Willemijn van Benthem 14 september 2021, 17:47

Edith Schippers: “Zonder innovatie ben je nergens”

DSM kondigde dinsdag een versnelling van de strategie aan. De multinational gaat zich wereldwijd volledig richten op voeding en gezondheid. In een persoonlijk interview vertelt president Edith Schippers van DSM Nederland aan Change Inc. hoe deze wereldwijde visie ook lokaal wordt geïmplementeerd met de Food Boost Challenge in Limburg, een initiatief om gezonde voeding en een gebalanceerde levensstijl aantrekkelijker te maken voor jongeren. “Verbeter de wereld, begin bij jezelf.”

Edith Schippers bewerkte foto "We moeten niet blijven hangen in allerlei vergezichten, maar boter bij de vis doen”

DSM kondigde vandaag een versnelling van de strategie aan. Jullie willen je honderd procent inzetten voor People, Planet en Profit, door jullie volledig op voeding en gezondheid te richten?

“Nou ja, deze strategische agenda hebben we al een tijdje. Alleen zetten wij die nu door. Wij zijn al voor 85 procent een voedselbedrijf. Voor sommigen is het nieuws, maar voor ons is het een logische stap. Het echte nieuws is dat we ons nu verbinden aan meetbare en controleerbare commitments die we extern laten toetsen. En waar we in ons jaarverslag ook daadwerkelijk verantwoording over afleggen. We moeten niet blijven hangen in allerlei vergezichten, maar boter bij de vis doen.”

Lees hier het nieuwsartikel over de strategische heroriëntatie van de DSM

Jullie gaan over tot actie. Er spreekt een gedrevenheid uit om een stap te zetten in het veranderen van de wereld. CEO Dimitri de Vreeze van DSM was duidelijk persoonlijk gemotiveerd, hij riep persoonlijk op nu impact te maken.

“Als je succesvol wilt zijn met de grote uitdagingen die spelen ten aanzien van de klimaatveranderingen, de emissies en ons voedselsysteem, dan kun je je niet focussen op materialen èn voeding. Je moet zorgen dat je je richt op datgene waar je het krachtigste bent en waarmee je het grootste verschil kunt maken. En voor ons is dat in gezondheid, voeding en bioscience.”

DSM heeft altijd gezegd dat de drie P’s – People Planet & Profit – jullie leidraad zijn. Nu gaan de commitments over People Planet & Livilihood?

“Wij zeggen: doing well, by doing good. Wij zijn een bedrijf gespecialiseerd in voeding en gezondheid en dat kun je dus inzetten ten goede van de wereld, terwijl je gelijktijdig een financieel succesvol bedrijf bent. Dat staat buiten kijf. Maar als je daadwerkelijk het voedselsysteem wilt veranderen in de wereld, zul je van boeren helden moeten maken. Bijna de helft van de 1 miljard boeren wereldwijd leeft in extreme armoede. Als we dat niet oplossen, kunnen we die switch op het wereldvoedselsysteem niet maken. Daarom is dat zo belangrijk voor ons in onze commitments.”

Gaan jullie de profit ook anders inzetten, bijvoorbeeld om boeren te helpen?

“We zijn al partner van boeren in ons programma Africa Improved Food, in Oost-Afrika, zoals Rwanda, Soedan, Ethiopië. We werken met de boeren om hun inkomens duurzaam te verhogen en willen daar in 2030 een grote stap in hebben gemaakt. Dus we zetten met onze commitments in op de Sustainable Development Goals 2, 3 en 12 omdat we daar het meeste in kunnen doen. En tegelijkertijd willen we een financieel succesvol bedrijf zijn. Anders kunnen we het nooit volhouden.”

En hoe doen jullie dat?

“Wij moeten blijven groeien op de onderdelen waar we sterk zijn: organisch, door overnames en door innovatie. Zonder innovatie ben je nergens. Maar je moet wel geld verdienen om daarin te kunnen investeren.”

Gaan jullie de verkoop van jullie materialentak daarvoor inzetten?

“We moeten ons echt focussen op gezondheid, voeding en bioscience. Als we dat niet doen, kunnen wij nooit maximaal succesvol zijn. Aan de andere kant hebben wij een ongelooflijk goed presterende materialentak, ook heel innovatief en inzettend op duurzaamheidsaspecten. Als er een eigenaar is die daar het beste van kan maken, dan is die materialentak daar beter af dan bij een duaal bedrijf met voedsel, waar de synergie natuurlijk zeer beperkt is. En wij kunnen weer succesvoller zijn als wij bedrijven overnemen die meer synergie met ons hebben.”

