Britt van den Elshout 22 juni 2018, 10:15

Chemie boekt grootste klimaatvooruitgang in het Nederlandse bedrijfsleven

De uitstoot van broeikasgassen per euro toegevoegde waarde is in het Nederlandse bedrijfsleven met 55 procent gedaald van 1996 tot 2016. Onder de energie-intensieve sectoren heeft de chemie de grootste vooruitgang geboekt. De luchtvaart heeft de klimaatefficiëntie het minst verbeterd.

Adobestock 49710283

Dat blijkt uit een analyse van het ING Economisch bureau.

Groene groei op sectorniveau

Waar in 1996 elke euro toegevoegde waarde een uitstoot van 0,67 kilogram (kg) opleverde, is dat in 2016 gedaald naar 0,3 kg. In 2030 zal die naar verwachting tot 0,09 kg moeten dalen. Ondanks de gemaakte progressie, zal deze uitdaging groot zijn.

Economische groei gaat namelijk nog steeds gepaard met extra uitstoot van broeikasgassen. Om de klimaatdoelstellingen te halen zonder economische krimp, zal er aankomende jaren dus wat moeten veranderen. Volgens ING moet er ook op sectorniveau groene groei gerealiseerd worden.

De energiesector, de industrie en de transport zijn verantwoordelijk voor ruim twee derde van de uitstoot van het Nederlandse bedrijfsleven. De grootste uitstoter is de elektriciteitssector, gevolgd door de chemie en de luchtvaart, al vindt de uitstoot van de luchtvaart grotendeels op buitenlands grondgebied plaats.

Uitstoot van broeikasgassen

Nederlandse bedrijven en instellingen hebben in de periode 1996-2016 7 procent minder broeikasgassen uitgestoten. De chemie heeft de afgelopen jaren de grootste vooruitgang geboekt met een daling van 42 procent. Dit is voor een groot deel te danken aan de reductie van lachgas bij de salpeterzuurproductie op Chemelot in Geleen en bij Yara in Sluiskil. In andere sectoren, zoals de transportsector, is de uitstoot van broeikasgassen juist toegenomen.

Aangezien de ene sector sneller groeit dan de andere, is het vooral belangrijk om de uitstoot per euro toegevoegde waarde, dus per eenheid product, te bekijken. Zo daalde de uitstoot in de chemie van 5,3 kg naar 1,9 kg per euro, een daling van 64 procent. De luchtvaartsector loopt het meest achter aangezien de uitstoot daar van 5,3 kg naar 4,2 kg per euro is gedaald.

Een grote transitie is noodzakelijk

Het kabinet wil de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met tenminste 49 procent reduceren ten opzichte van 1990. Hoewel de uitstoot in verschillende sectoren dus behoorlijk is gedaald, moet er nog veel gebeuren om dit te bereiken. Met verbetering van efficiëntie kan nog winst geboekt worden in veel sectoren, maar dit zal niet genoeg zijn. Aankomende jaren zal er dus een grote transitie plaats moeten vinden. Dan gaat het bijvoorbeeld om de vervanging van aardgas in productieprocessen en de overgang naar elektrisch vervoer.

Lees ook: 

Bron: ING | Foto: Adobe Stock 

‘Nederland wordt het Silicon Valley voor Vertical Farm Systems’

