Teun Schröder
21 september 2020, 10:20

De SDG’s als geraamte van je strategie: ‘als wij het kunnen, kan de rest het ook’

In 2015 riepen de Verenigde Naties de Sustainable Development Goals (SDG’s) in het leven. Deze 17 doelstellingen vormen de leidraad voor de mondiale agenda tot 2030. Hoewel de doelen in eerste instantie voor landen bedoeld waren bieden ze ook handvatten voor het bedrijfsleven. Biotechconcern Corbion ging een stap verder en bouwde er zijn strategie omheen.

Sdg

De kartrekker van dit initiatief is Diana Visser, directeur sustainability bij Corbion. Met haar team zorgde ze ervoor dat drie SDG’s volledig verweven zijn in de meerjarenstrategie van Corbion, Advance 2025. De nieuwe strategie geeft nog meer sturing aan de duurzaamheidsambities die het bedrijf al eerder uitsprak. Zo streeft Corbion naar het gebruik van 100 procent duurzame energie in 2030 en wil het nog dit jaar alleen maar volledig duurzame palmolie inkopen. Bovendien moet de CO2-uitstoot ten opzichte van 2016 in 2030, 33 procent lager zijn per ton product.

Onderbouwde ambities

“En we zijn goed op weg”, vertelt Visser. “Wat energie betreft zitten we al op 58 procent, terwijl de doelstelling voor dit jaar 50 procent is. Verder is 75 procent van onze palmolie al duurzaam en gaan we de 100 dit jaar absoluut halen.” Het doel om de CO2-uitstoot te verminderen is geaccordeerd door het Science Based Target Initiative. Dit betekent dat het in lijn is met de doelen van het Parijsakkoord. “We vinden het belangrijk om onze ambities te onderbouwen, bijvoorbeeld door life cycle assessments te maken. Zo meten we onze impact op mens en milieu. De volgende uitdaging is om ook de sociale impact te meten. Het is lastig, maar met behulp van een nieuwe methodiek kunnen we straks ook die kwantificeren.”

Systematische aanpak

De SDG’s zijn ontwikkeld als leidraad voor de wereldwijde uitdagingen die de komende tien jaar opgelost moeten worden. En volgens Visser spelen bedrijven een cruciale rol bij de realisatie van oplossingen. “Er is heel veel innovatie nodig. We zien dat we met de producten en innovaties van Corbion goed kunnen bijdragen aan de SDG’s. In die zin was het dus eigenlijk heel logisch om deze in onze strategie te verwerken.”

Corbion heeft drie SDG’s bij de strategie betrokken: [SDG 2] Geen honger, [SDG 3] Goede gezondheid en welzijn en [SDG 12] Verantwoorde consumptie en productie. Waarom koos het bewust voor deze drie doelen? Visser: “Voor onze 2025-strategie hebben we het hele productportfolio van Corbion onder de loep genomen. Vervolgens keken we op basis van wetenschappelijke studies welke producten bijdragen aan mens en milieu, bijvoorbeeld op het gebied van voedselveiligheid, gezondheidszorg of verminderde milieubelasting.” En zodra inzichtelijk is welk product aan welke SDG linkt, kun je volgens Visser uitrekenen welk deel van je omzet bijdraagt aan die SDG. “Uit deze methode kwam naar voren dat  al 59 procent onder één of meerdere van de drie gekozen SDG’s valt.”

Mes snijdt aan twee kanten

Corbion heeft niet alleen gekeken naar de positieve bijdrage die hun portfolio levert. Visser nam ook bedrijfsactiviteiten onder de loep die mogelijk een negatieve impact op het klimaat hebben. “Natuurlijk produceert ook Corbion CO2 en afvalstromen”, vertelt Visser. “Maar in plaats van weg te kijken, brengen we deze stromen juist in kaart zodat we weten waar we kunnen verbeteren.” Voor een aantal gebieden had het biotechconcern al doelen gesteld, bijvoorbeeld ten aanzien van CO2-reductie en duurzame energie. “Maar door systematisch naar onze mogelijke negatieve impact te kijken – eigenlijk dezelfde exercitie die we bij de positieve effecten uitvoerden – hebben we onszelf weer nieuwe doelen gesteld. Zo hebben we het tegengaan van ontbossing, wat valt onder SDG 15, nu ook in onze strategie opgenomen.”

Meten, weten, doelen stellen

Visser is ervan overtuigd dat het belichten van de positieve impact minstens zo belangrijk is als het in kaart brengen van je verbeterpunten. “Als iedereen alleen maar inzoomt op de goeie kanten van hun activiteiten, schuilt het gevaar erin dat sommige SDG’s worden vergeten. Daarnaast motiveren wij klanten om hun eigen ecologische afdruk te verminderen. Hiervoor moeten wij uiteraard het goede voorbeeld geven.”

