Zo’n 18 miljoen afgedankte autobanden worden straks jaarlijks gerecycled tot bruikbare nieuwe grondstoffen zoals carbon black, nafta en brandstoffen voor de scheepvaart. Het Britse Circtec opende dit jaar de deuren van de hypermoderne pyrolysefabriek in Delfzijl.
Het is slechts een van de veelbelovende circulaire bedrijven die de afgelopen jaren naar de regio trokken. Ook BioBTX maakte vorige week bekend er een fabriek te gaan bouwen. Dat bedrijf gaat plastic afval en biomassa chemisch recyclen tot aromatische chemische bouwstenen als benzeen, tolueen en xyleen.
Een andere speler van formaat is Avantium, dat dit jaar zijn commerciële fabriek al deels in gebruik nam. Dat bedrijf produceert FDCA, een grondstof voor het biobased en recyclebare plastic. Het bedrijf Photanol gooit het over een andere boeg en ontwikkelt technologie waarbij cyanobacteriën CO2 omzetten in chemische bouwstenen via fotosynthese. Dit jaar wordt de eerste commerciële productie verwacht.
Verder bouwt SkyNRG op dit moment een fabriek die afvaloliën, vetten en andere reststromen omzet in biokerosine voor de luchtvaart. En het bedrijf Resilicon wil in Delfzijl een fabriek neerzetten voor duurzame productie van ultrazuiver silicium, voor toepassingen in zonnepanelen, batterijen en computerchips.
Delfzijl interessant voor circulaire verdienmodellen
Het is een cocktail van factoren die maakt dat het noordelijk havengebied interessant is voor nieuwe bedrijven met een circulair verdienmodel, zegt Sten Wennink, directeur Samenwerkende Bedrijven Eemsregio (SBE). ‘In de eerste plaats is hier ruimte, zowel fysiek als qua geluids- en milieunormen. Daarnaast heeft de regio een goede energie- en industriële infrastructuur. En de toegang tot de zeehaven maakt de plek van oudsher aantrekkelijk.’
Maar misschien nog wel belangrijker is de uitgesproken ambitie van de regio om zich te profileren als broedplaats voor de nieuwe economie. ‘De regio zet sterk in op vergroening, circulaire ketens, elektrificatie en het gebruik van reststromen als grondstof’, zegt Wennink. Havenbedrijf Groningen Seaports, gemeente Eemsdelta, provincie Groningen en de NOM, de regionale ontwikkelingsmaatschappij; allemaal scharen ze zich achter dezelfde groene koers.
Gedeelde verantwoordelijkheid
‘Ook is er een goede samenwerking met kennisinstellingen’, zegt Wennink. Het mbo richt zich sterk op het opleiden van operators. Het hbo op het opleiden van medewerkers en toegepast onderzoek. En de universiteit pakt een rol bij fundamenteel onderzoek in spin-offs zoals pilot- of demo plants.
‘De verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van de nieuwe economie valt niet bij één partij. Iedereen heeft er belang bij, van havenbedrijf, tot provincies en bestaande bedrijven. Dus iedereen moet bijdragen.’
Uitdagingen voor verduurzaming industrie
Veel grote industrie- en havenclusters kwamen de afgelopen tijd in het nieuws doordat fabrieken juist hun bouwplannen staakten. In Rotterdam sloten de fabrieken van LyondellBasell en Tronox, en bliezen Shell en BP hun plannen voor duurzame brandstoffen af. Chemelot in Limburg nam afscheid van Fibrant en Vynova en Amsterdam verloor in 2024 onder andere de prestigieuze plasticrecycler Umincorp. In het kielzog van Umincorp gingen nog zeven andere plasticrecyclers failliet.
Het is te kort door de bocht om te stellen dat al deze bedrijven om dezelfde redenen gestopt zijn, maar de verklaringen die vaker terugkwamen waren oneerlijke concurrentie uit Azië, hoge energiekosten en trage vergunningsprocedures.
Het zijn uitdagingen die ook de bedrijven in de Eemsregio niet vreemd zijn, weet Wennink. Ook in Delfzijl geldt dat bedrijven afwachtend zijn met het nemen van definitieve investeringsbesluiten. ‘Startende fabrieken hebben last van synchronisatieproblemen’, zegt Wennink. ‘Voor een bedrijf moet namelijk veel tegelijkertijd op orde zijn voordat het kan beginnen. De financiering moet rond zijn, maar tegelijkertijd moeten bijvoorbeeld ook energievoorzieningen en vergunningen beschikbaar zijn tegen de tijd dat de fabriek klaar is.’
