Thijs ten Brinck 26 oktober 2015, 12:10

Offshore olieplatform draait op dobberende windmolen

Oliegiganten ExxonMobile en Statoil onderzoeken samen met technisch adviesbureau DNV GL de kansen van drijvende windturbines om elektriciteit te leveren aan boorplatforms op zee.

5881758018 b18217b725 o

Oliewinbedrijven als ExxonMobil en Statoil injecteren zeewater in de offshore oliereservoirs om de druk op te voeren. Krachtige waterpompen helpen de platforms meer ruwe olie te produceren. De pompen draaien nu vooral op gas of per schip aangevoerde diesel.

DNV GL heeft met zeven partners uit de olie- en windindustrie onderzocht of windmolens deze pompen kunnen aandrijven. Op basis van de eerste resultaten ziet het adviesbureau kosteneffectieve kansen voor toepassing van dit concept.

Wind en zon helpen fossiel

De fluctuerende stroomopbrengst van een offshore windmolen in deze toepassing vormt geen probleem: de windpomp maar enkele uren per dag de druk opvoert blijft de olieproductie op pijl.

Ook bij oliewinning op land groeit de rol van duurzame energie in de bedrijfsvoering. Shell bouwt samen met Total en GlassPoint in Oman een 1 gigawatt grote zonnecentrale die stoom produceert om zware olie vloeibaarder en dus beter te verpompen te maken.

Ook hier is het gebruik van hernieuwbare bronnen aantrekkelijk omdat olieplatforms dagelijks miljoenen vaten olie verbruiken tijdens het winnen van de olie. Het groeiende eigenverbruik drukt op de marges van de bedrijven.

DNV GL keek voor de offshore toepassing specifiek naar drijvende windturbines. Voor de meeste oliewingebieden zal één windturbine genoeg zijn: het installeren van een vaste fundering is dan relatief kostbaar.

Bekijk een animatie met uitleg over het concept:

Bron: DNV GL | Foto: Glenn Beltz (header), via Flickr Creative Commons (Cropped by Duurzaambedrijfsleven), DNV GL (side)

 

Ook België onderzoekt kansen voor larven in pluimveevoeder

De wetenschappers zien de larven van de zwarte soldatenvlieg als een ‘zeer interessante, alternatieve eiwitbron’ in veevoeding. Behalve een hoog aandeel aan eiwitten, brengen deze larven ook grote hoeveelheden ruw vet aan.Daarnaast kunnen de vliegen in Europa worden geteeld, wat de afhankelijkheid van de buitenlandse eiwitstromen als soja kan verminderen.Verder stellen de onderzoekers dat de larven van de zwarte soldatenvlieg in staat zijn om op een efficiënte manier laagwaardige biomassa’s, zoals GFT-afval, op te waarderen tot hoogwaardig eiwit. Hierdoor kunnen de larven bijdragen aan de verwerking van de steeds verder toenemende afvalberg, zeggen ze.VleeskuikenproefHet onderzoek werd uitgevoerd in samenwerking met KU Leuven en de hogeschool Thomas More. De larven zijn afkomstig van het Belgische bedrijf Millibeter. Momenteel loopt in samenwerking met pluimveehouderij Belgabroed een vleeskuikenproef, waarbij de invloed van insecten in het rantsoen op de groei en gezondheid van vleeskuikens en de smaak van het vlees wordt getest.Onlangs werd een vergelijkbaar onderzoek ook in Nederland uitgevoerd. Hieruit bleek dat kippen die voer met meelwormen krijgen, even gezond zijn als kippen die worden gevoed met soja-eiwit. Daarnaast vinden consumenten eieren en vlees van kippen die met insecten zijn gevoerd, even lekker.De toelating van insecteneiwitten in kippenvoer is in Nederland wettelijk nog niet toegestaan. Toch ontwikkelen verschillende bedrijven veevoeding op basis van insecten. Zo werken Protix, producent van larven van de zwarte soldatenvlieg, en Coppens Diervoeding samen aan innovatieve concepten.Bron: UGent | Foto: U.S. Department of Agriculture, via Flickr Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)