Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 26 januari 2015, 07:15

Chinees bedrijf print flat in 24 uur

China heeft de primeur van het eerste 3D-geprinte flatgebouw ter wereld. Het project van bouwbedrijf WinSun duurde slechts 24 uur.

3d printen flat

Het pand op een bedrijventerrein in de oostelijke stad Suzhou telt vijf verdiepingen met een totale oppervlakte van 1100 vierkante meter. De muren van het pand zijn hol, zodat er voldoende ruimte is voor isolatiemateriaal en bekabeling.

WinSun sloopte een bestaand gebouw en vermaalde het puin tot nieuw bouwmateriaal. In de mix zit verder industrieel afval, sneldrogend cement en een speciale verharder die de snelle bouw mogelijk maakt. Het bedrijf beschrijft het productieproces als het glazuren van een cake. De muren bestaan uit tientallen lagen geprint beton.

Besparingen

De 3D-printer is 6,6 meter meter hoog, 10 meter breed en 40 meter lang. De grote onderdelen van het pand zijn gemaakt in de fabriek in Shanghai. Op de lokatie zelf zijn ze met stalen verbindingsstukken in elkaar gezet. Volgens Win Sun bespaart de 3D-geprinte flat 20 tot 60 procent bouwafval en is de productietijd 50 tot 70 procent lager. Daarnaast zou het bouwproces tot 80 procent op arbeidkosten besparen.

WinSun bouwde vorig jaar al tien huizen met de 3D-printer. Het bedrijf wil zich verder specialiseren in geprinte wolkenkrabbers en bruggen. De bouw van honderd eigen recyclinginstallaties voor bouwafval moet eventuele grondstoffentekorten opvangen.

In Amsterdam werkt architectenbureau DUS aan een 3D-geprint grachtenpand, Anders dan het Chinese record, bouwen de Amsterdammers wel ter plaatse, maar de bouw neemt aanzienlijk meer tijd in beslag. Het bureau verwacht drie jaar nodig te hebben.

Bron: WinSun, De Tijd, Time | Foto: WinSun

"We kunnen niet meer om sustainable fashion heen"

Tijdens deze beurs tonen verschillende modemerken hun nieuwe collecties voor het najaar en de winter aan retailers, agenten en andere professionals uit de mode-industrie.Sinds 2012 is MINT een vaste waarde op de beurs. Tijdens de komende editie toont het platform niet alleen de collecties van nieuwe duurzame merken, maar geeft ze bezoekers een heuse duurzame beleving. Zo kunnen zij onder andere duurzame chocolade proeven en zien hoe kledingmerk Pääla met speciale inkt zeefdrukken maakt. Daarnaast vindt er een debat plaats met modeontwerper Hans Ubbink, Glamour-hoofdredacteur Sanne Groot Koerkamp, Pascalle Grotenhuis van Buitenlandse Zaken en Victoria Koblenko.Te gekke, duurzame modeEyskoot, die met haar bureau Talking Dress eerlijke kleding op de kaart zet, bedacht het idee voor MINT samen met Willa Stoutenbeek, die tegenwoordig het bureau W.Green runt. Het doel: ervoor zorgen dat zoveel mogelijk van de ‘te gekke’ sustainable fashion-merken in de winkels terechtkomen. “We zagen dat er steeds meer merken op een goede manier produceren en mooie mode maken; dat moet getoond worden aan de winkeliers, zodat deze merken in meer winkels worden verkocht”, vertelt de oprichtster, die MINT tegenwoordig in haar eentje beheert.Eyskoot en Stoutenbeek besloten geen eigen beurs te starten, maar zich bij de Modefabriek te voegen. “Op de Modefabriek komen alle ‘gewone’ winkeliers, en niet per se alleen retailers met een duurzame kledingwinkel”, legt Eyskoot uit. “Daarnaast willen we laten zien dat sustainable fashion onderdeel is van de reguliere mode-industrie. Mensen die MINT bezoeken, zien in eerste instantie te gekke mode. Pas daarna wordt duidelijk dat er ook een goed verhaal achter zit. In de mode staat het voorop dat een item te gek is, dat je het wilt hebben.”InnovatiesVolgens Eyskoot is de duurzame kledingindustrie het belangrijkste onderdeel van de kledingindustrie in zijn geheel. “Het is hét onderwerp op dit moment. Denk maar aan de commotie naar de ramp in Rana Plaza in Bangladesh, de activiteiten van minister Ploumen en de documentaireserie van Teun van de Keuken die nu op tv komt.” Als grote merken kleine dingen doen, heeft dat veel effect. Er vinden dan ook veel innovaties plaats als het gaat om duurzaamheid in de kledingindustrie, als we de oprichtster mogen geloven. “Er zijn vernieuwingen op het gebied van stoffen en materialen, resources, maar ook op de manier waarop we met mensen omgaan. Dat heeft allemaal met elkaar te maken en we kunnen niet meer om deze ontwikkelingen heen. Op een gegeven moment mag er geen onderscheid meer zijn tussen ‘gewone’ kleding en duurzame kleding; het mag geen keuze meer zijn. Het is eigenlijk gek dat we nog kleding kunnen kopen waar zoveel mee mis is. Ik hoop daar met MINT een bijdrage aan te kunnen leveren.”Track & TraceTijdens de komende editie van MINT staan zo’n dertig duurzame merken in de spotlights. Volgens Eyskoot stuk voor stuk vooruitstrevende merken, met duurzaamheid in hun DNA. “Zij laten zien dat het echt kan; mooie en duurzame dingen maken én zaken doen. Er zijn verschillende merken op MINT aanwezig die steeds meer openheid geven over de manier waarop ze produceren. Ze communiceren veel over wat ze doen. Zo bevat elk kledingstuk van studio JUX een nummer, waarop de consument op de website van het merk kan opzoeken wie aan het kledingstuk heeft gewerkt.Een ander merk, Kuyichi, heeft voor haar nieuwste collectie een bezoek gebracht aan haar leveranciers en gefilmd hoe de kleding wordt geproduceerd. Daarnaast laat tassenmerk MYUZE via een speciaal Track & Trace-systeem zien waar haar tassen vandaan komen.” Volgens Eyskoot is deze manier van communiceren een doorbraak: “De consument weet vaak niet waar kleding vandaan komt. Op deze manier kunnen merken transparant en open zijn.”Niet te stoppenVolgens Eyskoot is duurzaamheid in de kledingindustrie niet meer te stoppen, maar moeten er nog grote stappen worden gemaakt. “Er vinden vooral bij kleinere merken innovaties plaats, maar veel grote merken moeten nog stappen zetten. Als grote merken kleine dingen doen, heeft dat veel effect. Bovendien kan iedereen van elkaar leren. Ik zie het zo: duurzaamheid heeft niet zozeer een toekomst, maar ís de toekomst. Als we geen maatregelen nemen, is er over een tijdje geen mode-industrie meer. We moeten deze weg met z’n allen bewandelen; merken moeten mooie mode maken, de winkeliers moeten het willen verkopen en de consument moet het kopen. Iedereen heeft dezelfde verantwoordelijkheid. Dat is het mooie eraan; we kunnen het met elkaar bereiken.”Foto's: portret Marieke Eyskoot: Justine Leenarts, foto’s Modefabriek: Reinier RVDA