Wat zeg je op een borrel als iemand je vraagt wat het nieuwe DSM kenmerkt?

“Ik zou nog steeds ons motto noemen: brighter science, brighter living. Het zegt wat wij doen. Wij zijn een science based bedrijf. Innovatie moet ervoor zorgen dat we emissies kunnen verlagen en van onze producten de voedingswaardes kunnen verhogen. Iedereen heeft het IPCC-rapport op de virtuele deurmat gehad, dus iedereen weet wat er moet gebeuren. En wij zijn daar maximaal voor geëquipeerd.”

Op de persconferentie werd goed duidelijk gemaakt dat het tijd is. Heb je goede hoop voor de toekomst?

“Ja, er moet wat gebeuren. Die urgentie voelen we al een hele tijd bij DSM en daar handelen we ook naar. We committeren ons maatschappelijk aan het tegengaan van de klimaatverandering en werken aan de gevolgen die mensen iedere dag merken, omdat er ofwel helemaal geen voedsel is of omdat mensen onvoldoende gezonde voedingsstoffen binnenkrijgen. Die laatste groep is groot: een derde van de wereldbevolking.”

DSM is partner van de Food Boost Challenge, een initiatief waarbij verschillende partners betrokken zijn vanuit het bedrijfsleven, onderwijs en maatschappelijke organisaties om een gezonde levensstijl aantrekkelijker te maken voor jongeren. Vandaag lanceren jullie de Challenge in Limburg?

“Ook in onze eigen thuisbasis willen we het verschil maken. Want ook hier zien we dat mensen niet de juiste voeding krijgen. Er is een kloof ontstaan tussen mensen die heel goed worden gevoed en veel langer en in goede gezondheid leven, en mensen die geen kennis of toegang hebben tot betaalbaar en gezond voedsel.”

De relatief kleine schaal van een lokaal initiatief contrasteert met het wereldnieuws dat jullie brachten als beursgenoteerd bedrijf?

“Verbeter de wereld, begin bij jezelf. Food Boost Challenge is een nationaal programma dat internationale ambities heeft. Het is een programma van een coalitie: Foodvalley, Medical Delta Living Lab en HortiHeroes. Wij zijn daar vanaf het begin al partner van, want we geloven dat we verschil kunnen maken door samen te werken. En hier in deze streek hebben we een goed netwerk, kunnen we partijen bij elkaar brengen, en zit er veel expertise. Overigens zijn het vooral de jongeren die deze challenge gaan doen: zij voeren onderzoek uit en helpen elkaar. We vragen hen ook ideeën, opdat jongeren uiteindelijk wel gaan kiezen voor gezond voedsel en kijken vervolgens met alle partijen of die ideeën kunnen worden uitgevoerd. Wat we van dit programma leren, wordt weer gebruikt in de volgende Food Boost Challenge.”

En de boeren in eigen land, gaat DSM die ook lokaal helpen?

“Als je wilt dat het inkomen en de omstandigheden van boeren verbetert, moet je ook bij je eigen omgeving beginnen. Dat is waarom ik eerder in Trouw het stuk heb geschreven met daarin de oproep: ‘We moeten zorgen dat het verdienmodel van onze boeren anders en beter wordt. Als we willen dat ze duurzamer gaan produceren, dan moet je duurzaamheid goed belonen. Alleen dan kan de boer zijn investeringen terugverdienen en een financieel gezond bedrijf doorgeven aan zijn kinderen.’”

Hoe gaan we dat doen?

“Dat is helemaal niet zo moeilijk, want het huidige verdienmodel is nog van net na de Tweede Wereldoorlog: produceer veel en veilig voedsel voor de wereldmarkt. Maar je kunt ook zeggen, produceer duurzaam. We kunnen alles zo goed meten, per boerderij kun je laten zien wat de uitstoot is. Dus maak een verdienmodel waar een boer meer krijgt als het bedrijf de uitstoot verlaagt. En betaal dan ook niet dun. Je moet ze goed betalen voor de dingen die ze doen.”

Dus daar heeft de overheid dus een rol?

