Teun Schröder
29 juli 2026, 10:32

Van bioplastics tot duurzame vliegtuigbrandstof: Delfzijl hotspot voor nieuwe economie

Er broeit iets in Delfzijl. Bioplastics, grondstoffen uit afgedankte autobanden, duurzame vliegtuigbrandstof. Al deze bouwstenen van de toekomst vinden hun weg naar het haventerrein van de Eemsdelta in het hoge noorden. Wat maakt het gebied zo aantrekkelijk voor de circulaire bedrijven van morgen?

Turbine (1) Eemshaven zet volop in op bouw, onderhoud en straks ook ontmanteling van windturbines. | Credits: SBE

Zo’n 18 miljoen afgedankte autobanden worden straks jaarlijks gerecycled tot bruikbare nieuwe grondstoffen zoals carbon black, nafta en brandstoffen voor de scheepvaart. Het Britse Circtec opende dit jaar de deuren van de hypermoderne pyrolysefabriek in Delfzijl.

Het is slechts een van de veelbelovende circulaire bedrijven die de afgelopen jaren naar de regio trokken. Ook BioBTX maakte vorige week bekend er een fabriek te gaan bouwen. Dat bedrijf gaat plastic afval en biomassa chemisch recyclen tot aromatische chemische bouwstenen als benzeen, tolueen en xyleen.

Een andere speler van formaat is Avantium, dat dit jaar zijn commerciële fabriek al deels in gebruik nam. Dat bedrijf produceert FDCA, een grondstof voor het biobased en recyclebare plastic. Het bedrijf Photanol gooit het over een andere boeg en ontwikkelt technologie waarbij cyanobacteriën CO2 omzetten in chemische bouwstenen via fotosynthese. Dit jaar wordt de eerste commerciële productie verwacht.

Verder bouwt SkyNRG op dit moment een fabriek die afvaloliën, vetten en andere reststromen omzet in biokerosine voor de luchtvaart. En het bedrijf Resilicon wil in Delfzijl een fabriek neerzetten voor duurzame productie van ultrazuiver silicium, voor toepassingen in zonnepanelen, batterijen en computerchips.

Delfzijl interessant voor circulaire verdienmodellen

Het is een cocktail van factoren die maakt dat het noordelijk havengebied interessant is voor nieuwe bedrijven met een circulair verdienmodel, zegt Sten Wennink, directeur Samenwerkende Bedrijven Eemsregio (SBE). ‘In de eerste plaats is hier ruimte, zowel fysiek als qua geluids- en milieunormen. Daarnaast heeft de regio een goede energie- en industriële infrastructuur. En de toegang tot de zeehaven maakt de plek van oudsher aantrekkelijk.’

Maar misschien nog wel belangrijker is de uitgesproken ambitie van de regio om zich te profileren als broedplaats voor de nieuwe economie. ‘De regio zet sterk in op vergroening, circulaire ketens, elektrificatie en het gebruik van reststromen als grondstof’, zegt Wennink. Havenbedrijf Groningen Seaports, gemeente Eemsdelta, provincie Groningen en de NOM, de regionale ontwikkelingsmaatschappij; allemaal scharen ze zich achter dezelfde groene koers.

Gedeelde verantwoordelijkheid

‘Ook is er een goede samenwerking met kennisinstellingen’, zegt Wennink. Het mbo richt zich sterk op het opleiden van operators. Het hbo op het opleiden van medewerkers en toegepast onderzoek. En de universiteit pakt een rol bij fundamenteel onderzoek in spin-offs zoals pilot- of demo plants.

‘De verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van de nieuwe economie  valt niet bij één partij. Iedereen heeft er belang bij, van havenbedrijf, tot provincies en bestaande bedrijven. Dus iedereen moet bijdragen.’

