Teun Schröder
03 april 2020, 16:15

Nederland is klaar voor het waterstofnetwerk van de toekomst

Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat (EZK) presenteerde deze week de visie van het kabinet op een waterstofnetwerk in Nederland. De Kamerbrief is het begin van een waterstofprogramma dat aansluit bij de ambities in het Klimaatakkoord. De grote vraag is of de coronacrisis de ambities in dit akkoord in de weg zal staan.

Offshore wind groene waterstof adobestock

De maatregelen in het Klimaatakkoord moeten ertoe leiden dat in 2030 de CO2-uitstoot met minimaal 49 procent is verlaagd ten opzichte van de situatie in 1990. De afspraken over waterstof in het Klimaatakkoord zien toe op opschaling, kostenreductie en innovatie, waarbij de overheid actief de samenwerking aangaat met private partijen. De coronacrisis vraagt echter op dit moment alle aandacht van het kabinet.

Waterstof infrastructuur

Dit weerhield minister Wiebes er niet van om afgelopen maandag een ambitieuze beleidsagenda aan de Kamer te presenteren. Het doel is om binnen de fasering van het Klimaatakkoord, dat loopt tot 2030, een infrastructuur voor waterstof te realiseren. In de Kamerbrief benadrukt minister Wiebes het belang van de ontwikkeling van waterstofketens in Nederland.

In de eerste plaats is de beschikbaarheid van betaalbare, betrouwbare en duurzame energie een belangrijke locatiefactor voor bedrijven en nodig om de energie-intensieve industrie te verduurzamen. Ten tweede biedt de ontwikkeling van waterstofketens kansen voor Nederlandse bedrijven en kennistellingen. Nederland heeft veel bedrijven in de maakindustrie die op basis van hun kennis van onder andere industriële gassen, geavanceerde materialen en chemische processen belangrijke posities kunnen innemen in de ontwikkeling van regionale en internationale waterstofketens.

Lees ook: Waterstof wordt groot: bedrijven willen 800.000 ton produceren

Waterstofketen in Rotterdam

Specifiek voor de Nederlandse havens zijn deze ontwikkelingen van strategisch belang voor het versterken van de huidige hubfunctie wanneer waterstof een wereldwijd handelsgoed wordt. Gezien de verwachte stijging in vraag naar duurzame waterstof heeft Nederland er baat bij een spil te worden in de keten met de bestaande infrastructuur.

“Het huidige gasleidingennetwerk willen we benutten voor een toekomstige waterstofketen”, aldus Alice Krekt, programmadirecteur van Deltalinqs. “De benodigde aanpassingen voor transport van waterstof zijn relatief klein. Daarnaast moet er een nieuw waterstofnetwerk worden aangelegd, in de haven, maar zeker ook richting Duitsland. Zo kunnen we nieuwe energiestromen goed accommoderen. Niet alleen de huidige voorzieningen, maar ook de samenwerkingen met innovatie spin-offs, maken dat de haven van Rotterdam absoluut een koploper kan worden in de internationale waterstofketen.”

Overheidsbeleid

Minister Wiebes voorziet dat de ontwikkeling van vraag, aanbod, opslag en infrastructuur van waterstof sterk zal worden beïnvloed door overheidsbeleid. De grootschalige introductie van een nieuwe energiedrager is zeer complex en zal naar verwachting decennia in beslag nemen. Het kabinet moet en wil hierin de regie nemen. De vraag resteert of de coronacrisis de geplande ontwikkelingen zal vertragen.

Lees ook: Amsterdamse haven wordt waterstofgebied: eerste waterstoftankstation is een feit

Beeld: Adobe Stock

Coronacrisis en de landbouw: doorbraak voor lokaal voedselsysteem?

