Expertredactie Change Inc. 11 februari 2026, 13:00

Nieuwe strategieën kunnen groene startups in de chemie sneller de markt op helpen

Voor een chemie zonder olie en andere fossiele grondstoffen zijn groene startups nodig met nieuwe revolutionaire technologieën. Om net zo groot te kunnen worden als de huidige chemische bedrijven kunnen nieuwe strategieën die startups helpen om hun fossielvrije producten sneller naar de markt te brengen.

Anieke Wieringa Anieke Wierenga van ScaleUp Practitioners: ‘Je ontwikkelt niet even én de technologie én de markt in tien tot twintig jaar.’ | Credits: CLICKNL

Dat blijkt uit een studie van Gijs van de Molengraft (Gritd) en Anieke Wierenga (ScaleUp Practitioners) in opdracht van platform Groene Chemie Nieuwe Economie. Hierin geven ze vier alternatieve strategieën voor startups in de groene chemie, waarmee die sneller en met minder kapitaal de markt zouden kunnen betreden.

Als experts in de begeleiding en opschaling van dit soort jonge bedrijven hielpen Van de Molengraft en Wierenga de afgelopen drie jaar 35 startups in de chemiesector. Voor hun onderzoek keken ze hoe deze bedrijven de markt willen veroveren. Hun conclusie: er zijn nieuwe strategieën nodig voor dit soort startups om te kunnen concurreren met de gevestigde orde. En: de startups die dit soort alternatieve strategieën hanteren komen sneller naar de markt en hebben minder kapitaal nodig.

Groene chemie: startups in de problemen

Want als groene startups in de chemie het spel spelen volgens de regels van de huidige, grote chemieconcerns, wordt het heel lastig om demofabrieken te bouwen, kapitaal aan te trekken of de markt op te gaan. Met de traditionele aanpak kwamen diverse startups de afgelopen tijd in de problemen of gingen zelfs failliet. ‘Het was de afgelopen jaren een slagveld’, stellen Van de Molengraft en Wierenga.

Daarom willen ze de startups helpen met nieuwe ideeën voor nieuwe strategieën, gebaseerd op de succesverhalen van hun collega’s. ‘We hebben te maken met een hardnekkige, breed gedragen overtuiging dat het via de standaard opschalingsstrategie moet. Veel ondernemers en financiers denken dat het zo moet en kopiëren dat. Toch willen we ze uitdagen een alternatieve strategie te hanteren om verder te komen en daarvan te leren’, zegt Van de Molengraft. ‘Onze dataset is klein, dus zijn we ook voorzichtig met onze stellingen. Maar dit is zeker een discussie waard.’

Waarom werkt bestaande strategie niet voor groene startups?

De traditionele chemie heeft veel kapitaal nodig voor grote, dure installaties. Bedrijven produceren grote volumes tegen zo laag mogelijke kosten en verkopen die met lage marges. Ze doen er decennia over om een nieuw product op de markt te brengen, sluiten dan langdurige contracten met klanten, maar blijven kwetsbaar voor hogere energieprijzen of veranderend overheidsbeleid. De concurrentie op de markt is moordend.

Veel groene startups volgen nu diezelfde standaardroute. Dat is volgens de twee niet altijd de beste strategie omdat het veel kapitaal vergt en de doorlooptijd van uitvinding tot markt te lang duurt. ‘Als we kijken hoeveel bedrijven geslaagd zijn met die kapitaalintensieve strategie, dan kunnen we geen bedrijven noemen die deze strategie succesvol hebben uitgevoerd om op te schalen en nu financieel gezond zijn’, zegt Van de Molengraft. ‘Ook wereldwijd niet’, vult Wierenga aan. ‘De chemie gaat niet zo snel. Je ontwikkelt niet even én de technologie én de markt in tien tot twintig jaar. Kijk naar pvc. Vanaf de ontwikkeling van pvc duurde het vijftig jaar totdat het geadopteerd werd door de markt.’

Genoeg manieren om wel geld te verdienen

Groene startups kunnen vaak de eerste decennia nog geen commerciële omzet draaien. Ze kunnen nog lang niet concurreren op schaal en prijs. Daarom zijn ze afhankelijk van externe investeerders, financiers en overheidssubsidies. Dat is volgens de twee ook helemaal niet erg. De focus ligt vooral op de eigen, unieke technologie of innovatie.

