André Oerlemans
30 september 2022, 09:15

Foamplant maakt als eerste ter wereld 100 procent afbreekbaar schuim

Het Groningse Foamplant maakt als eerste en enige bedrijf ter wereld schuim dat volledig biologisch afbreekbaar en recyclebaar is. Volgens CEO Martin Tietema is dit het materiaal van de toekomst. Een oplossing voor plastic schuim dat nu voor gigantische afvalbergen zorgt en een alternatief voor de fossiele grondstoffen in de chemie, die op termijn moeten verdwijnen.

MARTIN AUGUSTUS 2 1 CEO Martin Tietema van Foamplant | Credits: Foamplant

“We zetten alles op alles om duurzaam schuim te maken, te recyclen en er weer nieuw schuim van te maken. En dat eindeloos te herhalen,” zegt CEO Martin Tietema van Foamplant.

Schuim voor comfort

Foamplant
levert zijn groene schuim al een paar jaar aan de tuinbouw, waar het als duurzaam teeltsubstraat wordt gebruikt. Vanaf volgend jaar gaat de start-up zijn product ook leveren aan de meubel-, matrassen-, verpakkings- en andere industrieën. “Onze technologie kan gebruikt worden in meubels en banken, bedden en matrassen, maar ook in auto-, bus- of vliegtuigstoelen. Voor alles wat met comfort te maken heeft is het gewoon een goed, circulair alternatief”, zegt Tietema.

Geen alternatieven

Net als plastic is veel schuim gemaakt van polymeren, moleculen die zich eindeloos herhalen. Daardoor is het materiaal zo sterk en kan het in de natuur niet worden afgebroken. Plastic schuim zit bijna overal in; in kleren, schoenen, meubels of matrassen. Er zijn momenteel nog weinig duurzame alternatieven voor. Bovendien zorgt de productie van kunststof voor veel CO2-uitstoot. Foamplant wil daar verandering in brengen en schuim maken met een CO2-neutrale voetafdruk.

Eyeopener

Tijdens zijn studie moleculaire biologie aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) ontdekte Tietema dat je plastic en schuim ook kan maken van biopolymeren. Dat zijn natuurlijke grondstoffen die worden gewonnen uit biomassa, zoals maïs, suikerriet of suikerwater, of uit reststromen zoals bermgras of glucose uit aardappelschillen. Dat schuim is na gebruik makkelijk te recyclen en zo niet, dan wordt het in de natuur weer volledig afgebroken. “Dat was voor mij een eyeopener en een trigger”, vertelt hij.

Helft plasticafval is schuim

Tegelijkertijd schrok hij van de enorme milieuproblemen die plastic veroorzaakt. “Het meeste schuim in de wereld wordt van plastic gemaakt. Qua gewicht is 10 procent van al het plasticafval schuim. Qua volume is dat de helft, dat we terugzien in de plastic soep, op de stranden of op de afvalbergen en in de verbrandingsovens. Dat volume is gigantisch. Daarom willen wij producten schuim van biopolymeren op de markt brengen. Wij geloven dat dit de toekomst is. We willen alle schuim recyclen en alle extra materialen die we nodig hebben maken van plantaardig materiaal of reststromen”, zegt Tietema.

Lees hier meer over de recycling van plastic

Begonnen in garage

Vanuit die filosofie begon hij in 2017 Foamplant. Met een klein team in een garage van 30 vierkante meter. Daar werd de eerste technologie toegepast om van biopolymeren 100 procent afbreekbaar schuim te maken. “Testen op de universiteit hadden al uitgewezen dat het kon. We hadden allemaal de overtuiging dat we dit konden opschalen en er een massaproduct van konden maken”, aldus Tietema. In 2019 werd het eerste groene schuim geproduceerd en nu huist het bedrijf in een loods van 5.000 vierkante meter in Groningen. Het heeft inmiddels 38 mensen in dienst. Tietema: “Ons hele team is gedreven om een wereld zonder afval te creëren. De chemie vraagt zich steeds af: kan dat wel, kunststof maken zonder olie of afval? Wij doen dat gewoon en laten zien dat het kan.”

De tuinbouw gebruikt duurzaam Growfoam, onder meer in de groente en fruitteelt in kassen en in de verticale landbouw | Credit: Foamplant

Goedkoper en veiliger

In de tuinbouw heet het duurzame schuim Growfoam. Dat wordt onder meer in de groente en fruitteelt in kassen en in de verticale landbouw gebruikt om planten op te laten groeien, als vervanger van de conventionele substraten. Dit alternatief is niet alleen groener, het bespaart ook kosten en is schoner en veiliger omdat er geen microplastics of andere vervuilers achterblijven. In de bodem is het volledig biologisch afbreekbaar door schimmels en bacteriën en lost het in een paar weken tijd op tot CO2 en water. Growfoam werd in 2019 gelanceerd. Nu is het bedrijf zover met de technologie dat het zijn duurzame schuim ook in andere materialen kan gebruiken. Bijvoorbeeld in matrassen van Auping. Dan heet het Moorefoam.

