Joyce de Thouars 31 oktober 2018, 14:00

‘CO2-belasting van € 50 per ton voor Nederlandse bedrijven is economisch te overzien’

De economische gevolgen van CO2-belasting zijn te overzien. Dat is ook het geval als deze verhoging alleen geldt voor Nederlandse bedrijven. Voor een aantal energie-intensieve sectoren zoals de chemische industrie heeft de belasting echter wel grote gevolgen.

Ijmuiden industrie

Dit is de conclusie van een nieuwe studie van De Nederlandsche Bank (DNB). In deze studie worden de gevolgen onderzocht van een hogere belasting op de CO2-uitstoot van bedrijven. Hierbij is rekening gehouden met een belasting op alle uitstoot van broeikasgassen.

Belasting van € 50 per ton CO2-uitstoot

Het blijkt dat een verhoging van de belasting met € 50 per ton CO2-uitstoot geen grote gevolgen heeft voor de economie, ook als dit alleen geldt voor Nederlandse bedrijven. Volgens de berekeningen ligt het bruto binnenlands product na vijf jaar ongeveer 1 procent lager in vergelijking met een situatie zonder extra belasting.

Voor een aantal uitstoot-intensieve sectoren heeft de belasting echter forse gevolgen. De grootste kostenstijging treedt volgende DNB op in de chemische- en basismetaalindustrie, de delfstoffenwinning en de energiesector. Dat leidt tot een lagere afzet en een verzwakte concurrentiepositie op internationaal niveau. Het gevolg kan zijn dat productie zich verplaatst naar bedrijven in landen waar meer CO2 wordt uitgestoten.

Lees ook: CO2-reductie economie vraagt om innovatie en investeringen

Gevolgen CO2-belasting

DNB ziet een oplossing in het verlichten van de negatieve gevolgen in bepaalde bedrijfstakken. Daarvoor kunnen de extra belastinginkomsten worden ingezet. Een mogelijkheid is om het belastinggeld in te zetten om de transitie naar schone technologie financieel te stimuleren. Dit kan bijvoorbeeld via een innovatiefonds voor het ontwikkelen van productietechnologie dat energie-efficiënt is en minder uitstoot genereert.

De voorkeur ligt echter op Europees beleid voor extra CO2-belasting. Het Europese systeem voor emissiehandel kan daarbij als voorbeeld dienen. Om tot overeenstemming op Europees niveau te komen zijn er echter nog veel onderhandelingen nodig, terwijl er juist snel stappen gezet moeten worden om de CO2-uitstoot terug te dringen.

Ambitieus klimaatbeleid

In 2050 moet de uitstoot van broeikasgassen namelijk 95 procent lager zijn dan in 1990. Voor 2030 ligt het streven op een reductie van 49 procent. En onlangs bepaalde het gerechtshof in de Urgenda-zaak dat de Nederlandse staat de uitstoot van broeikasgassen in 2020 met 25 procent beperkt moet worden. Met de laatste prognoses is het echter de vraag of deze reductie wordt behaald.

Het beprijzen van broeikasgassen is volgens DNB een efficiënte manier om CO2-uitstoot terug te dringen. Dit gebeurt nu ook al via de verhandelbare emissierechten en energiebelastingen. Op internationaal niveau betalen Nederlandse bedrijven echter relatief weinig voor hun uitstoot. Landen als Frankrijk, Finland, Ierland en Zwitserland hanteren al verschillende vormen van CO2-belasting naast een systeem van emissierechten.

Lees het rapport

Foto: Adobe Stock

Kolencentrale Engie wordt onderzoeksplaats voor biomassa

In de centrale worden vanaf november hoogwaardige pellets ofwel samengeperste staafjes van biomassa gebruikt. Deze pellets worden gemaakt door organische reststromen met stoom te behandelen. Het resultaat zijn biomassapellets die vergelijkbaar zijn met kolen, maar een hogere energiedichtheid hebben. Qua verbrandingseigenschappen zijn ze bijna gelijk aan die van kolen.De techniek van stoombehandeling is ontwikkeld door het Noorse bedrijf Arbaflame en werd al eerder uitgebreid getest, maar is nog niet toegepast in een kolencentrale met de schaal van die in Rotterdam. De kosten om een kolencentrale om te bouwen naar een centrale die op biomassa gestookt wordt, zijn relatief laag. In een infographic wordt uitgelegd hoe de techniek werkt en hoe deze toegepast kan worden.Bekijk de infographicAndere toepassingenEen deel van de warmte die vrijkomt in de centrale van Engie wordt weer in de installatie van Arbaflame gebruikt, maar kan bijvoorbeeld ook gebruikt worden om een warmtenet van energie te voorzien.  De installatie produceert naast pellets ook hoogwaardige bio-grondstoffen. Die kunnen in een bio-raffinaderij bewerkt worden en daarna toegepast worden in de chemische industrie.“De centrale kan een belangrijke rol spelen in de Rotterdamse haven als flexibele aanvulling op zon en wind energie, maar ook door de levering van duurzame warmte”, stelt Jeroen Schaafsma, manager kolen bij Engie. Een kolencentrale ombouwen naar 100 procent biomassa, is op dit moment nog niet mogelijk. “Een succesvol project kan de opmaat zijn naar levering van grote hoeveelheden duurzame elektriciteit en warmte aan de omgeving”, zegt Schaafsma.Sluiting kolencentraleDe Europese Unie wil de CO2-uitstoot de komende jaren terugdringen; in 2030 moet de uitstoot in Nederland met 49 procent verminderd zijn. Daarnaast heeft het kabinet Rutte in 2017 besloten dat de kolencentrales in Nederland dicht moeten.Het project van Engie, dat samen met het zogenoemde Arbaheat consortium wordt uitgevoerd, kan daarbij helpen door door duurzame en flexibele energiecentrales te creëren, die naast elektriciteit ook warmte leveren. PNO Consultants , ECN part of TNO, Sintef, Vrije Universiteit Brussel, Havenbedrijf Rotterdam en de Universiteit van Bergen zijn ook in het consortium vertegenwoordigd.  Lees ook:Interview CEO Engie: "Duurzaamheid de hype voorbij" Hoeveel biomassa groeit er in Europese bossen? Bron: Engie | Foto: Adobe Stock