Redactie Change Inc. 02 april 2024, 09:17

Bouw- en vastgoedsector, neem initiatief in natuurherstel

Een bloeiende economie waarin de bouwsector de natuur versterkt. Een utopie? Annemarie van Doorn, directeur van Dutch Green Building Council (DGBC), en Lodewijk Hoekstra, medeoprichter van NL Greenlabel, aanjagers voor een natuurinclusieve leefomgeving, denken van niet. Nu de Natuurherstelwet in de ijskast is gezet, moet de bouw- en vastgoedsector zélf het initiatief nemen om natuur te herstellen. Koplopers laten nu al zien dat het kan.

Getty Images 1323629628 Nu lidstaten niet worden verplicht te zorgen voor een toename van groen stedelijk gebied, moeten gebiedsontwikkelaars de kans grijpen hier zelf mee aan de slag te gaan. | Credits: Getty Images

Deze gastbijdrage werd geschreven door Annemarie van Doorn, directeur van Dutch Green Building Council en Lodewijk Hoekstra, oprichter van NL Greenlabel.

De Europese Natuurherstelwet heeft het op het laatste moment niet gered. 27 regeringen en het Europees Parlement hadden eind vorig jaar een akkoord bereikt over deze wet. Het parlement had met de wet ingestemd. Een laatste stem van de landen in de Europese Raad leek een formaliteit, maar werd de wet uiteindelijk fataal. Italië, Polen en Zweden waren al tegen. Toen ook Hongarije en Nederland lieten weten tegen te stemmen, besloot EU-voorzitter België de stemming van de agenda te schrappen.

Natuurinclusief

Een verspilling van jarenlange onderhandelingen en een slechte zaak voor de natuur. Een wet die lidstaten verplicht om de natuur te herstellen, had volgens ons veel positieve gevolgen kunnen hebben. Maar we houden moed. Zelfs zonder dwingende wetgeving vanuit Brussel werken intrinsiek gedreven gebiedsontwikkelaars, gemeenten en provincies al aan herstel van lokale ecosystemen. Dat is goed nieuws, maar het is niet genoeg. We roepen daarom de bouwsector op om deze koplopers te volgen en zelf aan de slag te gaan met natuurinclusieve projecten. Uiteindelijk kan zo de hele sector volgen. Dat levert iedereen meer op, zoals behoud en groei van biodiversiteit, gezonde lucht en een goede waterkwaliteit.

Kampioen ruimtebeslag

Het niet verslechteren van de natuur is wat ons betreft slechts een minimale eis voor elk bouwproject. Opdrachtgevers en projectontwikkelaars zouden altijd moeten nadenken over de impact van nieuwe bouw op de natuur, voordat een project überhaupt van start gaat. Door kritisch te kijken of een bouwproject echt nodig is (niet bouwen is ook een optie), en zo ja wáár, kunnen we voorkomen dat we steeds meer grond in beslag nemen. Nederland is immers al Europees kampioen Net Land Take (ruimtebeslag). Bovendien is Nederland nu het slechtste jongetje van de klas, want het biodiversiteitsverlies is hier enorm. Zo is de afgelopen vijftien jaar de helft van de vlinders verdwenen om maar een voorbeeld te noemen.

Grauw en grijs

Is een bouwproject echt nodig, dan is het van belang het op een natuurpositieve manier aan te pakken, zodat er meer natuur of ecologische waarde voor in de plaats komt dan er was. Op die manier draagt een project daadwerkelijk bij aan natuurherstel. Een groene wijk maak je voor bewoners en omwonenden. Vanuit omwonenden zal er meer draagvlak zijn voor een groen en natuurpositief plan dan voor een grauw en grijs plan. Dat komt een snel planproces ten goede. Ook zijn je kansen als ontwikkelaar groter bij tenders omdat je niet tegen de natuur werkt, maar juist in samenhang met de natuur.

Leefbare steden

Een onderdeel van de Natuurherstelwet was de doelstelling om de stedelijke leefomgeving te vergroenen. Meer groen en meer water in de stad kunnen ervoor zorgen dat het ecosysteem waarin de stad zich bevindt, zich weer kan herstellen. Nu lidstaten niet worden verplicht te zorgen voor een toename van groen stedelijk gebied, moeten gebiedsontwikkelaars de kans grijpen hier zelf mee aan de slag te gaan. Alleen op die manier houden we de steden leefbaar voor nu en in de toekomst. Nederland kan hierin gidsland zijn.

Dus overheid, vastgoedontwikkelaars, bedrijfsleven, gebiedsontwikkelaars, architectenbureaus, banken en woningcorporaties, laat zien dat je om een gezonde en leefbare toekomst geeft en doe mee. Als iedereen meedoet, hebben we de Natuurherstelwet helemaal niet nodig om dit af te dwingen, maar doen we het van onderop.