Lees hier meer over verticale landbouw

Betalen voor recycling

Foamplant koopt zijn biopolymeren van bedrijven die ze van biomassa en reststromen maken. Het bedrijf maakt er vervolgens hoogwaardig schuim van. Al het schuim wordt weer gerecycled. Foamplant heeft afspraken met zijn klanten en inzamelbedrijven gemaakt dat al het schuim terugkomt. Daar betaalt het ook voor. Het schuim is talloze malen te gebruiken. “Wij maken van oud schuim weer nieuw schuim, zonder er iets van te verspillen. Wat niet terugkomt is geheel biologisch afbreekbaar. Wij geloven dat dit de toekomst is”, zegt Tietema. “Wij zijn het eerste bedrijf ter wereld dat in staat is 100 procent afbreekbaar schuim te maken op basis van circulaire materialen.”

Kijk hier naar de uitleg van Martin Tietema:

Jaarevent Groene Chemie met gamechangers

Het platform Groene Chemie, Nieuwe Economie (GCNE) wil de duurzame transitie in de maakchemie versnellen. Het doel is een groene chemie met innovatieve technologieën, zonder fossiele brandstoffen en zonder CO2-uitstoot. In 2025 wil het platform al grote hoeveelheden ruwe olie kunnen vervangen door gerecyclede en biobased grondstoffen en op grote schaal groene elektriciteit gebruiken voor chemische processen. Daarvoor zijn nieuwe, innovatieve en baanbrekende technologieën nodig. Rond het jaarevent
op 11 oktober, van 14.00 tot 17.00 uur bij de Kas in Woerden, interviewt Change Inc. diverse voorlopers, ‘gamechangers’ die deze doelen dichterbij brengen.

