Erik Verheggen 04 juli 2017, 07:27

Pilotfaciliteiten moeten ontwikkeling biobased materialen versnellen

Polymerisatie van biobased monomeren is een belangrijke stap om van plantaardige grondstoffen plastics, harsen en coatings te maken die kunnen concurreren met fossiele tegenhangers. Maar pilotfaciliteiten voor dit proces ontbreken. Twee initiatieven moeten een zogenoemde ‘open acces pilot plant’ voor polymerisatie realiseren.

Shutterstock 527619820

Spil in beide initiatieven is het Biobased Performance Materials (BPM) onderzoeksprogramma, gecoördineerd door Wageningen Food & Biobased Research. Binnen dit programma vindt onderzoek plaats naar nieuwe, biobased materialen, meldt Wageningen UR in een persbericht.

Christiaan Bolck, directeur van het BPM-programma: “Als de eindmarkt nog onvoldoende in zicht is, is een dedicated polymerisatie pilot plant veelal te kostbaar en risicovol voor individuele bedrijven.”

Volgens Bolck zijn er geen faciliteiten met de benodigde specialistische kennis voor ondernemingen die op willen schalen, maar niet zelfstandig in een proeflocatie willen of kunnen investeren. “Vanwege de economische kansen voor opschaling – en potentiële spin-off – is het mooiste als een dergelijke pilot aanhaakt bij een geschikte industriële infrastructuur.”

Biobased polymeren

In Etten-Leur hebben de betrokken partijen een pilotfaciliteit gepland die zich gaat richten op biobased polymeren. Inmiddels hebben al vijf grotere en meer dan tien kleinere bedrijven te kennen geven mogelijk gebruik te willen maken van de pilot, meldt Wageningen UR. In Emmen is op de Sustainable Polymer Innovation Campus (SPIC) de tweede pilot faciliteit gepland. Deze richt zich garens.

Bolck: “Wij kunnen nu polymeren maken op kiloschaal; de pilotfaciliteiten kunnen een enorme katalysator zijn om biobased bouwstenen naar de markt te brengen. Ze vormen daarmee een belangrijke voorwaarde om de fossiele economie te transformeren in een biobased economy.”

Bron: Wageningen UR | Foto: Alexander Tolstykh/Shutterstock

Kamp: “Eerste subsidieloze Nederlandse windpark in zicht”

Dat meldt het ministerie van Economische zaken. Om in te spelen op deze ontwikkelingen, wordt partijen de mogelijkheid geboden een subsidieloze bieding uit te brengen voor de kavels I en II van het windpark Hollandse Kust Zuid, waarvoor de aanbesteding dit najaar wordt opengesteld.Als daar niets uitkomt zal zo snel mogelijk daarna de procedure met subsidie worden gestart, schrijft minister Henk Kamp van Economische zaken in een brief aan de Tweede Kamer.Kamp: ''De ontwikkelingen rond wind op zee volgen elkaar in hoog tempo op. Drie jaar geleden was de verwachting dat voor de vijf windparken voor de Zeeuwse en Hollandse kust maximaal € 18 mrd aan subsidie nodig zou zijn. Dat was inclusief € 4 mrd voor het net op zee, nodig om de stroom aan land te krijgen. Inmiddels zijn de kosten echter al meer dan gehalveerd en is de verwachting dat zij nog verder zullen dalen.”Hoge ogenDe aanbestedingen voor het offshore windpark Borssele, voor de Zeeuwse kust, gooiden vorig jaar hoge ogen. Het eerste deel van het windpark wordt aangelegd door Dong Energy. Bij het bekendmaken van de gunning waren de percelen 1 en 2 van windpark Borssele ’s werelds goedkoopste windpark. Het Deense bedrijf Dong Energy bracht het laagste bod uit met gemiddeld 7,27 eurocent per kilowattuur, exclusief aansluitingskosten voor Tennet van 1,4 eurocent per kilowattuur. Dit was 5,1 eurocent minder dan van tevoren begroot.Met een ongekend laag bod van € 0,0545 per kilowattuur won een consortium van Shell, Van Oord, Eneco en Mitsubishi/DGE later de aanbesteding voor het tweede windpark Borssele.Lees ook:Infographic: de recordregen in offshore windenergie Bron: Kamerbrief | Foto: Teun van den Dries/Shutterstock