Lees ook:

'Local grid' van batterijen, zonnepanelen en slimme software kan netcongestie omzeilen

Onlangs bleek uit onderzoek van netbeheerder Enexis dat driekwart van de grote zakelijke klanten geen problemen verwacht bij de aanvraag van een nieuwe aansluiting op het elektriciteitsnet. Het zijn cijfers die Richard ter Horst van energiebedrijf Eaton verbaasde. Het kaartje van Nederland met congestiegebieden kleurt namelijk steeds roder. “Driekwart van de bedrijven denkt: ‘we regelen dit wel even’. Maar als bedrijven nu een nieuwe aansluiting aanvragen of er is door de aanschaf van extra machines meer energie nodig, dan is de kans groot dat je op een wachtlijst terechtkomt. Bovendien heb je geen idee hoe lang die wachtrij kan duren.” Lokaal netwerk Voor bedrijven die niet willen wachten op een aansluiting is er een alternatieve oplossing. Zij kunnen namelijk investeren in een lokaal energienetwerk. Eaton zet op gebouwniveau bij bedrijven zo'n slim energiebeheersysteem op: meestal een combinatie van eigen opwek zoals zonnepanelen, batterijopslag en een software die vraag en aanbod van energie kan aansturen. Op die manier heeft een fabriekshal de mogelijkheid om versneld te elektrificeren of kan een distributiecentrum alsnog de overstap naar elektrisch vervoer maken. Netcongestie en de beruchte wachtlijst worden daarmee omzeild. CO2-besparing Maar netcongestie is voor bedrijven niet de enige reden om een lokaal netwerk te overwegen. “Eigen energie-opwek en slimmer gebruik daarvan dragen uiteindelijk ook bij aan CO2-besparing”, zegt Ter Horst. “Steeds meer bedrijven stellen duurzaamheidsdoelstellingen in en willen bijvoorbeeld gezien worden als ‘groenste’ fabrikant. Dan helpt het om op de juiste momenten energie op te wekken en te gebruiken.” Investeren in eigen netwerk Ook ziet Ter Horst mogelijkheden voor ondernemers om een centje bij te verdienen met een lokaal netwerk. “Met een dynamisch energiecontract en een batterij is het namelijk ook mogelijk om te handelen op energiemarkt.” Op de onbalansmarkt varieert de stroomprijs per kwartier. “Door daar op in te spelen - door te laden als de prijs laag is en te ontladen als de prijs hoog is - daalt de terugverdientijd van een thuisbatterij.” Uiteraard vergt het inrichten en installeren van een lokaal netwerk de nodige investeringen. “Maar het niet kunnen uitvoeren van ambities door netcongestie kost ook geld. Op een gegeven moment zijn deze kosten hoger dan de investeringen in een lokaal netwerk.”Brandbaarheid batterij Er gaat steeds meer aandacht uit naar de brandveiligheid van batterijen. Eaton ontwikkelde een speciale behuizing voor zijn energieopslagsysteem, zodat in geval van brand de schade beperkt blijft. Daardoor kan de brandweer zeer gericht te werk gaan en hoeft een opslagsysteem niet in zijn geheel een dompelbad in. Bijkomend voordeel is dat door de aangescherpte veiligheidsmaatregelen batterijsystemen ook dichter bij bedrijfspanden geplaatst mogen worden, in plaats van meters naast een gebouw. Zo hebben ook bedrijven met beperkte beschikbare grond ruimte voor een batterij. Elektrische vliegschool In 2022 hielp Eaton met de energievoorziening van de eerste elektrische vliegschool van Europa in Teuge. “De elektrische lesvliegtuigen moeten voor zo’n 50 minuten kunnen vliegen”, zegt Ter Horst. “Daarvoor is een hoop energie nodig. De standaard gebouwaansluiting is dan veel te klein en kon door netcongestie ook niet binnen de gewenste termijn vergroot worden. Dit is een typisch voorbeeld van een project waar we door middel van simulaties kunnen inschatten wat er nodig is om er energievoorziening te garanderen. We kijken dan onder andere naar EV-laden, zonnepanelen, verbruik van het gebouw zelf en bepalen dan hoe groot eventuele energieopslag moet zijn. De kunst is om dit zo goed mogelijk passend te maken; te groot is onnodig duur en te klein brengt de continuïteit in gevaar.” Duurzame mobiliteit Volgens Ter Horst staan we nog maar aan het begin van de enorme transitie die de transportsector moet maken. “Steeds meer grote bedrijven zullen dieselvrachtwagens gaan vervangen door elektrische trucks. Distributiecentra krijgen straks tientallen vrachtwagens die op gezette tijden moeten opladen. Die energie moet allemaal uit gebouwaansluitingen komen. Aan de pomp bij het tankstation heb je niet door om hoeveel energie dat gaat.” Energiehub Een volgende stap in de ontwikkeling van lokale netwerken is het opzetten van energiehubs. In een energiehub kunnen ondernemers gezamenlijk een energieaansluiting nemen en hun energievraag- en aanbod op elkaar afstemmen. Zo kan bijvoorbeeld het batterijsysteem van bedrijf A overtollige energie opslaan dat door de zonnepanelen van bedrijf B wordt opgewekt, waarna beide bedrijven de energie op afgesproken momenten kunnen benutten. Eerder bleek uit onderzoek van Royal HaskoningDHV dat dit op 350 Nederlandse bedrijventerreinen voor de nodige CO2- en energiebesparing kan zorgen. Complex proces Hoewel de potentie van energiehubs groot is, staat de ontwikkeling ervan nog in de kinderschoenen, ziet ook Ter Horst. “Dergelijke constructies, waarbij gebouwen onderling energie uitwisselen en opwekken, vragen om heel heldere afspraken. Behalve het technische aspect moet je heel goed borgen wie wanneer recht heeft op welk aandeel energie. Je zult met heel veel partijen om tafel moeten zitten, inclusief netbeheerder en overheid. Uiteindelijk zou het hartstikke mooi zijn als dit soort projecten slagen.” Lees ook: Waarom je de zon beter voor warmte dan voor stroom kunt gebruikenVijf innovaties die huizen en gebouwen van het aardgas halenNederlandse innovatie: uitklapbaar mobiel zonnepark in een vrachtwagencontainer