Uitdagingen voor verduurzaming industrie

Veel grote industrie- en havenclusters kwamen de afgelopen tijd in het nieuws doordat fabrieken juist hun bouwplannen staakten. In Rotterdam sloten de fabrieken van LyondellBasell en Tronox, en bliezen Shell en BP hun plannen voor duurzame brandstoffen af. Chemelot in Limburg nam afscheid van Fibrant en Vynova en Amsterdam verloor in 2024 onder andere de prestigieuze plasticrecycler Umincorp. In het kielzog van Umincorp gingen nog zeven andere plasticrecyclers failliet.

Het is te kort door de bocht om te stellen dat al deze bedrijven om dezelfde redenen gestopt zijn, maar de verklaringen die vaker terugkwamen waren oneerlijke concurrentie uit Azië, hoge energiekosten en trage vergunningsprocedures.

Het zijn uitdagingen die ook de bedrijven in de Eemsregio niet vreemd zijn, weet Wennink. Ook in Delfzijl geldt dat bedrijven afwachtend zijn met het nemen van definitieve investeringsbesluiten. ‘Startende fabrieken hebben last van synchronisatieproblemen’, zegt Wennink. ‘Voor een bedrijf moet namelijk veel tegelijkertijd op orde zijn voordat het kan beginnen. De financiering moet rond zijn, maar tegelijkertijd moeten bijvoorbeeld ook energievoorzieningen en vergunningen beschikbaar zijn tegen de tijd dat de fabriek klaar is.’

Daarbij geldt ook voor de Eemsregio dat het personeelsvraagstuk een uitdaging is. Groningen was vorig jaar de enige provincie in Nederland waar het aantal inwoners is gedaald. Na hun studie verlaten veel jongvolwassenen namelijk de stad. Wennink: ‘Als één element nog onzeker is kan dat een finale investeringsbeslissing uitstellen.’

Waterstof als energiedrager biedt nog steeds mogelijkheden

Binnen het duurzame cluster is er veel discussie over de kansen van waterstof. Vorige maand werd bekend dat het Noorse Equinor de bouw schrapt van een blauwe waterstoffabriek met CO2-afvang in de Eemshaven. Onduidelijk beleid en het ontbreken van financiering deden het project de das om, aldus de woordvoering.

Toch ziet Wennink nog steeds een rol voor waterstof in het havengebied. ‘Waterstof als brandstof is op dit moment te duur. Maar als energiedrager, bijvoorbeeld voor opslag van energie of feedstock geloof ik er nog steeds sterk in. Wat we daar voor nodig hebben is synchronisatie van de vier pilaren van waterstof: productie, vraag, infrastructuur en opslag’

Verder zijn de opkomende circulaire bedrijven voor Wennink reden genoeg om optimistisch te blijven. ‘Extra mooi vind ik het als bedrijven zich in de regio ontwikkelen. Bijvoorbeeld als een idee aangetoond wordt op de universiteit, vervolgens een pilot plant bouwt in de regio en daarna wil doorgroeien naar een pilotfabriek of demonstratiefabriek hier in Delfzijl. BioBTX is daar een voorbeeld van.’

Net zo te spreken is hij over de inzet op offshore wind. ‘In de Eemshaven zitten nu al prachtige bedrijven die zich met de bouw van windparken en onderhoud van windmolens bezighouden, maar in de toekomst zal hier ook recycling en ontmanteling bijkomen. Die hele keten is hier straks aanwezig.’

Strategische autonomie voor Europa

Maar de regio moet het niet alleen hebben van nieuwe veelbelovende bedrijven. Om te zorgen dat de industrie in de toekomst ook nog bestaat moeten we bestaande bedrijven beschermen, zegt Wennink. ‘Als we hier geen duurzame industrie hebben, dan worden producten ergens anders gemaakt, vaak onder slechtere omstandigheden. Daarnaast is onze strategische autonomie belangrijk. Europa wil minder afhankelijk zijn van andere delen van de wereld voor belangrijke grondstoffen en producten.’

