André Oerlemans
03 juli 2023, 15:30

Chemie vervangt straks Shell, Exxon en BP door boeren en bosbouwers

Binnen nu en twintig jaar kan de rol van oliemaatschappijen als Shell, Exxon en BP in de chemische industrie zijn uitgespeeld. Plastic wordt dan niet langer van olie gemaakt, maar van suikerbiet, granen, mais, hout en gerecycled plastic. Geleverd door boeren, bosbouwers en recyclebedrijven. Het Nationaal Groeifonds stelt 338 miljoen euro beschikbaar voor dit project BioBased Circular.

Suikerbieten Suikerbieten vormen een prima alternatieve grondstof voor olie om plastic te maken | Credits: Adobe Stock

De aanvraag is ingediend door de Topsector Agri & Food
en het platform Groene Chemie, Nieuwe Economie
(GCNE). Ze worden daarbij gesteund door meer dan 125 bedrijven en maatschappelijke organisaties, waaronder kennisinstituten zoals de universiteiten van Wageningen (WUR) en Groningen (RUG) en TNO. Het totale project kost 850 miljoen euro tot 2032. Naast de subsidie uit het groeifonds investeren de deelnemende bedrijven zelf nog eens 550 miljoen euro in het project.

Europees koploper

Het doel van het project is om van de Nederlandse chemie een koploper te maken die plastic en kunststof maakt van bouwstenen uit de natuur. De gedachte erachter is eenvoudig. De belangrijkste grondstoffen voor plastic in verpakkingen, bouw, textiel en verf zijn koolstofverbindingen. Die haalt de chemie nu uit aardolie, in feite miljoenen jaren oude resten van planten en dieren die opgepompt worden uit de bodem. Die koolstofverbindingen kun je nu ook al uit de koolhydraten van planten halen. Die vangen CO2 uit de lucht en zetten dat om in koolstofverbindingen. “We gebruiken de kracht van planten”, zegt voorzitter Arnold Stokking van het platform Groene Chemie, Nieuwe Economie. “Het gebruik van olie zal nog wel even duren, maar we moeten nu deze transitie inzetten. De urgentie is groot.”

Chemie koppelen aan boeren en bosbouwers

Het doel van BioBased Circular is om nieuwe productieketens op te zetten tussen chemische industrie en leveranciers van biobased grondstoffen. De technologie om uit planten zogeheten biopolymeren en andere bouwstenen van plastic van te maken bestaat al, maar moet opgeschaald worden. In Nederland zijn Europees leidende bedrijven als Avantium en Cosun en veelbelovende scale-ups als Paques Biomaterials, Relement
en Plantics
daar al mee bezig. “Het Groeifonds geeft veel subsidie voor R&D. Dat zit er bij ons ook een beetje in, maar bij ons zijn de bedrijven hier al echt mee bezig en gaat het vooral om opschalen”, zegt Stokking.

Het plantaardige materiaal kan uit diverse bronnen komen, variërend van reststromen uit de landbouw, landschapsbeheer en de agrifood-sector, uit snoeihout uit de bosbouw of uit speciaal daartoe geteelde gewassen zoals granen en mais. Ook nu nog ongebruikte gronden kunnen straks voor de teelt worden ingezet. Het project noemt als voorbeeld biobased polyester uit suikerbieten, biobased harsen voor de bouw- en meubelindustrie, biobased verven, coatings en isolatiematerialen uit plantaardige reststromen en afbreekbare biopolymeren uit afvalwater. Doel is om bedrijven uit die verschillende sectoren aan elkaar te koppelen als leverancier en klant.

Een derde minder CO2-uitstoot

Ook van gerecycled plastic kunnen al plastic korrels of pyrolyse-olie voor nieuw plastic gemaakt worden. Daarom zijn recyclebedrijven als Renewi aangehaakt. De nieuwe plastics moeten zo gemaakt worden dat ze makkelijker te recyclen zijn. Dan hoeven ze niet weggegooid of verbrand te worden, maar kunnen ze steeds opnieuw worden gebruikt als grondstoffen in een circulaire economie. Dan wordt de CO2 uit de biobased grondstoffen langdurig vastgelegd in het materiaal, net als in hout. Als dat lukt kan de chemische industrie zijn uitstoot met 3,5 tot 5,8 miljoen ton per jaar verlagen. Dat is een derde van de huidige uitstoot. Ook kan deze transitie 2.500 tot 8.300 nieuwe banen opleveren en de Nederlandse economie laten groeien met jaarlijks 1,5 tot 3,5 miljard.

