Fitria Jelyta 12 april 2016, 07:05

5 duurzame projecten met houten hoogbouw in Europa

Bouwen met hout kan zowel tijd als kosten besparen in nieuwbouwprojecten. Daarnaast zijn houten gebouwen veel lichter en beter bestand tegen vuur dan traditionele gebouwen. Dat blijkt uit onderzoek van de Cambridge University.

Canopia view9 garden

In samenwerking met Britse architectenbureau PLP werken wetenschappers van de Cambridge University aan een onderzoek naar de voordelen van hout als hernieuwbaar materiaal voor hoogbouw. Het onderzoek moet uiteindelijk leiden tot de bouw van meerdere wolkenkrabbers van hout in de Britse hoofdstad en een duurzame oplossing bieden voor de hoge vraag naar woningen als gevolg van verstedelijking.

Houten hoogbouw is ook in andere Europese steden een groeiende ontwikkeling. Zo krijgt Parijs een houten toren die CO2-uitstoot moet opnemen en moeten vier houten torens met veel beplanting in Bordeaux bijdragen aan de biodiversiteit.

In welke andere Europese steden verrijzen wolkenkrabbers van hout? DuurzaamBedrijfsleven Media geeft een overzicht van vijf projecten die bouwen met hout naar een hoger niveau tillen.  

1. HoHo Wien

In Wenen heeft het Oostenrijkse architectenbureau Rüdiger Lainer + Partner (RLP) de houten toren HoHo Wien ontworpen. Het houten complex biedt plaats aan woningen, kantoorruimtes, winkels, een restaurant en een kuuroord. Met een totale oppervlakte van ruim 25.000 vierkante meter en 24 verdiepingen is de 84 meter hoge HoHo Wien het hoogste houten gebouw ter wereld, stelt RLP.

Door gebruik te maken van zonne-energie, regenwateropslag, natuurlijke ventilatie en liften die energie terugwinnen, moet de HoHo Wien duurzaam en energiezuinig zijn. Naar verwachting wordt het houten gebouw in 2018 opgeleverd.

2. Baobab

Ook de Canadese architect Michael Greene claimt ’s werelds hoogste houten gebouw te realiseren. In samenwerking met de Franse bedrijven DVVD en REI France is Greene van plan om een houten wolkenkrabber met de naam Baobab te bouwen die jaarlijks 3.700 ton CO2-uitstoot moet vastleggen. Volgens de architect staat dit gelijk aan de jaarlijkse uitstoot van 2.200 auto’s.

Door gebruik te maken van de zogenoemde cross laminated timber (CLT) kan de ontwikkelaar staal en beton in grote bouwprojecten vervangen door dikke kruislings verlijmde houten balken. Hierdoor kunnen de gebouwen volgens Greene CO2-uitstoot vastleggen in plaats van dat ze bijdragen aan klimaatverandering. De architect zegt dezelfde techniek te gebruiken bij de ontwikkeling van het Timber, Technology and Transit (T3)-gebouw, de eerste houten hoogbouw in de Verenigde Staten.

3. Canopia

De Baobab-toren is niet de enige toren in Frankrijk die volledig uit hout wordt opgetrokken. De Franse plaats Bordeaux krijgt er namelijk vier houten torens van het Japanse architectenbureau Sou Fujimoto bij. Het Canopia-project heeft een oppervlakte van ruim 17.000 vierkante meter en biedt plaats aan 199 woningen. Daarnaast is 3.770 vierkante meter bestemd voor kantoorruimtes en 500 vierkante meter voor winkels.

Met veel beplanting moeten de Canopia-torens bijdragen aan de vergroting van de biodiversiteit in de stad.

4. Patch22

In het rijtje van ’s werelds hoogste houten gebouwen kan de Amsterdamse woontoren Patch22 niet ontbreken. Met zes woonlagen en een hoogte van 30 meter moet het woon- en werkcomplex volgens de verantwoordelijke architect Tom Frantzen het hoogste houten gebouw van Nederland worden.

Door elektriciteit uit zonnepanelen en een goede isolatie verbruikt het complex door het jaar heen niet of nauwelijks energie.

