Hidde Middelweerd 24 november 2022, 16:00

Amerikaanse universiteit onthult 3D-geprint huis van biobased materiaal

Onderzoekers van de Universiteit van Maine hebben een volledig huis gemaakt met 3D-printtechnologie. De woning bestaat daarnaast volledig uit biobased materialen, zoals houtvezels en hars.

Printed house news feature De BioHome3D is volledig recyclebaar. | Credits: University of Maine

De beschikbaarheid van betaalbare woonruimte is een groeiend probleem in de Verenigde Staten, zeker ook in Maine. Tekort aan bouwmaterialen en personeel maakt het daarnaast steeds lastiger om woningen bij te bouwen. De Universiteit van Maine denkt met de 3D-geprinte woning een deel van de oplossing in handen te hebben.

Volledig recyclebaar

De BioHome3D, zoals de 3D-geprinte woning heet, is volledig recyclebaar. Het bouwproces levert nauwelijks bouwafval op, dankzij de nauwkeurigheid van 3D-printtechnologie. En omdat de onderdelen van het huis op voorhand geproduceerd worden in een fabriek, is de ‘on-site’ bouwperiode beduidend korter én zijn er minder werknemers voor nodig. Het prototype, dat nabij de campus van de universiteit staat, was binnen een halve dag klaar voor gebruik.

De woning werd geprint met ’s wereld grootste ‘polymeer 3D-printer’, waarmee in 2019 ook al ’s werelds grootste 3D-geprinte boot geproduceerd werd.

Volledig 3D-geprint

“De meeste 3D-geprinte woningen worden gemaakt van beton. Maar de betonnen muren worden meestal geplaatst op een fundering en skelet die op een conventionele manier zijn geproduceerd”, zegt Habib Dagher van de Universiteit van Maine. “De BioHome3D is écht volledig 3D-geprint, van de vloeren tot de muren en het dak.”

Het prototype van de BioHome3D is uitgerust met verschillende sensors, om de prestaties van de woning (bijvoorbeeld op het gebied van isolatie en energiegebruik) te monitoren. Aan de hand van die data wordt het ontwerp de aankomende tijd verbeterd

Lees ook: Wonen in 3D-geprinte huizen, een duurzame oplossing of een luchtkasteel?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

Eerste RAF toestel vliegt volledig op SAF

Door de toenemende bezorgdheid over het milieu wordt de CO2-uitstoot van vliegen steeds vaker aan de kaak gesteld. 12 procent van de CO2-emissies door transport komt door vliegverkeer. Daarom biedt het experiment van de Britse koninklijke luchtmacht een hoopvol vooruitzicht. De 90-minuten durende vlucht van de militaire Airbus A330 variant vertrok vanaf het Engelse Oxfordshire. Het moment werd vanaf de grond bijgewoond door industrie-experts en vertegenwoordigers van partijen uit de samenwerkingen: het Britse ministerie van Defensie, brandstofleverancier Air bp, leasemaatschappij AirTanker en fabrikant Rolls-Royce. De RAF wil met het geslaagde experiment laten zien dat hun netto nul klimaatdoel voor 2040 haalbaar is. Lees ook: Milieuorganisaties stellen 22 eisen om de luchtvaart snel duurzamer te maken Duurzame kerosine Het toestel vloog 100 procent op SAF, een brede term voor vliegtuigbrandstoffen gemaakt van hernieuwbare bronnen, waaronder biokerosine of synthetische kerosine. Ze kunnen koolstofemissies met 80 procent reduceren vergeleken met normale kerosine. Veel SAF-grondstoffen zijn afvalresten en dragen dus bij aan de circulaire economie. In het geval van ‘De Voyager’ ging het om plantaardige olie. Andere opties voor biokerosine zijn oud papier en textiel, voedselresten en bosbouwafval en algen. Voor synthetische kerosine wordt afgevangen CO2 of groene waterstof gebruikt. Lees ook: Boeing en Alder Fuels gaan samen meer duurzame kerosine makenOm de klimaatdoelen te halen is duurzame innovatie voor de luchtvaart noodzakelijk. | Credit: Adobe StockCommerciële mogelijkheden De Voyager is een tank- en transportvliegtuig, maar uiteindelijk moet ook de commerciële luchtvaart mee in dit soort duurzame oplossingen. In Nederland biedt KLM al een corporate programma aan waarmee bedrijven hun werknemers deels op SAF kunnen laten vliegen. Het gaat alleen wel om ‘drop-in brandstoffen’. Dat betekent dat tot 50% bijgemengd moet worden met niet-hernieuwbare brandstoffen. Voor het gebruik van deze techniek zijn geen complexe aanpassingen nodig aan de infrastructuur. Het probleem is de beperkte productiecapaciteit: SAF bedraagt op dit moment 0,1% van het totale brandstofverbruik van vliegverkeer. Bovendien is SAF twee tot zes keer duurder dan gewone kerosine. Klimaatneutraal vliegen voor 2050 De Britten zijn al langer bezig met technieken om duurzamer te kunnen vliegen. Luchtvaarmaatschappij easyJet werkt aan toestellen die op groene waterstof vliegen. Een andere ontwikkelingen in Europa is elektrisch vliegen. Zo ging eerder dit jaar de ‘Alice’ van het Israëlische Eviation de lucht in. Hij kwam ook weer terug – met veel lof van de pers – maar later werd duidelijk dat er toch veel haken en ogen zitten aan zo’n batterij. Tijdens COP 27 presenteerde de VN-organisatie ICAO hun doel om de luchtvaart in 2050 netto emissieneutraal te maken. Innovatieve oplossingen ontwikkelen speelt daarbij een grote rol, maar dat kost veel tijd die er niet is. Daarom wordt ook geïnvesteerd in carbon offsetting: het compenseren van de CO2-uitstoot door CO2-vermindering elders. Lees ook: EU verplicht duurzame brandstof voor vliegtuigenSchrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.