Joyce de Thouars 15 juli 2018, 16:22

Pilot voor bio-aromaten uit lignine gelanceerd

In Vlaanderen is een pilot van start gegaan om bio-aromaten uit lignine te produceren. Begin 2021 moet er een werkende pilotlijn staan.

Duurzaam bosbeheer

Lignine is een natuurlijke lijmstof die bomen stevigheid en flexibiliteit geeft. Vanuit deze hernieuwbare grondstof kunnen bio-aromaten geproduceerd worden. Deze aromaten zijn belangrijke bouwstenen voor de chemische industrie en vormen de basis van veel kunststofmaterialen, chemicaliën en coatings.

Innovatieve molecules

Het ‘EFRO LignoValue Pilot’ project is opgezet door de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) en zijn partners. De pilot komt tegemoet aan de wens van verschillende bedrijven die geïnteresseerd zijn aan innovatieve molecules en de toepassingen willen testen.

“Ik ben ervan overtuigd dat deze investering in de haven van Antwerpen de bedrijven kansen geeft om nieuwe producten op basis van deze innovatieve moleculen te ontwikkelen”, zegt minister van Werk, Economie, Sport en Innovatie Philippe Muyters.

Lees ook:

Proeffabriek test olieproductie uit lignine

Bio-aromaten uit lignine

Het grootste gedeelte van de onderzochte en ontwikkelde technologieën voor de omzetting van lignine naar bio-aromaten en de daaropvolgende fractionering is al bewezen op labschaal. De volgende stap is de demonstratie van de technologie op grotere schaal. Het uiteindelijke doel is om een demoplant in Vlaanderen te bouwen.  

De te bouwen pilotlijn krijgt een capaciteit van 200 kilo per dag. Het doel is om de pilotlijn zo flexibel mogelijk op te zetten zodat verschillende depolymerisatieprocessen gedemonstreerd kunnen worden. De pilot wordt ook mobiel zodat geïnteresseerde bedrijven het ook op eigen locatie kunnen testen.

Bron: VITO | Foto: Adobe Stock

Manon Janssen, klimaattafel industrie: “Iedereen is ervan overtuigd dat het moet”

In 2050 moeten we zo goed als klimaatneutraal zijn om aan het Klimaatakkoord van Parijs te voldoen. Het nationale Klimaatakkoord speelt daarop in door een tussendoelstelling op te stellen voor 2030. Voor de sector industrie gaat het om een CO2-reductie van 14,3 megaton.Volgens Manon Janssen, voorzitter van de sectortafel industrie, is het laaghangend fruit de afgelopen jaren al geplukt. De Nederlandse industrie heeft de afgelopen 25 jaar namelijk al meer dan 31 megaton aan broeikasgasemissies gereduceerd. “De moeilijkere en dus ook de duurdere maatregelen liggen voor ons.” “Om die opgave te behalen moet de industrie enorme investeringen doen, door ons ingeschat op een bedrag van € 15 tot 20 mrd cumulatief tot 2030, misschien nog wel meer daarna en bovendien moeten we deze investeringen naar Nederland halen en niet in het buitenland laten gebeuren, want we willen de banen hier houden", zegt Janssen. "Dus bedrijven moeten ook hun aandeelhouders in andere landen ervan overtuigen dat we het gaan doen en dat we het hier gaan doen.”Wat zijn de kansen voor Nederland?“Wij gaan als BV Nederland onze reputatie als koploper op innovatie verder uitbouwen. We gaan hele nieuwe bedrijfstakken aanboren zoals de waterstofeconomie en de toevoer naar de waterstofeconomie. We behouden banen in dit land. We kunnen kennis aantrekken in dit land en we laten een land na aan onze kinderen waar het goed wonen en goed werken is. We gaan van welvaart naar welzijn. Klaar. Doen toch?”En is dat ook de boodschap waarmee het lukt om de aandeelhouders te overtuigen, want dat zijn gedeeltelijk buitenlandse investeerders? "Nou daar moet je nog wel iets meer voor mee brengen. Als je bijvoorbeeld met een private equity partij zit, wil die echt wel weten wat je IBT multiplier is na 7 jaar. Nee dat wat ik omschrijf is het morele leiderschap en vervolgens moet er een sluitende businesscase zijn."En die sluitende businesscase, krijgt die al vorm?"Op sommige projecten en plannen wel en op andere nog helemaal niet. Je ziet het nu bij de proces efficiency, dat er sluitende businesscases zijn en elektrolysers in Hengelo.""Je hebt natuurlijk ook te maken met de vraag: Wat zijn nou precies je terugverdientermijnen. Het valt voor een belangrijk deel ook terug te verdienen, maar er zit natuurlijk ook gewoon een gat. Dat is het financiële issue."“Onze eerste opdracht was: Breng in kaart wat er kan in dit land, want als je niet weet waar het project over gaat kan je ook niet gaan praten over financiering. Dat is nu gebeurd, al die clusters hebben allemaal plannen. De volgende stap is: Wat heb je voor elke businesscase nodig." Wat hebben de gesprekken tot nu toe opgeleverd?“Wat denk ik wel de belangrijke winst aan deze gesprekken is geweest, is dat de partijen aan onze tafel namens de partijen die zij vertegenwoordigen hebben gezegd: ‘Wij als industrie committeren ons aan deze programmatische aanpak.’”"Ik denk dat het grote verschil met het energieakkoord is, dat mensen nu echt mee willen doen. Bij het energieakkoord moesten nog veel mensen erbij worden betrokken, maar nu wil echt iedereen. Iedereen is ervan overtuigd dat het moet. Niet iedereen is ervan overtuigd hoe het moet en hoe snel het moet, maar iedereen wil meedoen en dat is mooi om te zien."Dit artikel maakt onderdeel uit van een serie over de kansen van het Klimaatakkoord voor de sectoren: agrifood, gebouwde omgeving, energie, industrie en mobiliteit. Lees ook:Pieter van Geel over de kansen voor agrifood Diederik Samsom over de kansen voor de gebouwde omgeving Kees Vendrik over de kansen voor de energiesector Annemiek Nijhof over de kansen voor de mobiliteitssector Afbeelding: Adobe Stock