Hannah van der Korput
31 juli 2023, 13:11

Voorlopig gaat er een streep door diepzeemijnbouw

De plannen om te starten met diepzeemijnbouw zijn met een jaar uitgesteld. Internationale afspraken missen, waardoor het winnen van metalen en mineralen uit de zeebodem voorlopig niet is toegestaan.

Adobe Stock 615475545 De diepzeebodem is rijk aan kostbare grondstoffen zoals nikkel, kobalt en koper. | Credits: Adobe Stock

Afgelopen weken is er tijdens de conferentie van International Seabed Authority (ISA) veel overlegd over diepzeemijnbouw. De ISA is het orgaan van de Verenigde Naties dat verantwoordelijk is voor mijnbouwactiviteiten in de internationale wateren. Tijdens de conferentie lukte het niet om de voorwaarden voor diepzeemijnbouw vast te stellen. Zo is er onder andere gesteggel over de vraag hoe de opbrengsten van de gewonnen grondstoffen eerlijk worden verdeeld.

Niet de eerste keer

Het is niet de eerste keer dat er geen overeenstemming is bereikt over de diepzeemijnbouw. De conceptregels die ISA opstelde strandden vorig jaar ook.

Waarom diepzeemijnbouw?

De diepzeebodem is rijk aan kostbare grondstoffen zoals nikkel, kobalt en koper. Deze zijn hard nodig voor batterijen, elektrische auto’s, windmolens en zonnepanelen. Vanwege de transitie van fossiele naar groene energie schat de Wereldbank dat de vraag naar dit soort metalen tot 2050 met 500 procent groeit. Diverse bedrijven willen dan ook beginnen met diepzeemijnbouw.

Natuurorganisaties aan de andere kant hopen dat het niet zover komt. Diepzeemijnbouw zorgt voor ecologische schade, het verdwijnen van zeeleven op de zeebodem en het verlies van soorten en biodiversiteit, zeggen zij. Die effecten kunnen decennia, zo niet eeuwen duren. “We weten gewoon veel te weinig van de effecten die diepzeemijnbouw met zich meebrengt”, zei Mark van der Wal, senior ecoloog en adviseur delfstoffen, eerder tegen Change Inc. “De oceanen staan al onder druk door overbevissing, verzuring en temperatuurstijging. We moeten verantwoord met dit ecosysteem omgaan.”

Lees ook:

Twee op de drie ondernemers willen fossiele auto inruilen voor elektrische

Zakelijk verkeer en woon-werkverkeer zijn samen verantwoordelijk voor meer dan 50 procent van de gereden kilometers in Nederland. Om de CO2-uitstoot omlaag te krijgen, mogen nieuwe auto's vanaf 2035 alleen nog maar uitstootvrij zijn. ANWB Zakelijk ondervroeg 633 ondernemers of zij al klaar zijn om hun fossiele wagen in te ruilen voor een elektrische. Aanschafprijs is grootste nadeel Het grootste nadeel van een elektrische auto zien de ondernemers in de aanschafprijs (69 procent). Op de tweede plaats verwachten zij dat de actieradius nog onvoldoende is (57 procent). De meerderheid geeft aan zeshonderd kilometer te willen rijden met een volle accu. Andere nadelen die genoemd worden zijn te weinig openbare laadpunten (29 procent) en zorgen om de levensduur van de accu (26 procent). Wens naar grote actieradius is groter dan behoefte Die argumenten zijn verrassend, ziet Patrick van Weert, Product Manager bij ANWB Zakelijk. “Uit ons onderzoek blijkt dat de wens naar een hoge actieradius groter is dan de daadwerkelijke behoefte. De helft van de ondernemers geeft namelijk aan dat zij minder dan vijftig kilometer per dag rijden.” Van Weert denkt dat deze tegenstelling deels komt doordat ondernemers niet willen afwijken van hun gewoonte om één tot twee keer in de week te tanken. “Bij een elektrische auto zouden ze namelijk iedere dag moeten opladen”, zegt Van Weert. Daarnaast heeft het type voertuig invloed op het denkbeeld van de ondernemers, blijkt uit het onderzoek. Zo’n 60 procent van de ondernemers met een bedrijfsbus geeft aan niet elektrisch te kunnen rijden. Dit in tegenstelling tot ondernemers met personenauto’s, waar zo’n 30 procent aangeeft niet elektrisch te kunnen rijden. Binnen de groep ondernemers die leasen geeft ook 30 procent dit aan. Vooroordelen Van Weert: “We merken dat er veel vooroordelen zijn over elektrisch rijden. Zo gaan veel ondernemers er bijvoorbeeld vanuit dat de ruimte in een elektrische bedrijfsbus kleiner is dan in een bus die rijdt op fossiele brandstoffen. Dit is echter niet het geval”. Daarnaast merkt Van Weert dat autofabrikanten zich heel snel ontwikkelen, vooral in bedrijfsbussen. “Vooroordelen en het niet informeren lijken dus één van de oorzaken te zijn van het niet willen overstappen.” Positief over elektrisch rijden Toch lijkt de zakelijke rijder positiever over elektrisch rijden dan de verwachte mogelijkheden. Van alle mkb’ers en zzp’ers geeft 50 procent aan positief te denken over zakelijk elektrisch rijden. Vooral binnen de horeca, recreatie, toerisme en cultuursector (64 procent) en de gezondheids- en welzijnszorg (60 procent) is de meerderheid positief. Ook in de beroepsgroepen die aangeven dat zij weinig mogelijkheden hebben om over te stappen, heeft een groot deel een positieve houding. Zoals in de industriële sector, waar 67 procent verwacht niet elektrisch te kunnen rijden, heeft 43 procent een positieve houding. Hetzelfde geldt voor de transport en logistieksector, waarvan 61 procent niet verwacht elektrisch te kunnen rijden, maar toch 38 procent een positieve houding heeft tegenover elektrisch rijden. 'Ver-van-je-bedshow' “Bij veel ondernemers is elektrisch rijden een ver-van-je-bedshow. En dat is begrijpelijk, maar wij adviseren toch om meer te informeren. Daar kun je in de toekomst echt je voordeel mee doen”, zegt Van Weert. “Voorkom onverwachte uitdagingen en wees voorbereid voor mogelijke investeringen die je in de toekomst kunt verwachten.” Meer lezen? Trucktol moet Nederlandse vrachtwagens versneld verduurzamen Nieuwe wet verplicht meer snelladers en waterstofvulpunten langs Europese wegenZo vind je op vakantie een laadpaal