André Oerlemans
15 juli 2022, 10:00

Ballast Nedam: 69 procent meer CO2-uitstoot bespaard dan voorgeschreven bij verkoop woningen

Ballast Nedam Development, de ontwikkelpoot van het bouwbedrijf, heeft vorig jaar 69 procent meer CO2-uitstoot bespaard op alle verkochte woningen dan wet- en regelgeving voorschrijven. Hiermee wil het beleidsmakers en andere gebiedsontwikkelaar in de bouw- en vastgoedsector uitdagen om de uitstoot van de gebouwde omgeving zo snel mogelijk naar nul te krijgen.

Natuurhuis straatbeeld avond 2 1 Klimaatneutrale, biobased woningen | Credits: Ballast Nedam Development

Het bedrijf zette eerder al stappen richting een klimaatpositieve bouw- en vastgoedsector. Zo besloot de gebiedsontwikkelaar als eerste om alleen nog gasloze woningen te laten bouwen en verkopen. Ook was het de eerste met uitsluitend energieneutrale woningen. Daarnaast daagde Ballast Nedam de concurrentie uit met zijn Natuurhuis, dat voor 95 procent uit biobased materialen bestaat. Net als bij het project Horizons in Amsterdam liet het bedrijf daar zien dat het mogelijk is om CO2-positieve gebouwen te maken waar meer CO2 wordt vastgelegd dan uitgestoten.

Lees ook: De toekomst is van hout: 6 voorbeelden van houtbouw

40 procent van CO2-uitstoot

Volgens de VN zijn gebouwen (warmte, elektriciteit) en de bouw (cement, materialen, transport) wereldwijd verantwoordelijk voor 38 procent van de CO2 uitstoot. In Nederland is de bouwsector verantwoordelijk voor circa 5 procent van deze uitstoot en de gebouwde omgeving voor meer dan 35 procent. In het Klimaatakkoord
is afgesproken dat alle gebouwen in 2050 van het aardgas af zijn en dat er meer duurzame materialen in de bouw worden gebruikt, bijvoorbeeld door meer recycling en hergebruik.

Nog een wereld te winnen

De reductie van 69 procent CO2-uitstoot in 2021 toont volgens Ballast Nedam aan dat de bouw- en vastgoedsector veel meer CO2 kan besparen dan de wet nu voorschrijft. Om dit te meten maakt het bedrijf gebruik van software die de woningen langs de meetlat van de eisen van de BENG (Bijna Energieneutrale Gebouwen) en de MPG-berekening (Milieu Prestatie Gebouwen) legt. Dan blijkt dat met energiebesparing (100 procent) en materiaalgebruik (38 procent) die gemiddelde CO2-reductie van 69 procent wordt behaald. Het bouwen van goed geïsoleerde, energieneutrale woningen met warmtepompen en zonnepanelen levert dus het grootste aandeel daarin. Op het gebied van de MPG is volgens het bedrijf zelfs nog een wereld te winnen. Deze cijfers laten echter al zien dat de markt de strengere eisen uit de kabinetsplannen best kan halen. De tijd van duurzame pilotprojecten is voorbij en er breekt een nieuw tijdperk van opschaling aan, aldus Ballast Nedam. Zelf heeft het in het Ballast Nedam Development Besluit op alle niveaus strengere normen gesteld voor energie, gezondheid, (deel)mobiliteit, natuur-inclusiviteit, klimaat-adaptiviteit en circulariteit.

Lees ook het interview met Onno Dwars, CEO Ballast Nedam Development: “Ik ben voor keiharde klimaatredding, dat is de enige manier”

