Fitria Jelyta 15 februari 2016, 12:05

Bouw wil duurzaamheid daadwerkelijk in de praktijk

In een ingezonden brief pleiten MVO-managers van verschillende grote bouwconcerns voor minder duurzaamheidscertificaten en meer duurzaamheid in de uitvoering van projecten.

Relocation World Hands

Dat schrijft Cobouw. In de brief wijzen elf grote partijen uit de (water)bouwsector en technische dienstverlening, waaronder Strukton, Cofely, Croon Elektrotechniek, Mourik, Spie, Van Oord, TBI, VolkerWessels, Heijmans en Bam, dat het aantal duurzaamheidscertificaten in de afgelopen jaren explosief is gegroeid.

De ondertekenaars van de brief stellen voor om het aantal duurzaamheidscertificaten en prestatieladders, zoals de CO2-prestatieladder die ProRail in 2009 introduceerde, te beperken. Zo willen de bouwpartijen kijken naar één gezamenlijke duurzaamheidsstandaard voor de hele keten inclusief opdrachtgever en opdrachtnemer.

Zekerheid

Verder stellen de ondertekenaars voor om naar de daadwerkelijke impact van duurzaamheid in projecten te vragen in plaats van naar certificaten die dit moeten uitwijzen. “Opdrachtgevers willen zeker zijn dat een aannemer aan duurzaamheid doet en vragen een certificaat”, zegt Harry Hofman, MVO-manager bij Strukton, tegen Cobouw.

“Echte duurzame oplossingen in het project komen nauwelijks of niet ter sprake. Projecten worden vooral gestuurd op aspecten als tijd, geld en kwaliteit”, zegt hij. Ook moet een gerichte dialoog in het project tussen opdrachtgever en opdrachtnemer volgens de managers bijdragen aan duurzaamheid in de praktijk.

Beter samenwerken

Volgens de bouwconcerns zijn de bestaande duurzaamheidcertificaten vooral gericht op duurzame bedrijfsvoering en niet op de realisatie van duurzaamheid in projecten. Daarnaast zien de bedrijven deze certificaten als extra papierwerk. In de ingezonden brief melden de bedrijven dat het tot op heden bereikte resultaat van certificeringen en prestatieladders echter niet ter discussie staat.

“Het is niet zo dat het probleem alleen bij de certificaten ligt”, zegt Douwe van den Wall Bake, manager duurzame ontwikkelingen bij TBI, tegen Cobouw. “Wat ook meespeelt, is dat in veel organisaties twee lijnen niet goed op elkaar aansluiten: de duurzaamheidsmanagers die verantwoordelijk zijn voor de certificaten en hun collega’s in de uitvoering, die meer prioriteiten in projecten hebben dan alleen duurzaamheid.”

Van den Wall Bake ziet daarom kansen om naast het beperken van het aantal bestaande duurzaamheidscertificaten, ook de twee lijnen in de organisaties beter bij elkaar te brengen. 

Bron: Cobouw | Foto: Christian Michel, Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

Nederlandse bloembolleninnovatie laat bodemleven met rust

Niet alleen de machine is volgens biologisch bloembollenteler John Huiberts innovatief. Het betreft de gehele bijbehorende cyclus van groenbemesting tot het planten van de bollen, stelt hij.Voordat de bollen worden geplant, zaait Huiberts de grond met een groenbemestermengsel van elf verschillende gewassoorten. Groenbemesters worden geteeld en vervolgens omgeploegd of gemaaid. Dit leidt tot een beschermende laag op de bodem.Tegelijkertijd verdeelt de teler ook de compost over het perceel. Ongeveer drie weken voordat de bloembollen de grond ingaan, wordt de groenbemester gemaaid. Hierdoor ontstaat een zogeheten gemengde-groenbemester-zode.Nauwelijks effect op bodemlevenDe onder-groenbemesterzode-planter, zoals de innovatie van Huiberts heet, plant de bollen door de zode op te tillen en de bollen eronder te verspreiden. Vervolgens legt de machine de zode terug. Bij conventionele bloementeelt wordt het nuttige bodemleven van de bovenlaag in veel gevallen door ploegen vernietigd.“Het voordeel is dat het bodemleven zo weinig mogelijk wordt verstoord”, zegt de teler.BiodiversiteitEen bijkomend voordeel is volgens Huiberts dat de groenbemester een soort deken tegen de vorst vormt, waardoor strodekken niet nodig zijn. "Dit scheelt drie werkgangen met de trekker, wat een grote besparing aan dieselolie geeft", stelt Huiberts. “Beter voor de bodem en het milieu.”De innovatie is door het Innovatiefonds voor telers beloond met een bedrag van € 3.500. De jury ziet kansen voor het ontwerp: “De gemengde groenbemester geeft biodiversiteit. Het plantsysteem is ook door andere bollentelers prima op zandgronden toe te passen.”Bron: Innovatiefonds voor telers