Hidde Middelweerd 29 februari 2020, 14:15

‘Bouwsector, vergeet de duurzame inzet van mensen niet’

De bouwsector moet op meerdere fronten tegelijkertijd verduurzamen. Toch ligt de focus vooral op het eindresultaat: de gebouwen zelf. Daardoor worden andere zaken soms vergeten. Zoals de duurzame inzet van mensen. “Dat is jammer, want ook daar liggen hele grote kansen.”

Arcadis verduurzaming

Aan het woord is Arrèn van Tienhoven, sectorleider Contractors en City Executive Rotterdam bij Arcadis. Het wereldwijde advies- en ingenieursbureau opende aan het begin van 2020 een nieuw kantoor in Rotterdam, pal naast het Centraal Station. Dat is een mijlpaal, want alle grote kantoren van Arcadis (van Maastricht tot Assen) liggen nu op steenworp afstand van een intercitystation.

"Met deze strategie hebben we onze milieu-impact fors teruggedrongen”, zegt een trotse Van Tienhoven. De grootste milieu-impact van Arcadis wordt namelijk gemaakt door de reisbewegingen van zijn werknemers. "De mobiliteit van onze werknemers veroorzaakt 90 procent van onze CO2-uitstoot ", weet Yoeri Schenau, duurzaamheidsmanager bij Arcadis. "Daarom stimuleren we het reizen per OV, door iedere werknemer standaard een NS-Business Card te geven."

Het is een voorbeeld van duurzame inzet van mensen. En dat zette Van Tienhoven aan het denken. Vanuit zijn nieuwe kantoor kijkt hij uit over Rotterdam Zuid, een gebied dat aan de vooravond staat van een grote bouwopgave én een arbeidspotentieel heeft van zo’n 40.000 jongeren. “Daar ligt een enorme kans voor de bouwsector. Hoe zorgen we er nu voor dat deze jongeren in eigen stad, wijk en straat aan het werk kunnen? Want we hebben ze keihard nodig.”

Digitalisering, robotisering, standaardisering

Van Tienhoven’s focus op de bouwsector komt niet uit de lucht vallen. Hij werkte 24 jaar bij bouwbedrijf Dura Vermeer en kent de sector als zijn broekzak. Hij weet dan ook als geen ander dat die voor een gigantische duurzaamheidsopgave staat. “Grondstoffengebruik, energiegebruik, watergebruik, CO2-uitstoot, afvalproductie… En als een bouwobject eenmaal staat, de impact ervan op mens en milieu. Het zijn allemaal aandachtsvelden waar bouwbedrijven mee aan de slag moeten.”

Het is dan ook niet voor niets dat Arcadis als een van de partijen in de bouwketen zich geroepen voelt de sector te vernieuwen om duurzamere impact te maken. De betonsector is verantwoordelijk is voor 9 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot en 25 procent van het verkeer in Nederland is gerelateerd aan de bouw.  Dat moet anders, vindt ook Schenau.

Verduurzaming is geen gemakkelijke klus, erkent Van Tienhoven. Hij raadt de bouwsector dan ook aan om te beginnen bij wat het zelf in de hand heeft: de eigen bedrijfsvoering. “Daar liggen grote kansen op het gebied van digitalisering, robotisering en standaardisering”, aldus Van Tienhoven. “Hiermee is het mogelijk om sneller te bouwen, minder fouten te maken, een slimmere logistiek te organiseren en steeds meer materialen opnieuw te gebruiken.”

Partners zoeken en focus aanbrengen

Elkaar opzoeken en samen de schouders eronder, vervolgt hij: “De kennis en expertise die nodig is om duurzaamheidsdoelen te halen wordt steeds gevarieerder. Samenwerking is daarom belangrijker dan ooit. Elke partij neemt immers zijn eigen stukje unieke kennis en ervaring met zich mee. Als je die kennis deelt en gezamenlijk projecten aanvliegt, kun je heel snel duurzame impact maken.”

Arcadis werkt geregeld met meerdere partners aan projecten. Bijvoorbeeld aan de verduurzaming van pleinen in Rotterdam. Lees hier meer over dit project: 

Tegelijkertijd pleit Van Tienhoven voor het aanbrengen van focus. Het realiseren van een circulair gebouw vraagt bijvoorbeeld om een compleet andere benadering dan het realiseren van een energieneutraal gebouw. “Je moet niet al je duurzaamheidsdoelen willen bereiken in één gebouw, dan maak je het jezelf alleen maar moeilijk. Definieer duidelijk welke duurzaamheidsdoelstelling een gebouw moet halen en zoek daar vervolgens de juiste partners bij.”

Duurzame inzet van mensen

De belangrijkste oproep die Van Tienhoven voor de bouwsector heeft, gaat over duurzame inzet van mensen. Dat wordt namelijk nogal eens vergeten, merkt hij op, terwijl er veel kansen liggen. “De gemiddelde bouwlocatie is nog steeds een soort rondreizend circus”, licht hij toe. “Heel kort door de bocht: we komen aan op de projectlocatie, zetten een grote bouwkeet neer en laten werknemers uit het hele land, en soms zelfs uit het buitenland,  naar die locatie komen. Daar gaan ontzettend veel kilometers (en dus ook CO2-uitstoot) mee gepaard. Dat kunnen we veel slimmer inrichten.”