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

Nederland heeft meer waterstofplannen dan ooit

Een mobiel zonne-energiesysteem dat over gewassen rijdt en met de opgewekte energie waterstof maakt, een bakfiets op waterstof en een windmolen die waterstof maakt: het is een greep uit de lange lijst van waterstofprojecten die TKI Nieuw Gas, een onderdeel van Topsector Energie, woensdag naar buiten bracht. Productie en toepassing van waterstof Het overzicht bevat 165 waterstofprojecten die in Nederland worden voorbereid. Naar schatting 80 tot 90 procent van alle projecten die in Nederland gepland staan, zijn erin opgenomen. Dat varieert van productie van waterstof met behulp van elektrolysers en duurzame stroom, het opslaan van een overschot aan stroom, bijvoorbeeld als het hard waait of de zon fel schijnt, en het toepassen van waterstof in de chemie of transport. Het zijn aansprekende plannen, maar wie goed kijkt ziet ook dat het gros nog in de studiefase verkeert. Alleen over de waterstoffabriek van 200 megawatt van Shell en voor het waterstofproject Sinnewetterstof van GroenLeven en Alliander is een definitieve investeringsbeslissing genomen. Door het ontbreken van een echte ‘markt’ komen waterstofprojecten maar moeizaam van de grond.Aan plannen geen gebrek Het overgrote deel van de projecten is gericht op de productie van waterstof. Maar Gigler ziet ook de interesse in de mobiliteitssector toenemen. “Er zijn meer projecten voor waterstof in trucks, vuilniswagens, veegwagens...” Deze projecten zitten in de demonstratiefase, dat de voertuigen in de praktijk getest worden en schepen worden omgebouwd om op waterstof te varen. Aan plannen geen gebrek dus, maar de financiering blijft lastig. “De overheid blijft achterwege. Er zijn voor toepassingen in de mobiliteit bijvoorbeeld te weinig subsidiemogelijkheden om dit breed mogelijk te maken. Ondernemers willen wel, maar hikken tegen de meerkosten aan”, zegt Gigler. Ook in de gebouwde omgeving neemt volgens Gigler de belangstelling voor waterstof toe. “Dan gaat het over plekken waar warmtenetten ontbreken en waar een elektrische warmtepomp niet mogelijk is.” Maar die projecten lopen tegen het probleem van belemmerende regelgeving aan. “Als je een wijk op waterstof wil zetten en één bewoner tegen is, dan moet ook het aardgasnet blijven. Die regelgeving moet worden aangepast.” Vorige week publiceerde de ACM nieuwe tijdelijke regels die meer waterstofpilots in woningen mogelijk moet maken. Overigens is Gigler van mening dat er nu voldoende projecten in de gebouwde omgeving zijn die alle knelpunten eerst eens moeten oplossen. Waterstof ambities overheid Volgens Gigler is de pijplijn van waterstofprojecten genoeg gevuld om de waterstofambities te halen. “We hadden als Nederland de ambitie 500 megawatt aan groene waterstof te produceren in 2025. Er wordt voldoende voorbereid om dat te realiseren. Het aantal projecten is zo groot dat als 10 procent doorgaat we de doelstelling ook halen.” Hoewel voor geen van de andere productieprojecten een investeringsbeslissing is genomen, zal dat niet lang meer duren, verwacht Gigler. “Die besluiten worden wel voorbereid. Ik verwacht in de komende maanden verschillende aankondigingen.” Ook omdat het ministerie van Economische Zaken en Klimaat dit najaar met een nieuwe subsidie komt, waarmee 250 miljoen euro beschikbaar komt voor elektrolyse projecten tot 50 megawatt. Ook vanuit Europa komt er het komende jaar veel geld voor waterstof vrij. Eisen voor groene waterstof Daar komt bij dat Europa heeft aangekondigd dat de industrie in 2030 verplicht is de helft van de waterstof die het gebruikt te vergroenen. Hoewel nog onduidelijk is aan welke eisen die waterstof moet voldoen om groen te mogen heten, verwacht Gigler dat steeds meer gebruikers zullen gaan vragen om groene waterstof. “2030 begint zo dichtbij te komen. Als de industrie dan verplicht is groene waterstof in te zetten in de productie, dan moeten ze nu wel gaan handelen.”Naast de grote waterstofproductieprojecten zoals die van Shell, BP en HYCC, komen er meer regionale, kleinschaligere projecten bij. “Daar waar in het verleden waterstof niet als een oplossing werd gezien voor bijvoorbeeld netcongestie, is dat nu anders. Er zijn steeds meer projecten die zich daarop richten en de waterstof lokaal inzetten in bijvoorbeeld bakkerijen of transportbedrijven.” Ook het aantal samenwerkingen tussen bedrijven onderling en met kennisinstellingen in waterstof neemt toe. Dat is nodig omdat investeringen in productie hoog zijn en de prijs van groene waterstof nog niet concurreert met alternatieven. Ook afnemers moeten vaak investeren voordat ze de waterstof kunnen inzetten, bijvoorbeeld in het geschikt maken van een schip of een bus om op waterstof te kunnen draaien. Afspraken over gegarandeerde levering en prijzen zijn dan noodzakelijk voordat een project van de grond komt. Samenwerkingsverbanden in groene waterstof “Er zijn maar weinig bedrijven zoals Shell die de hele keten van opwek duurzame stroom, waterstofproductie en afname in de hand hebben. De meeste partijen die waterstof willen gebruiken hebben iemand nodig die de elektriciteit maakt en iemand die de elektrolyser neerzet. Ik zie hierin steeds serieuzere samenwerkingsverbanden.” Om sneller van ideeën, studies en verkenningen naar realisatie te komen zijn volgens Gigler vier noodzakelijke voorwaarden. “Er moet duidelijkheid komen over beleid, zowel Nederlands als Europees. Ook de financiering kan beter. Er zijn niet alleen subsidies nodig maar ook banken en investeerders zijn nog te terughoudend en risicomijdend. De overheid moet hobbels wegnemen door vergunningverlening te versnellen en regelgeving aan te passen. Ook moet er heel veel duurzame elektriciteit beschikbaar komen. En tenslotte benadrukt Gigler dat er haast is geboden. “Het moet allemaal veel, veel sneller.”