Fitria Jelyta 11 juli 2016, 10:25

Bewoners krijgen ‘statiegeld’ voor circulaire prefab-huizen

Het bedrijf Think Wonen uit Drunen bouwt Nul op de Meter-woningen in een fabriek. Door bewoners een percentage terug te geven van de aankoopprijs na gebruik van de woning, kan Think Wonen onderdelen van de circulaire huizen hergebruiken.

Think wonen

De prefab-huizen van Think Wonen zijn minder dan zes meter breed. Hierdoor kan het bedrijf de benedenverdieping en de bovenverdieping apart op een vrachtwagen naar de bouwplaats vervoeren. Vervolgens zijn de geprefabriceerde onderdelen binnen een dag op de bouwplaats in elkaar te zetten. Eerder heeft Think Wonen in Almere sociale huurwoningen volgens het prefab-bouwconcept gerealiseerd.

Voor de stroomvoorziening, beschikken de woningen over zonnepanelen. Verder voorziet Think Wonen de huizen van tap water- en ventilatiesystemen met warmteterugwinning om het energiegebruik laag te houden. Ook zijn de woningen niet aangesloten op het gasnet.

Hergebruiken

Om de circulaire woningen op de markt te brengen, wil Think Wonen het concept van statiegeld invoeren, schrijft Cobouw. Hierdoor krijgen bewoners na gebruik 15 tot 40 procent van de aankoopprijs terugbetaald. Het bedrijf wil een groot deel van de tweedehands woningen hergebruiken. Zo zouden onderdelen als betonnen vloeren langer meegaan, waardoor ze volledig herbruikbaar zijn voor de bouw van nieuwe woningen.

Inruilwaarde

“Statiegeld zou betekenen dat je een toeslag betaalt en die later terugkrijgt als je het huis inlevert”, zegt Mark Spee, oprichter en directeur van Think Wonen, tegen Cobouw.

“Dat is niet de bedoeling. Je krijgt geld terug als je het huis na de gebruiksperiode inlevert en een nieuwe woning aanschaft.” Volgens de oprichter hoeven bewoners de gebruikte woningen niet per se bij Think Wonen in te leveren. Ook gebouweigenaren zoals woningcorporaties kunnen de huizen onderling verhandelen. Dit is bij het huidige concept al mogelijk.

Naar verwachting worden de eerste circulaire woningen van het Think Green-concept in 2017 opgeleverd.  

Bron: Think Wonen, Cobouw | Foto: Think Wonen (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven) 

‘13 procent van Nederlandse stallen is integraal duurzaam’

Dat blijkt uit de Monitoring integraal duurzame stallen 2016 Integraal duurzame stallen zijn stal- en houderijsystemen die voldoen aan de richtlijnen van verschillende keurmerken en voorschriften, zoals biologische veehouderij, de Maatlat Duurzame Veehouderij, Milieukeur en het Beter Leven-keurmerk van de Dierenbescherming.De integraal duurzame stallen en houderijsystemen verbeteren het dierenwelzijn door de toepassing van maatregelen die verder gaan dan de wettelijke welzijnsnormen en die daarnaast ten minste voldoen aan andere maatschappelijke randvoorwaarden en wettelijke eisen voor milieu, diergezondheid en arbeidsomstandigheden, en die economisch haalbaar zijn.Duurzame stallenVoor eind 2015 (peildatum 1 januari 2016) moest van het ministerie van Economische Zaken minimaal 12 procent van de rundvee-, varkens- en pluimveestallen integraal duurzaam zijn. Uit de Monitoring Integraal duurzame stallen 2016 blijkt dat deze hoeveelheid met 13 procent is behaald.Van de pluimveestallen in Nederland was op 1 januari 2016 22 procent integraal duurzaam, voor varkens en rundvee was dat respectievelijk 24,5 en 7,6 procent.Beter Leven-keurmerkVorig jaar lag het aandeel integraal duurzame stallen op 1 januari op 11,3 procent. Volgens de monitor is deze toename vooral te danken aan de groei in stallen volgens de richtlijnen van de Maatlaat Duurzame Veehouderij en het Beter Leven-keurmerk.De ambitie van Economische Zaken voor het percentage integraal duurzame stallen voor 2016 is 14 procent.Bron: Monitoring integraal duurzame stallen 2016 | Foto: public domain