Luc Hillege 10 december 2013, 12:11

Philips wint Verantwoord Ketenbeheer Award 2013

Onder de beursgenoteerde ondernemingen heeft Philips het beste duurzame ketenbeleid. Het bedrijf won daarmee de Verantwoord Ketenbeheer Award 2013.

Oli Dunkley e1386672958415

Philips heeft voor het zevende achtereenvolgende jaar zijn top 5-positie weten te behouden en is, met uitzondering van het jaar 2009, koploper in verantwoord ketenbeheer. De prijs wordt jaarlijks uitgereikt door de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) aan een beursgenoteerde onderneming die haar productieketen het best op orde heeft.

VBDO onderzocht in totaal 40 beursgenoteerde bedrijven. De vijf genomineerden voor de award van dit jaar waren DSM, Heineken, Philips, Reed Elsevier, en bouwbedrijf BAM. Philips behaalde 49 van het maximum aantal van 52 punten (94 procent).

De top vijf posities van de ranking.

Philips

Bij de toetsing van het ketenbeheer werd door een onafhankelijke jury gekeken naar alle duurzaamheidsaspecten in de gehele productieketen. Ook de levenscyclus van de producten, van grondstof tot de verwerking van afvalproducten, werd meegenomen in de beoordeling.

Met een focus op duurzaamheid en innovatie is Philips het braafste jongetje uit de klas van de onderzochte bedrijven. De hoge score is volgens de VBDO onder andere te danken aan aandacht voor de écht belangrijke onderwerpen en een goed beleid ten aanzien van leveranciers. Philips presenteert daarnaast veel adequaat cijfermateriaal over de gang van zaken binnen haar ketens, die op overzichtelijk wijze beschikbaar is.

Om een 100 procent score te halen  kan Philips zich verbeteren op recycling, verantwoorde marketing en duidelijkheid over het non compliance beleid voor toeleveranciers.

Waardecreatie

Een verantwoord ketenbeleid is voor Philips niet meer alleen een kwestie van het managen van risico’s, maar steeds meer één van  waardecreatie. Thomas Marinelli, Senior Director Environment bij Philips, noemde als verlichtend voorbeeld het Pay-per-Lux concept, wat in Washington al is geïmplementeerd in 25 parkeergarages.

Marinelli geeft wel aan dat daarvoor nieuwe verdienmodellen nodig zijn. “Waar vroeger de prijs van een product werd bepaald door de kosten van het product en een marge is de berekening tegenwoordig heel anders,” aldus Marinelli. Bedrijven kunnen en moeten naar langere termijnen kijken en “een stuk van de koek delen met haar klanten.”

Opvallend

Een aantal bedrijven hebben flinke progressie geboekt in hun scores. De grootste stijger met 21 procent van de totale score is roestvaststaalproducent Aperam. Daarna volgen Fugro en Boskalis, bekend van het opspuiten van de palmeilanden in Dubai, met 18 procent. Boskalis maakt de afgelopen jaren grote stappen: de score van de baggeraar groeide vanaf 2008 met ruim 60 procent. De laagste scores werden behaald door Pharming (2 procent), Aalberts Industries (6 procent) en Holland Colours (10 procent).

De sector die de afgelopen jaren sterk verbeterde is de bouwsector. Alle onderzochte bouwbedrijven stegen met aanzienlijke vaart. BAM is de koploper binnen de sector, gevolgd door Heijmans (38/52) en Ballast Nedam (31/52). Ondanks relatief goede scores lijkt de transportsector daarentegen niet vooruit te gaan en eerder stil te liggen.

De volledige resultaten van het onderzoek zijn te lezen in het rapport Benchmark Responsible Supply Chain Management 2013. De VBDO biedt geïnteresseerde mensen tevens een aantal inspirerende business  cases aan van Verantwoord Ketenbeheer.