Tegelijkertijd kan het omvallen van een gevestigde naam gevolgen hebben voor het hele ecosysteem van bedrijven eromheen. Zo’n cruciale speler is zoutwinner Nobian. Vorige maand moest het bedrijf de verduurzamingsplannen ter waarde van 460 miljoen euro in de ijskast zetten omdat de verlenging van de vergunning voor zoutwinning door de provincie onder druk staat. Nobian produceert niet alleen zout, chloor, natronloog en waterstof, maar ook stoom, elektriciteit en water. Tegen Industrielinqs zegt het bedrijf dat het hele bedrijvencluster rond het bedrijf zou omvallen als Nobian wordt gedwongen te stoppen.

‘Als we tegelijk welvaart willen behouden én de wereld duurzamer willen maken, dan moeten we cruciale industrie behouden’, zegt Wennink. Want zonder bestaande industrie kun je niet vergroenen.’

Deze zomer brengen we enkele belangrijke verhalen van Change Inc. opnieuw onder de aandacht. Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in maart 2026. 

Lees ook:

Zeewier is het 'groene goud', maar er geld aan verdienen blijkt knap lastig: dit moet er gebeuren

Het was de grootste zeewierboerderij van Nederland. tien hectare met maar liefst vijftig kilometer aan kelp, en een oogst van meer dan honderd ton per jaar. 'Ons doel is om een brug te slaan van kleinschalige naar grootschalige zeewierteelt', aldus de Dutch Seaweed Group.Die brug is niet meer. Eind vorig jaar moest het geheel worden ontmanteld. 'Ondanks groeiend geloof in zeewier lukte het ons niet om verkoop op schaal te realiseren of de juiste product-markt-fit te vinden', verklaarde de Dutch Seaweed Group op LinkedIn. Het bedrijf stopte al zijn activiteiten in de zeewiersector.Een klap voor de Nederlandse zeewiersector. Maar het is niet allemaal ach en wee. De European Seaweed Association (ESWA) kon vorig jaar op haar beurt juist de eerste geslaagde zeewieroogst in Vattenfalls windmolenpark Hollandse Kust Zuid laten zien. De brancheorganisatie poogde aan te tonen dat het mogelijk is om bij windparken op de Noordzee een commercieel model op te zetten voor het telen van zeewier.Hoe mogelijk is dat? Het telen van zeewier lijkt het probleem niet – het rendabel opschalen wel.[caption id="attachment_174941" align="aligncenter" width="900"] De eerste oogst van zeewierboerderij North Sea Farm 1 afgelopen zomer. | Credits: European Seaweed Association[/caption] Zeewier: van verpakking tot mest en kleding Het is 2008 als Job Schipper het bedrijf Hortimare start. Geen makkelijk jaar, weet hij achteraf, 'maar er was in elk geval geen concurrentie'. De ondernemer, afkomstig uit de plantenveredeling, gaat vaak op vakantie naar Noorwegen en is gegrepen door de mooie kleuren van het zeewier in de fjorden. 'Ik dacht: als je dat in een transparant bakje stopt en in de supermarkt legt, verkoopt het vast.'Pas later komt hij erachter dat zeewier veel meer toepassingen kent dan alleen humane consumptie. Je kunt er bijvoorbeeld bioplastics van maken, biostimulanten, veevoer, bouwmaterialen en zelfs kleding.Naast multifunctioneel is zeewier ook nog eens heel voedzaam én duurzaam. Zeewier bevat vezels, eiwitten en diverse waardevolle suikers. Het neemt CO2 en stikstof op, heeft geen zoet water of kunstmest nodig en is goed voor de biodiversiteit. En o ja: we kunnen het in Europa produceren. Het leverde het goedje de bijnaam 'het groene goud' op. Wereldwijde groei van zeewier Hortimare levert zaden aan startups die zeewier willen telen. Schipper leert steeds meer over