Een voor de hand liggende manier om dat te doen: werknemers vooral werven uit de omliggende regio van projecten. Rotterdam-Zuid is daar het perfecte voorbeeld van, aldus Van Tienhoven: “Dat gebied heeft een enorme bouwopgave én een arbeidspotentieel van tienduizenden jongeren. Hoe fantastisch zou het zijn als zij in hun eigen stad aan de slag kunnen? En zo kunnen bijdragen aan een betere, schonere en duurzamere leefomgeving?”

Starten met de energietransitie

De energietransitie is volgens Van Tienhoven het perfecte startpunt voor duurzaam personeelsbeleid. “In de transitie moeten veel dingen gebeuren, per wijk, per straat en zelfs per huishouden. En er gaan jaren overheen voordat we die klus geklaard hebben. We kunnen de jongeren in korte tijd klaarstomen voor het werk van de energietransitie. Volgens mij levert dat enorm betrokken en trotste werknemers op; ze helpen immers mee aan de verduurzaming van hun eigen wijk.”  

Tegelijkertijd erkent Van Tienhoven dat we dit niet van de ene op de andere dag voor elkaar kunnen boksen. “Het begint natuurlijk bij goede scholing en vraagt om een ander (business)model, voor alle betrokken partijen”, vervolgt hij. “Scholen, gemeenten, bouwbedrijven én kennispartners zoals Arcadis moeten samenkomen om deze lokale arbeiders klaar te stomen voor de bouwopgave. Dat vraagt, naast goede samenwerking, om een flinke dosis vertrouwen."

Gemeenten moeten er bijvoorbeeld op vertrouwen dat investering in scholing zijn vruchten afwerpt. En bouwbedrijven moeten er op hun beurt op vertrouwen dat de grote transitieopgaven daadwerkelijk komen.

Scheepswerf

Met andere woorden: er zijn uitdagingen. Maar dat het kan, daar twijfelt Van Tienhoven niet over. “De mensen die vroeger op de plaatselijke scheepswerf werkten, kwamen niet uit elk deel van het land. Die woonden allemaal in de buurt”, besluit hij. “Andere tijden natuurlijk, maar het is nu óók prima mogelijk. En dat is een fantastische, duurzame kans.”

Meer lezen over hoe bouwbedrijven inzetten op duurzame inzetbaarheid? Lees ons interview met Karlijn Mol, duurzaamheidsmanager bij Dura Vermeer.

Foto: Adobe stock (header), Arcadis (tekst)

Trein in plaats van vliegtuig kan 8 mln ton CO2 besparen

Het onderzoek, uitgevoerd door onderzoeksbureau Rebel, laat zien wat de potentie van de trein is. Hoewel het spoor nog niet overal in Europa volledig op groene stroom draait, bespaart een beter hogesnelheidsnetwerk gemiddeld méér CO2 dan alle Nederlandse mobiliteit (vliegtuigen, auto’s en vrachtwagens) samen produceren.Green DealDaarom roept ProRail de EU op om treinvervoer voor passagiers als expliciet punt op te nemen in de Green Deal. “Het rapport laat concreet zien dat Europese inzet op een goed functionerend spoornetwerk dat de hele EU bestrijkt, zinvol is en een substantiële bijdrage kan leveren aan het klimaatbeleid en de Europese Green Deal van Frans Timmermans”, aldus ProRail in een nieuwsbericht.Lees ook: Nederland gaat vaker met vliegtuig op reis dan met de autoHet onderzoek bekijkt verschillende scenario’s voor de toekomst van treinvervoer. In het meest optimistische geval stapt elke reiziger die 400 kilometer of minder aflegt over op de trein. Bij verdere reizen zal een steeds kleiner deel overstappen. In een gemiddeld scenario wordt voor 200 kilometer reizen of minder altijd de trein genomen, en vanaf 500 kilometer neemt de helft van de mensen de trein in plaats van het vliegtuig. In dat laatste scenario wordt er bijna 5 mln ton CO2 per jaar bespaard.HSL voor heel EuropaAlle scenario’s gaan ervan uit dat de EU een goed hogesnelheidsnetwerk aanlegt voor treinen. Nu ontbreekt dat nog. “Op dit moment zijn er nog te veel verschillende spoorsystemen in Europa. Daardoor is het internationale treinverkeer nog niet optimaal, met lange reistijden als gevolg”, schrijft ProRail.Lees ook: Hoe is het aan boord van de Eurostar?Een voorbeeld van goede samenwerking kan de reiziger vanaf april ervaren: dan rijdt de Eurostar direct van Amsterdam naar Londen, zonder tussentijdse paspoortcheck in Brussel. Daardoor duurt de reis vier uur en concurreert hij met het vliegtuig. Als zulke verbindingen er ook komen voor andere populaire bestemmingen zoals Londen-Parijs, Lisabon-Madrid en Düsseldorf-Londen, kan het spoor volgens het rapport echt gaan bijdragen aan CO2-reductie.Vliegtuig voor lange afstandenDe mogelijke besparing is maximaal tien procent van de CO2 die de luchtvaart in 2018 uitstootte voor EU-vluchten. Dat is relatief beperkt, doordat het overgrote deel van de vluchten (85 procent) langer dan 800 kilometer is. Op dergelijke afstanden pakken mensen volgens het rapport minder snel de trein, zelfs als deze sneller en goedkoper wordt dan nu het geval is.Bron: Prorail/Rebel | Beeld: Ad Boer