De landbouw heeft in de coronacrisis een cruciale rol gekregen, ziet doctor Martin Scholten, algemeen directeur dierwetenschappen bij Wageningen University & Research (WUR). “Mensen gingen hamsteren, ze waren bang dat er onvoldoende voedsel zou zijn. Er is ineens veel meer bewustzijn ontstaan van het belang van de landbouw in de voedselvoorziening.”Dat is opvallend, want 80 procent van het voedsel in de supermarkt komt uit het (verre) buitenland. De connectie tussen de Nederlandse landbouw en de Nederlandse consument is dus vrij zwak. “Het is bijzonder dat mensen in paniek raken als de aardappelen in de supermarkt op zijn, terwijl de aardappelboeren met boerderijverkoop op een paar kilometer afstand zitten. Die hebben aardappelen genoeg”, zegt Scholten.KlappenDe supermarkten beleven drukke tijden, maar met de sluiting van de horeca en bedrijfskantines vallen twee grote afzetkanalen van de boeren volledig weg. “De Nederlandse landbouw onderscheidt zich met producten in het hoge kwaliteitssegment. Die worden vooral gebruikt in de horeca. Daar vallen de klappen”, zegt Scholten.Sommige boeren komen samen met hun afnemers tot oplossingen. Bijvoorbeeld Kipster, bekend van de klimaatneutrale eieren, en supermarkt Lidl. Kipster levert normaal gesproken aan de Efteling en aan bedrijfscateraar Albron, maar hun restaurants en kantines zijn nu gesloten. Lidl heeft juist heel veel vraag, dus die heeft het overschot van Kipster opgekocht voor een eerlijke prijs.Meer afzet supermarktenAan de andere kant zorgt het hamsteren ervoor dat Nederlandse supermarkten meer producten afnemen bij Nederlandse boeren. In de contracten met leveranciers en de veilingen was namelijk niet voorzien in een piek. “Die extra vraag kun je niet opvangen met extra import. Daardoor komen de Nederlandse boeren nu meer in beeld”, legt Scholten uit.Die extra afzet bij supermarkten is echter niet voldoende om de wegvallende afzetmarkten op te vangen. Bovendien betwijfelt Scholten of het een blijvende ontwikkeling is. “Ik weet niet of de supermarkten logistiek in staat zijn om met kortere, kleinere ketens te werken. Sommige werken wel met schappen met streekproducten, maar dat is wel altijd een marginaal deel.”Export kwetsbaarderNederland importeert niet alleen veel; we exporteren ook 75 procent van wat we produceren. Brancheorganisatie LTO stelt dat het transport van landbouwproducten duurder en lastiger wordt, doordat logistieke processen vastlopen. Ook daalt de afzet in andere landen waar het virus om zich heen grijpt. “Als je volledig produceert voor de export, dan heb je het nu moeilijk”, concludeert Hanneke van Ormondt, woordvoerder van Caring Farmers. De organisatie verenigt boeren die werken aan natuurinclusieve kringlooplandbouw. “Internationale handel is op dit moment kwetsbaarder.”Zover wil Scholten niet gaan. “Export is een breed begrip. We exporteren als land bijna 80 procent van het geproduceerde voedsel, maar daarvan gaat driekwart naar buurlanden binnen een hele korte straal. We noemen dat ook wel ‘de binnenmarkt’. De grenzen binnen Europa raken dicht voor personenvervoer, maar niet voor transport van voedsel. Daar zie ik nog niet direct een probleem in de afzet. Voor specifieke producten als melkpoeder, pootaardappelen en bloemen ligt dat anders. Die worden ook naar buiten Europa geëxporteerd en daar zie je wel effecten.”OndernemerskansenWaar Van Ormondt en Scholten het wel over eens zijn, is dat de coronacrisis ondernemerskansen biedt voor boeren die zich richten op de thuismarkt. Scholten noemt Low Food, de beweging van chefkok Joris Bijdendijk, Joris Lohman van Food Hub en food-ondernemer Samuel Levie waarin een duurzaam, lokaal voedselsysteem centraal staat. “Dit is het moment om te laten zien dat dat kan. Mensen denken na over waar hun voedsel vandaan komt, de nationale saamhorigheid, het gevoel dat we goed om onze boeren moeten denken. Dit kan een doorbraak zijn voor een specifieke vorm van landbouw die tot nu toe moeite had om het marktaandeel te vergroten.”'Mensen ontdekken nu dat je ook in de buurt je voedsel kunt halen'Dat blijkt ook uit het feit dat boerderijwinkels, detailhandel en lokale supermarktjes