In de toekomst hoopt Visser de strategie nog verder in lijn te brengen met de SDG’s. Nog meer wetenschappelijk onderbouwd en met nog meer meetbare resultaten. “Je kan bijvoorbeeld uitrekenen hoeveel CO2 je als bedrijf vermijdt per product. Of je kunt meten hoeveel voedselverspilling je precies tegengaat en hoeveel voedsel wordt beschermd tegen bederf en ziekteverwekkers. Dat zijn echt de stappen die we in de toekomst door moeten zetten: meten, weten, en daar vervolgens targets op zetten.”

Goed voorbeeld doet volgen

Uiteindelijk wil Visser laten zien dat een organisatie economisch kan groeien, terwijl het tegelijkertijd een positieve impact op mens en milieu maakt, zonder voorbij te gaan aan de punten waarop het bedrijf kan verbeteren. “En ik hoop dat we andere bedrijven hierin mee kunnen nemen”, zegt Visser. “Stel jezelf de vraag waar je de meeste positieve impact maakt en waar negatieve. Als je dit weet, kan je je verder specialiseren.” Verder raadt Visser aan om vooral eens ergens te beginnen en niet alles tegelijk te willen doen. “Je kan wel eindeloos gaan analyseren, maar op een gegeven moment moeten de handen uit de mouwen.”

Volgens Visser is het ook cruciaal dat andere aanhaken; de doelen van Corbion kunnen alleen gerealiseerd worden als klanten en leveranciers zich hier ook voor gaan inzetten. “We zijn een multinational, maar niet per se een groot bedrijf. Toch laten we zien dat een bedrijf van onze grootte wel degelijk veel impact kan maken. En als wij het doen, waarom zou de rest het dan niet kunnen?”

Beeld: Corbion / Adobe Stock

Slim balanceren op het elektriciteitsnet: ‘energie uitwisselen, zodat het licht blijft branden’

