Willemijn van Benthem 23 juni 2021, 15:37

De Europese industrielobby strijdt tegen wet om gebruik microplastics te verbieden

Wie zijn handen met zeep en zijn haren met shampoo wast of de vaat wegwerkt met een druppel afwasmiddel, heeft in de meeste gevallen microplastics aan zijn handen kleven. Na lobby van de industrie kan 94% van de plastics ontsnappen aan nieuwe regelgeving, volgens nieuwe wetten van de EU. Duurzaamheidsorganisaties zijn kritisch. “We moeten de gevaarlijkste chemicaliën – inclusief polymeren – verbieden en marktprikkels creëren voor veiligere alternatieven.”

Plastic zand handen strand change inc adobe stock Microplastics kunnen een gevaar zijn voor de volksgezondheid. Toch hoeft het grootste deel niet gecontroleerd te worden | Adobe Stock

De industrie gebruikt polymeren (de technische term voor microplastics) om structuur te geven aan vloeibare substanties, zoals zeep, verfmateriaal en cosmetica. Maar het is een omstreden grondstof. Al in oktober 2020 wees de Europese Commissie op een gebrek aan kennis over de gezondheids- en milieurisico’s. Daarom zouden er vanaf 2022 verplichte tests moeten plaatsvinden. De EU eist basisinformatie over alle chemicaliën die in Europa worden gemaakt of geïmporteerd. Daarnaast zijn veiligheidstests vereist voor alle stoffen met een groter volume. Polymeren zijn de enige uitsluiting, zo laat de website van het Europese Milieubeleid (EEB) weten. 

Plastic is schadelijk voor mens en dier

Wetenschappers toonden al eerder aan dat polymeren werden aangetroffen in placenta’s, hersenen, lever en nieren van dier en mens. De schade die deze kleine deeltjes aanrichten, is onomkeerbaar omdat ze onoplosbaar zijn. Maar de industrie heeft via een lobby ingebracht dat door de grootte van de polymeren deze niet in het menselijk of dierlijk lichaam kunnen belanden. De Europese Commissie heeft nu een wetsontwerp ter bespreking ingediend.

Met het nieuwe wetsontwerp van de Europese Commissie zal straks slechts 6 procent van de schadelijke stoffen in plastic fabricaten binnen de regelgeving vallen, waardoor 94 procent van de polymeren niet onderzocht hoeft te worden, zo waarschuwt het Europese Milieubureau (EEB). Over het gros van de polymeren hoeft de industrie dus geen informatie te verstrekken. 

Gevaarlijke ontwikkeling

Dolores Romano, beleidsmanager chemicaliën bij EEB, vindt dit een gevaarlijke ontwikkeling. “Dat betekent dat we geen basisinformatie meer hebben over de gevaarlijke eigenschappen van de meeste polymeren die in Europa worden gebruikt en die alomtegenwoordig zijn in het milieu. Bedrijven die downstream gebruikers van polymeren zijn, zullen hun klanten, werknemers en consumenten niet kunnen garanderen dat hun producten veilig zijn.” Ze geeft daarbij aan dat het gezondheids- en milieubeleid mens en milieu niet zal beschermen tegen de potentiële risico's van polymeren. “We hebben het over 200.000 chemicaliën, geproduceerd en gebruikt in miljoenen tonnen per jaar.”

Gelijk speeldveld voor gelijke kansen

Wat volgens Romano nodig is, is een krachtig politiek engagement van de Commissie, de lidstaten en het EU-parlement om vervuiling aan te pakken. En, voegt ze toe: “We moeten de gevaarlijkste chemicaliën – inclusief polymeren – verbieden en marktprikkels creëren voor veiligere alternatieven.” Dat betekent dat bedrijven die gevaarlijke stoffen produceren of gebruiken de milieu- en gezondheidskosten van hun activiteiten meerekenen. Het is dan aan die bedrijven om de kosten te dekken die worden gemaakt door handhavingsinstanties om chemicaliën te controleren en te reguleren. Dit zou volgens Romano zorgen voor een gelijk speelveld voor veiligere alternatieven.