Van kraamkamer naar flagship

De start-ups en scale-ups die de afgelopen jaren door GCNE en andere kennisinstellingen zijn begeleid kunnen door de subsidie opgeschaald worden. “We gaan nu van ideefase naar de uitvoering, van kraamkamer naar flagship”, zegt Stokking. De bedoeling is dat er ergens in Nederland een grote flagship-installatie wordt gebouwd, waar vijf zogeheten demonstrators
– de bedrijven die al bezig zijn met deze technologieën – jaarlijks 100 kiloton bioplastics maken uit plantaardige materialen. De subsidie uit het Groeifonds is opgeknipt in twee fases. Tot 2026 krijgt BioBased Circular 102 miljoen euro. Als na evaluatie blijkt dat het project op de goede weg is, krijgt het tot 2032 nog eens 236 miljoen. Stokking: “Maar met die 100 miljoen kunnen we de eerste drie jaar vooruit.”

Lees ook:

Energieprijzen breken vier records op één dag

Opnieuw zijn er energierecords verbroken en het ziet ernaar uit dat deze trend nog wel even door blijft zetten. Gisteren sneuvelden er maar liefst vier records. Zo was de stroomprijs drie uur achter elkaar -500 euro per megawattuur. Daarnaast kende de dag vijftien uur met negatieve prijzen. Die vijftien uur waren ook nog eens aaneengesloten (het vorige record was dertien aaneengesloten uren op 13 april 2020). Ten slotte was er op zondag 2 juli een negatieve uurprijs tussen 18.00 en 19.00 uur ’s avonds. Dit kwam nog niet eerder voor in ons land. Uitschieters Negatieve energieprijzen ontstaan op het moment dat er meer aanbod aan energie is dan dat er vraag naar is. Volgens energietrendwatcher Jan Willem Zwang van energieadviesbureau Stratergy was gisteren echt een uitschieter. “Deze dag was heel extreem en dat was ook duidelijk zichtbaar in andere landen, zoals België, Duitsland en Groot-Brittannië. Doordat er in Nederland veel zonnepanelen liggen, het hoogste aantal per hoofd van de bevolking, zien we in ons land wel vaker uitschieters. Dat andere landen hier nu ook ‘last’ van hadden, is veelzeggend.” Snel richting -1000 euro Zwang verwacht dat de ondergrens van de prijs op de energiemarkt (European Power Exchange: EPEX SPOT) nu verder zal dalen. De ondergrens staat nu nog op -500 euro. “Elke keer als de die ondergrens wordt bereikt, wordt die bijgesteld. Als er binnen dertig dagen vanaf nu een prijs van -350 euro per megawattuur of lager wordt behaald, wordt de prijs aangepast naar -600 euro. Dat is dan de nieuwe ondergrens. Maar als ik kijk naar de ontwikkelingen, verwacht ik dat we snel richting -1000 euro per megawattuur gaan.” Optimaliseren op uurprijs Dat er veel groene stroom wordt opgewekt is natuurlijk goed nieuws, maar heeft volgens Zwang ook een keerzijde. “Op dit moment heeft zo’n 3 procent van de huishoudens een dynamisch energiecontract. De prijzen worden bepaald op basis van de verwachtingen vandaag voor levering en productie morgen, de day-ahead market. Wanneer er meer zonne-energie wordt geproduceerd dan verwacht, ontstaat onbalans omdat er te veel op het net wordt gezet. Wanneer die 3 procent gaat optimaliseren op de uurprijs, helpen zij het net wanneer ze hun zonnepanelen uitzetten of hun auto opladen. Maar als er mínder zonne- of windenergie is dan voorspeld, gebeurt het tegenovergestelde. Dan wordt de onbalans alleen maar groter.” Daarnaast zijn er op de zakelijke markt, waar dynamische contracten heel gebruikelijk zijn, ook veel bedrijven die op uurprijs optimaliseren. Dat maakt het probleem dus nog groter. Groene waterstof en batterijen Op termijn moet hier dan ook iets mee gebeuren, aldus Zwang. “Die grote verschillen op de uurprijzen worden alleen maar groter, want het aanbod van groene energie neemt nog steeds flink toe door de aanleg van wind- en zonneparken. Ik verwacht dat deze extremen zullen groeien tot en met het einde van dit decennium. Als hier geen oplossing voor komt, worden de kosten voor de bv Nederland steeds hoger. Uiteindelijk ligt de oplossing naar mijn idee in groene waterstof en veel meer batterijen.” Meer over negatieve energieprijzen: Groene elektriciteitsmarkt moet op de schop om prijzen en schommelingen laag te houdenNieuwe speler op de Nederlandse energiemarkt: dynamisch, duurzaam en gunstig voor het netIn april kreeg je 27 uur lang geld terug als je stroom gebruikte