Rianne Lachmeijer 24 augustus 2018, 09:45

3 keer duurzaam bouwen: Daken maken de stad klimaatbestendig

Klimaatverandering en het aangekondigde Klimaatakkoord maken een duurzame gebouwde omgeving noodzakelijk. Dankzij pioniers met concrete oplossingen krijgt een duurzame stad vorm. Gasloos, circulair en klimaatbestendig; drie Amsterdamse voorbeelden. Vandaag: hoe daken de gebouwde omgeving klimaatbestendig maken.

Rooftop hr o v v rooftop revolution alice wielinga met logo kleiner

Dit artikel is  onderdeel van een serie over duurzaam bouwen. Volgende week verschijnt het laatste deel: Een circulaire wijk.

"Als je op straat loopt, realiseer je je niet hoeveel verschillende soorten daken er zijn. En elk dak biedt andere mogelijkheden", vertelt Jan Henk Tigelaar, project manager bij Rooftop Revolution tijdens een presentatie.  

Nederland beschikt over circa 400 km2 aan plat dak. Rooftop Revolution wil deze daken bedekken met planten. "Mensen wonen graag in een groene omgeving", legt Tigelaar uit. Maar een dak bedekt met planten levert meer op dan mooi uitzicht.  

Wat groene daken opleveren 

Een groen uitzicht vermindert stress en verhoogt de concentratie, aldus Tigelaar. Daarnaast verhoogt beplanting de isolatiewaarde van het dak: In de zomer houdt de groene dakbedekking de warmte buiten en in de winter juist binnen. Dat levert een energiebesparing op. Ook neemt de waarde van huizen volgens hem met 4 tot 15 procent toe als deze in een groene buurt staan.  

'Een combinatie met zonnepanelen is altijd een goed idee'

Daarnaast kan beplanting de levensduur van het dak verdubbelen en “een combinatie met zonnepanelen is altijd een goed idee.” Hij legt uit: “Zonnepanelen worden minder efficiënt als het warmer wordt dan 25 tot 30 graden en een traditioneel dak kan op een ’s zomerse dag wel 70 tot 80 graden worden.”  

Doordat een groen dak koeler is, vergroot dit het zonnepanelenrendement en vermindert het tegelijkertijd de hitte in de stad. Tot slot verlichten groene daken de druk op het riool tijdens piekbuien die door klimaatverandering vaker voor zullen komen. “Het riool is niet voorbereid op het klimaat van de toekomst”, stelt  Tigelaar. 

Een klimaatbestendige gebouwde omgeving  

Ook de gemeente Amsterdam is zich bewust van de impact van piekbuien op het riool, weet Daniël Goedbloed, programmamanager bij Rainproof. “Ontwikkelaars van nieuwe gebouwen zijn verplicht om 60 millimeter aan regenval op hun kavel te kunnen opvangen”, vertelt hij. Dit maakt onderdeel uit van het rioolbeleid en moet ervoor zorgen dat Amsterdam bij een hoosbui niet direct onderloopt.  

Goedbloed neemt ons mee naar zijn favoriete dak, waar wateropslag en beplanting worden gecombineerd: een ‘groen-blauw’ dak. “Een standaard groen dak is bedekt met sedum, omdat het weinig water nodig heeft. Het kan uitdrogen en daarna weer opleven, maar op dit dak heb je allerlei soorten planten. Waardoor het een heel fijne plek wordt om rond te wandelen. Je ziet veel bloemen en bijen, dat levert ecologische waarde op”, zegt Goedbloed tijdens de rondleiding.

Het dak als omgekeerde polder

Het dak is van vastgoedeigenaar Breevast en is aangelegd door de Dakdokters in samenwerking met Karres en Brands. De bovenste laag van het dak bestaat uit planten en een drainagesysteem, daaronder bevindt zich een waterbergingssysteem waar men circa 80 millimeter water in kwijt kan. Het gaat om een zogenoemd ‘polderdak’, omdat het systeem als een omgekeerde polder werkt. “In plaats van dat het water buiten laat, houdt het water binnen.” 

Met behulp van sensoren reageert het systeem op weersvoorspellingen. Als er een grote bui aankomt, wordt de waterberging geleegd zodat er voldoende ruimte is voor het extra water. “Alleen in extreme gevallen is dat nodig, meestal houdt het dak al het regenwater vast.” Na een korte stilte vervolgt hij: “Nu staat het helemaal droog.” Dat is een gevolg van klimaatverandering waar het vandaag niet overgaat. “Morgen is regen voorspeld”, klinkt het hoopvol uit de groep.  

Benieuwd naar het eerste deel van de serie? Lees nu hoe de Zuidas zich voorbereidt op de energietransitie.