Designfout om niet natuurlijk te werken

Sjoerd Trompetter van persoonlijk verzorgingsmerk Naïf noemt het een designfout dat überhaupt op zo’n grote schaal microplastics worden gebrukt voor personal care. “Schandalig en niet nodig. De industrie verschuilt zich achter het scherm dat het niet onomstotelijk bewezen is dat het schadelijk is.” Hij noemt dat een zwaktebod, want het staat vast dat we het ecosysteem aan het vergiftigen zijn. Hij noemt het voorbeeld van de microbeads, die gebruikt werden in bijvoorbeeld tandpasta of scrubcrèmes. “En die zijn heel recent verboden, dat heeft lang geduurd. Het gebruik van polymeren is de volgende stap: dat moet verboden worden want het wordt ontzettend veel gebruikt omdat het makkelijk en goedkoop is.”

Maak de wereld beter, niet slechter

Dat er wetgeving nodig is om dit gebruik te beteugelen, vindt hij gênant. “Het kan toch niet, dat je als bedrijf pas actie onderneemt als de wet het je voorschrijft? Het is een keuze die je zelf kunt maken, alle bedrijven kunnen die verantwoordelijkheid nemen. Het doel voor ons allemaal is toch de wereld beter achter te laten dan we die hebben aangetroffen?” Dat het kan, laat Trompetter zien met zijn merk Naïf dat van enkel natuurlijke materialen wordt gemaakt. Ja, het is duurder, zegt hij. En het kost tijd. Hij wil dan ook niet het onmogelijke eisen voor grote fabrikanten. Of zoals hij zegt: “Ieder bedrijf moet op haar eigen vakgebied proberen de wereld beter te maken, zeker niet slechter.”

Meer weten over microplastics?

