Willemijn van Benthem 05 oktober 2021, 13:30

Croonwolter&dros start campagne met voetballer Theo Janssen om monteurs en technici aan zich te binden

Croonwolter&dros merkt als technisch dienstverlener dat de noodzaak voor technisch personeel groot is. Zeker met de duurzame en innovatie-transitie waar Nederland middenin zit. Om personeel aan zich te binden, en vooral warm te maken voor het vak, lanceert Croonwolter&dros een nieuwe campagne, met in de hoofdrol: ex-prof voetballer Theo Janssen als ‘monteurmakelaar’.

Theo janssen cwd Oud profvoetballer Theo Janssen als 'monteurmakelaar' | Credits: Croonwolter&dros

Iedere organisatie die te maken heeft met technisch personeel, kent het probleem: er is een groot tekort aan technisch onderlegde mensen op de arbeidsmarkt. Daisy van den Brand, manager Marketing en Communicatie bij Croonwolter&dros, zat daar ook mee. “Het is een moeilijke doelgroep en een kleine vijver om uit te vissen.” Dus ging ze in overleg met bureau Proof om gezamenlijk een plan van aanpak te maken. Van den Brand werkte eerder al met dit bureau dat gespecialiseerd is in arbeidsmarktcommunicatie. “We hebben hen onze vraagstelling voorgelegd en onderzoek laten doen naar wie de doelgroep is, en waar die doelgroep interesse in heeft. Er kwam al snel uit dat het gros van deze groep van monteurs bovengemiddeld geïnteresseerd is in voetbal.” Met bureau Proof maakte Van den Brand de balans op: de mensen die ze zoeken houden van techniek en voetbal. Maar wie kon die boodschap nou goed brengen?

“Proof kwam daarop met de titel Monteurmakelaar: een persoon die monteurs moet vinden om een transfer naar Croonwolter&dros te maken. Monteurmakelaar verwoordde het type dat we zouden willen inschakelen om ons te helpen.” Maar om daar een goede persoon bij te vinden, was nog best lastig. Ze gingen op zoek in de voetbalwereld, maar de naam mocht niet te erg gekoppeld zijn aan een bepaalde voetbalclub – dat kon fans van andere clubs juist weer afstoten. Van den Brand: “Toen kwamen we bij Theo Janssen uit, want die heeft een groot verbindend vermogen én hij snapte direct met welk probleem wij te maken hebben. Hij was dan ook meteen bereid om hieraan mee te werken. Een geweldige man!” Janssen is een voormalig profvoetballer die onder andere voor Ajax, Vitesse en FC Twente speelde.

De nood is hoog

Dat Croonwolter&dros deze insteek voor de campagne heeft gekozen, laat zien: de nood is hoog. Van den Brand vertelt dat alleen bij Croonwolter&dros al 200 monteurs en service technici nodig zijn. Het probleem is dat de mensen die gezocht worden voldoende moeten zijn opgeleid én ervaring moeten hebben. Van den Brand: “Helaas is in de afgelopen jaren het beroep steeds minder sexy geworden, om het zo maar te zeggen, omdat jongeren bijvoorbeeld liever in de ICT gaan werken. Ze willen minder graag dan vroeger met hun handen aan de slag.”

Van den Brand weet dat de situatie bij haar concullega’s gelijk is. “We we zien dit probleem in de hele branche.” Met de oproep van de Monteurmakelaar alias Theo Janssen in de campagne wordt dan ook met incentives gewerkt: kom bij Croonwolter&dros, en het bedrijf zal aan de studie van je kinderen meebetalen. Van den Brand: “De mensen die we zoeken zijn vaak rond 30 jaar of ouder, en zij hebben vaak kinderen. Wij stimuleren opleiding en ontwikkeling, want een betere belegging is er bijna niet.”

Overigens spreekt Van den Brand ook uit eigen ervaring. Haar vader werkte ooit bij Croonwolter&dros en via het studiefonds TBI, het bouw- en techniekconcern waartoe het bedrijf behoort, kon zij studeren. “Dat is echt een mooi beginsel van een bedrijf dat niet werkt voor aandeelhouderswinst, maar gericht is op een duurzame en lange termijntoekomst. Winst wordt geïnvesteerd in het TBI studiefonds, in leerstoelen, cultureel erfgoed en ondernemingen die willen investeren in innovaties. En zelfs in slechte tijden hebben we die holding achter ons staan. Dat geeft stabiliteit en rust.”

De eerlijke en normale man

Zelf is Van den Brand dus na haar vader ook al jarenlang werkzaam bij Croonwolter&dros. “Ik ben dan geen techneut, maar wel trots op het feit dat we met zijn allen werken aan een mooier Nederland, op het gebied van alle sectoren. We dragen bij aan de gezondheidszorg, de energietransitie, het klimaat: het is zo breed, en zo verweven in ons algehele dagelijkse leven.”

