Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 13 maart 2013, 12:05

Innovatief materiaal verhoogt efficiëntie straalmotoren 25%

Dankzij innovatief materiaal kunnen straalmotoren van vliegtuigen beter bediend worden. Dit kan leiden tot 25 procent brandstofefficiëntie.

5109323713 0a6b60f347 b e1363176339970

In de jaren zeventig kwamen ingenieurs erachter dat de lucht die door de kern van een straalmotor circuleert grote invloed heeft op de specificaties van de motor. Zo zorgt meer lucht voor een hogere snelheid, maar weinig lucht juist voor een hoge brandstofefficiëntie. Lucht koelt de motor namelijk af, waardoor deze niet oververhit raak. Dit zorgt wel voor minder vermogen.

Een nieuw ontwerp van General Electrics (GE) Aviation en de U.S. Air Force Research Laboratory stelt vliegtuigen nu beter in staat de luchtcirculatie in de motor te controleren. De oorzaak van dit alles is een nieuw lichtgewicht en hittebestendig materiaal: ceramic matrix composites (CMC’s). Daarmee wordt het beste van twee werelden mogelijk.

Revolutionair materiaal

Het ontwerp met de naam ADVENT (ADaptive Versatile ENgine Technology) zorgt ervoor dat gevechtsvliegtuigen kunnen schakelen in de luchttoevoer in hun motor. Wanneer ze in gevechtssituaties snelheid nodig hebben verhogen ze de luchtcirculatie, wanneer ze moe maar voldaan ten huize keren schakelen ze de efficiëntere modus in.

Tijdens de efficiënte modus wordt er 25 procent minder brandstof verbruikt, neemt het vliegbereik met 30 procent toe en is de straalmotor 10 procent betrouwbaarder. Ook ideaal voor passagiersvliegtuigen, beseft GE Aviation.

Volgens de ingenieurs gaan CMC’s een grote rol spelen in de ontwikkeling van betere en zuinigere straalmotoren. Door CMC’s kan in de kern van de straalmotor een temperatuur van 1300? Celsius bereikt worden, zonder dat de motor oververhit raakt. Op dit moment is alleen het ADVENT-design nog ontwikkeld, maar de toepassing is op termijn ook geschikt voor passagiersvliegtuigen.

Bron: Clean Technica

Foto: Paul Bugbee via Flickr.com

‘Tweede generatie biobrandstoffen concurrerend in 2016’

Uit een recent onderzoek van Bloomberg New Energy Finance (BNEF) onder elf belangrijke ontwikkelaars van tweede generatie biobrandstoffen blijkt dat het in 2016 zo ver kan zijn. De ontwikkelaars verwachten dat de kosten van tweede generatie biobrandstoffen dan dusdanig gedaald zullen zijn dat ze kunnen concurreren met eerste generatie bio-ethanol en fossiele brandstoffen. Dit komt door kostendalingen van benodigde enzymen en fermentatieprocessen. Tussen 2008 en 2012 zijn de kosten van de enzymen bijvoorbeeld al met 72 procent gedaald. De onderzoekers zijn wel voorzichtig met conclusies. ‘Deze industrie heeft een beetje een geschiedenis van grote beloften en tegenvallende resultaten,’ aldus Harry Boyle, een analist van biobrandstoffen bij BNEF. ‘Maar als de verwachtingen uit komen, zullen tweede generatie biobrandstoffen in vanaf 2016 een flinke intocht maken in de brandstoffenmarkt.’ Voedselindustrie Tweede generatie biobrandstoffen worden gemaakt uit oneetbare plantendelen zoals hout, stro en voedselafval. Ze concurreren dus niet met de voedselindustrie, in tegenstelling tot eerste generatie biobrandstoffen die worden gewonnen uit voedselproducten zoals maïs. Concurrentie met de voedselindustrie en daaraan gekoppelde ontbossing is een van de belangrijkste nadelen van biobrandstoffen. De ontwikkeling van tweede generatie brandstoffen is daarom belangrijk voor de toekomst van biobrandstoffen. Enzymen Bij tweede generatie biobrandstoffen wordt de energie gewonnen uit cellulose. Cellulose is een groot en complex molecuul en laat zich minder makkelijk omzetten in brandstof dan de suikers, zetmeel, oliën en vetten in voedselgewassen. Bij de productie van tweede generatie biobrandstoffen wordt de cellulose eerst met behulp van enzymen omgezet in suikers. In de maag van grazers vindt een soortgelijk proces plaats voor het verteren van voedsel. Nadat de cellulose is omgezet in suikers kan er brandstof van worden gemaakt. Bron: Businessgreen Foto: Cerfon via Flickr.com