Hoe Cono de gehele kaasketen klimaatpositief gaat maken

Cono is een coöperatie van 425 melkveehouders. Na een klimaat neutrale kaasmakerij wil Cono nu ook een klimaatpositieve kaasketen. Want het kan altijd nog een tikje duurzamer. Bovendien is het volgens Grietsje Hoekstra, duurzaamheidsmanager bij Cono, nodig om de boeren weer in een positief daglicht zetten. “Door de kaasketen klimaatpositief te maken, willen we laten zien dat de boer ook een heldenrol kan vervullen in plaats van andersom. Want als je onderdeel van de oplossing mag zijn ga je anders tegen de materie aankijken.”Toen Cono deze ambitie uitsprak, werd het eerst aan de leden voorgelegd. Volgens Hoekstra reageerden ze nuchter. “Het blijven toch mensen met de voeten in de klei hè. Ze snappen de urgentie en zien het ook als kans. Door oplossingen te zoeken voor CO2-reductie creëer je ook handelingsperspectief.” Volgens Nicole van Gorp, verantwoordelijk voor marketing en communicatie bij Cono, is het merendeel blij met de ambitieuze stap. “De lat wordt weer net iets hoger gelegd. Ze zijn oprecht trots om bij te dragen aan een betere aarde, zowel voor de koeien als voor de mens. Dat zit al van oudsher in de genen van de boerencoöperatie, ze willen graag toonaangevend zijn als het gaat om duurzaamheid.”Lees ook: “Cono heeft geen efficiënte fabriek, maar een klimaatneutrale kaasmakerij”Klimaatpositief boerenMaar hoe wordt de boer klimaatpositief? Eerst kijken we waar de emissie zit, legt Hoekstra uit. “Met de juiste reductiemaatregelen reduceren we de emissie zoveel mogelijk. Als dat is gedaan, moet de uitstoot die niet gereduceerd kan worden, gecompenseerd worden.” Plus nog wat extra, want anders is het ‘alleen’ klimaatneutraal.Stappen die boeren kunnen zetten om de uitstoot te verminderen zijn volgens Hoekstra niet altijd moeilijk. Zo kan het geven van minder krachtvoer al helpen, en scheelt het CO2-uitstoot als het voer van zo dichtbij mogelijk wordt gehaald. Ook kijkt Cono naar circulaire technologieën. Er zijn zelfs al installaties die de methaan, een 34 keer sterker broeikasgas dan CO2, uit mest kunnen omzetten in energie, waardoor je groene stroom opwekt. “Uiteindelijk zal het een combinatie worden van dit alles”, licht Jerry Griep, managing director Benelux en Noord-Amerika, toe. “En we hebben hoge verwachtingen van nieuwe technologieën die in de aanloop naar 2030 worden geïntroduceerd.”Verpakken, export en logistiekDe ambitie uitspreken om de hele kaasketen, ‘van bek tot rek’, klimaatpositief te maken, betekent dat ook de verpakker en logistiek mee moeten doen. “Voor het melktransport is er al geïnvesteerd in nieuwe wagens met een lagere CO2 uitstoot.”, zegt Griep. “Voor het zwaar transport is elektrisch rijden nu nog geen optie. Maar we werken met progressieve vervoerders die voorop lopen en de ontwikkelingen in de gaten houden.”‘Beemster cheese’ is wereldwijd bekend, vooral in Amerika zijn ze er dol op. Wordt de uitstoot die bij de export komt kijken ook meegerekend? Griep: “Alles zit erin. Dus ook daar moeten we reduceren door bijvoorbeeld te kijken naar duurzamere scheepvaart. Met onze partner inventariseren we hoe we ook in Amerika stappen kunnen zetten.”Volgens Van Gorp, ook verantwoordelijk voor verpakkingen, is het nog erg lastig om een duurzame verpakking te ontwikkelen waarbij de kwaliteit en smaak van de kaas gewaarborgd blijft. “We kijken met de verpakker naar biologisch-afbreekbare verpakkingen, alleen zitten daar nog wel wat haken en ogen aan, omdat we met verse producten werken.” Paradoxaal genoeg is er meer verpakkingsmateriaal nodig in kleinere huishoudens, want als je alleen bent wil je liever drie plakken kaas in plaats van een groot stuk. Een doorn in het oog van de kaasmaker. “Het meest duurzame is nog altijd om gewoon een blok kaas te kopen, vers van het mes, en daar vanaf te schaven. Want de beste verpakking is geen verpakking”, zegt Van Gorp.CompensatieDe uitstoot wordt zoveel mogelijk lokaal en in de keten zelf gecompenseerd, zegt Hoeksta. Zo kunnen de boeren zelf ook CO2-certificaten uitgeven. Een boer in het veenweidegebied kan door het verhogen van bodemwaterpeil in de veenbodem zorgen voor minder CO2 uitstoot. Want als het veen droog is, dringt zuurstof tot diep in de grond door en breekt organisch materiaal af. Als je het weilandperceel met slootwater nat maakt, voorkom je dat. Hoekstra: “Een boer die dat doet, kan deze klimaatwinst omzetten in CO2-certificaten. Een deel van de certificaten kun je zo al creëren, waardoor je meteen ook een positieve impact hebt op de regio.”Om te laten zien dat Cono de ambitie echt meent, toetst een onafhankelijke, externe partij de jaarlijkse reductie van CO2-uitstoot. En daar wordt transparant over gecommuniceerd. “Niet alleen over de successen, ook over de mislukkingen. Wij willen namelijk een voorbeeld zijn voor de rest, en zorgen dat anderen niet dezelfde fouten maken. Want uiteindelijk zullen we het klimaatprobleem samen moeten oplossen”, zegt Griep. Plantaardige kaas of gekweekte kaasNog duurzamer is om kaas niet meer van melk, maar van andere eiwitten te maken; uit erwten of soja bijvoorbeeld. Of, zoals Jaap Korteweg probeert met zijn nieuwe start-up: kaas maken van melk zonder dat er een koe aan te pas komt. Kweekkaas, in plaats van kweekvlees. Zou dat ook iets voor Cono zijn? “Ik sluit niet uit dat we in de toekomst ook iets met plantaardige kaas gaan doen”, zegt Griep. “Melkveehouders hebben veel land, wellicht kunnen ze daar ook een gewas op kwijt waar we kaas van zouden kunnen maken. Maar tot nu toe is de smaak van onze kaas ongeëvenaard en daar zullen we nooit concessies aan doen.” En het gaat nu eerst, door in te zetten op een klimaatpositieve keten, de melkveehouder perspectief bieden voor de toekomst. Nieuwe hype? Met dit poeder en een beetje water maak je thuis je eigen vegaburger