zeewier veredelen, vermeerderen en nieuwe teeltsystemen. Tien jaar na de oprichting van Hortimare draagt hij het stokje over aan een ander en richt hij Seawiser op, een heus consultancybureau voor zeewierboerderijen. Want ook Schipper weet: de markt is voor zeewier de grootste uitdaging.Waar komt dat door? Er lijken genoeg grote partijen geïnteresseerd in zeewier als grondstoffen voor allerlei producten. IKEA investeerde in Nordic Seafarm, de Belgische Colruyt Group gebruikt een biostimulant op basis van zeewier op eigen landbouwgrond. En de zeewiercoating van Notpla wordt gebruikt in de plasticvrije verpakkingen van cafetariaketen Kwalitaria.De stijgende trend zie je ook op andere plekken. De wereldwijde zeewierproductie groeide van 11,8 miljoen ton in 2001 naar 36,3 miljoen ton in 2021. De Wereldbank spreekt van 'duidelijk groeipotentieel voorbij de huidige markten'. [caption id="attachment_174531" align="aligncenter" width="899"] De wereldwijde productie van zeewier in miljoenen tonnen. | Credits: Food and Agriculture Organization of the United Nations (FAO)[/caption]Die 'huidige markten' bevinden zich momenteel nog vooral in Azië. Waar Europa jaarlijks zo'n 300.000 ton zeewier gebruikt, is dat voor Azië zo'n 30 miljoen ton, zegt Aris Molenaar. Hij is businessdeveloper bij de European Seaweed Association en ceo van Olijck Foods, dat onder meer hybride vlees verkoopt waarvan de helft uit zeewier en andere groenten bestaat. De hybride burgers werden verkocht tijdens SAIL en de Formule 1 in Zandvoort, wat de CO2-uitstoot uit rundvlees flink liet dalen.Hoe graag Molenaar zeewier ook een 'industrie' zou noemen; daar is het niet groot genoeg voor, zegt hij. In een industrie is sprake van voldoende vraag en aanbod én een stabiele productie en kwaliteit. Daar schort het in Europa nog aan, ziet ook Schipper. 'Vaak willen grote afnemers toch zeker 10.000 ton per jaar kunnen kopen. De zeewiersector kan die hoge volumes nog niet betrouwbaar leveren.'Voor betrouwbare productie is gecultiveerde zeewierteelt nodig. In Azië gebeurt dat op grote schaal, maar Europa haalt zijn zeewier nog vooral uit (deels gereguleerde) wildoogst. 'Met wildoogst kun je nu redelijke businesscases bouwen. Maar de kostprijs van gecultiveerd zeewier is nu nog veel te hoog', zegt Molenaar. Terwijl dat toch echt de enige manier is om grootschalig en duurzaam zeewier te verkrijgen. Meer lezen over het voedselsysteem van de toekomst? In de nieuwsbrief Kweekvlees & Kool schrijft Change Inc.-redacteur Maaike Kooijman over nieuwe ontwikkelingen en interessante updates. Schrijf je hier in.De goede locatie om zeewier te verbouwen Zeewier telen heeft een aantal grote uitdagingen. Je kunt het telen in grote containers op land, of op zee. Hoewel de condities in containers makkelijker te beïnvloeden zijn, is off-shore teelt geschikter voor grote volumes. Maar niet elke plek is geschikt voor een rendabele zeewierteelt.Schipper: 'Toen ik met Hortimare startte, kreeg ik de kans om een paar hectare zeewier te planten naast een zalmkwekerij in Noorwegen. Ik wilde kijken of dat haalbaar was, zowel voor zalmkwekers als voor zeewierboeren. De planten groeiden enorm goed in het voorjaar. Maar helaas groeide het onkruid ook goed. Want ja, daar heb je ook in zee last van. In de zomer ging daardoor alles verloren.'Willen we op grote schaal zeewier verbouwen in zee, dan is de locatie dus belangrijk. Zeewier gedijt goed bij stabiele, niet al te hoge temperaturen, en een lage maar constante aanvoer van voedingsstoffen. En dat is niet de Noordzee, zegt Schipper stellig. 