Daarbij geldt ook voor de Eemsregio dat het personeelsvraagstuk een uitdaging is. Groningen was vorig jaar de enige provincie in Nederland waar het aantal inwoners is gedaald. Na hun studie verlaten veel jongvolwassenen namelijk de stad. Wennink: ‘Als één element nog onzeker is kan dat een finale investeringsbeslissing uitstellen.’
Waterstof als energiedrager biedt nog steeds mogelijkheden
Binnen het duurzame cluster is er veel discussie over de kansen van waterstof. Vorige maand werd bekend dat het Noorse Equinor de bouw schrapt van een blauwe waterstoffabriek met CO2-afvang in de Eemshaven. Onduidelijk beleid en het ontbreken van financiering deden het project de das om, aldus de woordvoering.
Toch ziet Wennink nog steeds een rol voor waterstof in het havengebied. ‘Waterstof als brandstof is op dit moment te duur. Maar als energiedrager, bijvoorbeeld voor opslag van energie of feedstock geloof ik er nog steeds sterk in. Wat we daar voor nodig hebben is synchronisatie van de vier pilaren van waterstof: productie, vraag, infrastructuur en opslag’
Verder zijn de opkomende circulaire bedrijven voor Wennink reden genoeg om optimistisch te blijven. ‘Extra mooi vind ik het als bedrijven zich in de regio ontwikkelen. Bijvoorbeeld als een idee aangetoond wordt op de universiteit, vervolgens een pilot plant bouwt in de regio en daarna wil doorgroeien naar een pilotfabriek of demonstratiefabriek hier in Delfzijl. BioBTX is daar een voorbeeld van.’
Net zo te spreken is hij over de inzet op offshore wind. ‘In de Eemshaven zitten nu al prachtige bedrijven die zich met de bouw van windparken en onderhoud van windmolens bezighouden, maar in de toekomst zal hier ook recycling en ontmanteling bijkomen. Die hele keten is hier straks aanwezig.’
Strategische autonomie voor Europa
Maar de regio moet het niet alleen hebben van nieuwe veelbelovende bedrijven. Om te zorgen dat de industrie in de toekomst ook nog bestaat moeten we bestaande bedrijven beschermen, zegt Wennink. ‘Als we hier geen duurzame industrie hebben, dan worden producten ergens anders gemaakt, vaak onder slechtere omstandigheden. Daarnaast is onze strategische autonomie belangrijk. Europa wil minder afhankelijk zijn van andere delen van de wereld voor belangrijke grondstoffen en producten.’
Tegelijkertijd kan het omvallen van een gevestigde naam gevolgen hebben voor het hele ecosysteem van bedrijven eromheen. Zo’n cruciale speler is zoutwinner Nobian. Vorige maand moest het bedrijf de verduurzamingsplannen ter waarde van 460 miljoen euro in de ijskast zetten omdat de verlenging van de vergunning voor zoutwinning door de provincie onder druk staat. Nobian produceert niet alleen zout, chloor, natronloog en waterstof, maar ook stoom, elektriciteit en water. Tegen Industrielinqs zegt het bedrijf dat het hele bedrijvencluster rond het bedrijf zou omvallen als Nobian wordt gedwongen te stoppen.
‘Als we tegelijk welvaart willen behouden én de wereld duurzamer willen maken, dan moeten we cruciale industrie behouden’, zegt Wennink. Want zonder bestaande industrie kun je niet vergroenen.’
Deze zomer brengen we enkele belangrijke verhalen van Change Inc. opnieuw onder de aandacht. Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in maart 2026.
Lees ook:
- Dit Nederlandse bedrijf wil vanuit Delfzijl meebouwen aan een duurzame industrie voor zonnepanelen, batterijen en chips
- Boudewijn Siemons (Havenbedrijf Rotterdam): ‘Geopolitiek en economisch hebben we wel wat huiswerk te doen’
- Verlichtingsbedrijf Signify zet tandje bij met duurzaamheidsdoelen: ‘Voor ons is het cruciaal dat de energietransitie versnelt’




