Willemijn van Benthem 30 september 2021, 16:07

De duurzame bouwers in en aan de bouw: Changemakers van week 40

De bouw is een sector waar veel te gebeuren staat. En dat is prachtig, want deze sector heeft ook echt behoefte aan innovatie om een duurzame transitie door te maken. Een boeiend werkveld, waarin de drie inspirerende Changemakers van deze week mooie stappen zetten. Dit zijn de Changemakers van de Bouw!

Collage Week40 Change Inc In deze editie van Changemakers staan drie inspirerende bouwinnovators in de spotlight.

Royny Mathan

Royny Mathan (31) is als consultant Omgevingsmanagement & Duurzame gebiedsontwikkeling bij ingenieursbureau WSP intern betrokken bij het project Future Ready. Ze draagt zo bij om wereldwijd duurzame impact te maken. Haar visie: niet overgaan tot de orde van de dag, meer echte verandering teweegbrengen.

Lees hier haar Changemaker profiel

Sander van der Wal

Sander van der Wal (45) is managing partner en mede-oprichter van &Flux en vanuit die hoedanigheid bezig met circulariteit, de energietransitie, klimaatadaptatie en grondstoffentransitie. En vooral met een toekomstbestendige gebouwde omgeving.

Lees hier zijn Changemaker profiel

Peter Driessen

Peter Driessen (52) stond ooit aan het roer bij een gamebedrijf, is de eerste investeerder in 2020 van Sustainer Homes dat woningen en werkruimtes bouwt waarbij tenminste 90 procent op CO2 wordt bespaard en richtte vanuit daar het bedrijf Respace op dat op een nieuwe manier opereert: met hout in combinatie met CNC-freestechniek.

Lees hier zijn Changemaker profiel

De energietransitie gaat te langzaam: “We hebben bestuurders met lef nodig”

Deze vraag staat centraal in het webinar voor toezichthouders en bestuurders georganiseerd door Ebbinge, MVO Nederland en Change Inc. dat afgelopen dinsdag plaatsvond. Digitaal aangeschoven zijn Lieve Declercq, directeur van de beursgenoteerde technisch dienstverlener SPIE Nederland en Roland Pechtold, directeur Groenleven, ontwikkelaar van duurzame energieprojecten. Onder begeleiding van Niels van Tent, partner van Ebbinge, en Maria van de Heijden, directeur-bestuurder van MVO Nederland, delen zij hun ervaringen. Veel uitstoot, veel zonnepanelen “Ja, Nederland loopt achter in de energietransitie, maar daar is ook een verklaring voor”, begint Pechtold. “In de jaren 50 vonden we één van de grootste gasvelden van Europa wat een enorme aantrekkingskracht had op de zware industrie. Daardoor hebben we per hoofd van de bevolking een heel hoge CO2-afdruk. Tegelijkertijd heeft Nederland ook de meeste zonnepanelen per persoon van de wereld. Dat neemt natuurlijk niet weg dat er nog een hoop moet gebeuren. De Europese doelstellingen van 2030 en 2050 zijn inmiddels wetgeving. Voor Nederland ligt hier enorme potentie om te verbeteren. Het is voor ondernemers duidelijk welke kant we met z’n allen op moeten manoeuvreren.” Wetgeving Maar het is ook wetgeving die de energietransitie soms in de weg ligt, herkent Declercq. “Om hoogspanningsnetten met elkaar te verbinden moeten we de komende jaren meerdere onderstations installeren. Zo’n station is binnen enkele maanden geplaatst, terwijl het soms wel tien jaar duurt om een omgevingsvergunning te krijgen.” Ook merkt Declercq dat bedrijven onder scherp toezicht staan van de publieke toezichthouder ACM. “Men is zo bang voor het web aan regels en de ACM, dat minder projecten in de markt gezet worden.” Lef van bestuurders Juist daarom pleit Declercq voor meer lef van bestuurders. “Je moet durf hebben om die angst te doorbreken. Wachten op nieuwe wetgeving van de overheid duurt te lang. Ontwikkel, en zie maar wat er gebeurt als je op de vingers wordt getikt. Misschien heb je wel ergens een fout gemaakt, maar in zo’n klein land als Nederland kun je nooit veel fouten maken.” Pechtold valt Declercq hierin bij: “En laten we niet vergeten dat de ACM een verlengstuk is van de politieke arena. Wij als stemgerechtigden zijn deels verantwoordelijk voor wat daar gebeurt. Uit eigen ervaring heb ik geleerd dat het werkt om het gesprek aan te gaan, ook met de ACM. We kunnen bespreken wat wél werkt. Als we geen groot project mogen starten, kunnen we dan geen pilot project doen? Dan is vaak meer mogelijk.” Waterstof Declercq en Pechtold zien genoeg kansen voor de overheid om de energietransitie te versnellen. Declercq: “Kijk naar waterstof. Technisch is al heel veel bekend, maar op grote schaal ontbreken projecten. De business case is nu nog niet rond, maar wordt dat in de toekomst wel. Om die tijd te overbruggen heb je een overheid nodig.” Pechtold: “Frankrijk en Duitsland investeren miljarden in waterstof. Nederland maar 27 miljoen. Terwijl, we hebben de pijpleidingen, we hebben de wetenschappelijke kennis en we hebben de bedrijven die het kunnen doen. Gasunie gaat straks ‘Waterstofunie’ heten. Het verbaast me dat we deze kans niet pakken.” SDE+ subsidie Los van de uitdagingen die de wetgeving met zich meebrengt, breekt Pechtold een lans voor de overheid. “Uiteindelijk zijn wij de overheid. En er zijn de afgelopen jaren ook al dappere stappen gezet. We schuiven weg van het verdienmodel van aardgas en we hebben een intelligent subsidiesysteem met de SDE+-regeling waarbij de overheid voor vijftien jaar garant staat voor extra kosten. Voor ondernemers biedt dat kansen.” Goede werkgever Als toezichthouder ben je verantwoordelijk dat je directie deze kansen ook pakt, denkt Pechtold. “De toezichthouder benoemt en ontslaat bestuurders. Als jij als toezichthouder denkt dat het huidige bestuur niet versneld naar een duurzame toekomst wil, dan moet je op zoek naar andere mensen.” Declercq ziet dit ook als onderdeel van het bestaansrecht van je bedrijf. “Als jij nieuwe mensen wilt aantrekken, is het belangrijk dat je bedrijf een langetermijnvisie op duurzaamheid heeft. Heb je die niet, dan gaan mensen bij je weg en stoot je de nieuwe generatie af.” Leiderschapsdilemma Met wat voor dilemma’s worstelen jullie als leiders, vraagt Niels van Tent van Ebbinge. “Ik run nog steeds een bedrijf met financiële doelstellingen”, zegt Declercq. “We willen onze vloot elektrificeren, maar als we dit snel willen doen kost dit jaarlijks miljoenen meer dan de huidige vloot. Vanuit eigen overtuiging wil je volle bak gaan, maar je hebt ook een financiële verantwoording af te leggen. Daarom kiezen we toch voor een gefaseerde overgang.” “Mijn dilemma hangt samen met het instrument dat ik eerder prees. Met Groenleven zijn we nu nog gedeeltelijk afhankelijk van subsidiegeld; de garantie op een bepaalde elektriciteitsprijs. Uiteindelijk vind ik natuurlijk dat hernieuwbare energie subsidieloos moet renderen. Ik zie dat binnen de komende vijf jaar ook wel gebeuren. En uiteindelijk zullen de systemen die we bouwen eigendom van de gemeenschap worden. Dat is nu financieel geen goede keuze, maar op de lange termijn wel.”