“Ja, daar hebben we allemaal een rol, ook DSM, en de supermarkten. Wij zullen zeker die maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen als de overheid met bredere plannen komt. Maar wat wij nu in dit project Food Boost Challenge zo belangrijk vinden: we doen het met, voor en door jongeren in Nederland. We hebben nog weleens de neiging om prachtige plannen te maken om de leefstijl van jongeren te veranderen, zonder aan die jongeren te vragen, maar waarom kies jij dat? Wat denk jij dat gezond is? Studenten gaan onderzoek doen onder hun peers en het gesprek aan om te zien: wat zijn nou de achterliggende prikkels op het keuzegedrag van de jongeren? Dan gaat de universiteit analyseren om vervolgens met de partners oplossingen te bedenken. Het is een drietrapsraket.”

Jullie hebben ambitieuze doelstellingen, een groot commitment en zijn een internationaal bedrijf. Hoe gaat DSM al die mensen bereiken?

“We kijken altijd hoe we zowel mondiaal als lokaal kunnen bijdragen aan een betere wereld. Dat hebben we ook altijd gedaan, ook toen we nog een chemiebedrijf waren. We vinden dat we altijd die sociaalmaatschappelijke verantwoordelijkheid moeten pakken. Daarnaast zijn we al heel lang bezig met oplossingen, zoals voor emissiereductie en tegen het leegvissen van onze oceanen. Je moet als bedrijf vooruitkijken: hoe blijf je relevant en hoe zorg je dat die dingen die je zelf relevant vindt, ook relevant zijn voor de samenleving?”

Zeg het maar!

“Wij investeren een behoorlijk deel van onze winst weer in innovatie: het streven is om 20 procent van onze omzet uit die innovatieve science based-oplossingen te halen. Dat hanteren we al jaren als bedrijf en dat maakt dat wij steeds oplossingen zoeken voor de knellende problemen die wij vandaag en morgen zien.”

Wat is jouw persoonlijke drive om je elke dag in te zetten voor gezondheid, nu bij DSM?

“Mijn hele werkzame leven houd ik mij al bezig met gezondheid, dus ik zit niet toevallig bij de DSM. Hier zetten we gezondheid van mens, dier en planeet centraal. Het een kan niet zonder het ander. Je kan niet zeggen, we doen goed voor de mens, terwijl je ondertussen grote delen van het oerwoud omhakt. Ik geloof dat we alleen kunnen voortbestaan als we een duurzame samenleving hebben. En daarbij moet je iedereen meenemen, ook de armsten op deze wereld, ver weg en dichtbij.”

En gaan we het redden?

“Natuurlijk gaan we het redden, maar daar moet wel iets voor gebeuren, het gaat niet vanzelf. Maar ik heb er alle vertrouwen, ook als je kijkt naar wat we samen kunnen en welke wetenschappelijke vooruitgang we boeken.”

Hoe kom je als innovatieve duurzame ondernemer aan geld?