5. Dalston Lane

De Londonse wijk Hackney krijgt van het bouwconcern Ramboll een houten wooncomplex van tien verdiepingen hoog. Het gebruik van hout als bouwmateriaal draagt bij aan een vermindering van de CO2-uitstoot. Zo lopen de besparingen op tot 2.400 ton CO2-uitstoot, stelt Ramboll. Daarnaast is het transport van het lichte bouwmateriaal minder energie-intensief dan het vervoeren van materialen als staal en beton.

Volgens de Britse Commission on Affordable Housing moeten er door de hoge vraag naar nieuwe woningen in Londen de komende vijf jaar minstens 50.000 huizen per jaar worden bijgebouwd. Het bestuur van de wijk Hackney zegt deze vraag zoveel mogelijk te willen invullen met houtbouw. 

Foto: Hoofdafbeelding: Canopia, Sou Foujimoto, In tekst-afbeelding: Baobab, Michael Greene, Voetafbeelding: Dalston Lane, Regal Homes (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

Hoe drijvende zonnepanelen fors meer duurzame energie opbrengen

Tweezijdig werkende zonnepanelen hebben aan de achterkant geen witte of zwarte folie, maar een glasplaat of een transparante folie. De zonnecellen ín de panelen zijn zo gemaakt dat ze bijna net zo efficiënt licht via de achterkant in elektriciteit kunnen omzetten als licht dat van de voorkant komt.Daardoor kunnen de panelen ook het licht benutten dat door het wateroppervlak of de grond wordt gereflecteerd en normaliter verloren gaat. "Het is een slimme en voor de hand liggende oplossing. Je gebruikt licht dat er al is en krijgt zo voor ongeveer hetzelfde geld een aanzienlijk hogere opbrengst aan zonne-energie. Op jaarbasis kan dat tientallen procenten aan opgewekte elektriciteit schelen”, zegt professor Wim Sinke, manager programmaontwikkeling zonne-energie bij ECN.Nieuwe toepassingsmogelijkhedenDaarnaast bieden tweezijdig werkende zonnepanelen nieuwe toepassingsmogelijkheden. Ze kunnen behalve schuin ook rechtop worden gezet en bijvoorbeeld worden verwerkt in geluidsschermen langs snelwegen.Daarbij is er bovendien een grote vrijheid in de plaatsingsrichting. De opbrengst van de voor- en achterkant samen verandert namelijk maar weinig als de richting varieert, bijvoorbeeld om de weg te volgen.Drijvende vlottenEen andere toepassing is het plaatsen van de tweezijdig werkende panelen op water. Tijdens de demonstratie op het IJ worden drijvende vlotten gebruikt die worden geleverd door Sunfloat. Het gebruik van drijvende zonnepanelen ontsluit volgens Sunfloat grote gebieden in Nederland voor duurzame energie."Het water maakt de panelen beter rendabel door de weerkaatsing van het zonlicht en de koelte. Bovendien kunnen de panelen bijna energieloos met de zon meedraaien en dat levert in Nederland al een meeropbrengst van 18 procent", zegt business developer Sipco Eggink van Sunfloat.Aanzienlijke bijdrageVolgens Rijkswaterstaat, dat een vergelijkbare pilot met Sunfloat en het Havenbedrijf Rotterdam uitvoert in baggerdepot De Slufter op de Maasvlakte, kunnen drijvende panelen op ongebruikte wateroppervlakten, bijvoorbeeld bij bedrijventerreinen, een aanzienlijke bijdrage leveren aan de Nederlandse stroomproductie."18 Procent van Nederland bestaat uit (binnen)water. Als je hiervan 1 tot 2 procent zou gebruiken voor drijvende zonnevelden, dan kan je hiermee 2 tot 4 miljoen huishoudens van duurzame stroom voorzien”, zegt Rik Jonker, coördinator zonne-energie bij Rijkswaterstaat.Alleen al de baggerdepots die wij als Rijkswaterstaat in beheer hebben, beslaan grofweg 500 hectare, vervolgt Jonker. “Hier kan je al 375 megawatt aan zonne-energie installaties kwijt. Een mooi voorbeeld van meervoudig ruimtegebruik. De waterschappen hebben nog veel meer van dit soort industriële wateren in beheer, ook al zijn deze vaak kleiner van omvang.”Bron: ECN | Foto: ECN (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)