Hoewel ze voor hun onderzoek slechts 35 van deze jonge bedrijven onder de loep namen, denken ze toch dat die alternatieve strategieën nodig hebben om te kunnen opschalen. Zeker in een tijd met politieke tegenwind en een nieuwe markt die zich nog helemaal moet ontwikkelen. ‘We willen ze uitdagen naar andere strategieën te kijken’, zegt Angelique Erkenbosch, programmaleider financiering en venture development bij platform Groene Chemie Nieuwe Economie.

Het onderzoek geeft diverse handvatten om het anders aan te pakken. Eerste tip: denk niet meteen te groot. Wierenga: ‘Er zijn voor startups genoeg manieren om geld te verdienen, maar dat is dan misschien niet die grote bulkplant waarmee je iets nieuws verkoopt. Dat vereist anders denken en loskomen van de gevestigde deelbeelden.’

Vier alternatieve strategieën

De twee schetsen in hun onderzoek vier alternatieve strategieën. Buiten kijf staat dat startups klantenonderzoek doen en moeten snappen waar ze staan in de hele keten tussen bedrijf, partners, investeerders en klanten, de zogeheten waardeketen of het ecosysteem. De onderzoekers zien dat de meeste startups hier relatief weinig tijd aan besteden. Als dat begrip er wel is, kunnen ze voor alternatieve strategieën kiezen.

De eerste is samenwerking met grote, bestaande bedrijven in de eerste fase. De data laten zien dat dit minder extern kapitaal vraagt en de opschaling kan versnellen. Startups kunnen gebruik maken van bestaande technologie, installaties en kennis en hebben daardoor tien keer minder kapitaal nodig dan zonder die samenwerking. Dat kan ertoe leiden dat ze sneller groeien en hun product eerder op de markt kan komen. Op deze manier trekken ze ook de grote, traditionele bedrijven langzaam de groene chemie in. Drie startups hebben inmiddels deze route gekozen, waaronder Mevaldi, dat plastic grondstoffen maakt uit suiker uit zaagsel.

Nichemarkt voorkomt concurrentie op prijs

Vijf startups kozen ervoor om eerst in een nichemarkt te beginnen. Ze bieden een specifiek chemisch product – bijvoorbeeld een biobased plastic – dat een specifiek probleem voor hun klanten kan oplossen. Omdat ze de enige zijn, hoeven ze niet te concurreren op prijs. Deze nichemarkt is hun bruggenhoofd, van waaruit ze een grotere markt willen veroveren. Ook zij hebben tien keer minder kapitaal nodig dan bedrijven die de traditionele route volgen, zouden sneller kunnen groeien en eerder hun gestelde doelen kunnen bereiken.

Als derde alternatieve strategie kan een startup er ook voor kiezen om tegen betaling onderzoek te doen en de moordende concurrentie in massaproductie te laten voor wat het is. Een vierde nieuwe strategie waar sommige voor kozen, is om samen met een consortium een project te ontwikkelen rondom een bestaande technologie. Daarvoor kiest bijvoorbeeld een startup als Blue Circle Olefins met de bouw van een fabriek in Rotterdam, die van duurzame methanol ethyleen en propyleen gaat maken.

Gijs van de Molengraft van Gritd: ‘…startups uitdagen een alternatieve strategie te hanteren om verder te komen en daarvan te leren.’ | Credits: GCNE

Gijs van de Molengraft van Gritd: ‘…startups uitdagen een alternatieve strategie te hanteren om verder te komen en daarvan te leren.’ | Credits: GCNE

Meer denken vanuit de markt in plaats vanuit de technologie

Van de Molengraft en Wierenga zijn al drie jaar betrokken bij zogeheten opschalingstafels en een programma als de Green Chemistry Accelerator (GCA), waarin Groene Chemie Nieuwe Economie samen met Invest-NL en de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) startups helpt en ondersteunt bij het zoeken naar klanten, investeerders en andere financiering.

Hun ervaringen en observaties hebben ze gebundeld in het onderzoek. Wat die startups gemeen hebben is dat ze nog geen van allen de commerciële markt op zijn gegaan en nog aan het begin staan van hun bedrijfsontwikkeling. De startups die werken aan een demofabriek hebben samen zo’n 19 miljoen euro aan financiering opgehaald en zoeken nog 59 miljoen voor hun volgende investeringsronde. Niemand heeft nog een commerciële fabriek.

De meesten hebben ook nog geen antwoord op de belangrijkste vraag: wat is de marktwaarde van mijn groene innovatie voor potentiële klanten en investeerders? Van de 35 startups weten er 28 nog niet of hun klanten wel een probleem willen oplossen met hun uitvinding. Ze zijn vooral gefocust op R&D en spenderen slechts 3 procent van hun tijd aan markt- en klantenonderzoek.