Als ondernemer zijn er verschillende manieren om aan geld te komen, van vrienden en familie tot de bank, en van een vermogend individu tot een fonds. In elke fase is er een andere partij het meest voor de hand liggend. Ook komen er steeds meer alternatieve financiers bij. Daarom is het soms moeilijk om door de bomen het bos te zien. Wat zeggen experts hierover? Wat is de beste manier om als innovatieve ondernemers aan geld te komen en hoe heeft de markt zich ontwikkeld? Geld voor innovatieve starters Laura Rooseboom van Startgreen Capital herinnert zich nog goed hoe de markt in 2006 was. Toen richtte zij samen met Coenraad de Vries Startgreen Capital op: specifiek voor de financiering van duurzame bedrijven. De impact investeerder legt de focus zo breed mogelijk. “Het gaat dus niet alleen om de energietransitie, maar ook om sociale veranderingen. Allerlei gebieden moeten meegenomen worden.” De fondsmanager biedt daarom verschillende beleggingsfondsen aan. Zoals het Energiefonds Overijssel, Participatiefonds Duurzame Economie Noord Holland en Borski Fund. Daarnaast is het initiatiefnemer van Oneplanetcrowd, één van de eerste duurzame crowdfunding-platforms van Nederland. Op het platform kunnen particulieren relatief kleine bedragen investeren in, of lenen aan ondernemers.Om risico’s te verkleinen bij investeringen in jonge bedrijven heeft de overheid een speciale regeling ingesteld. Een commissie beoordeelt welke financiers daar gebruik van mogen maken. Rooseboom herinnert zich nog goed hoe de commissie reageerde toen De Vries en zij daar aankwamen met de vraag of zij ook in aanmerking kwamen voor de regeling. “De bedrijven die jullie willen financieren; die zijn er helemaal niet. Anders waren ze wel naar ons toe gekomen”, was de reactie. Rooseboom wist wel beter: in haar vorige baan bij DOEN Participaties van de Postcodeloterij kwam zij aan de lopende band dit soort bedrijven tegen. Haar conclusie: “Er was dus echt sprake van een gemis in de markt.” Inmiddels staat duurzaamheid op het netvlies in de financiële sector, maar voor vernieuwende bedrijven blijft het soms lastig om aan geld te komen. Innovatief vastgoedbedrijf RE:BORN weet daar alles van. “Er is geen enkele partij volledig zoals wij.” Raouf Jarmo steekt bijna direct van wal als hij de telefoon opneemt. Hij is verantwoordelijk voor de financiële en financieringsvraagstukken binnen het vastgoedbedrijf RE:BORN. Hit and run-ontwikkelaars “99 van de 100 ontwikkelaars zijn hit and run-ontwikkelaars. Daar gaat het eigenlijk ook mis in de vastgoedwereld. Zij willen zo laag mogelijke kosten maken voor planontwikkeling, en het object voor een zo hoog mogelijke prijs verkopen. Dus het gaat eigenlijk over winstmaximalisatie.” RE:BORN hanteert een andere visie, stelt Jarmo. “Als wij een product maken, dan moeten wij de verantwoordelijkheid over dat product dragen voor de komende vijftien tot twintig jaar. En misschien wel in de oneindigheid. Om voorgaande reden blijven wij altijd (deels) eigenaar van het vastgoedproduct en staat de kwaliteit van het vastgoedproduct centraal.”De vastgoedontwikkelaar wilde geld ophalen om een verouderd kantoorpand te kopen en dat te her-ontwikkelen. “We wilden dat gebouw dusdanig aanpakken dat het aan alle functies voldoet. Dat men erin kan wonen, er zorg in kan worden verleend, dat het een maatschappelijk doel kent, dat er onderwijs in kan worden gegeven en dat mensen er tijdelijk in kunnen verblijven.” Kortom, een dynamisch gebouw dat van functie kan veranderen naar de wensen en behoeften van de samenleving in de loop der tijd. Het project met de naam Walden leverde veel enthousiaste reacties op, maar… “Je moet zo’n object natuurlijk wel kunnen aankopen. We hebben het wel over een initiële aankoopkosten van circa 4 miljoen euro en uiteindelijk bijna 15 miljoen euro aan totale kosten. Dan loop je tegen de financiële kaders op. Zo'n oud gebouw dat alleen niet voldoet aan de hedendaagse milieu-eisen zoals een energielabel A t/m C; er is geen bank die dat wil financieren.” De rol van de bank Hein Brekelmans van ABN AMRO legt uit dat het heel logisch is dat een bank twee keer nadenkt voordat het in een innovatief bedrijf investeert. De bank beheert immers het spaargeld van mensen, daar moeten ze voorzichtig mee omgaan. De toezichthouder let daarom extra goed op. “Er zijn mensen die zeggen: ‘Jullie zijn toch zo duurzaam, dan moet je ook wat meer risico nemen’, maar dan wordt vrijwel nooit de link gelegd met het feit dat wij spaargeld koppelen aan financieringen.”