Rianne Lachmeijer 25 juli 2018, 10:07

Circulaire én betaalbare studio’s opgeleverd in Amsterdam

De oplevering van de eerste van de in totaal 250 circulaire studio’s voor statushouders en jongeren is een feit. Nezzt van De Meeuw heeft het flexibele woonconcept voor woningcorporatie Stadgenoot ontwikkeld. Volgens de directeur van Nezzt zijn de kansen van modulair bouwen groot.

Stek oost woonstudio

In een circulaire economie staat hergebruik centraal. In project Stek Oost is deze circulaire gedachte geïntegreerd door toepassing van studio’s die eerder deel uitmaakten van De Orangerie, een gebouw uit Eindhoven dat in 2006 oorspronkelijk werd gerealiseerd als zorginstelling maar de afgelopen jaren is ingezet als asielzoekerscentrum.

Demontage en hergebruik

 De Orangerie werd begin dit jaar volledig gedemonteerd door DAT Afbouw en De Meeuw, waarbij zoveel mogelijk onderdelen opnieuw zijn gebruikt. Voordat de 250 studio’s een nieuwe functie kregen in Stek Oost zijn ze gereinigd, opgeknapt en voorzien van een nieuwe badkamer en keuken. Ook de vloeren, buitenpanelen en daken van De Orangerie zijn in Stek Oost verwerkt.

Toch hebben niet alle materialen uit De Orangerie een nieuwe functie gekregen in het Amsterdamse project. Bas de Haan, directeur van Nezzt legt uit hoe dat komt: “Wij bouwen modulair. Dat betekent dat we een module hebben die we altijd kunnen hergebruiken. Het meest circulair is als ik die module in exact dezelfde vorm kan hergebruiken zoals ik het al gebouwd had, maar eigenlijk kan dat in 99,9 procent van de gevallen niet, omdat ik de module altijd in meer of mindere mate moet aanpassen aan de locatie en aan de wensen van de klant.”

Voor materialen die Nezzt niet zelf kan hergebruiken, wordt in overleg met de leverancier een andere oplossing gezocht. Zo wordt bijvoorbeeld 54.000 kilo aan plafondpanelen door OWA Benelux gerecycled tot nieuwe, hoogwaardige plafondpanelen. Materialen die leveranciers niet terug willen of kunnen nemen, zoals 800 wastafels van De Orangerie, worden op gebruiktebouwmaterialen.com gezet, een soort Marktplaats voor de bouw.

Lees ook: 5 ontwikkelingen die circulaire bouw versnellen

Doorontwikkeling van het bouwsysteem

De Haan verwacht dat er in de toekomst steeds betere oplossingen komen waardoor circulair bouwen breder inzetbaar wordt.

 'De kansen voor modulaire bouw zijn groot'

Zo wil De Haan afspraken met leveranciers uitbreiden zodat het nog makkelijk wordt om materialen terug in de keten te brengen en is De Meeuw bezig met de doorontwikkeling van het bouwsysteem zodat het bouwsysteem nog makkelijk uit elkaar te halen is en de uitwisselbaarheid en flexibiliteit van projecten wordt vergroot. “In de toekomst wordt het bij wijze van spreken mogelijk om van een operatiekamer een woning te maken en andersom.”

De businesscase van circulair bouwen

Volgens De Haan is de businesscase van circulair bouwen allang bewezen. “Het grappige is dat wij al decennialang op deze manier bouwen, maar tot voor kort had het niet het label circulair bouwen.” Hij vervolgt: “Wij bieden een kwaliteit die nagenoeg gelijk is aan nieuw alleen tegen een lagere prijs, afhankelijk van welk gebouw we kunnen hergebruiken.”

De grootste uitdagingen zitten volgens De Haan in de mate waarin hergebruik mogelijk is en hinderende regelgeving. “Daarom lobbyen wij om de regelgeving te laten aanpassen.”

Ondanks die uitdagingen verwacht De Haan dat modulaire bouw de komende jaren zal toenemen. “De kansen voor modulaire bouw zijn groot, omdat de bouw moet veranderen naar een circulaire omgeving en daar is ons systeem uitermate geschikt voor.” Daarnaast stijgt de vraag naar flexibele, snelle en betaalbare bouw waarmee ingespeeld kan worden op demografische veranderingen, zoals vergrijzing.

Het creëren van een gemeenschap

Naast circulariteit wordt bij Stek Oost geïnvesteerd in de ontwikkeling van een gemeenschap. Enerzijds via de aanwezigheid van gemeenschappelijke ruimtes als een huiskamer, studieruimte, binnentuin en plein. Anderzijds doordat elke bewoner zich eraan committeert om zich 1 uur per week in te zetten voor de gemeenschap. Op die manier dragen studenten actief bij aan de ontwikkeling van de stad.

De helft van de studio’s in het gebouw Stek Oost in de Amsterdamse Watergraafsmeer is bedoeld voor jonge statushouders, de andere 125 studio’s voor andere jongeren in de leeftijdscategorie 18 tot 27 jaar. De complete oplevering staat gepland voor eind oktober.

Lees verder: Adviezen voor een snelle transitie naar circulaire woningbouw

Afbeeldingen: De Meeuw

Hoe gaan we oude windmolens recyclen?

Dat stelt Sebastiaan Verheijen van Extreme Eco Solutions (EES) in een persbericht van de Hogeschool Utrecht. Studenten technische bedrijfskunde van de school gingen onlangs aan de slag met dit onderwerp, om met oplossingen op de proppen te komen.WindmolensHet verwerken van oude windmolens is geen gemakkelijke opgave. Verheijen licht toe: “Je ziet soms bladen van windmolens terug als speeltoestellen. Een leuk idee, maar een duurzame oplossing is het niet. Het probleem is dat de bladen gemaakt zijn van samengesteld materiaal of ‘composiet’. Je kan het alleen bij een zeer hoge temperatuur verbranden. Grote afvalverwerkers hebben daarom geen belangstelling voor composiet.”Recyclen en hergebruikenWat wel een optie is, is het shredderen en hergebruiken van het materiaal. Oude windmolens zouden op die manier een tweede leven kunnen krijgen als stoeptegels, grafstenen en wasbakken, aldus Verheijen. Samen met studenten van de Hogeschool Utrecht keek hij naar bedrijfsproces: hoe kan dat optimaal ingericht worden?Er komen veel vraagstukken bij kijken. Zo is logistiek een interessant vraagstuk: verwerk je de bladen ter plekke of richt je een centrale verwerkingsplaats in? Ook wet- en regelgeving werd door de studenten als belangrijk ervaren. Sude Hoogenveen, student, in het persbericht: “Wet- en regelgeving was veel belangrijker dan we in het begin dachten. EES moet aan zóveel regels voldoen. Voor elke plek is onderzoek nodig en dat kost al gauw €15.000. Is dat wel rendabel?”WindenergieEcht concrete plannen zijn er nog niet. Het is echter wel een feit dat de helft van de windmolens in de Flevopolder de aankomende jaren tegen de vlakte gaan. Het hergebruiken van het composiet op locatie is in ieder geval een veelbelovend plan. Verheijen: “Het zou prachtig zijn als je de paden tussen de windmolens van hergebruikt materiaal zou kunnen maken.”Lees ook:Afgesproken capaciteit windparken op land: later dan gepland maar meer dan voorzien Bron: Hogeschool Utrecht | Foto: Adobe stock