De Europese Commissie heeft woensdag een wetsvoorstel naar buiten gebracht dat strategische industrieën in de EU moet ondersteunen en verduurzamen: de Industrial Accelerator Act (IAA).
De IAA moet sectoren met een zeer hoge CO2-uitstoot helpen om over te schakelen op CO2-arme productieprocessen. Ook mikt de Commissie op een versterking van schone-energietechnologie van eigen bodem en komt er steun voor de Europese auto-industrie. Doel is om de Europese maakindustrie te versterken, bedrijven te laten groeien en banen te creëren, terwijl ondernemingen werk maken van de duurzame transitie.
Europese industrie moet goed worden voor 20 procent van de economie
De maakindustrie was in 2024 goed voor 14,3 procent van de Europese economie. Doel van de IAA is om dat aandeel op te schroeven naar 20 procent in 2035. De wet richt zich daarbij op een aantal specifieke sectoren, die samen ongeveer 15 procent van de Europese industrie uitmaken.
Gekozen is voor industrieën die volgens de Commissie van bovengemiddeld strategisch belang zijn: energie-intensieve sectoren (staal, cement, aluminium), schone-energietechnologie en de auto-industrie.
Verplichting voor publieke inkoop: CO2-arme producten en Made in EU
De IAA introduceert gerichte eisen voor aanbestedingen, inkoop en steunregelingen waar de publieke sector bij betrokken is. Het gaat dan om CO2-arme producten en/of producten die grotendeels lokaal zijn geproduceerd (Made in EU). De Commissie heeft staal uitgezonderd van Made in EU-vereisten. Wel komen er eisen voor de publieke inkoop van CO₂-arm staal, voor zover dat wordt gebruikt in de auto-industrie en de bouw.
Voor cement en aluminium gaat een gecombineerd eisenpakket gelden: zowel Made in EU als CO₂-arm bij gebruik in de auto-industrie en de bouw. Ook voor enkele schone-energietechnologieën gaan Made in EU-eisen gelden bij aanbestedingsprocedures en subsidies. Dit betreft batterijen, energieopslagsystemen (BESS), zonnepanelen, warmtepompen, windtechnologie, elektrolysers voor de productie van waterstof en nucleaire technologie. Verder komen er Made in EU-bepalingen voor elektrische voertuigen en onderdelen van EV’s.
Specifieke richtlijnen, bijvoorbeeld over het inkoopaandeel van groen staal of het aandeel van Made in EU bij de publieke aanschaf van zonnepanelen, verschillen per sector.
Zo mikt het wetsvoorstel voor publieke inkoop op een aandeel van 25 procent voor groen staal in de auto-industrie en de bouw in 2030. Voor het gebruik van CO2-arm cement noemt de Europese Commissie een doel van 5 procent voor de bouw. Voor Co2-arm aluminium gaat het om een aandeel van 25 procent in de bouw en auto-industrie.
Voorwaarden aan grote buitenlandse investeringen
De IAA heeft ook gevolgen voor handelspartners van de EU en directe buitenlandse investeringen; discussie daarover zorgde dat het wetsvoorstel later kwam dan gepland. Landen die Europese bedrijven via handelsakkoorden toegang geven tot hun markten, worden bij overheidsopdrachten en publieke steunregelingen op dezelfde manier behandeld als Europese aanbieders. Hun producten tellen dan mee als ‘Europees’.
Tegelijkertijd stelt de IAA duidelijke voorwaarden aan grote buitenlandse investeringen in strategische sectoren. Bij investeringen van meer dan 100 miljoen euro vanuit een niet-EU-land dat meer dan 40 procent van de wereldwijde productiecapaciteit controleert, gelden specifieke vereisten. Zo moeten de investeringen hoogwaardige banen in de EU creëren, innovatie en groei stimuleren, en echte meerwaarde genereren voor Europa via technologie- en kennisoverdracht.
Deze vereisten lijken vooral gericht op China, dat bijvoorbeeld goed is voor zo’n 80 procent van de mondiale productie van zonnecellen en -panelen.
Industrial Accelerator Act: economische waarde en klimaatwinst
De Europese Commissie stelt dat de IAA met het stimuleren van CO2-arme productie in de staal-, aluminium- en cementsector tegen 2030 meer dan 600 miljoen euro aan extra toegevoegde waarde kan genereren. Voor de automotivesector gaat het naar schatting om ruim 10 miljard euro aan extra economische waarde.
Ook het werkgelegenheidseffect wordt positief ingeschat. Voor batterijprojecten levert de IAA naar verwachting 85.000 extra banen in de EU op, bij de productie van zonnepanelen gaat het om 58.000 banen. Daarnaast worden bestaande banen in de staal-, aluminium- en cementindustrie beschermd tijdens de overgang naar schonere productieprocessen.
En, niet onbelangrijk: invoering van de wet leidt volgens de Commissie tot extra CO2-reductie. Voor staal, cement, aluminium, batterijen en auto-onderdelen gaat het om ruim 30 miljoen ton CO2. Dat komt onder meer door stroomlijning van vergunningsprocedures, waardoor decarbonisatieprojecten sneller kunnen worden uitgevoerd.
Milieuorganisaties: duurzame ambities industriewet schieten tekort
De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) vindt dat de Industrial Accelerator Act een stap in de goede richting is, maar de wet had ambitieuzer gekund. Zo is het belangrijk dat de eisen voor CO2-arme producten zo gedefinieerd worden dat ‘dit Europa ook echt dichter bij de verduurzaming van onze economie en industrie brengt en Europa laat draaien op duurzame energie. Het risico van alleen Made in Europe is dat dit de snelheid van de energietransitie in de weg kan staan, doordat de prijs van bewezen duurzame technieken hoger wordt.’
Ook non-profitorganisatie Natuur & Milieu vindt dat de IAA krachtiger had gemogen. ‘Het moet vooral ‘made green in Europe’ zijn, want alleen met schone productie heeft de Europese industrie nog toekomst’, zegt programmaleider Industrie Michèlle Prins in een persverklaring.
Lees ook:
- Dit Nederlandse bedrijf wil vanuit Delfzijl meebouwen aan een duurzame industrie voor zonnepanelen, batterijen en chips
- Hoe houdt Nederland zijn basischemie groen, circulair én winstgevend? Overheid en bedrijven moeten samen aan de bak
- We hebben meer huizen nodig, maar die hoeven we niet allemaal te bouwen – liever niet, zelfs




