Bas Joosse 29 januari 2019, 15:07

App moet hergebruik bouwmaterialen stimuleren

De gebouwde omgeving moet in 2050 circulair zijn. Materialen uit gesloopte gebouwen moeten dan hergebruikt worden. Maar om dat te bereiken, is nog een lange weg te gaan. Met een app wil een Nederlands ingenieursbureau het hergebruik van materialen stimuleren.

Adobestock bouwmaterialen bouwplaats

Met de app Cirdax wil het Limburgse ingenieursbureau Re Use Materials in kaart brengen uit welke materialen een gebouw bestaat. Deze informatie wordt opgeslagen in een digitaal systeem. Met de beschikbare informatie kunnen vervolgens materiaalpaspoorten gegenereerd worden, waardoor er al voor de sloop nagedacht kan worden over het hergebruik van materialen.

De bouw is verantwoordelijk voor de helft van het totale materiaalgebruik in Nederland. Slechts vijf procent van die gebruikte materialen wordt hergebruikt, stelde een aantal bouwbedrijven eerder. Tussen 2021 en 2030 moet de helft van de gebouwde omgeving circulair zijn; in 2050 moet alles circulair zijn. Dat staat in de transitieagenda Circulaire Bouweconomie.

App

“De transitie naar een circulaire economie staat inmiddels hoog op de agenda bij veel organisaties, echter ontbreekt het in de markt nog aan concrete tools om dit binnen bestaande projecten, en in dit geval dus bestaand vastgoed, toe te passen”, stelt Maarten Stadhouders, CEO en expert circulaire sloop bij Re Use Materials. Hij verwacht veel van de app, die in eerste instantie ingezet wordt voor gemeenten of woningcorporaties. Op dit moment is de app alleen beschikbaar voor iPhones.

Lees ook: Deze stappen maken circulair bouwen mainstream

Groningen

Het ingenieursbureau is in gesprek met de provincie Groningen om te kijken of de app ook kan worden ingezet voor bewoners in het aardbevingsgebied in de provincie. “Als architect ben ik continu bezig met het bedenken van creatieve oplossingen binnen de bebouwde omgeving. Het gedachtegoed om hergebruik van materialen te stimuleren om een regio zelfvoorzienend te maken is een missie geworden en data is daarbij essentie”, legt architect Erol Oztan uit.

Lees ook: Harry Wesseling, directeur New Horizon: “Geen toekomst meer voor traditionele sloopbedrijven”

Samenwerking TNO/Madaster

Het aanleggen van een database met informatie over bouwmaterialen gebeurt op meer plaatsen in Nederland. Zo koppelen TNO en Madaster hun eigen databases aan elkaar. Hierdoor moet een volledig beeld ontstaan van vraag en aanbod aan materialen in de Nederlandse gebouwde omgeving. TNO heeft data over de gebruikte materialen in de gebouwde omgeving per regio; Madaster heeft die informatie op gebouwniveau. De database bij TNO geeft ook de milieu-footprint van het potentiële hergebruik weer.

Bekijk hieronder onze infographic over de kansen die de circulaire bouw biedt.