Lees hier meer over het vergroenen van de chemische industrie

Martin Tietema in een bak vol duurzaam en afbreekbaar schuim | Credit: Foamplant

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

Zo ziet Nederland er in 2040 uit als het aan jongeren ligt

In de Jonge Klimaatagenda 3.0 presenteert de Jonge Klimaatbeweging hoe de maatschappij er in 2040 uit zou moeten zien, als het aan de jongeren ligt. Zeventig organisaties die samen één miljoen jongeren vertegenwoordigen, bespreken aan de hand van zeven thema’s hoe we in 2040 duurzaam kunnen leven: economie, energie & industrie, biodiversiteit & natuur, onderwijs, voeding, wonen en mobiliteit. ‘Wat vandaag onmogelijk lijkt, kan juist de stap zijn die nodig is. Daarom hebben we onze visie niet geschreven vanuit de beperkingen van nu, maar vanuit de mogelijkheden van 2040’, schrijven de jongeren. Hierbij een kijkje in de toekomst: 1 Geld verdienen niet het hoogste doel In de nieuwe economie is geld verdienen niet het hoogste doel, maar een middel voor het creëren van sociale en ecologische waarde. ‘We leven in 2040 in een wereld waar de economie ingericht is om binnen de grenzen van de planeet te blijven en iedereen de kans te geven om gelukkig te zijn’, staat er in de Jonge Klimaatagenda. Daarom draait de economie minder om consumeren, maar gaan we bewuster met onze spullen om door te repareren, delen, lenen en hergebruiken. Als we een (hergebruikt) product kopen, betalen we daarvoor de echte, eerlijke prijs. Dat betekent dat ook de sociale en milieukosten erin zijn meegenomen. Spullen zijn vaak lokaal geproduceerd waardoor er minder transport nodig is. De economie in 2040 in drie woorden: transparant, lokaal en circulair. O ja, we werken in de toekomst ook minder als het aan de jongere generatie ligt. ‘In 2040 leven we niet meer alleen om te werken, maar staat ons welzijn voorop. Het werk dat we doen is betekenisvol en nuttig, met positieve impact.’Hoe komen we er? De economie is in 2040 circulair. Daar heeft de overheid een belangrijke rol bij gespeeld door onder andere de belasting op arbeid te verlagen en de belasting op grondstoffen te verhogen.2 Een Europees elektriciteitsnet en een groene industrie In 2040 hebben we een Europees elektriciteitsnet, een slim energiesysteem en lokale energiegemeenschappen waarbij groepen burgers eigenaar zijn van windmolens en zonnedaken. We gebruiken geen fossiele brandstoffen meer. Daardoor stoten we geen CO2 meer uit. Onze energie komt vooral uit zon en wind, maar dit wordt – alleen als het echt nodig is - aangevuld met kernenergie en duurzame biomassa. Ook negatieve emissie-technologieën zijn in omloop. De Nederlandse industrie stoot in 2040 natuurlijk geen broeikasgassen meer uit, maar zal nog wel investeren in carbon capture and storage (CCS) om haar vroegere uitstoot nog uit de lucht te halen. Doordat de tijden van overconsumptie en overproductie voorbij zijn, ziet de industrie er anders uit. Zo produceren we geen kunstmest meer, omdat alle landbouw biologisch en regeneratief is en gebruiken veel minder staal, omdat we in de bouw alleen nog met hernieuwbare materialen werken. Het staal dat we nog gebruiken is duurzaam geproduceerd en wordt door de staalindustrie oneindig hergebruikt. Er zijn ook nieuwe industrieën ontstaan, die bijvoorbeeld producten en grondstoffen repareren en recyclen of duurzame materialen produceren. 3 Geen scheiding meer tussen stad en natuur In 2040 is er geen scheiding meer tussen stad en natuur. Iedereen is binnen maximaal 10 minuten in een park, bos, buurttuin of natuurgebied. We leven in een natuur-inclusieve samenleving waarin beleidsmakers én de burgers bij elke keuze die ze maken rekening houden met de natuur. En als ze dat vergeten, krijgen ze dat mogelijk in de rechtszaal te horen, want de Maas, de Noordzee en de Biesbosch worden in de wet als rechtspersoon gezien. 4 Klimaatonderwijs en omscholing voor iedereen In 2040 leren we vanaf jonge leeftijd over de natuur, de uitputbaarheid van de aarde en hoe we hiermee om moeten gaan. Jongeren leren hoe ze de natuur en samenleving in balans houden door middel van interdisciplinaire lessen en project-gestuurd onderwijs. Maar mensen stoppen niet met leren na hun opleiding. Op latere leeftijd zijn er voldoende omscholingsmogelijkheden tot beroepen die een positieve bijdragen leveren aan de samenleving. 5 Samenwonen in energiepositieve woningen op het water In 2040 delen we zoveel mogelijk ruimte: van woonruimte tot groen in de buurt en werkplekken. Daardoor heeft iedereen een woning. Gemeenschappelijke woonvormen zijn populair, zeker in (oude) boerderijwoningen buiten de stad. Binnen de stad is compacter en hoger gebouwd. Steden zijn ingericht volgens het principe van de 15-minuten-stad. Dat betekent dat alle dagelijkse benodigdheden voor iedereen binnen 15 minuten te bereiken zijn. Het gaat niet alleen om supermarkten en scholen, maar ook om culturele instanties. De woningen zijn energiepositief doordat zonnecellen efficiënter zijn geworden. Via gevels, dakpannen en ramen wordt energie opgewekt. Daarnaast gebruiken we alleen nog duurzame warmte, want aardgas is verleden tijd. We maken vooral gebruik van elektrische warmtepompen. Op plekken waar dat niet mogelijk is, zoals in oude binnensteden, maken we gebruik van warmtenetten of zetten we groen gas of waterstof in. De nieuwe woningen zijn allemaal modulair, circulair en gebouwd met natuurlijke materialen. Deze woningen bouwen we met en op het water om rekening te houden met een stijgende zeespiegel. 6 Vooral lokale, seizoensgebonden en plantaardige producten In 2040 eten we vooral lokale, seizoensgebonden en plantaardige producten. Dat betekent dat we minder dierlijke eiwitten zoals vlees, vis en zuivel eten. We stemmen de vraag naar en het aanbod van voedsel beter op elkaar af waardoor we bijna geen verpakkingsafval hebben en geen onnodige producten verbouwen. Daardoor verspillen we minder. Boeren werken met regeneratieve landbouwmethoden, zorgen voor een gezonde bodem en helpen met natuurbeheer. Zij houden minder vee dan vroeger. Dit zorgt voor minder stikstof en methaanuitstoot. Ook eten we veel minder en andere soorten vissen, omdat de oceanen moesten herstellen van overbevissing. 7 Niet op de snelste, maar beste weg van A naar B In 2040 denken we anders over reizen: We focussen niet meer op de snelste, maar op de beste weg van A naar B. Dit geldt niet alleen voor onszelf, maar ook voor onze spullen. We vervoeren minder goederen minder ver, omdat we deze voornamelijk lokaal produceren. De leefomgeving is compact gebouwd, waardoor steden autovrij kunnen zijn. In plaats van de (deel)auto pakken we vooral de fiets of reizen we via een sterk openbaar vervoersnetwerk. Via Mobility as a Service (MaaS) worden alle verschillende openbaar vervoersmogelijkheden als één reis aangeboden. Buiten de steden speelt het Bus Rapid Transit systeem daarbij een grote rol. Deze snelbussen rijden hun (flexibele) routes over vrije busbanen en verbinden zo dorpen en stedelijke buitenwijken met elkaar.Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.