Afbeelding: Alice Wielinga voor Rooftop Revolution

De warmtetransitie: een tussenstand

Natuur & Milieu, Stedin en Alliander onderzochten welke warmte-installaties Nederland aanschaft: hr-ketels, warmtepompen, pelletkachels, biomassaketels, zonneboilers en inbouwkookplaten. Hiervoor keken zij naar de verkoopcijfers van de afgelopen vijf jaar en het aantal aangevraagde subsidies (ISDE). De resultaten lopen tot en met 2017 en zijn opgetekend in de zogenoemde Gasmonitor. De partijen hebben de ambitie om deze jaarlijks te publiceren.Lees ook: Klimaatakkoord: 'In 2030 kwart woningen aardgasloos verwarmd'De uitdaging van de energietransitieBinnen de energietransitie vormt de warmtetransitie in de gebouwde omgeving een grote uitdaging. Voor de verwarming van hun woning en van het tapwater gebruiken huishoudens vaak aardgas. ‘In 2016 werd 94 procent van deze warmtevraag door huishoudens nog ingevuld met fossiele brandstoffen, voornamelijk aardgas’, zo staat in de Gasmonitor.Download de GasmonitorDe op aardgas gestookte hr-ketels zorgen voor CO2-uitstoot. Natuur & Milieu, Stedin en Alliander berekenden dat de verwarming van een gemiddelde eengezinswoning waarin vier personen wonen jaarlijks een CO2-uitstoot van 3.300 kilo oplevert. Ter vergelijking: dat staat gelijk aan 21.000 kilometer rijden in een benzineauto.‘Teleurstellende trend’Uit het onderzoek naar de verkoop van warmte-installaties, merkten Natuur & Milieu, Stedin en Alliander dat het aandeel nieuwbouwwoningen met een hr-ketel in 2015 harder steeg dan het totale aantal gerealiseerde nieuwbouwwoningen. In 2014 had 52 procent van de nieuwbouwwoningen een hr-ketel, in 2015 was dat 78 procent en in 2016 75 procent. ‘Een teleurstellende trend’, schrijven de partijen, ‘omdat juist deze nieuwe woningen vaak technisch uitermate geschikt zijn om met een warmtepomp te verwarmen. Dit is een gemiste kans.’Volgens Natuur & Milieu, Stedin en Alliander is de oorzaak van de stijging van het aantal hr-ketels in nieuwbouwwoningen onbekend. Zij zien wel twee mogelijkheden. Ten eerste kan het dat bouwprojecten die door de financiële crisisjaren na 2008 stil lagen in 2015 en 2016 weer zijn opgepakt. Deze bouwprojecten hebben vaak een paar jaar oude bouwvergunning, waar welllicht een hr-ketel in was opgenomen. Een tweede verklaring kan zijn dat er in 2013 of 2014 enkele grote nieuwbouwwijken op stadsverwarming of warmtenetten zijn aangesloten en dat daarom het percentage nieuwbouwhuizen met een hr-ketel in 2013 en 2014 zo laag is.Lees ook: Klimaatakkoord volgens Samsom: “Er dienen zich weinig grotere kansen aan dan deze”Alternatieven voor aardgasverwarmingEr zijn verschillende alternatieven voor verwarming met aardgas, zoals warmtepompen, pelletkachels en zonneboilers. Deze worden, ondanks de dominantie van hr-ketels, steeds populairder. In 2017 werden er 425.000 hr-ketels verkocht tegenover bijna 70.000 gasloze alternatieven. In 2017 werden ongeveer vijf keer zoveel hr-ketels verkocht als warmtepompen.Vanaf 2013 neemt de verkoop van warmtepompen toe, het gaat daarbij zowel om warmtepompen die werken op buitenluchtwarmte als op bodemwarmte. Onderstaande grafiek toont het totale aantal verkochte aardgasloze verwarmingstechnieken per jaar.Aardgasloos in de keukenOok in de keuken maken mensen gebruik van aardgas. Opvallend is dat elektrisch het in de keuken inmiddels wel wint van aardgas. ‘In de keuken is de transitie naar een aardgasloos huishouden begonnen’, concluderen Natuur & Milieu, Stedin en Alliander in de Gasmonitor.Sinds 2016 worden er meer elektrische inbouwkookplaten verkocht dan inbouwgaskookplaten. Onder elektrische inbouwkookplaten vallen alle kookplaten met elektriciteit als warmtebron, zoals inductiekookplaten, halogeenkookplaten en keramische kookplaten. Van alle verkochte inbouwkookplaten in 2017 was meer dan de helft (57,5 procent) elektrisch.De voortgang van de warmtetransitieNatuur & Milieu, Stedin en Alliander concluderen in de Gasmonitor dat op zowel de particuliere als op de zakelijke markt nog geen omslag zichtbaar is naar aardgasloze ruimteverwarming.Het is mogelijk dat de Gasmonitor in 2019 een ander beeld laat zien, vanwege de recente politieke ontwikkelingen. Zo is per 1 juli 2018 de aansluitplicht op het aardgasnet voor nieuwbouwwoningen vervallen en wordt er binnen de voorstellen voor het Klimaatakkoord gesproken over een verhoging van de energiebelasting op aardgas.In de DuurzaamBedrijfsleven podcast stelt Roelof Potters, general manager van Alliander Duurzame Gebiedsontwikkeling, dat Nederland zeker van het gas af kan, maar dat het wel hard werken wordt:Dit fragment maakt onderdeel uit van een complete podcast. Abonneer je op de podcast via Soundcloud, iTunes of op je telefoon via een podcastapp. Zoek op: DuurzaamBV.Bron: De Gasmonitor | Grafieken: De Gasmonitor | Afbeelding: Adobe Stock