Maar groene startups die geen commercieel product kunnen gaan verkopen, zullen moeilijk gamechangers worden, stellen de twee. ‘De meesten denken nu nog te weinig als ondernemer en nog teveel als technoloog. Maar je bent als ondernemer op de wereld om iets op de markt te zetten en een succesvol businessmodel uit te rollen’, zegt Wierenga. ‘Dat wordt nu een beetje geblurd.’

Samen een beweging vormen

Het uiteindelijke doel is een chemie zonder fossiele grondstoffen. Dat is het probleem dat de groene chemie gezamenlijk moet oplossen. ‘Dat probleem is veel te groot. Niet die ene startup, maar al die kleine bedrijfjes gaan samen een grote beweging vormen en ons helpen bij die groene transitie’, zegt Wierenga. ‘Welke technologieën uiteindelijk onderdeel gaan worden van die groene chemie weten we nu nog niet.’

Lees ook:

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Groene Chemie Nieuwe Economie. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

Zeewier kan helpen het stikstofprobleem in de landbouw op te lossen, laat de raffinaderij van Nikki Spil zien

Je begon tien jaar geleden als zeewierboer. Waarom?'Ik ben opgegroeid in Castricum, was altijd op het strand. Daar kun je de vervuilende effecten van de industrie in de omgeving heel duidelijk zien. Extreme algenbloei, mosselen die zomaar aanspoelen op het strand... Je voelt: dat is niet hoe het hoort.Ik ben opgeleid als architect. Toen ik onderzoek deed naar emissievrije bouwmaterialen, kwam zeewier al naar boven als wondermateriaal. Het groeit ontzettend snel, heeft geen voeding nodig en slaat bovendien CO2 op.Ik deed er niets mee, tot ik jaren later met wat vrienden brainstormde over hoe we bij zouden kunnen dragen aan een betere waterkwaliteit. Zeewier bleek – alweer – het antwoord. Dat trekt stikstof uit het water en neemt ook giftige stoffen, zoals zware metalen, op. In 2016 huurde ik een botendok in de haven van IJmuiden en begon daar een kleine boerderij. Met de vezels uit het wier konden we alsnog bouwmaterialen maken. En lampen, zeep en wat al niet meer. De nutriënten die overbleven bleken geschikt voor landbouwgrond.'Waarom stopte je met de boerderij?'Het was heel moeilijk om op te schalen, vergunningen te krijgen. De Noordzee lijkt groot, maar aan de kust is vrijwel elke vierkante meter bezet. Bedrijvigheid, visserij, windparken, bekabeling... Ondertussen kwam ik in contact met zeewierboeren in andere landen die het ook gewoon aan me konden leveren.Ik besloot te stoppen met kweken en me alleen op de raffinage van zeewier te storten. Specifiek: de verwerking tot een biostimulant. Dat is een stof die boeren en telers aan hun sproeiwater toe kunnen voegen en die ervoor zorgt dat gewassen voedingsstoffen beter opnemen en vasthouden. Focus was nodig om te kunnen opschalen. Op dat moment is mijn partner, Roy Wormsbecher, ook in het bedrijf gestapt. Zijn technische achtergrond kwam goed van pas bij het ontwerpen en bouwen van machines.'Hoe was die beslissing voor jou?'Ik wist dat de focus nodig was. Als ik alles half zou blijven doen, zou het geen zoden aan de dijk zetten. Maar ik mis het zelf zeewier kweken nog steeds. Het contact met het water, maar ook de zichtbare effecten. Er ontstond echt een soort mini-ecosysteem. Bij het wier zat altijd een school vissen, en veel vogels. Terwijl het een piepkleine boerderij was. Dat was te gek om te zien.'[caption id="attachment_173873" align="alignright" width="350"] Spil bij het oogsten van suikerwier. | Credits: Tomas Grootveld[/caption]Zeewier is dus goed voor de biodiversiteit in én de kwaliteit van het water. Waarom werkt het ook op het land?'Zeewier zit boordevol natuurlijke voedingsstoffen die de sleutel kunnen zijn tot een gezonde bodem. Daar maken we een soort vitaminebom mee. Die zorgt ervoor dat de aanwezige voedingsstoffen in de bodem beter worden opgenomen door de gewassen. Daardoor is minder kunstmest nodig. Dat bespaart geld én stikstof.Uiteindelijk gaat het me om het sluiten van de kringloop. Nu is het zo dat meststoffen als fosfaat en stikstof vanuit de bodem uitspoelen naar ons oppervlaktewater. Daar kun je allerlei complexe oplossingen voor