“Tegelijkertijd moeten we er als bank ook voor zorgen dat we die nieuwe bedrijfsmodellen en transities op een juiste manier ondersteunen”, vervolgt Brekelmans. ABN AMRO merkte dat het voor relatiemanagers makkelijker was om een supermarkt te financieren dan een innovatieve start-up. “Supermarkten hebben we natuurlijk al heel veel gefinancierd, terwijl bij innovatieve start-ups heel veel nieuwe dingen komen kijken.” Daarom riep de bank in 2016 de Sustainable Finance Desk in het leven, waar Brekelmans verantwoordelijk voor is. De Sustainable Finance Desk helpt relatiemanagers bij de financiering van duurzamere bedrijven en onderzoekt manieren om nieuwe bedrijfsmodellen te financieren. Net als veel andere Nederlandse banken heeft ABN AMRO een groenbank voor (jonge) bedrijven die al betalende klanten hebben en voldoen aan de groen regeling van de Nederlandse overheid. “Dan kun je nog een stukje korting geven.” Tegelijkertijd voldoen veel bedrijven met een circulair businessmodel daar niet aan. Daarvoor heeft de bank ‘de sustainable envelope’. Een klein potje geld waarmee de bank iets meer risico neemt om kennis op te doen over nieuwe verdienmodellen. De bank financiert en kijkt vervolgens mee met het bedrijf om te leren over het verdienmodel. Alternatieve financieringsvormen Ondanks dat de bank verschillende nieuwe financieringsvormen aanbiedt, blijkt uit onderzoek van Stichting MKB Financiering dat inmiddels 22 procent van de MKB-ondernemingen voor non-bancaire financiering kiest. Eén van de redenen die Ronald Kleverlaan van Stichting MKB Financiering daarvoor ziet is de financiële crisis. Sinds die tijd mogen banken minder risico’s nemen. Ook merkt hij dat er steeds meer alternatieve financieringsvormen komen voor ondernemers. “Die markt groeit hard.” Hij schat dat er inmiddels wel tweehonderd partijen zijn die financiële diensten aanbieden voor ondernemers. Het wordt ook steeds gebruikelijker om alternatieve financiering aan te boren. “Vijf of tien jaar geleden werd crowdfunding nog als heel erg exotisch gezien, maar nu wordt het steeds normaler om een deel of de complete financiering vanuit crowdfunding te krijgen.”Omdat er zoveel meer alternatieve financiers zijn, is het belangrijk om het kaf van het koren te scheiden, benadrukt Kleverlaan. Daarom biedt zijn stichting een keurmerk aan. “Op dit moment zijn er zeventien partijen in Nederland die geaccrediteerd zijn en dus dit keurmerk hebben. Dat geeft een hele duidelijke schifting van de tweehonderd aanbieders die er zijn en geeft een beeld van welke aanbieders kwalitatief betere en passendere financiering bieden. Dit keurmerk wordt door de overheid steeds meer als een vereiste gesteld om gebruik te maken van overheidsregelingen.” Een goed idee, en dan? Verschillende financiers passeerden al de revue, maar waar kun je nou het beste starten als je een goed idee hebt en een onderneming wil starten? De bank lijkt dan niet de juiste plek. “Dat zien wij als een heel hoog risico, want het is nog maar een idee. Er zijn nog geen klanten en het product is misschien nog niet afgerond dus dat is in principe iets wat niet in aanmerking komt voor bankfinanciering. En ook niet in aanmerking zou mogen komen”, vindt Brekelmans. Ook de bedrijven die bij de fondsen van Startgreen Capital voor financiering aankloppen zijn vaak al verder ontwikkeld. “Het zijn meestal mensen die niet alleen een idee hebben, maar ook al een prototype. Het is heel uiteenlopend: van mensen die hun eerste fabriek opzetten om hun product op grotere schaal te bewijzen tot fietsenfabrikant Van Moof die zijn product echt wil opschalen.” Waar kunnen ondernemers met een goed idee dan terecht? “Vaak beginnen ze bij familie en vrienden”, zegt Rooseboom van Startgreen Capital. Ook een zogenoemde ‘angel investor’ kan uitkomst bieden. Vaak is dit een ex-ondernemer die zijn of haar bedrijf heeft verkocht en die een gedeelte van zijn of haar geld actief investeert in veelbelovend bedrijven. De investeerder als reddende engel Er zijn verschillende platformen waar ondernemers deze investeerder kunnen vinden. Business Angels Netwerken Nederland vertegenwoordigt de belangrijkste daarvan. Ook de Informal Investment Club van ABN AMRO is een optie. “Daarin zitten een aantal klanten, vaak oud-ondernemers, die in een bepaalde sector