Rianne Lachmeijer 03 november 2021, 15:59

Bourbon de Parme ontvangt op COP26 hét bewijs dat bouwen met hout goed is voor het klimaat

Bouwen met hout en andere natuurlijke materialen levert gezondere gebouwen op én draagt bij aan een beter klimaat. Hoe dat werkt staat in een nieuwe meetmethode die ASN Bank, Climate Cleanup en Gideon aan Nederlandse klimaatgezant Jaime de Bourbon de Parme overhandigen op COP26 in Glasgow.

Bouwen met hout en ander biobased materiaal SAWA project als goede voorbeeld Een impressie van de architecten van het SAWA project in Rotterdam.

In het rapport over de meetmethode Construction Stored Carbon worden verschillende praktijkvoorbeelden gegeven die laten zien hoe bouwen met hout of andere natuurlijke materialen bijdraagt aan het terugdringen van CO2-uitstoot. Zo is in Koffiefabriek in Amsterdam ruim 2.500 ton CO2 opgeslagen. Ter vergelijking: diezelfde CO2-uitstoot komt vrij als je 6.500 keer naar Rome vliegt in economyclass.

“Biobased bouwen, met hout en andere natuurlijke materialen, zorgt voor minder uitstoot dan conventionele materialen en het legt koolstof vast. Het is dus een praktische en concrete oplossing in de transitie naar een fossielvrije, schone bouwsector en economie”, legt Sven Jense van Climate Cleanup uit in een persbericht.

Hoe bouwen met hout bijdraagt aan beter klimaat

Hout en andere natuurlijke materialen zijn “hergroeibaar”. Dat betekent dat ze niet opraken, omdat we steeds nieuwe kunnen planten. Een ander voordeel is dat bomen en planten CO2 opnemen terwijl ze groeien. Door traditionele bouwmaterialen als staal en cement te vervangen door hout, voorkom je dus niet alleen de uitstoot van dit soort sectoren (die tot één van de vervuilendste ter wereld behoren), maar haal je ook actief CO2 uit de lucht. Een win-win dus.

Hoeveel meerwaarde bouwen met biobased materialen heeft, wordt met deze methodiek meetbaar. Zo kunnen bouwbedrijven, architecten en financiële instellingen eenvoudig berekenen hoeveel CO2 gebouwen opslaan. Jeroen Loots van ASN Bank hoopt dat CO2-opslag meegenomen wordt in de wettelijk verplichte duurzaamheidstoets voor gebouwen: de Milieuprestatie Gebouwen. “Dit vraagt om een relatief eenvoudige aanpassing van de overheid en levert een belangrijke versnelling op in het vertragen van klimaatverandering”, stelt hij.

Hout biedt een klimaatvriendelijke oplossing voor de woningbouwopgave. Waarom bouwen we er nog niet massaal mee?

Waarom is slechts 1 procent van alle katoen biologisch? Rob van den Dool van Yumeko legt het uit