bedenken, zoals filters in waterwegen. Maar als je kijkt naar de oorzaak van het probleem, blijkt de oplossing veel simpeler. We moeten de voedingsstoffen uit het water terugbrengen naar het land. En eigenlijk moeten ze daar blijven. De natuur heeft het allemaal al voor ons uitgezocht.De biostimulant zorgt ervoor dat gewassen voedingsstoffen beter kunnen benutten. Daardoor wordt de opbrengst ook hoger. In een vrucht zitten dan bijvoorbeeld meer nutriënten. In een veldtest met tomaten bleek dat zelf 18 procent meer.'Dat levert boeren geen geld op.'Nee, die nutriënten maken hen niet zo veel uit. Al smaken gewassen met een hogere voedingswaarde wel vaak beter en zijn ze in die zin ook aantrekkelijker voor de consument.Voor boeren en telers is het vooral nuttig als planten weerbaarder worden, minder vatbaar voor ziekten en schimmels. Dat beschermt het bestaansrecht van de boer. Zeker nu we te maken krijgen met de gevolgen van klimaatverandering.'Waar zeewierteelt moeilijk op te schalen was, gaat dat nu beter. Jullie hebben zelfs een eigen raffinaderij in Beverwijk. Hoe is dat gelukt?'Het idee voor de fabriek lag al een hele tijd klaar. De moeilijkheid zat 'm vooral in de validatie van het product op land. Hoe reageren verschillende gewassen en planten erop in verschillende omstandigheden? Waarschijnlijk blijven we daar de komende jaren nog veel over leren. Het helpt dat we er al tien jaar mee bezig zijn. En het opzetten van de raffinaderij was niet gelukt zonder de subsidie uit het Just Transition Fund van de EU.De waarheid is dat het heel hard werken was. Ik heb er veel uren én veel eigen geld in gestopt. Ik heb zeker vier, vijf keer serieus overwogen de handdoek in de ring te gooien.'Waarom ben je toch doorgegaan?'Elke keer gebeurde er iets waardoor de potentie weer duidelijk werd. Dan werd bouwmateriaal van zeewier bijvoorbeeld heel mooi. Of kregen we positieve feedback van boeren die het als biostimulant gebruikten.De vezels die overblijven na onze productie worden trouwens nog steeds gebruikt voor plaatmaterialen. We leveren ze aan SeaWood.'Waar staan jullie nu qua productie?'Meerdere boeren en telers gebruiken ons product al. Eerst op een klein stukje land of kasgrond, daarna op een groter stuk. Het resultaat van die veldtesten kunnen we als bewijs gebruiken dat het werkt. Voor de teelt van aardappelen en kool, maar ook van sierbloemen en tropische kamerplanten. Als daar rapporten over zijn geschreven, hopelijk eind dit jaar, kunnen we richting een stabiele afname.We hebben geen voorraad van de biostimulant, maar wel een voorraad zeewier. Als we een grote bestelling binnenkrijgen, kunnen we het product vers maken. Onze huidige raffinaderij kan ongeveer duizend liter concentraat per week produceren. Ter vergelijking: boeren gebruiken op grasland ongeveer vijf liter per hectare per jaar. We kunnen dus wel even vooruit.Als het nodig is, kunnen we de raffinaderij opschalen. Hij bestaat uit modules. Maar ik heb niet de intentie om een megafabriek te bouwen. Liever laat ik onze blauwprint licenseren, zodat er in andere regio's ook verwerkingscapaciteit kan komen.'Met wie zou je graag nog samenwerken?'We zien veel kansen in de sierteelt, die nu enorm onder vuur ligt door het pesticidengebruik. Maar ook in de veehouderij. In een veldtest zorgde ons product voor een verhoging van de opbrengst van grasland met 0,75 ton per hectare. En omdat het van betere kwaliteit is, hoeven boeren minder krachtvoer te kopen. Ik zou graag met de Campina's van deze wereld om tafel zitten over de verduurzaming van de veehouderij.Tegelijkertijd gaan we geen enkele kans uit de weg. We spreken vaak met boeren uit de omgeving. Ook klein is fijn.' Meer lezen over het voedselsysteem van de toekomst? In de nieuwsbrief Kweekvlees & Kool schrijft Change Inc.-redacteur Maaike Kooijman over nieuwe ontwikkelingen en interessante updates. Schrijf je hier in.Lees ook:Zeewier oogsten tussen windmolens:'Noordzee heeft potentie voor 10 miljoen ton per jaar'  Ook op Urk snappen ze dat plantaardige en hybride vis de toekomst is, volgens deze vegan visboer Dankzij zeewier stoten ook grazende vleeskoeien minder methaan uit