaak leiden duurzame technologieën of uitvindingen bij instituten als TNO tot spin-offs of start-ups, die daarmee de markt op gaan. “Dit is niet een beter of slechter pad, het is een ander pad. Maar dit pad verdient ook aandacht”, zegt Weckhuysen.Wetenschappelijk directeur Bert Weckhuysen van ARC CBBCAfval als grondstof Het onderzoek van het ARC CBBC richt zich op drie hoofdthema’s. Het wil plastic, brandstoffen, kunstmest, verf, reinigingsmiddelen en tal van andere producten niet langer van olie en gas produceren, maar uit hernieuwbare grondstoffen, huishoudelijk plastic en ander afval, CO2, methaan en biomassa. Vaak is afval prima herbruikbaar als grondstof. Ook resten uit de landbouw of de visserij die niet concurreren met de voedselproductie. “Die chitine ga je echt niet opeten”, zegt Weckhuysen. Hoge ogen in de wereld Ook CO2 is prima bruikbaar als grondstof voor de chemie. Die kan bijvoorbeeld afgevangen worden bij grote bedrijven als Tata Steel of de cementindustrie. “We bestuderen CO2-katalyse om samen met waterstof, methaan en andere elementen koolstofverbindingen te maken, waar je bijvoorbeeld plastic van kunt maken. Daarmee gooien we hoge ogen in de wereld. We hebben hiervoor het perfecte metaaldeeltje gevonden”, zegt hij. Wat dat 'perfecte' deeltje precies is, houdt het ARC CBBC natuurlijk geheim. Stapsgewijs circulair Naast deze grondstoffentransitie richt ARC CBBC zich op een materialentransitie. Dat betekent dat het plastic, de verven en koolstofvezels die we gebruiken in onze auto’s, huizen, verpakkingen, textiel en andere producten volledig circulair moeten zijn. Dus zo gemaakt dat het gemakkelijk te recyclen of hergebruiken is. “Dit alles maakt dat je stapsgewijs naar een circulaire samenleving toewerkt”, zegt Weckhuysen. Minder energie voor chemische processen Een derde onderzoeksthema is de energietransitie. Dan gaat het niet zozeer om groene energie uit wind of zon, maar de benodigde energie voor chemische productieprocessen. Die vinden vaak plaats onder hoge temperaturen, wat veel fossiele energie vraagt. Studenten onderzoeken daarom nieuwe, innovatieve, efficiëntere katalysatoren die productieprocessen met lagere temperaturen en minder energie mogelijk maken. Bijvoorbeeld door licht en groene stroom te gebruiken in plaats van hoge temperaturen. Dat is volgens Weckhuysen een heel belangrijk thema. “Warmte is energie en energie is in de huidige wereld nog altijd vaak fossiel. Als je ervoor kunt zorgen dat processen op lagere temperatuur plaatsvinden of op dezelfde temperatuur, maar op een andere manier worden aangestuurd, dan heb je minder fossiel nodig. Dat betekent besparen”, zegt hij. “Daar heb je nieuwe katalysatoren voor nodig die moleculen kunnen omzetten op een eenvoudigere manier. En onze ‘winkel’ is heel goed in het maken van die nieuwe katalysatoren.” Kijk naar deze video voor meer achtergrondinformatie over ARC CBBC:Geen greenwashing Behalve door overheidssubsidies, zoals NWO, en eigen bijdragen door de universiteiten, wordt het wetenschappelijk onderzoek betaald door de deelnemende bedrijven: AkzoNobel, Shell, BASF, Nouryon en Nobian. Een mooi voorbeeld van publiek-private samenwerking zou je zeggen. De laatste tijd wordt echter steeds vaker de vraag gesteld of universiteiten nog wel kunnen samenwerken met de fossiele industrie. Is het onderzoek nog wel onafhankelijk als grote bedrijven meebetalen en dus meebepalen? Volgens Weckhuysen moeten onderzoeken voor het ARC CBBC door maar liefst drie gremia worden beoordeeld en goedgekeurd. Eerst door de drie programmadirecteuren, daarna door een internationale wetenschappelijke adviesraad en tenslotte door de raad van commissarissen. “Die kijken of het voorgestelde onderzoek wel voldoende bijdraagt aan duurzaamheid en waarborgen dat het onderzoek dat we binnen dit consortium doen van voldoende kwaliteit en originaliteit is”, zegt hij. “Ik ben niet naïef. Misschien kunnen mensen dit beschouwen als greenwashing, maar dan hebben de betrokken bedrijven met dit onderzoek toch iets actief gedaan aan de transitie naar een meer duurzame en circulaire samenleving.” Wordt Shell nieuwe Kodak? Dus blijft ARC CBBC ook samenwerken met Shell. Critici voorspellen dat de aandelen van het olieconcern over enkele jaren niets meer waard zijn en dat Shell Kodak achterna gaat. De maker van fotorolletjes negeerde de opkomst van de digitale camera, zag zijn aandelenkoersen instorten en stopte met fotografie. “Om dat te voorkomen moeten bedrijven zoals Shell meebewegen om een nieuw product te maken dat het fotorolletje vervangt. De vraag is: wat wordt het nieuwe fotorolletje?”, zegt Weckhuysen. Lees ook: Het dreamteam: de magische top tien chemie talentenDeze groene start-ups wijzen de weg naar een circulaire chemie zonder olieZonnereactor uit Cambridge transformeert plasticafval en CO2 tot grondstoffen naar keuze“Mijn fundamentele geloof is dat de chemische industrie niet zelf kan veranderen”