Vertical farms (verticale tuinbouw) kenmerken zich door voedselproductie in volledig gecontroleerde, geklimatiseerde, gestapelde teeltomgevingen met een zeer hoge output per vierkante meter. Speciale lichtrecepten voor geavanceerde LED-verlichting kunnen voor optimalisering van groeiprocessen zorgen. Philips is een van de grootste spelers op dit gebied. Pesticiden zijn niet nodig in deze gesloten systemen en de voedselveiligheid kan beter gegarandeerd worden. Het gebruik van water kan gedecimeerd worden. Het hele jaar door kan onder constante omstandigheden geproduceerd worden.Bovendien is de ecologische voetafdruk kleiner door de kortere toeleverings- en distributieketens. Daarnaast wordt minder voedsel verspild omdat de producten direct hun weg vinden naar de restaurants, supermarkten en consumenten in de miljoenensteden.Vertical farms in grote metropolenDe groei van vertical farms ga je vooral zien in de grote metropolen in Azië en de Verenigde Staten, Canada en in gebieden in het Midden-Oosten, zoals de Emiraten, verwacht Roobeek. “Je hebt een omgeving nodig waar een omvangrijke markt is met directe afzetkanalen, zoals in grote steden.”De uitdaging ligt er om voor deze vertical farms geïntegreerde systeemoplossingen te ontwikkelen. Hier liggen voor Nederland grote kansen om marktleider te worden. Daarvan is Roobeek overtuigd. “We hebben alle kennis in huis om groeisystemen voor verticale tuinbouw grootschalig in de markt te gaan zetten: kassenbouwers, klimaat- en lichtexperts, hoogstaande teeltkennis en het bewustzijn dat het duurzaam en energiezuinig moet. Op al deze vlakken zijn de Nederlandse greentech-bedrijven wereldwijd erkend als experts.”“Ik zie enorme kansen om de Nederlandse greentech en tuinbouw door samenwerking naar een next level te brengen"Roobeek is bekend om haar kennis over netwerkend werken en het opzetten van ecosystemen met uiteenlopende partijen om innovaties te versnellen. “Ik zie enorme kansen om de Nederlandse greentech en tuinbouw door samenwerking naar een next level te brengen. “Door bij de ontwikkeling en exploitatie van vertical farms juist de samenwerking op te zoeken, creëer je een nieuw verdienmodel waarbij de levering van integrale systemen centraal staat. Het levert meer op dan elkaar op korte termijn de tent uit te concurreren. Er zullen nieuwe ondernemingen en digitale platforms gaan ontstaan.”Volgens Roobeek zullen we in de komende jaren een hybride-ontwikkeling zien van geavanceerde glastuinbouw aan de rand van steden, met daarnaast high-tech vertical en indoor farming midden in de steden.Concurrentie zit niet stilVia een op maat gemaakte opleiding over Feeding Megacities heeft de voorhoede van de Nederlandse greentech de mogelijkheden van samenwerking rond vertical farming verkend. Roobeek: “De uitdaging is groot en daarom moet je het samen doen. De concurrentie zit niet stil en snelheid is geboden. Amazon en Microsoft, Silicon Valley start-ups, maar ook IBM, Fujitsu en GE zien de mogelijkheden en investeren vanuit diepe pockets. Gebundelde expertise in de praktijk zal het Nederlandse antwoord moeten zijn om toonaangevend te blijven. Als we daarin slagen kunnen wij het Silicon Valley voor vertical farm systems worden en daarmee de gamechanger in de markt.”Expertise is versnipperdDe visie van Roobeek wordt inmiddels breed gedeeld binnen de sector, zo blijkt uit verschillende reacties. Nederland heeft wel alle expertise in huis om vertical farms van de grond te krijgen, aldus Joep van den Bosch, CIO van Ridder Group. “Probleem is dat die expertise nog erg versnipperd is. Daardoor zijn we nog niet in staat om op grote schaal turnkey-concepten van vertical farms aan te bieden.” Hoe zorg je ervoor dat dat die expertise wel bij elkaar komt? “We hebben hier in Nederland het Westland als voorbeeld. Van productie, tot toeleveranciers tot handel, alles zit bij elkaar in één cluster. Rond elke vertical farm zou je ook zo’n cluster moeten bouwen. In feite moet elke grote stad zijn eigen Westland hebben.”Arno Eussen, oprichter en eigenaar van Freshprojects: “Het unieke aan de Nederlandse tuinbouwsector is dat alle kennis verenigd is in een relatief klein gebied: van veredeling tot teelt. Die partijen moeten wel snel gaan samenwerken, want in de Verenigde Staten worden momenteel miljoenen dollars gepompt in vertical farms. We moeten de komende drie jaar echt stappen gaan zetten anders lopen we achter de feiten aan.”ServicecentraEussen verwacht dat we die vertical farms in Hong Kong vanuit grote servicecentra in Nederland kunnen aansturen. “De technische mogelijkheden zijn er. Voorwaarde is dat alle mogelijke data verzameld moet worden: van klimaatomstandigheden tot oogstregistratie tot de levensduur van de LED-lampen. Met behulp van kunstmatige intelligentie kun je op basis van al die data goed onderbouwde beslissingen nemen.”Harm Maters, voorzitter van de Avag, brancheorganisatie van de Nederlandse kassenbouw- en installatiesector, benadrukt graag de duurzame voordelen van vertical farming. “Met dit concept kunnen we sowieso al 10 van de 17 SDG’s realiseren, zoals minder energie- en waterverbruik, minder gebruik van pesticiden, hogere productie.”MomentumAls er al een momentum is om in Nederland de handen ineen te slaan om vertical farming van de grond te krijgen dan is het nu. Maters: “Steden maken wereldwijd een sterke groei door. Mede door de economische groei stijgt de behoefte naar vers voedsel. We zijn nu bezig met het vormen van consortia om daarop in te springen. In zo’n consortium is niet alleen de sector vertegenwoordigd, maar ook architecten, adviesbureaus, stedenbouwkundigen, kennisinstellingen en financiële instellingen. We zitten nu in de fase dat we binnenkort de eerste cases kunnen aanbieden die inspelen op het thema Feeding Megacities.”Afbeelding: Shutterstock