'Althans, niet op een rendabele manier. Kijk naar hoe goed mosselen hier groeien. Mosselen hebben baat bij een hoge concentratie microalgen. Zeewier juist bij weinig algen. De Noordzee kun je hoogstens als testlocatie gebruiken.'Ook Nikki Spil, eigenaar van zeewierraffinaderij Holdfast and Stipe, ziet de toekomst van zeewierteelt in Nederland niet per se rooskleurig in. 'Voor bulktoepassingen zoals de bouw zie ik zeker kansen. Maar voor hoogwaardige ingrediënten voor bijvoorbeeld cosmetica en supplementen, waarbij consistentie en zuiverheid cruciaal zijn, is de kweek nu nog niet stabiel genoeg.'[caption id="attachment_174942" align="alignright" width="300"] Holdfast and Stipe, met een raffinaderij in Beverwijk, maakt biostimulanten uit zeewier. | Credits: Holdfast and Stipe[/caption]Voorheen had Spil een kleine zeewierboerderij in de haven van IJmuiden, maar daarmee stopte ze enkele jaren geleden. 'Het was heel moeilijk om op te schalen, vergunningen te krijgen. De Noordzee lijkt groot, maar dicht bij de kust is vrijwel elke vierkante meter bezet. Bedrijvigheid, visserij, windparken, bekabeling', legt ze uit. 'En teelt verder op zee verhoogt de kosten aanzienlijk.'Toch kunnen juist die windparken ook kansen bieden. De ESWA oogstte in juli vorig jaar voor het eerst wier in Vattenfalls windmolenpark Hollandse Kust Zuid. De brancheorganisatie stelt dat er voor de gehele Noordzee een potentie ligt om zeker vijfduizend tot tienduizend vierkante kilometer in te ruimen voor zeewierteelt, met een geraamde opbrengst van zo’n 10 miljoen ton zeewier per jaar. Een regeneratieve vorm van zeewierteelt Seawiser werkt vooral voor buitenlandse klanten. 'Van Australië tot Alaska en de Faeröer-eilanden. Ik zie ook veel potentie voor IJsland en Groenland', zegt Schipper.Op die plekken kun je zeewierboerderijen opzetten waarvan je het hele jaar rond kunt oogsten. Want alleen dan is zeewier rendabel, weet Schipper inmiddels. 'Anders worden de installaties te weinig gebruikt en moet je te veel in één keer verwerken. Bovendien kost het geld om steeds opnieuw te moeten zaaien.'Een jaarronde oogst levert niet alleen stabiele hoeveelheden op, maar bespaart zeewierboeren ook geld. Er zijn weliswaar meer installaties op zee nodig, maar ook kleinere schepen en minder opslagcapaciteit. Bovendien is het regeneratief: 'Als je alles in één keer oogst, verdwijnt daarmee ook de hele biodiversiteit.'Of je zeewier per seizoen of jaarrond kunt oogsten, hangt deels af van het soort kelp. Maar er zijn ook verschillende teelttechnieken. Schipper maakt de vergelijking met akkerbouw, waarbij alles in één keer wordt geoogst, en bosbouw. Een 'bosbouw-concept' zou voor zeewier het geschikst zijn, legt Schipper uit. 'Dan plant je wier aan in een groter gebied en oogst je verschillende delen daarvan op verschillende momenten, over een periode van een aantal jaar.''Daarmee geef je ook vissen en ander leven de kans naar een aangrenzend perceel te migreren. Die diensten voor het ecosysteem zou je ook weer financieel kunnen waarderen.' Rol voor Nederland in zeewiersector De afgelopen tien à vijftien jaar is er veel onderzoek gedaan naar technieken voor het telen en verwerken van zeewier. Nu is het tijd om die belofte om te zetten in business, zegt Molenaar. 