Fitria Jelyta 21 oktober 2015, 09:09

Betonmortelfabrikanten verminderen CO2-uitstoot

Betonmortelfabrikanten met het keurmerk Beton Bewust verminderen de CO2-uitstoot van hun producten. In twee jaar tijd daalde de CO2-uitstoot met 7 kilo per kubieke meter beton.

Wrak

Volgens de VOBN gebruiken betonmortelfabrikanten met het keurmerk Beton Bewust van VOBN meer klinkerarm cement (hoogovencement) en minder portlandcement. Mede hierdoor is een daling van 2 procent op de CO2-uitstoot ten opzichte van 2012 gerealiseerd.

Uit het brancheverslag van de Vereniging blijkt dat in 2014 de totale CO2-uitstoot per geproduceerde kubieke meter betonmortel 153 kilo bedraagt. In 2012 was dat nog 160 kilo.

Daarnaast is het aandeel secundaire grondstoffen gestegen. Zo gebruiken keurmerkhouders van het beton onder meer aanmaakwater uit spoelinstallaties. In totaal gebruikt de sector 15 procent herbruikbare grondstoffen in één kubieke meter betonmortel.

Duurzaam beton

“De vraag naar de verduurzaming van beton zien wij bij Beton Bewust gekwalificeerde bedrijven toenemen”, zegt Ron Peters, directeur van VOBN. “Verschillende ontwikkelaars en aannemers hebben het afgelopen jaar de toegevoegde waarde van het keurmerk ervaren. Deze hebben wij in het brancheverslag opgenomen”.

In Amsterdam werkt de gemeente samen met bedrijven om 100 procent gerecyclede beton te gebruiken voor het bestraten van hoofdstedelijke wegen. Ook in Nijmegen is duurzaam beton gebruikt voor de bestrating van een parkeerterrein. In Friesland dient hergebruikt beton voor een lichtgevend fietspad.

Bron: VOBN, Duurzaam Gebouwd | Foto: Bill Jacobus, Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

Agrifood-sector kan R&D-geld uit buitenland aantrekken

Dat concludeert het Rathenau Instituut in het rapport R&D goes global. Het onderzoeksinstituut sprak met twintig R&D-bestuurders. Onder de ondervraagde bedrijven waren DSM, Danone, NXP, Unilever, Rijk Zwaan, ASML, Philips, Tata Steel en Shell. Ook Chinese dochterondernemingen van westerse bedrijven zijn onderzocht en het Rathenau Instituut hield de R&D-uitgaven van de deelnemers tegen het licht.Volgens de onderzoekers spelen factoren als de aanwezigheid van kennis, onderzoekers en mogelijkheden tot samenwerking een sleutelrol bij het uitgeven van R&D-gelden. Voor developing kiezen bedrijven met name voor locaties met groeikansen, zoals economieën in Azië.Kansen voor NederlandOp het gebied van onderzoek kiezen bedrijven voor locaties waar gemakkelijker toegang is tot onderscheidende kennisbronnen, getalenteerde onderzoekers en mogelijkheden voor samenwerking met andere partijen.Volgens het Rathenau Instituut liggen er op het gebied van research voor Nederland kansen, mits het blijft voorzien in een aantrekkelijke kennisinfrastructuur. Als voorbeeld haalt het onderzoek het Wageningen University & Research centre aan. De universiteit heeft veel internationale studenten, een reden voor bedrijven om zich daar te vestigen. Om de concurrentiepositie van Nederland te verbeteren, moeten het Rijk, regio's en steden zich naar het buitenland profileren als een regio, omdat multinationals Nederland zelf ook zien als een regio, zo blijkt uit het onderzoek. Profilering in de vorm van 'losse' hotspots of valleys zou juist averechts werken.De Nederlandse overheid richt zijn beleid vooral in op negen topsectoren. Dat zijn Agri & Food, chemie, de creatieve industrie, energie, high tech, tuinbouw, life sciences & health, logistiek en water.Bron: Rathenau Instituut | Foto: frankieleon, via Flickr Creative Commons (Cropped by Duurzaambedrijfsleven)