DuurzaamBedrijfsleven werd uitgenodigd bij Prodock: de innovatiehub van de Amsterdamse haven. Hier kunnen ambitieuze ondernemers hun producten, processen en proposities ontwikkelen en uitrollen. De industriële werkplaats/kantoorruimte huisvest zo’n 25 veelbelovende bedrijven die innovatie in het havengebied stimuleren. Eén van deze ondernemingen is Shared Energy Platform, of kortweg SEP.Het licht gaat uitPort of Amsterdam loopt eveneens tegen de uitdagingen van de energietransitie aan, ziet ook Robin Schipper, oprichter van SEP. “Je merkt dat de haven continu moderniseert. “Natuurlijk wil je dit als havenbedrijf stimuleren. Maar door elektrificatie en digitalisering lopen we straks tegen de grenzen van de onderstations aan.” Daarom besloot Schipper aan de bel te trekken. “Als we niks doen, zitten we straks aan de max van de capaciteit. Dit heeft nadelige gevolgen voor gevestigde en toekomstige partijen in het hele havengebied. Mensen, pas op: als we zo doorgaan kan het licht nog wel eens uitgaan.”Zon, wind en biomassaIn plaats van wachten op investeringen in het net, kwam Schipper zelf in actie. In het Amsterdamse havengebied wordt lokaal in grote volumes energie verbruikt. Maar het is niet duidelijk hoe vraag en aanbod zich tot elkaar verhouden, en weet men niet wanneer er piekmomenten zijn . “Hier willen we met SEP verandering in brengen. We zijn een open-source platform dat de energievraag  –en het aanbod op elkaar afstemt”, legt Schipper uit. “Zo balanceren we het net per onderstation, om congestie te vermijden.” Daarnaast streeft SEP naar real-time matching van vraag en aanbod van duurzame energie. “Dit betekent: als de zon schijnt, krijg je van daken van de gebouwen in de haven zonne-energie, en als de wind waait, windenergie van Windpark Ruigoord. Is er geen zon of wind? Dan krijg je duurzame energie van Afvalverwerker AEB.”Afstemmen van vraag en aanbodVoor het primaire proces, het leveren van stroom, heeft SEP al markttoegang via Entrnce, een dochter van netbeheerder Alliander. Maar de waarde van het model richt zich voornamelijk op de mogelijkheid voor bedrijven om onderling stroom aan elkaar te leveren. Schipper: “We focussen ons dus eigenlijk op het optimaliseren van de energievoorziening in het havengebied. Door verbruik inzichtelijk te maken kunnen we de productie van energie daar op afstemmen.” Simpel gezegd: bedrijven kunnen apparaten aanzetten als de energieprijs laag is, en vooral uitzetten als de prijs hoog is. Voor de producenten van groene stroom geldt uiteraard precies het omgekeerde. “En door de tussenhandel op de energiemarkt over te slaan besparen we kosten. Zo zijn we in staat groene stroom te leveren voor de prijs van grijs.”Iedereen energieleverancierPeter Molengraaf, voormalig directeur van Alliander en nu aan het roer bij SEP, is ook nauw bij het project betrokken. Als geen ander is hij zich bewust van de grenzen van het elektriciteitsnet. “Door onderling elektriciteit uit te wisselen wordt het net lokaal geoptimaliseerd. Dat is iets wat de groothandel niet doet. In theorie zijn onze klanten de energieleverancier, in de praktijk, en ook voor de wet, is SEP dat”, legt Molengraaf uit.Dit model heeft een paar voordelen. De producent krijgt een hogere prijs voor zijn duurzame stroom, de verbruiker betaalt een lagere prijs dan aan conventionele energiebedrijven en de netbeheerder ziet de belasting op het net verminderen, doordat bedrijven onderling balanceren. “Als de gemeenschap van aangesloten partijen groter wordt, kunnen we energie steeds efficiënter benutten. Zo zorgen we dat er meer stroom door dezelfde kabel kan en de havengemeenschap kan moderniseren en doorgroeien.”Contract met de burenVolgens beide heren leent het Amsterdamse havengebied zich uitstekend voor een onderlinge energie-uitwisseling. Molengraaf: “Er zijn hier natuurlijk allemaal zelfstandige ondernemingen, maar er is ook veel verwantschap. Opslag- en productiebedrijven, toeleveranciers en fabricage; zo’n havengemeenschap kent allerlei economische relaties. Dus dat je dingen samen doet, is helemaal niet zo ongewoon. Schipper: “En Port of Amsterdam kan daarin een heel mooie neutrale rol spelen door deze partijen bij elkaar te brengen.”Schipper merkte dat veel partijen in de haven bezig zijn met dezelfde onderwerpen. “Iedereen is bezig met duurzaamheid, circulariteit en de energietransitie, maar het is moeilijk om hier op eigen houtje mee te beginnen. Wij doen dat op een laagdrempelige manier, met gewoon een energiecontract dat je deelt met je buren. Het kan het begin zijn van veel meer samenwerking op energiegebied. Iets wat cruciaal is in de energietransitie.”Markt transparant makenSEP begon 1 augustus met de operatie. Op het moment zijn er drie klanten op het platform aangesloten: Passenger Terminal Amsterdam, Walstroom voor riviercruiseschepen en het eerder genoemde AEB. Voor deze partijen wordt nu elk uur energie ingekocht en verkocht. “Het systeem werkt”, aldus Molengraaf. “Nu is het de uitdaging om andere bedrijven hiervan te overtuigen en enthousiast te maken over deze propositie.”In de toekomst hoopt Schipper steeds meer te kunnen zeggen over de benutting van de infrastructuur in de haven. “De energiewereld is vooralsnog vrij ondoorzichtig. Je sluit voor een vast bedrag een contract af, maar vaak weet je niet exact waar de energie vandaan komt en op welk moment je het meest verbruikt. Wij willen dat allemaal veel transparanter maken.” Dit bevestigt Molengraaf. “De dynamiek van vraag en aanbod, en hoe eigen bedrijfsprocessen in verbruik variëren wordt nu vaak beheerd bij de inkoopafdeling, of buiten een onderneming. Ons doel is om veel meer top of mind te zitten bij het management. Zij kunnen dan samen met naburige bedrijven het verbruik op elkaar afstemmen zodat de infrastructuur efficiënter benut wordt.” Call-to-action voor ontwikkelaarsSchipper en Molengraaf doen ook nadrukkelijk een oproep aan andere partijen om mee te bouwen aan het open-source platform. “We zijn altijd op zoek naar partners die het verbruik en productie van duurzame stroom kunnen sturen”, zegt Schipper. “Denk aan koel- en vrieshuizen, pompen in bijvoorbeeld warmte- en koudeopslag en batterijen. Van al deze toepassingen zijn meerdere voorbeelden te vinden in de haven. Als al deze partijen op ons platform gaan ontwikkelen, kunnen we samen de markt nog groter maken. SEP is een distributiekanaal voor hen, en zij voor ons.”Beeld: Adobe Stock/Port of Amsterdam