Sebastian Maks
05 december 2024, 16:00

Zelfs áls de Nederlandse industrie levert, schieten duurzaamheidsdoelen tekort

De huidige verduurzamingsplannen van de Nederlandse industrie schieten tekort om de klimaatdoelen te halen. Dat schrijven het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), TNO en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in een nieuw rapport. Zelfs áls industriële bedrijven hun plannen halen, wat volgens de onderzoekers onwaarschijnlijk is, dan nog is de emissiereductie onvoldoende.

Getty Images 1720229628 FNV en Groenlinks-PvdA stellen dat het kabinet moet opschieten met de steun aan staalfabrikant Tata Steel. | Credits: Getty Images

PBL, TNO en RVO legden voor hun onderzoek de verduurzamingsplannen van alle Nederlandse industriële regio’s naast elkaar. Die plannen staan in de zogeheten ‘Cluster Energiestrategieën’ (CES), waarin bedrijven, netbeheerders en regionale overheden de toekomstige energiebehoefte van de industrie uiteenzetten. Er zijn in Nederland vijf grote industriële clusters: Noord-Nederland, het Noordzeekanaalgebied, Rotterdam-Moerdijk, Zeeland-West Brabant en het Limburgse Chemelot. Tot de clusters behoort een brede variëteit aan bedrijven, waaronder metaalproducenten, olie- en gasproducenten, cosmeticabedrijven, kledingfabrikanten en voedingsmiddelenconcerns.

Nederland streeft ernaar om de nationale CO2-uitstoot in 2030 met 55 procent te hebben verminderd (vergeleken met 1990). Om dat te kunnen halen, zo besloot het vorige kabinet-Rutte IV, kan de Nederlandse industrie in het jaar 2030 nog maximaal 29,1 megaton CO2-equivalenten uitstoten. Hiervoor moeten industriële bedrijven tussen 2021 en 2030 een CO2-reductie van 24,5 megaton realiseren.

7 megaton minder

Volgens PBL, TNO en RVO lijkt het er niet op dat de industrie dat gaat halen. Het optellen van alle verduurzamingsplannen uit de CES’en van industriële clusters leidt tot een totale reductie van 19 megaton tot 2030. Dat is 7 megaton minder dan de clusters eerst ambieerden, laten de onderzoekers weten, en bovendien te weinig om het streefdoel te halen. De onderzoekers geven aan dat de tekortkoming vergelijkbaar is met 3 procentpunt van het totale Nederlandse klimaatdoel. Ofwel: de emissiereductie van 55 procent in 2030 zou dan uitkomen op slechts 52 procent.

Daarbij blijkt uit het rapport dat het nog maar de vraag is of industriële bedrijven hun eigen doelen überhaupt wel gaan halen. Zo niet, dan valt de totale reductie nog lager uit. Veel van de plannen (ruim 60 procent) blijken nog in een vroege fase te zitten, waardoor het nog niet duidelijk is of die voor 2030 wel afgerond of succesvol zullen zijn. Ook moet er veel ontbrekende infrastructuur gerealiseerd worden om de plannen een kans te geven. Zo is de industrie voornemens 21 megaton CO2 af te vangen en ondergronds op te slaan voor 2030, maar blijft de geplande afvangcapaciteit steken op (maximaal) 16,5 megaton. Ook moeten elektriciteitsnetten worden verzwaard en een waterstofinfrastructuur worden aangelegd.

Kip-ei-problematiek

Op het gebied van elektriciteitsinfrastructuur signaleren de experts een patstelling tussen netbeheerders en industriële bedrijven. De industrie wil pas investeren in bepaalde projecten als ze verzekerd zijn van een toereikende stroomverbinding, en de netbeheerders willen zich pas committeren aan het uitbouwen van capaciteit als ze zeker weten dat er genoeg vraag zal zijn naar stroom. In het rapport wordt dit omschreven als ‘kip-ei-problematiek’. Om dit op te lossen, zouden netbeheerders duidelijker moeten zijn in het communiceren naar bedrijven welke netverzwaring overduidelijk wel of niet mogelijk zijn. Ook moeten de regels voor netbeheerders versoepeld worden. Momenteel zijn die namelijk verplicht aanvragen voor capaciteitsuitbreiding chronologisch te behandelen. Om de industrie tijdig te kunnen verduurzamen, is dit onwenselijk.

