Sebastian Maks
27 februari 2025, 15:00

Europese Clean Deal moet industrie uit het slop trekken: ‘Strategische autonomie kán samengaan met verduurzaming’

De Europese Commissie heeft zijn Clean Industrial Deal gepresenteerd. Het pakket aan maatregelen dat grote industriële bedrijven moet beschermen én verduurzamen. “Als de industrie verdwijnt, moet je als continent steeds meer gaan leunen op het aanbieden van services. Dat is onverstandig.”

Getty Images 2201460562 De Clean Industrial Deal werd op dinsdag toegelicht door Eurocommissaris Wopke Hoekstra (Klimaat). | Credits: Getty Images

Hoe kan de wereld er binnen een paar jaar ineens zó anders uitzien? Die vraag zal de afgelopen tijd vast door het hoofd geschoten zijn van politici die zich in 2019 bezighielden met de creatie van de European Green Deal, het grote klimaatpakket van de EU. Het momentum voor klimaatactie leek eind vorig decennium groot, de coronapandemie was nog niet in beeld en aardgas haalden we nog gewoon uit Rusland. Maar om met John Lennon te spreken: life is what happens to you when you’re busy making other plans.

De Europese politieke arena heeft inmiddels namelijk een ruk naar rechts gemaakt, waardoor de steun voor vergaand klimaatbeleid aan het afkalven is. Ook is de EU door de Russische inval in Oekraïne minder gas uit Rusland gaan importeren, met hoge energieprijzen tot gevolg. De Europese industrie betaalt daarom meer voor zijn energie dan bedrijven in bijvoorbeeld de Verenigde Staten en China. En laat dat nu ook net de landen zijn die het Europese bondgenootschap voorbij benen als het gaat om goedkope en innovatieve (groene) technologie.

Draghi-rapport

Tijd voor een ommezwaai, concludeerde de nieuwe Europese Commissie onder leiding van Ursula von der Leyen. Die heeft geluisterd naar de adviezen van Mario Draghi, oud-premier van Italië en oud-voorzitter van de Europese Centrale Bank. Draghi stelde in een inmiddels royaal geciteerd rapport dat het essentieel is om het innovatiegat met de VS te dichten, de afhankelijkheid van China af te bouwen als het gaat om grondstoffen en digitale technologie, en Europese bedrijven de ruimte te geven om te concurreren met andere continenten.

Daarom presenteerde de Europese Commissie gisteren de Clean Industrial Deal, een pakket aan maatregelen bedoeld om de Europese industrie tegelijkertijd te verduurzamen en competitiever te maken. Waar industriële bedrijven eerst gezien werden als grootverbruikers die je tot CO2-reductie moet dwingen, lijkt de EU ze nu meer te willen gaan koesteren.

Voorop staat dat de doelen uit de Green Deal gewoon overeind blijven. Dat wil zeggen: fit for 55 in 2030 (55 procent minder CO2-uitstoot) en klimaatneutraliteit in 2050. Maar de EU wil bedrijven in energie-intensieve industrieën – waaronder staal, cement en chemie – gaan bijstaan in het behalen van die doelen. Zo moet de prijs van energie drastisch omlaag, en vraagt de EU van haar lidstaten dat ze de belasting voor energie-intensieve industrieën verminderen. Ook moet de staatssteun voor bijvoorbeeld wind- en zonneparken omhoog en moeten vergunningsprocedures verkort worden, zodat het aantrekkelijker is om duurzame projecten op te zetten en de industrie sneller af kan stappen van fossiele brandstoffen. De Europese Investeringsbank (EIB) kan gaan helpen bij het afsluiten van zogeheten ‘power purchasing agreements’ (PPA’s), waarbij klanten afspreken gedurende een vastgestelde periode stroom af te nemen van een producent.

Met name het drukken van de energieprijs is belangrijk, benadrukt hoogleraar duurzame energievoorziening Gert Jan Kramer van de Universiteit Utrecht. Al helemaal voor Nederland, waar de energieprijs de afgelopen tijd hoger is geweest dan in omringende landen. “Om onze industrie te behouden en die een eerlijke kans te geven in de wereld, is het cruciaal dat de energiekosten voor de industrie naar beneden gaan. Dat signaal moet duidelijk gehoord worden door de Nederlandse overheid, anders dreigt de industrie namelijk te verdwijnen.”

Groene technologieën

Ook vindt de EU dat er een influx moet komen van groene technologieën geproduceerd op eigen bodem. Om dat te bereiken, wil de Commissie onder meer een ‘decarbonisatiebank’ oprichten, met als doel om 100 miljard euro beschikbaar te stellen voor duurzame innovatie. Met die innovatie kan de industrie verder vergroenen, is de gedachte, terwijl de concurrentiekracht van Europa verbetert.