Bron: Re Use Materials | Afbeelding: Adobe Stock

Het kan wel: 100 oplossingen tegen klimaatverandering

“Het grootste deel van de methodes om klimaatontwrichting tegen te gaan, bestaat al”, stelt Frischmann. Hij was enkele maanden geleden al in het land toen de Nederlandse vertaling van Drawdown verscheen. Ditmaal werd het boek op initiatief van WakaWaka en TSM Business School aangeboden aan staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat Stientje van Veldhoven en vijftig CEO’s van de grootste Nederlandse CO2-producenten.Tien jaar geleden werd de urgentie van klimaatverandering duidelijk door de documentaire ‘An inconvenient truth’. Wat is er sindsdien veranderd?“De documentaire is van enorme waarde omdat het klimaatverandering op de agenda heeft gezet. Maar wat het niet deed, is mensen oplossingen geven om de opwarming van de aarde te keren. Nu is het tijd om met een oplossingsgerichte blik naar de toekomst te kijken. Wij hebben daarvoor met ons onderzoek een basis gelegd. De uitkomst is een ranglijst van bewezen en schaalbare klimaatoplossingen met een goede businesscase.”Het is opvallend dat 80 van de 100 klimaatoplossingen methodes zijn die al bestaan.“Het grootste deel van deze oplossingen bestaat inderdaad al. En deze methodes worden­ doorontwikkeld waardoor ze ook nog eens effectiever en efficiënter worden. Daarom verwachten we dat uiteindelijk de kosten van het tegengaan van klimaatverandering een stuk lager uitvallen dan onze voorspelling. We zijn namelijk uiterst conservatief geweest met onze rekenmodellen. Dat er al veel oplossingen binnen handbereik zijn, betekent overigens niet dat er geen innovatie meer nodig is. Er moet geïnnoveerd worden om bestaande technologieën door te ontwikkelen maar voor de wereld van morgen zijn ook nog tal van innovaties nodig. Van levende gebouwen tot het afvangen van CO2 en slimme elektriciteitsnetwerken.”In de top 10 van klimaatoplossingen gaan er maar drie over energie.“Duurzame energie zoals wind- en zonne-energie zijn ontzettend belangrijk. We moeten proberen zo dicht mogelijk bij 100 procent hernieuwbare energie te komen. Tegelijkertijd hebben we ons lange tijd op energie gericht alsof het dé oplossing is om broeikasemissies naar beneden te krijgen. De focus op silver bullets is sowieso te groot. Men wil het liefst dat er één nieuwe technologie komt die alle problemen op gaat lossen. De realiteit is echter dat we al een heel scala aan oplossingen hebben. Met deze oplossingen kunnen we verandering in het hele systeem teweeg brengen en de duurzame toekomst creëren die we voor ogen hebben.”Voor welke veelbelovende oplossingen is nog niet genoeg aandacht?“In het voedselsysteem ligt een enorme kans om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Ons voedselsysteem is namelijk goed voor bijna een derde van de wereldwijde emissies. We hebben berekend dat met het tegengaan van voedselverspilling ruim 70 gigaton aan CO2-equivalenten uit de lucht kan worden gehaald. Maar de allergrootste impact kan gemaakt worden met koelmiddelen. De chemische stoffen in koelkasten en airconditioningsystemen hebben een groot aandeel in de uitstoot van broeikasgassen.”In het boek wordt gesteld dat sterk politiek leiderschap geen voorwaarde is voor een energietransitie.“Uiteindelijk moet het hele systeem veranderd worden. Beleidsmakers zijn daarbij belangrijk, maar het gaat om de beslissingen die individuen, organisaties, onderwijsinstellingen of bedrijven zelf nemen. In het verleden werd er teveel naar de overheid gekeken om problemen op te lossen. Maar klimaatverandering moet juist ook bottom-up aangepakt worden. Iedereen heeft een rol in deze transitie.”Het boek is al in 17 talen vertaald, maar de oplossingen zijn globaal. Zijn regionale oplossingen een volgende stap?“Ten eerste, is het geweldig dat Drawdown op zoveel plaatsen leeft en er steeds meer mensen bij betrokken raken. Er zijn al hubs in Europa maar ook in Canada en Kameroen. Maar een boek met globale oplossingen is natuurlijk nog maar een eerste stap. De vraag is nu hoe we dat verder gaan brengen. Het is in ieder geval belangrijk dat we een verschuiving naar een meer oplossingsgerichte discussie teweeg hebben gebracht. Nu is het zaak om ook te begrijpen wat er allemaal op regionaal niveau speelt en daar de beste oplossingen aan te koppelen. Samenwerkingen zijn daarbij belangrijk, zoals met de Climate Cleanup in Nederland, maar ook met universiteiten, onderzoekers en professionals uit de praktijk.Foto: Adobe Stock (hoofd), Chad Frischmann (tekst)