Wat doet Yumeko om de klimaatdoelen van Parijs te halen? “De textielindustrie is enorm vervuilend. Zo wordt 25 procent van alle bestrijdingsmiddelen wereldwijd gebruikt in de katoenteelt, er is veel droogte door de water slurpende katoenplanten en het merendeel van de arbeiders krijgt geen eerlijk loon. Vanuit deze feiten zijn we begonnen met Yumeko. We gebruiken het bedrijf om de wereld op een positieve manier te veranderen: change the world sleeping. Zo’n 75 procent van al het katoen op de wereld wordt ‘vuil’ geproduceerd: er worden veel chemicaliën en kunstmest gebruikt en slechte salarissen betaald. Van die overige 25 procent is 24 procent katoen met het Better Cotton Initiative (BCI) of een vergelijkbaar certificaat, waarvoor boeren minder gif moeten gebruiken dan normaal. Die ene procent die overblijft is biologisch katoen en alleen dát is écht duurzaam. Ons bed- en badtextiel maken wij alleen van biologisch katoen met het GOTS- én Fairtrade certificaat, zodat we weten dat ook de boeren een eerlijk loon krijgen. We recyclen het dons uit de dekbedden en de volledige matrassen, en maken van de snijresten in de fabriek badjassen of haarhanddoeken. En we werken aan circulair katoen, maar dat is nu nog ontzettend lastig. We weten dat katoen enorm veel water nodig heeft om te groeien, ook al is het biologisch. Daarom blijven we experimenteren met alternatieve materialen. We hebben al prachtig linnen beddengoed, met slechts 10 procent van de footprint van katoen. We maken een mix van katoen en Tencel, dat is boombast van eucalyptus, en kijken naar het gebruik van zeewier, brandnetels en hennep. Al deze materialen hebben een veel lagere footprint dan katoen. Zo hebben we plaids ontwikkeld van Nederlands wol, van een grazende kudde schapen in Brabant. Die wol zou anders weggegooid worden, want dat is wat er gebeurt met meer dan 90 procent van alle Nederlandse wol. Terwijl het prachtig, lokaal materiaal is.” Liever luisteren? Rob van den Dool was onlangs te gast in onze podcast Change Short Stories:Welke bijdrage gaan jullie de komende jaren leveren aan de toekomsteconomie? “Als we het over de nieuwe economie hebben, denk ik aan biodiversiteit, goede arbeidsomstandigheden, en dierenwelzijn. Daarom hebben wij een theory of change met drie elementen: create, inspire en transform. We willen eerlijke, ethische ketens creëren waarbij we allemaal bijdragen aan die nieuwe economie. Dat is al aardig gelukt: we hebben zo’n 90 procent van onze keten in beeld gebracht. Daarnaast moeten we mensen blijven inspireren om duurzaam te leven en ze bewust te maken van alternatieven in de sector. Ik geef regelmatig gastcolleges op hogescholen en universiteiten. Ik ben blij om te zien dat veel studenten net als ik de wereld willen veranderen. En we kunnen niet anders: ondernemers móeten inzien dat hun bedrijf een instrument is waarmee ze de wereld beter kunnen maken.” “Zoals ik al zei is slechts 1 procent van al het katoen biologisch. Naar verwachting ligt dat percentage over tien jaar op 2 procent. Dat heeft met een aantal dingen te maken: bedrijven willen niet over naar GOTS-gecertificeerd katoen, omdat het duurder is. Aan de andere kant is het niet aantrekkelijk voor boeren om over te stappen naar biologisch boeren. Je mag het katoen de eerste drie jaar niet biologisch noemen, omdat er nog kunstmest en pesticiden in de aarde kunnen zitten. Dat betekent dat boeren geen incentive hebben om over te gaan naar biologisch. Wij ontwikkelen nu daarom een nieuw Yumeko label: farmers in conversion. Daarbij krijgen boeren die overstappen naar biologisch katoen meteen de hoofdprijs, ook al zijn ze nog niet officieel over. Dan is er eindelijk een reden voor een boer om over te stappen naar biologisch. En zitten we over tien jaar hopelijk niet op 2, maar 10 procent biologisch katoen.”Waar liggen de grootste uitdagingen voor de komende jaren? “We maken enorm lekker, luxe beddengoed van biologisch katoen. In luxe beddengoed gebruiken we vergeleken met gewoon beddengoed veel langere draden, dat noemen we lange vezels. Daardoor krijg je dat extreem zachte gevoel. Veel kleding zoals spijkerbroeken en polo’s zijn gemaakt van korte vezels. Op het moment dat je die gaat recyclen en die vezels gaat versnipperen worden het allemaal korte vezels. Van gerecycled katoen kunnen wij daarom heel weinig maken dat ook van die hoge kwaliteit is. Maar we zijn er wel mee bezig; zo kijken we met de Postcode Loterij en Stichting Doen naar het gebruik van enzymen bij het recycleproces. Op dit moment zijn we actief in Nederland, Duitsland en België, maar we willen blijven groeien in alle landen. Want groei is impact. Daarmee willen we consumenten en het bedrijfsleven laten inzien dat dit businessmodel werkt. Want dat is voor veel ondernemers de vraag: kun je wel geld verdienen met duurzaamheid? Wij zijn het voorbeeld, net zoals de Tony Chocolonely’s en de Doppers.”Dit artikel is onderdeel van een reeks interviews met directeuren en andere beslissers over hun impact op de toekomsteconomie. Eerder spraken wij Piet Jan Heijboer van Croonwolter&dros, René Raaijmakers van Groendus en Kef van Helbergen van Compass Group. Benieuwd naar hun verhalen? Lees ze hier.