Strategische autonomie

Over het algemeen wordt de Clean Industrial Deal goed ontvangen, met name door de Europese industrie zelf. Maar ook bijvoorbeeld de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) is blij met het voorstel. ‘Vraagcreatie naar duurzamer geproduceerde producten is cruciaal omdat het een voorspelbare vraag voor producenten schept en het opschalen van innovaties aanmoedigt’, schrijft
de vereniging op zijn website.

“Het gevoel dat het slecht gaat met de industrie in Europa wordt breed gedeeld”, aldus Kramer. “We leven in een tijdsgewricht waarin de wereld uiteen aan het vallen is in verschillende blokken. Daarom voelt de EU zich genoodzaakt alert te zijn op haar zelfvoorziendendheid. Daar hoort een brede industrie bij. Als de industrie verdwijnt, moet je als continent steeds meer gaan leunen op het aanbieden van services. Dat lijkt mij onverstandig.”

Wel of niet goed voor het klimaat?

Toch klinkt er ook kritiek op het voorstel. De deal zou te abstract zijn en weinig concreet uitgewerkte voorstellen bevatten. Ook zijn critici bang dat het verbeteren van de concurrentiepositie betekent dat energie-intensieve industrieën te weinig worden aangezet tot verduurzaming. Al helemaal nu de Commissie gelijktijdig heeft aangegeven de klimaatrapportageverplichting voor bedrijven (CSRD) en de anti-wegkijkwet (CSDDD) te gaan versoepelen, door middel van de zogeheten ‘omnibuswetten’.

Kramer is van mening dat abstractie nu eenmaal bij dit soort EU-aankondigingen hoort. Hij geeft aan dat de Europese Commissie de grote lijnen uitzet, en dat het uiteindelijk aan de individuele lidstaten is om die te vertalen naar nationaal beleid. En wat betreft de klimaatimpact is hij helder: de geopolitieke ontwikkelingen geven momenteel weinig reden tot optimisme. “De herverkiezing van Trump en de conflicten die nu gaande zijn in de wereld zijn gewoon hartstikke slecht voor het klimaat, punt. Daar is niets verzachtends over te zeggen.”

Wel is hij van mening dat strategische autonomie gelijk op kan trekken met de verduurzaming van industriële grootverbruikers. Daarbij is het volgens de hoogleraar van belang om de lokale industrie dichtbij te houden. “We streven allemaal naar een schonere industrie, maar géén industrie is geen bijdrage aan verduurzaming. Vanuit mijn perspectief als duurzaamheidshoogleraar vind ik dat je industriële bedrijven binnen je eigen regio moet houden, zodat je er controle en invloed op kunt uitoefenen.” Laat je ze naar buiten de EU verhuizen, zo meent Kramer, dan is het noch een oplossing voor de concurrentiepositie, noch voor het klimaatprobleem.

Lees ook:

Changemaker Boele de Jonge (Vivera): ‘Kies de weinig-moeite-veel-impact-optie’