De campagne waarin Theo Janssen de hoofdrol speelt, is net gestart en Van den Brand is alleen al over de oud-voetballer enthousiast. “We hebben diverse opnames met hem gehad en daarvoor heb ik hem persoonlijk gesproken. Hij is heel begaan met de campagne en dat is bijzonder, want hij is selectief in waar hij zich voor wil inzetten. Maar Theo ziet dat de branche het moeilijk heeft, dus wil hij voor ons staan. Daarom past hij ook bij ons. Het is een eerlijke man, een normale man, een man die weet waar hij het over heeft. Hij is echt onze Monteurmakelaar.”

Blijf op de hoogte van al het duurzame nieuws via onze nieuwsbrief.

Gaan duurzaamheid en de fossiele industrie hand in hand? De CEO van Batenburg Techniek vindt van wel

“Ik was me al helemaal geestelijk aan het voorbereiden dat ik weer naar een scherm moest gaan zitten kijken”, zegt Van den Broek (grijs haar, slank postuur, niet te opvallende kleren) joviaal als hij de vergaderruimte binnenwandelt, een boks geeft en aan de kop van de tafel gaat zitten. Batenburg Techniek is een technisch dienstverlener en levert bijvoorbeeld laadoplossingen voor elektrisch vervoer, duurzame klimaatinstallaties voor scholen en aardwarmte voor de glastuinbouw. Daarnaast is het actief in industriële automatisering en markten die worstelen met verduurzaming, zoals de fossiele industrie. “Wij hebben heel bewust gezegd dat het geen enkele zin heeft om daar weg te lopen. We kunnen veel beter met klanten kijken hoe we dingen kunnen verbeteren, ook dat draagt bij aan verduurzaming. We hebben immers veel bestaande industrie in Nederland.” “Is dat dan een negatieve impact?”, vraagt Van den Broek zichzelf hardop af over projecten in die laatste sector. “Nee, ik denk van niet. Vaak kan je bij die oudere industrie veel meer bereiken in CO2-besparing dan ergens anders.” Het typeert hoe hij in de wedstrijd zit: positief. Optimisme “Ik geloof er echt in dat we met elkaar de goede kant opgaan. Daar ben ik heel optimistisch over. Je hoort iedereen over Parijs en de doelstellingen voor 2030 en 2050. De een gaat misschien wat harder dan de ander, maar we gaan de goede kant op en we gaan de doelen ook gewoon halen met elkaar. Technische innovaties zullen de oplossing bieden.” Het optimisme over het feit dat het de goede kant op gaat, sluit aan bij de cijfers van Batenburg Techniek afgelopen jaar. Zo hoefde het bijvoorbeeld geen Covid-overheidssteun aan te vragen en op het gebied van duurzaamheid boekte het vooruitgang. Dat blijkt uit het progress report dat aandeelhouder VP Capital in juni naar buiten bracht. “Heel nuttig”, noemt Van den Broek dat rapport. “Je moet eerst meten en weten waar je staat, daar transparant over zijn, en daarna stap voor stap verbeteren. En dat doe je met zo’n rapport.”Het effect van een pandemie In 2020 daalde de CO2-uitstoot bij Batenburg Techniek met 44 procent: van 3.651 ton CO2-equivalent naar 2.044. Net als bij veel andere bedrijven daalde de uitstoot bij Batenburg Techniek mede als gevolg van Covid-19. Bijvoorbeeld doordat medewerkers minder reisden. Na de coronapandemie zullen de cijfers daarom terugveren, maar de algemene trend is naar beneden, benadrukt Van den Broek. Bijvoorbeeld doordat het bedrijf efficiënter met energie omgaat, stroom duurzaam inkoopt en er jaarlijks meer elektrische auto’s bijkomen. “Ons duurzaamheidsbeleid bestaat uit drie pijlers: de bestaande industrie verbeteren, nieuwe techniek mogelijk maken en ons eigen bedrijf op orde brengen”, legt Van den Broek uit. CO2-uitstoot reduceren valt onder de laatste pijler. Maar als dienstverlener heeft Batenburg vooral veel invloed op het klimaat en de maatschappij door de projecten die het doet voor klanten. “Er zit een bepaalde nederigheid in het helpen van klanten bij verduurzaming”, vindt Van den Broek. Daarmee doelt hij op het feit dat Batenburg Techniek in dienst staat van klanten en de ambitie en snelheid van de doelen dus primair bij hen ligt. Wel kan Batenburg Techniek hen daarbij helpen door advies te geven. Dat verklaart de werkwijze die Batenburg hanteert. Omzet uit duurzame ontwikkelingsdoelen Om meer inzicht te krijgen in het effect dat het via klanten heeft, monitort Batenburg Techniek de omzet uit projecten die positief bijdragen aan een zestal duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties (ook bekend onder de Engelse naam Sustainable Development Goals). Zo vat het bedrijf tuinbouwautomatisering onder doel 2: geen honger. De aanleg van laadinfrastructuur voor elektrische valt onder doel 11: duurzame steden en gemeenschappen. Industrieprojecten tellen niet mee. In die zin is de aanpak meer een kapstok dan een doorwrochte duurzaamheidsberekening. “We gebruiken het om te zien welke kant we opgaan.” Het bedrijf monitort de broeikasgassenuitstoot van projecten niet, omdat het moeilijk is om volledig inzicht te krijgen in de duurzaamheidsvorderingen van klanten. Daarbij zou het ook afhankelijk zijn van klanten die cijfers (kunnen en willen) delen. Tot slot is het lastig wie verantwoordelijkheid mag nemen voor (welk deel) van de CO2-reductie: de klant of Batenburg Techniek. Door alleen projecten die qua sector positief bijdragen aan de duurzame ontwikkelingsdoelen te turven, zal progressie binnen de fossiele industrie zelden als positief in het rapport terugkomen. Geeft dat geen perverse prikkel? Met minder fossiele industrieprojecten en meer tuinbouwprojecten kan Batenburg Techniek immers makkelijk op papier progressie boeken. Daarover maakt Van den Broek zich geen zorgen, omdat hij het rapport in die zin als een leidraad ziet. “Je moet wel met elkaar blijven nadenken. Het moet geen keurslijf worden, want dan sla je door. Het progress report gaat ook over veel meer dan alleen de projecten.” Steeds meer investeerders zetten in op duurzaamheid, maar er is ook discussie over de vraag of dat écht verschil maakt. Hoe kijkt Guus van Puijenbroek daarnaar en waarom kunnen juist familie-investeerders een rol spelen bij verduurzaming? Lees het nu.Groei Ten opzichte van 2019 verbeterde het bedrijf de cijfers in het rapport. De gefactureerde omzet met een positief effect op de duurzame ontwikkelingsdoelen steeg met 40 miljoen euro naar 137 miljoen euro. Daarmee leveren dit soort projecten nu 58 procent van de omzet op. Van den Broek heeft verschillende verklaringen voor die groei. Aan de ene kant komt het doordat het bedrijf een jaar verder is. “Soms maak je een inschatting en dat gaat de tweede keer beter dan de eerste keer.” Aan de andere kant zorgt het doen van bepaalde projecten voor nieuwe aanvragen. “Op dit moment zijn wij in Nederland marktleider op het gebied van elektrificatie van openbaar vervoer; vooral busbedrijven. Nu krijgen we steeds meer vragen om dat ook voor de zware vrachtwagens te gaan opzetten.” Ook de eigen medewerkers spelen een rol in de groei. “Onze mensen vinden dat soort projecten leuk, dus ze gaan er meer naar op zoek.”Batenburg Techniek is groot in de elektrificatie van openbaar vervoer. De medewerkers spelen een rol in die positie, omdat zij dit soort projecten leuk vinden.Afgelopen jaar voerde Batenburg Techniek een onderzoek uit naar de betrokkenheid van personeel en klanten bij het thema duurzaamheid. Daaruit bleek dat acht op de tien medewerkers duurzaamheid belangrijk vindt. “De echte koplopers zetten hun eigen energiemaatschappijtje op, verduurzamen hun gemeente, of boren een put om hun huis met warmtekoude-opslag te verduurzamen.” Verrassen deze uitkomsten Van Den Broek? “Nee”, zegt hij na een korte stilte. “Wij zitten in bepaalde takken van sport waarin we vooroplopen in verduurzaming, zoals de tuinbouw en de energiewereld.” Bij de collega’s die in industriesector werken, zijn het vooral de jongere medewerkers die vinden dat het tijd is voor verduurzaming. Maar over het algemeen komen de mensen die duurzaamheid belangrijk vinden in alle segmenten en leeftijdscategorieën terug.2030 In 2030 wil Batenburg Techniek dat 75 procent van de projecten bijdraagt aan de duurzame ontwikkelingsdoelen. Daarvoor verwacht Van den Broek geen extra beleid te hoeven voeren, omdat medewerkers liever duurzamere projecten kiezen en steeds meer bedrijven aan de slag gaan met duurzaamheid. Maar wat als blijkt dat Batenburg Techniek in 2029 op 60 procent zit? “Dat zit je dan niet”, zegt hij beslist. “Je ziet het aantal projecten met een positief effect steeds toenemen. Hetzelfde geldt voor het verduurzamen van ons eigen bedrijf. We zullen die CO2-uitstoot elk jaar verminderen ten opzichte van het jaar daarvoor. Daar zijn klanten ook mee bezig dus iedereen gaat gewoon de goede kant op.”