Jeroen de Boer
21 juli 2026, 14:29

Kansen voor verduurzaming Nederlandse industrie, maar Brussel maakt het niet simpeler

De Nederlandse industrie heeft goede mogelijkheden om de netto CO2-emissies de komende vijftien jaar drastisch te verlagen. Maar Brusselse hervormingsplannen voor het CO2-emissiehandelssysteem zorgen voor meer complexiteit bij duurzame investeringskeuzes. Een analyse.

co2-reductie eu ets verduurzaming industrie Nederland | Credits: Getty Images

De Nederlandse industrie worstelt met verduurzaming, maar heeft wel een aantal haalbare opties, zoals het gebruik van waterstof uit aardgas in combinatie met grootschalige afvang en opslag van CO2. Consultant PwC stelde afgelopen week in een rapport dat er kosteneffectieve manieren zijn om de netto CO2-uitstoot van Nederlandse industrie naar vrijwel nul te brengen in 2040.

Dat rapport verscheen net voordat de Europese Commissie plannen naar buiten bracht om het emissiesysteem voor CO2 te hervormen – met als belangrijke uitkomst dat de industrie binnen het ETS (Emissions Trading System) van de EU ruimte krijgt om de CO2-uitstoot pas ná 2040 naar netto nul te brengen. Daardoor wordt minder duidelijk hoe aantrekkelijk het blijft om te investeren in CO2-arme productieprocessen.

Brussel claimt dat de klimaatdoelen van de EU – met een uitstootreductie van 85 procent in 2040 ten opzichte van 1990 – haalbaar blijven, onder meer met de introductie van een nog niet uitgewerkte doelstelling om de elektrificatie van het energieverbruik fors te verhogen. Daarnaast komen er aparte potjes die de industrie moeten overhalen om te investeren in CO2-arme productieprocessen.

Efficiënte opties voor CO2-reductie

Bij de verduurzaming van industriële processen in Nederland speelt waterstof een cruciale rol. Momenteel maakt de industrie grootschalig gebruik van waterstof uit aardgas. Het chemische proces om waterstof te winnen uit aardgas zorgt wel voor veel CO2-uitstoot en daarom wordt gesproken over ‘grijze’ waterstof.

Het duurzaamst is overschakelen op groene waterstof, maar dat is nog relatief duur. Het rapport van PwC stelt daarom dat de meest kosteneffectieve route voorlopig bij blauwe waterstof ligt. Je benut dan waterstof uit aardgas, maar vangt daarbij CO2 af en slaat die op onder de Noordzee. Dat levert een CO2-neutraal proces op.

Hoe belangrijk blauwe waterstof kan worden, blijkt uit onderstaande grafiek uit het PwC-rapport.  De oranje balk helemaal links vertegenwoordigt de totale opgave van 44 miljoen ton CO2-reductie voor raffinaderijen, de basischemie, kunstmest, staal, industriële gassen, voeding, afval, glas, papier en keramische productie. De andere balken geven het aandeel van verschillende reductieopties weer, waarbij blauwe waterstof (blauwe balk) goed is voor liefst 41 procent van het totaal.

CO2-afvang en -opslag (CCS) kan nog extra reductie opleveren voor industriële processen waar waterstof geen rol speelt. In totaal is CCS dan goed voor 21 miljoen ton aan CO2-reductie, bijna de helft van het totaal.

Porthos en Aramis, twee grote projecten voor CO2-opslag onder de Noordzee waar nu aan gewerkt wordt, bieden volgens de schattingen van PwC samen een opslagcapaciteit van 7,5 miljoen ton CO2 per jaar tegen 2030, met een groei naar 25 miljoen ton per jaar in 2035.

Rol Europese CO2-prijs bij verduurzaming industrie

Het afvangen en opslaan van CO2 brengt voor bedrijven extra kosten mee. Dat maakt blauwe waterstof net wat duurder dan grijze waterstof. Bij de keuze om extra kosten te maken speelt de Europese CO2-prijs een belangrijke rol voor grote industriële bedrijven.