Toch komt in het rapport ook een (marginale) verbetering naar voren. Zo heeft de samenwerking via de industrieclusters ertoe geleid dat de dialoog tussen bedrijven, overheden en netbeheerders meer op gang gekomen is. Dat heeft gezorgd voor een intensievere uitwisseling van kennis en een hogere kwaliteit van de gedeelde informatie. Mede daardoor heeft de Nederlandse industrie duidelijke prioriteiten kunnen stellen om in de komende jaren te vergroenen.

Hulp aan Tata

Gelijktijdig met de verschijning van het rapport, werkt vakbond FNV samen met GroenLinks-PvdA aan een brandbrief aan de overheid. De brief zou in handen zijn van de NOS. FNV en Groenlinks-PvdA stellen dat het kabinet moet opschieten met de steun aan staalfabrikant Tata Steel, omdat die momenteel in zwaar weer verkeert. Dat komt door hoge energiekosten en de sterke concurrentie vanuit China, waar goedkoper staal wordt geproduceerd. Volgens de schrijvers van de brandbrief moet het kabinet opschieten voor er mogelijk tienduizenden banen verloren gaan. Ook zou de staalproducent financiële overheidssteun nodig hebben om te verduurzamen.

“Ik denk dat de overheid nu een stap naar voren moet zetten. We willen dat die CO2-vervuiling naar beneden gaat, we willen die banen behouden, maar we willen ook de mogelijkheid behouden in Nederland om staal te maken”, zegt Kamerlid Joris Thijssen (GroenLinks-PvdA).

Lees ook:

Dankzij zeewier stoten ook grazende vleeskoeien minder methaan uit

Volgens de wetenschappers zorgt zeewier voor minder methaanuitstoot zonder de gezondheid of het gewicht van de koeien te beïnvloeden. Daarmee presenteert zeewier zich opnieuw als geschikt voedingssupplement om de veehouderij te verduurzamen. Onderzoek Het onderzoek vond plaats op een ranch in de Amerikaanse stad Dillon, Montana. Voor de studie verdeelden de onderzoekers 24 runderen (een mix van Angus- en Wagyu-rassen) in twee groepen. De ene groep kreeg tien weken lang het zeewiersupplement, de andere niet. Omdat het om grazende koeien ging, aten ze het supplement vrijwillig. Van de koeien die zeewier aten, daalden de methaanemissies met bijna 40 procent.Wat is methaan? Methaan is een broeikasgas en draagt bij aan de opwarming van de aarde. Van alle methaan die in Nederland wordt geproduceerd, is 70 procent afkomstig uit de veehouderij. Methaan is sterker dan CO2: het houdt 80 tot 100 keer meer warmte vast. Maar in tegenstelling tot CO2, verdwijnt methaan vrij snel uit de atmosfeer. CO2 stapelt zich op, terwijl methaan na verloop van tijd weer verdwijnt.Melkkoeien en koeien op stal Het is niet de eerste keer dat zeewier als methaanremmer wordt ingezet. In een eerdere studie kregen melkkoeien de rode zeewiersoort Asparagopsis armata bijgevoerd. De methaanproductie ging daardoor met de helft omlaag. Een ander onderzoek in de veehouderij liet de methaanuitstoot van de koeien met maar liefst 82 procent dalen. Voeren De meeste onderzoeken naar het verminderen van methaanuitstoot zijn uitgevoerd in gecontroleerde omgevingen, waardoor er zicht is op hetgeen de koeien binnenkrijgen. Dat is anders bij loslopend vee. “Rundervee brengt slechts ongeveer drie maanden door in meststallen en brengt het grootste deel van zijn leven door met grazen op weilanden, waarbij ze methaan produceren”, aldus Ermias Kebreab, hoogleraar aan de afdeling Dierwetenschappen. “Deze methode maakt de weg vrij om een ​​zeewiersupplement gemakkelijk beschikbaar te maken voor grazende dieren”, vervolgt Kebreab. “Ranchers zouden het zeewier zelfs kunnen introduceren via een lik-blok voor hun vee.” Lees ook: Mobiele superboerderij in container helpt Oekraïne aan verse slaOpmerkelijk: in Nederland maken we de gezondste vlees- en zuivelvervangersAnders boeren: zeewier kweken tussen windmolens op de Noordzee