drukker bezocht worden dan ooit. Ook ontstaan er allerlei initiatieven waarmee burgers lokale boeren en voedselproducenten ondersteunen. Bijvoorbeeld de ‘Support Your Locals Box’, een initiatief van Samuel Levie. “De coronacrisis zorgt ervoor dat mensen op zoek gaan naar dit soort initiatieven om ondernemers in de buurt te steunen. Zij ontdekken nu dat je ook in de buurt je voedsel kunt halen. Daardoor blijven ze dat misschien ook wel doen in de toekomst”, zegt Van Ormondt.Zij verwacht niet dat de consument door de naderende recessie juist minder geld gaat uitgeven aan voedsel. “Er zijn absoluut mensen die geen streek- of biologische producten kunnen betalen, omdat die vaak toch wat duurder zijn. Maar gemiddeld geven Nederlanders in Europa het minst uit aan eten. De meeste mensen kunnen makkelijk wat meer betalen. Zij worden niet geremd door een financiële hobbel, maar door een gebrek aan kennis over de voordelen van lokaal en gezond voedsel. Wie weet komt daar nu verandering in.”ArbeidskrachtenVan Ormondt ziet op de korte termijn ook een kans op het gebied van arbeidskrachten. Veel boeren maken zich zorgen dat er door de coronacrisis straks te weinig arbeidskrachten uit het buitenland komen. “Daar zijn dus veel mensen nodig, terwijl mensen in andere sectoren op het moment geen werk hebben. Voor hen is dit misschien wel een geweldige kans om te ervaren waar hun voedsel vandaan komt.”KringlooplandbouwDe coronacrisis kan volgens Scholten de transitie naar kringlooplandbouw versnellen. “Dat is een veelzijdige landbouw die beter past in de omgeving, gebaseerd op minder input en een sterkere connectie tussen producent en consument. Daarvoor is deze crisis een steuntje in de rug.”De stikstofcrisis kan wel voor een uitdaging zorgen. Die is in de media wat ondergesneeuwd geraakt, maar is nog lang niet is opgelost. Deze week nog was de Landbouwcoalitie, waarin de grote boerenorganisaties vertegenwoordigd zijn, verre van enthousiast over de plannen van minister Schouten om de stikstof-uitstoot van de landbouw verder te verlagen. “Kringlooplandbouw kan absoluut een rol spelen in het verlagen van die stikstof. Maar veel boeren hebben het gevoel dat zij alle klappen moeten opvangen, dus zij staan daar niet zo welwillend tegenover.”OmdenkenDat sentiment kan Scholten wel begrijpen. “Maar je moet ook durven omdenken. Je kunt op dezelfde voet doorgaan, maar je kunt ook ondernemerschap tonen en je op een veranderende economie richten. De consument ontdekt nu de streekproducten en als boer zou ik daar zeker in meegaan. Daar liggen toekomstige verdienmodellen.”Bovendien is het belangrijk om verder vooruit te kijken, voorbij de coronacrisis. Scholten wijst erop dat veel economen een herordening van de economie voorspellen als de crisis lang genoeg duurt. “Zij voorzien dat de mondiale economie waarop we nu sterk gericht zijn een veer zal laten, ten gunste van een meer regionale economie. De wereldwijde handel in allerhande producten is natuurlijk ook een drive achter de verspreiding van dit soort virussen. Ik denk dat deze crisis wel kan leiden tot een boost van micro-economieën. Overal, maar ook zeker in de landbouw.”'Na een crisis komt altijd wederopbouw. En daarin wordt ondernemerschap vaak beloond'Wederom pleit Scholten voor ondernemerschap om op die transitie in te spelen. “Na een crisis komt altijd wederopbouw. En daarin wordt ondernemerschap vaak beloond.”Hoopvol over de toekomstDe waardering die boeren en andere vitale beroepen nu krijgen van de maatschappij maakt Van Ormondt hoopvol over de toekomst. “Hopelijk kunnen we dat vasthouden. En wie weet is de consument daardoor straks ook bereid om iets meer geld uit te geven aan voedsel.”Scholten sluit zich daarbij aan. “Nederland zonder boeren is ondenkbaar, we hebben een vruchtbaar land en zoveel kennis, dus we zijn in staat om een mooi product voort te brengen met waarde. En ik zie zoveel kansen voor de boeren. Misschien op andere markten dan in het verleden, maar misschien was dat ook wel heel erg nodig. Een maatschappij die in beweging is, die moet je bedienen.”Lees ook: 'De coronacrisis als businesscase voor systeemverandering'Beeld: AdobeStock