Industriële bedrijven die onder het ETS vallen, moeten jaarlijks emissierechten inleveren bij de Nederlandse Emissieautoriteit in overeenstemming met hun CO2-uitstoot. Een deel van de rechten krijgen ze gratis, de rest moeten ze kopen op de emissiemarkt.

De hoogte van de CO2-prijs op de handelsmarkt is dan relevant: hoe hoger de prijs van emissierechten (momenteel ongeveer 80 euro per ton CO2), des te aantrekkelijker het wordt om te investeren en verduurzaming via CO2-reductie. Immers: minder uitstoot betekent dan dat je minder (dure) emissierechten hoeft bij te kopen.

Zwakkere financiële prikkel om te vergroenen

In het rapport van PwC is de ontwikkeling van de Europese CO2-prijs één van de variabelen die meeweegt bij het kostenplaatje van verduurzaming van de Nederlandse industrie. Aangenomen wordt dat de Europese CO2-prijs naar 126 euro per ton stijgt in 2030 en daarna verder oploopt. Maar het effect van de Europese hervormingsplannen voor het ETS is daarin nog niet meegenomen.

Afgelopen vrijdag werd duidelijk dat die plannen onder meer een vertraging van de afbouw van de uitgifte van nieuwe emissierechten behelzen. Simpel gezegd: het totale aanbod van emissierechten wordt in de periode tot 2040 hoger. Dat kan tot gevolg hebben dat de marktprijs van CO2 lager blijft dan tot nog toe werd aangenomen.

Voor bedrijven is dat direct relevant voor de afweging om te investeren in verduurzaming (bijvoorbeeld door te kiezen voor blauwe waterstof), dan wel het afkopen van CO2-uitstoot via emissierechten. Zolang emissierechten relatief goedkoop blijven en ruim beschikbaar zijn, kan het financieel aantrekkelijker zijn om op de markt rechten te kopen in plaats van te investeren in emissiereductie.

De Europese Commissie denkt dat risico te kunnen ondervangen door onder meer speciale potjes te maken voor gratis emissierechten (ETS Investment Booster, Industrial Decarbonisation Bank). Die krijgen bedrijven alleen in ruil voor gerichte investeringen in decarbonisatie. Maar het is nog onduidelijk of dit soort initiatieven echt verschil gaat maken.

Kosten elektriciteit moeten omlaag

Zowel voor het tempo van verduurzaming als voor de internationale concurrentiepositie van de industrie vormen de kosten van CO2-uitstoot maar een deel van het verhaal. Twee andere dingen zijn van groot belang: de kosten van elektriciteit en de vraag naar duurzame industriële producten (groen staal, CO2-arm cement, duurzame plastics, enzovoorts).

De Europese industrie kampt met relatief hoge stroomkosten vergeleken met onder meer China en de VS. Om fiscale redenen geldt dat voor de Nederlandse industrie in het bijzonder.

Dit heeft mede te maken met de rol van aardgas als prijsbepaler op de stroommarkt en de toegenomen afhankelijkheid van de EU van geïmporteerd (vloeibaar) aardgas uit onder meer de VS. In de grafiek hieronder zijn de gemiddelde prijzen van stroom op de groothandelsmarkt te zien. Europese prijzen zijn ruim het dubbele van die in de VS en liggen ook ruim de helft hoger dan in China.

Als bedrijven verder willen verduurzamen, gaat elektriciteit een steeds grotere rol spelen. Dan gaat het niet alleen om direct elektriciteitsverbruik, maar ook om de vervanging van aardgas door elektriciteit als energiebron om warmte te genereren (onder meer via e-boilers en warmtepompen).

Om stroom echt goedkoper te maken in Europa moet wel aan een reeks knoppen worden gedraaid: forse investeringen de opwek van stroom van windparken op zee en zonnepanelen, plus investeringen in netuitbreiding en batterijopslag om netcongestie aan te pakken. Want alleen dan kunnen de relatief lage operationele kosten van elektriciteit uit zon en wind ten volle worden benut.

In theorie zou een dergelijk pakket onderdeel kunnen zijn van de nieuwe Brusselse ambitie om het aandeel van stroom in het eindverbruik van energie te verhogen naar 46 procent in 2040. Maar dan moeten er op dat vlak wel gerichte investeringen komen die de industrie ondersteunen.