Vivera was voorheen een slagersbedrijf, klopt dat? “Strikt genomen was Vivera geen slagersbedrijf maar dochter van het vleesbedrijf ENKCO. Naast vlees werd in 1990, eigenlijk als experiment, gestart met het maken van vegetarische producten. We hebben dus al drie decennia ervaring met veel recepten. Nederland is koploper in de verkoop van vleesvervangers en we eten veel vleesvervangers ten opzichte van andere landen. Ons vroegere AGV-patroon, van aardappels, groenten en vlees, draagt daaraan bij.” Inmiddels is Vivera overgenomen door het grootste vleesbedrijf ter wereld. Hoe leg je dat uit aan de consument? “Het is fantastisch dat een bedrijf als JBS investeert in de transitie. JBS heeft ons overgenomen omdat zij een totaal leverancier willen zijn van proteïne. Zij beseffen dat als je alle mensen op de wereld in de toekomst wilt voeden, plantaardige proteïnen een belangrijke rol zullen spelen. Het omzetten van plantaardige eiwitten naar plantaardige burgers is een stuk efficiënter dan dat je die laat omzetten door dieren in dierlijke eiwitten. Voor 1 kilo rundvlees moet een koe 7 kilo soja eten, terwijl wij die 7 kilo soja ook direct kunnen omzetten in 14 kilo tofu. JBS heeft groei, innovatie en vele verbetering mogelijk gemaakt. We zijn heel blij met de samenwerking.” Wat zijn die verbeteringen? “Ze hebben geïnvesteerd in de uitbouw van onze productielocatie in Holten en in nieuwe productielijnen om innovaties naar de markt te kunnen brengen. Ook kunnen wij gebruik maken van het internationale netwerk dat JBS heeft. Zij doen wereldwijd zaken met veel grote internationale bedrijven, waar wij nu toegang toe hebben.” Wat is jullie laatste innovatie? “De nieuwe tofu range. Tofu is een veelzijdig en gezond product dat je in veel gerechten kan gebruiken. Met onze nieuwe range maken we het nog toegankelijker.” Waar schaar je jezelf eigenlijk onder? Vegetariër, pescotarier, veganist? “Ik ben een flexitariër, net als de meeste van onze consumenten.” Vivera groeide snel. Toch is de markt voor vleesvervangers weerbarstig. Waar staan jullie nu? “In de jaren 2017-2021 groeiden we met ongeveer 20 tot 25 procent per jaar. Dat is ongekend voor een voedselproducent. Denk je eens in: om meer te kunnen maken zijn meer machines nodig, gebouwen om ze in te zetten, mensen om ze te bedienen, systemen om alles te registreren, processen om dit te managen. En natuurlijk veel geld om dat allemaal te betalen. Begonnen als nichemarkt is er een enorme ontwikkeling op gang gekomen. De groei is nu wel afgevlakt, vooral sinds de kostencrisis, de toename van grondstof- en energieprijzen. We zien dat de gemiddelde consument nu beter op de uitgaven moet letten. Ook de verkoop van vlees is met zeven procent sterk gedaald. Maar transities gaan nooit lineair, kijk maar naar mobiele telefoons of internet. We hebben in vleesvervangers eerder krimp gezien, gevolgd door enorme groei.” Vleesvervangers zijn ook niet goedkoop? “Vivera is voorstander van True Pricing: als je alle milieukosten meetelt, is plantaardig echt veel goedkoper. Intussen werken we hard aan de betaalbaarheid van onze producten. En met succes: doordat we alles zelf produceren, zijn we het gunstigst geprijsde merk onder de vleesvervangers en marktleider.” De link tussen soja en ontbossing is al snel gelegd. Hoe duurzaam maakt dat jullie? “We onderzoeken altijd nieuwe grondstoffen, maar soja is een prachtig en efficiënt gewas. Als iedereen overgaat van vlees naar plantaardig, heeft de wereld nog maar 10 procent van de huidige sojaproductie nodig, want de rest gaat naar diervoeding. Wij halen geen soja uit Zuid-Amerika om zeker te zijn dat er voor onze producten geen ontbossing plaatsvindt. We gebruiken al veel Europese soja en we kijken naar de mogelijkheid om soja van Nederlandse bodem te kunnen verwerken. Vivera wil graag helpen in de transitie van onze landbouw naar meer plantaardige teelt in plaats van intensieve veehouderij.” Wat voor Changemaker ben jij? “Ik word gedreven door een hang naar avontuur, zuiverheid en wil om organisaties gezonder te maken. Ik heb vooral in het bedrijfsleven gewerkt, maar me ook ingezet voor een NGO die honger de wereld uit wil helpen. Bezig zijn met voeding, met iets zinnigs als de eiwittransitie, geeft veel voldoening.” Waar wil je met Vivera naartoe groeien? “We worden een leidend plantaardig bedrijf in Europa met een positieve impact op de wereld.” Wat geef je jonge duurzame ondernemers mee? “Word een optimistische realist! Wees optimistisch over wat jij en de rest van de wereld wil en kan bereiken. Als je goed zoekt, is er meer mogelijk dan je denkt. En trouwens ook al meer gedaan dan je denkt. Prijs anderen om wat ze goed doen, liever dan ze te bekritiseren om wat je denkt dat beter kan. Wees een realist als je kiest wat je aanpakt: zoek en kijk kritisch naar goede data. Dat vind ik voor mijn werk heel belangrijk. Vergelijk meerdere bronnen. Kies de weinig-moeite-veel-impact optie. Het klinkt simpel maar minder vlees eten heeft al veel impact.” Meer Changemakers:Changemaker Chantal van Schaik (Holland Houtland): ‘Met biobased bouwen is enorme winst te behalen’Changemaker Maikel van Wissen (Advocates for the Future): ‘Je moet je kop niet in het zand steken’Changemaker Rutger van Raalten (CarbonX): ‘We kunnen lokaal leveren tegen vergelijkbare prijzen als grafiet uit China