Foto: Oli Dunkley via Flickr

ABN AMRO: Snel meer offshore wind in de zeilen

>Normal 021false false falseNL X-NONE X-NONEOm de duurzame doelstellingen van het kabinet te halen moet de industrie op korte termijn meer investeren in duurzame energie, zegt ABN AMRO.Dit stelt ABN AMRO in een vandaag verschenen rapport over de Nederlandse energiemarkt. Vooral de bouw van windmolens op zee kan in de toekomst lucratief zijn.De doelstelling van de overheid voor offshore windenergie is in het Nationaal Energieakkoord vastgesteld op een vermogen van 4.450 megawatt in 2023. Dat betekent dat in de komende jaren zo’n 1.000 extra windturbines op zee nodig zijn. Daarvoor zijn veel investeringen nodig.ABN AMRO benadrukt dat haast geboden is, gezien de doorlooptijd van deze projecten.Volgens de laatste doelstellingen moet 16 procent van de energie in 2023 duurzaam worden opgewekt (en 14 procent in 2020). Dit heeft de Nederlandse overheid in het Nationaal Energieakkoord bepaald. Momenteel wordt er zo’n 4,5 procent duurzame energie opgewekt. In de tabel hieronder is te zien hoe de overheid tot de overige 11,5 procent denkt te komen.KostenMinister Kamp heeft onlangs aangegeven maximaal € 18 mrd van de SDE+-regeling vrij te willen maken voor de ontwikkeling van offshore windenergie. Dit is goed voor ongeveer een vijfde deel van de 16 procent duurzame energie.Zowel minister Kamp van Economische Zaken als de industrie verwachten dat de kosten voor windenergie tot 2020 met 40 procent zullen dalen. Dit is onder meer het resultaat van schaalvergroting, de afzetgarantie bij langjarige contracten, concurrentie tussen marktpartijen en nieuwe, verbeterde technologie.Naast investeringen in verduurzaming heeft de industrie op korte termijn echter te maken met de kosten van het huidige elektriciteitsnetwerk en fossiele energievoorzieningen. Dit komt doordat fossiele energie nodig blijft als back-up voor zonne- en windenergie. Dit betekent dat netwerkbeheerders en nutsbedrijven de komende jaren met extra investeringen worden geconfronteerd. Deze kunnen zij volgens ABN AMRO voor een deel opvangen met subsidie en moeten zij deels door belasten aan de consument.Vruchten plukkenDe ontwikkeling van een duurzamere energiemix in Europa is gunstig voor de Nederlandse offshore industrie. Nederland heeft veel kennis in huis over de offshore olie- en gasindustrie. Hierdoor kunnen Nederlandse bedrijven betrokken zijn bij en profiteren van ongeveer 60 procent van de Europese offshore windenergieketen. Naast omvangrijke investeringen die in de Nederlandse offshore windenergie op het programma staan, kan deze kennis worden geëxporteerd naar landen die steeds meer in deze industrie zullen investeren. Zo verwacht ABN AMRO dat de Duitse en Engelse ambities om offshore windenergie sterk te laten groeien positieve effecten zullen hebben op de Nederlandse economie en voor de volledige keten die betrokken is bij bouw, transport en onderhoud van offshore-windturbines.Internationale samenwerkingABN AMRO wijst erop dat de energiemix beter in evenwicht zal zijn zodra de economie verder aantrekt. Doordat landen echter alleen naar nationale doelstellingen kijken en niet naar het aanbod in omringende landen, zal van tijd tot tijd sprake zijn van een gebrek aan efficiency of over- of onderproductie. Door het maken van internationale afspraken en door elektriciteitsnetten beter op elkaar af te stemmen kan gemakkelijker een balans worden gevonden tussen de vraag naar en het aanbod van energie.Dit maakt de weg vrij voor efficiënter investeren en voor een meer betrouwbaard aanbod van (duurzame) energie in heel Europa.Foto: Statkraft via Flickr