In het Electrification Action Plan werd vrijdag een aantal doelen geformuleerd (lagere elektriciteitsprijzen, meer warmtepompen, extra batterijopslag), maar die zijn nog slechts beperkt onderbouwd door financieringsplannen van de EU of van lidstaten zelf. Belangrijk punt daarbij is dat de uitvoering voor een groot deel afhankelijk is van nationaal fiscaal beleid waar de EU niet direct over gaat.

Stimulans voor vraag naar groene industriële producten

Waar lagere prijzen van (groene) stroom bedrijven kunnen helpen om groene keuzes aan de kostenkant aantrekkelijker te maken, liggen er ook kansen aan de vraagzijde. Zolang groen staal en duurzame plastics duurder zijn omdat vervuilendere alternatieven te laag worden belast, kan de overheid dat compenseren door inkoop van duurzamere alternatieven te verplichten.

Concrete plannen hiervoor zijn eerder dit jaar geformuleerd in de Europese Industrial Accelerator Act. Bij overheidsaanbestedingen in de bouw en de auto-industrie moeten verplichtingen komen voor het gebruik van CO2-arm staal, cement en aluminium. Dit geldt echter nog niet voor chemieproducten, terwijl juist de chemiesector behoefte heeft aan meer zekerheid over de afzet van bijvoorbeeld duurzamer plastic. Hier wordt alleen op het niveau van eindproducten met vooralsnog vrijblijvende Europese ecolabels gewerkt.

De perspectieven voor verduurzaming van de industrie zijn dus behoorlijk dubbel. Brussel lijkt de stok van het emissiehandelssysteem voor CO2 te willen inruilen voor een aantal optionele worteltjes. Minder harde druk om CO2-emisses te reduceren, meer bureaucratische complexiteit met aparte potjes om te verduurzamen. Plus een vooralsnog zachte belofte om grootschalig te elektrificeren.

Lees ook:

Niet bouwen is het meest duurzaam, toch krijgt Rotterdam een gigantisch 'duurzaam wereldwonder'