'Er is veel tijd en geld besteed aan de aanbodzijde, maar op een gegeven moment moet je het ook gaan verkopen. Dat is lastig. De mensen die goed zijn in onderzoek, zijn over het algemeen niet de mensen die goed zijn in marketing en sales. Maar als je de vraag stimuleert, ontwikkelt de rest zich vanzelf. Want dan heb je een businesscase.'De product-markt-fit waar de Dutch Seaweed Group het over had, wordt nu cruciaal. Molenaar zet zijn geld in op toepassingen in hybride vlees, verpakkingen en biostimulanten. Maar ook andere afzetmarkten kunnen interessant zijn. De pharmacie bijvoorbeeld; daar wordt sowieso al met dure ingrediënten gewerkt.Schipper ziet een keten voor zich waarin meerdere partijen 'als een waterval' het zeewier verwerken. 'Eén toepassing uit zeewier kan financieel niet uit. We moeten alle bruikbare stoffen eruit halen. De eiwitten, de suikers, de stofjes die geschikt zijn voor medicijnen en de rest kan als biostimulant fungeren. Dat zal niet allemaal door hetzelfde bedrijf worden gedaan.' Subsidies en samenwerken Ook Spil ziet een beweging richting specialisering. 'Tien jaar geleden had iedereen alle petten op. Je moest boer zijn, verwerken en ook nog zelf producten verkopen. Dat was bijna niet te doen, maar er waren nu eenmaal geen andere partijen. Nu dat wel zo is, kunnen ondernemers meer op één ding focussen.'Dat betekent wel dat verschillende partijen in de keten intensief moeten samenwerken. Daar heb je eigenlijk een ketenregisseur voor nodig, zegt Schipper. Hij ziet een rol voor partijen als de ESWA, maar ook overheidspartijen.De overheid moet ook een andere rol spelen, denkt Molenaar. 'Voor de switch van wildoogst naar gecultiveerde teelt is een productiesubsidie nodig, net zoals werd gedaan met de eerste windenergie op zee. Met een geringe subsidiëring zou je al ver kunnen komen. Dat kan ervoor zorgen dat gecultiveerde teelt kan concurreren met wildoogst.'Nu is de sector in het westen nog afhankelijk van kortstondige investeringen en projecten. De zeewierboerderij bij windmolenpark Hollandse Kust Zuid werd bijvoorbeeld gefinancierd door Amazon. Grote ambities Hoe lang gaat het nog duren voordat we van een 'industrie' kunnen spreken? Schipper rekent op zo'n vijf jaar tot we echt grote zeewierboerderijen gaan zien. 'Ik verwacht wel dat dat kan. We hebben inmiddels veel kennis over veredelen en vermeerderen, we kunnen snel grote arealen zaaien en de verwerking wordt steeds beter. Sommige dingen zijn nog wel in ontwikkeling, zoals mechanisatie in de vorm van oogstmachines.'De ESWA heeft in elk geval grote ambities. De branchevereniging ontwikkelde een 'roadmap' per sector. Zo wil ze in 2050 een kwart van de plastic coatings op verpakkingen hebben vervangen door een zeewiercoating. In datzelfde jaar moet Europa 10 procent minder meststoffen gebruiken door het gebruik van biostimulanten op basis van zeewier. Voor alle doelen samen is meer dan 10 miljoen ton nat zeewier nodig.In de verwerking daarvan kan Nederland een cruciale rol spelen, denken alle experts. Toch hoopt Spil dat ook de teelt hier weer terugkomt. 'Maar dan vooral voor natuurherstel.'Deze zomer brengen we enkele belangrijke verhalen van Change Inc. opnieuw onder de aandacht. Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in maart 2026.  Lees ook:Burgers met bonen: zo loodsen supermarkten meer plantaardige eiwitten de winkelmandjes in De boon is terug: is het ontbrekende puzzelstukje in de eiwittransitie daarmee eindelijk gevonden? Bioplastic maken zoals de natuur het bedoeld heeft: deze start-up bewijst dat het kan