actief waren, daar veel geld in verdiend hebben en het nu mooi vinden om beginnende bedrijven te helpen met hun kennis van de sector. Bijvoorbeeld een oud-ondernemer uit de retailsector, die een start-up in die sector helpt. Hij of zij wordt dan aandeelhouder en gaat zich actief en op een positieve manier bemoeien met dat bedrijf.” RE:BORN kwam in eerste instantie ook bij dit soort investeerders terecht. Jarmo: “We noemen dat onze RE:BORN-fans. Met hulp van een groepje West-Friese ondernemers hebben we het gebouw kunnen aankopen.” Van fans naar fondsen In de volgende fase kunnen ondernemers geld krijgen via fondsen die vroege-fase-investeringen doen. Dit soort fondsen kunnen gebruikmaken van de zogenoemde ‘seed’-regeling van de overheid (waar Rooseboom dus ook in 2006 gebruik van heeft gemaakt). Daarbij geeft de overheid een renteloze lening aan een investeringsfonds. Vervolgens moeten minstens drie onafhankelijke aandeelhouders minimaal hetzelfde bedrag inleggen. Op die manier vullen private geldschieters en de overheid het fonds gezamenlijk en worden de risico’s lager voor de fondsen. “Op de website van RVO kun je kijken welk fonds waarin gespecialiseerd is”, weet Rooseboom. Naast deze regeling biedt de overheid ook extra steun binnen de Borgstelling MKB-kredieten voor ondernemers die te weinig onderpand (gebouwen of machines) hebben om geld te lenen. Ook daar is het nu mogelijk om met alternatieve financiers te werken. “Ik denk dat dat vooral versneld is door de coronacrisis. Dat de overheid dacht: We moeten meer geld bij het MKB krijgen”, zegt Rooseboom. Terug naar de bank In de fase erna, als een bedrijf grotere bedragen nodig heeft, is het handig om naar de bank te gaan. “Een bedrijf dat 20 miljoen euro aan leningen nodig heeft, zal nog steeds bij een bank aankloppen”, verwacht Kleverlaan van Stichting MKB Financiering. Hij geeft ook aan dat het beeld dat hij eerder schetste het verhaal wat vertekent. Er zijn veel meer alternatieve financiers, maar als je naar het geld-volume kijkt, geven banken veel meer geld in een keer uit. “De gemiddelde transacties bij een bank zijn gewoon veel hoger.”Laura Rooseboom hanteert met StartGreen Capital een brede focus: “Het gaat dus niet alleen om de energietransitie, maar ook om sociale veranderingen. Allerlei gebieden moeten meegenomen worden.”Concurreren alternatieve financiers met banken? Op sommige vlakken wel, zegt Rooseboom. “Banken kunnen hele lage rentes bieden als de onderneming bij ze past.” Dat maakt bankfinanciering voor bedrijven die ervoor in aanmerking komen wellicht goedkoper dan alternatieve financiers. Tegelijkertijd kunnen banken en alternatieve financiers elkaar versterken. Dat is hoe RE:BORN de volgende fase van het project Walden uiteindelijk financierde. “Naarmate de tijd vordert vind je een huurder, een bouwer, en ziet de gemeente je plan zitten, dan nemen de risico’s af.” Kortom; dan wordt het makkelijker om financiering te regelen. Alternatieve financier en bank samen In de bouwfase kwam RE:BORN in contact met Oneplanetcrowd. “Wij geloven in crowdfunding, omdat wij vinden dat het gebouw van iedereen mag zijn”, zegt Jarmo. Uiteindelijk werd het een duo-investering met Rabobank. Op die manier kon de vastgoedontwikkelaar de investerende particulieren een rente van 6 procent geven. Jarmo noemt het een unieke crowdfundingsactie. Het bedrijf haalde 9 miljoen euro op bij Rabobank en 3,8 miljoen bij ‘de crowd’. “Op zo’n grote schaal is dat eigenlijk nog nooit gebeurd in Nederland.” Als er weer geld nodig is, zou hij weer de crowd willen betrekken. “Het ideale doel is dat we 100 miljoen ophalen bij de crowd. Maar alleen stap voor stap kun je ergens komen. Dit is nu fantastisch goed gegaan en we gaan met Oneplanetcrowd, maar ook met andere partijen, kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat we dit nog breder toegankelijk kunnen maken.” De beste tijd voor duurzame starters? Is het in vergelijking met vijftien jaar geleden makkelijker voor innovatieve ondernemers om een bedrijf op te starten? Rooseboom: “Voor echte starters blijft het lastig om aan geld te komen. Het is de moeilijkste categorie, omdat investeerders altijd liever in iets oudere bedrijven willen investeren, bedrijven die al een bewezen marktconcept hebben. Dus voor starters blijft het moeilijk, maar ik denk wel dat de markt nu over het algemeen heel goed is als je investeringen wil ophalen.”