'Het duurzaamste wat we kunnen doen is niet bouwen.' Dat is één van de conclusies van Carbon Confessions, de reizende tentoonstelling van MVRDV. Daarin concludeert het architectenbureau onder meer dat een gebouw met veel bomen erop er weliswaar groen uitziet, maar dat niet opgaat als je naar de CO2-uitstoot kijkt. Voor sommige gebouwen geldt zelfs dat één boom op een balkon gelijkstaat aan het verwijderen van 250 bomen uit bossen.Toch ontwierp MVRDV een behoorlijk begroeid gebouw voor de internationale ontwerpwedstrijd van Shift Embassy. Het ontwerp, met de naam 'Rotterdam ROCKS!', bestaat uit een vijftal enorme rotsen waar bezoekers doorheen en overheen kunnen lopen.Het leverde hen de winst op; in 2032 moet het gebouw opengaan aan de Maas, in de nog te bouwen wijk Waterkant in Rotterdam-Zuid.[caption id="attachment_183085" align="aligncenter" width="900"] 'Rotterdam ROCKS!' bestaat uit een vijftal enorme rotsen waar bezoekers doorheen en overheen kunnen lopen. | Credits: MVRDV[/caption] 'Biotopia' Tegenstrijdig? Nee, zegt Winy Maas, architect en medeoprichter van MVRDV. De bouw van het 60 meter hoge gebouw mag − ondanks gebruik van hergebruikt staal, CO2-arm beton en biobased materialen − dan gepaard gaan met de uitstoot van enkele duizenden tonnen CO2, duurzaamheid is meer dan CO2-uitstoot alleen. Maas: 'Het gaat ook om positieve effecten als biodiversiteit, wateropslag, het koelen van de omgeving. Dat moet allemaal meewegen. Als alle daken groen zouden zijn, kunnen steden bijvoorbeeld wel 1 graad koeler worden.'Rotterdam ROCKS! is zo ontworpen dat het naadloos overgaat in het omliggende landschap, legt Maas uit. Het architectenbureau noemt het ontwerp ook wel een 'vertical park' naast de rivier. Liefst 2.500 vierkante meter begroeid dakoppervlak moet bijvoorbeeld een aantrekkelijke plek worden voor bestuivers en vogels. Een combinatie van onder meer mossen, bloemen, klimplanten en bomen moet de biodiversiteit ondersteunen.De stip op de horizon: een 'biotopia'. Een toekomst waarin architectuur, landschap, technologie en ecologie niet langer als losse systemen functioneren, maar samenkomen.[caption id="attachment_183082" align="aligncenter" width="899"] De buitenkant van het gebouw moet een aantrekkelijke plek worden voor bestuivers en vogels. | Credits: MVRDV[/caption] Shift Embassy in Rotterdam Nu denk je wellicht: voor het ondersteunen van die biodiversiteit hoeft niet per se iets te worden gebouwd. En dat klopt. Maar Shift-oprichter Don Ritzen, initiatiefnemer van het nieuwe Rotterdamse 'wereldwonder', had goede redenen om júist een architecturale wedstrijd uit te schrijven, zegt hij. 'Shift gaat niet over een gebouw. Het is een beweging om een brede doelgroep te inspireren en activeren. Waar de Sagrada Familia symbool staat voor religie en de Eiffeltoren voor industriële revolutie, moet Shift symbool staan voor een duurzame toekomst.'Het gebouw biedt niet alleen onderdak aan kantoren, horeca en een hotel, maar ook aan onder meer een tentoonstellingsruimte. Daarin wordt gefocust op de planetaire impact van de mens, inclusief de effecten van persoonlijke keuzes en manieren om het anders te doen. Bij het verlaten van het gebouw doen bezoekers een CO2-scan van hun eigen gedrag. Via een app ontdekken ze vervolgens manieren om hun gedrag met kleine aanpassingen te verduurzamen en worden ze in contact gebracht met bestaande duurzame initiatieven.Dat is nuttig, zegt Ritzen, want veel mensen willen heus wel een bijdrage leveren aan een duurzamere wereld. Gemiddeld staat een meerderheid van de Nederlanders open voor circa driekwart van de duurzame gedragingen, weet Milieu Centraal. Maar slechts een minderheid wordt daadwerkelijk uitgevoerd. Ritzen: 'Inspiratie, kunst en verbeeldingskracht kunnen dat veranderen. Mensen hebben veel meer macht dan ze denken.' Symbool voor een duurzame toekomst Het netto effect van het gebouw moet op die manier positief uitpakken, is het idee. Tegenover de 15 duizend ton CO2 die Shift Embassy in vijftig jaar uitstoot met bouw en energie, zetten Shift en MVRDV liefst 335 miljoen ton CO2-vermindering door gedragsverandering van bezoekers. Daarvoor moeten er in die vijftig jaar wel 25 miljoen mensen naar het gebouw komen, waarvan ongeveer 20 procent zijn gedrag substantieel verandert.[caption id="attachment_183084" align="aligncenter" width="900"] Shift Embassy komt aan de Maas, in de nog te bouwen wijk Waterkant in Rotterdam-Zuid. | Credits: MVRDV[/caption]Voor de bouwsector zelf moet Shift Embassy zowel een inspiratie als een living lab zijn. 'We hebben bewust gekozen voor een gebouw dat de sector uitdaagt', zegt Maas van MVRDV. Zo wordt er voor een deel gebruikgemaakt van beton zonder cement. En er wordt onderzoek gedaan naar nieuwe productietechnieken, waaronder robotproductie en grootschalig 3D-printen. Dat heeft volgens de ontwerpers de potentie om nationaal én internationaal te inspireren.Ritzen: 'Ja, het is duurzamer om niets te bouwen. Maar dan gebeurt er ook niets.' Lees ook:Duurzaam cement en beton: schalen van groene oplossingen is grote uitdaging, maar Europa komt in actie Niet technologie, maar samenwerking lijkt de sleutel tot het versnellen van circulaire bouw Nieuwbouw wordt steeds groener, maar juist in bestaande wijken valt veel winst te behalen voor biodiversiteit