Hidde Middelweerd 16 juni 2023, 12:00

De wijk van de toekomst is gezond, duurzaam, groen en telt 0 auto´s

Het is nu nog een bedrijventerrein, maar de plannen voor de Utrechtse wijk Merwede zijn op z’n zachtst gezegd ambitieus. Het woongebied wordt duurzaam, gezond, groen én moet de grootste autoloze wijk van Europa worden. Hoe? Dat lichtten drie experts toe tijdens vastgoedbeurs Provada.

LOLA LMU landscape design merwedekanaalzone utrecht dwaalspoor 1280x720 Veel groen en bovenal geen auto's in de toekomstige, Utrechtse wijk Merwede. | Credits: LOLA landscape architects

24 hectare, 6.000 woningen, groen, gezond, duurzaam (bijvoorbeeld in de vorm van een collectief wko-systeem voor duurzame warmte) en op loop- en fietsafstand van alle voorzieningen die een stad biedt. Dat zijn in een notendop de plannen voor de nieuwe stadswijk die aan het Merwedekanaal van Utrecht moet verrijzen.

Maar wat de toekomstige stadswijk echt onderscheidt, is het mobiliteitsplan. Merwede zal welgeteld nul auto’s tellen. Hoe geven de gemeente en betrokken ontwikkelaars daar invulling aan?

Te veel auto’s

Finn van Leeuwen, projectmanager mobiliteit bij de gemeente Utrecht, benadrukt tijdens Provada dat de mobiliteitsplannen voor Merwede niet perse om duurzaamheidsredenen bedacht werden. Al levert het natuurlijk wel duurzame voordelen op. “De wegen zitten potdicht in steden, ook in Utrecht. We móéten dus wel naar minder auto’s op straat”, zegt hij. “Vooral daarom was de bijzonder lage parkeernorm in Merwede voor ons een belangrijk vertrekpunt.”

In Merwede kunnen automobilisten hun auto straks alleen aan de randen van de wijk kwijt, waar parkeerplekken uitsluitend gehuurd kunnen worden. Voor privé-parkeren zal een hoog tarief in rekening worden gebracht. Om te voorkomen dat auto’s massaal in de aangrenzende wijken worden geparkeerd, voert gemeente Utrecht daar betaald parkeren in.

Fiets, OV en deelmobiliteit

De hamvraag is: hoe blijven toekomstige bewoners van Merwede net zo mobiel, ondanks de afwezigheid van privéauto’s? Ten eerste wordt er fors geïnvesteerd in extra fiets- en openbaar vervoersverbindingen. Daarnaast wordt deelvervoer een belangrijke mobiliteitsvorm in de wijk, in de vorm van e-bikes, bakfietsen, scooters, deelauto’s en zelfs een verhuisbusje.

“Daarnaast is het belangrijk om na te denken over diensten om die mobiliteitsoplossingen heen”, zegt Van Leeuwen. “Hoe ontvangen bewoners bijvoorbeeld pakketjes als bezorgers hen niet langer per auto kunnen bereiken? Dan moeten we er dus voor zorgen dat meerdere winkels in de wijk over pakketwanden beschikken, waar bewoners hun pakketjes kunnen ophalen. En hoe zit het met afvalinzameling? Normaal gesproken legen vrachtwagens de grote, ondergrondse afvalbakken in de wijk, maar in Merwede kan dat straks niet. Ook daar moet een oplossing voor komen.”

Buitengewoon experimenteel

Om de deelmobiliteit in Merwede in goede banen te leiden, richtte de gemeente Utrecht samen met private partners Mobiliteitsbedrijf Merwede op. Op die manier is de gemeente eigenaar van de parkeergarages aan de rand van de wijk en zullen private partijen die exploiteren en de deelmobiliteit in de wijk vormgeven. “Zo behouden we de regie over het mobiliteitsaanbod in de wijk en kunnen we bijsturen waar dat nodig is”, aldus Van Leeuwen. “Bijvoorbeeld door in te zetten op meer deelmobiliteit als we merken dat de vraag naar privéparkeergelegenheden terugloopt.”

Mooie plannen, maar ook een spannende onderneming. “Dit is een buitengewoon experimenteel project”, beaamt Martijn Bakker, partner bij Lingotto, één van de vastgoedontwikkelaars die betrokken is bij de realisatie van de wijk. “Je neemt bepaalde zekerheden weg bij bewoners, namelijk de auto om de hoek. Dat is spannend. Maar daar staat tegenover dat steeds meer mensen aanstoot nemen tegen de hoeveelheid blik op straat. Daarnaast is Merwede bij uitstek een centrumlocatie (tien minuten lopen van het station, red.), dus waarom heb je dan eigenlijk nog een auto nodig?”

De privéauto voorbij

Ook de grote nadruk op deelvervoer maakt het een spannend project. Deelmobiliteit is tot op heden namelijk zelden winstgevend en komt over het algemeen moeizaam van de grond. Daarnaast is het niet voor iedereen weggelegd, terwijl er wel groepen in de maatschappij zijn die afhankelijk blijven van de auto, bijvoorbeeld omdat ze ’s nachts werken.

Ondanks de uitdagingen verwacht Henry Steenbergen, directeur transport en mobiliteit bij Rabobank, dat deelmobiliteit in de aankomende decennia een vlucht neemt. “De eeuw van de auto is over zijn hoogtepunt heen. We hebben er simpelweg te veel”, zegt hij op de beursvloer van Provada. “Tegelijkertijd heeft deelmobiliteit nog een zetje nodig. Ik denk dat wijken zoals Merwede dat zetje kunnen geven; ze dwingen mensen om op een andere manier met mobiliteit om te gaan.”

Niet meer van deze tijd

“Niet de hele wereld gaat er uitzien zoals Merwede, dit is een extreem voorbeeld”, vervolgt Steenbergen. “Maar deze richting gaat het wel op. Onze blik op mobiliteit gaat hoe dan ook veranderen. Elke dag met z’n tienduizenden afreizen naar de Zuidas is simpelweg niet meer van deze tijd.”

Het duurt nog even voordat de ambitieuze wijk er is en de realisatie ervan zal ongetwijfeld gepaard gaan met uitdagingen, besluit Bakker. “Ik twijfel absoluut niet aan de concepten die we in Merwede willen uitrollen. De vraag is: kunnen we zo’n ambitieus project realiseren in een momenteel idiote markt? Als dat lukt, kan het erg snel gaan.”

Lees ook:

Liever samenwerken dan klimaatoorlog voeren

Kort voor de stemming van de milieucommissie van het Europees Parlement over de natuurherstelwet afgelopen week, werden de messen weer eens ouderwets geslepen. Fractieleider Manfred Weber van de EVP (christendemocraten) haalde uit in de Volkskrant: ‘Wat denkt Timmermans wel niet?’ Opening van het grote interview: ‘Het is oorlog tussen de Europese christendemocraten en Frans Timmermans. Een openlijk uitgevochten machtsstrijd tussen de grootste fractie in het Europees Parlement en de Europees commissaris voor de Green Deal.’ De Telegraaf deed er op dezelfde dag niet voor onder: ‘Europarlementariërs zijn woest op voormalig PvdA-leider Diederik Samsom. De rechterhand van eurocommissaris Frans Timmermans gaat volgens meerdere politici te ver in zijn gepassioneerde strijd om steun te vergaren voor de omstreden natuurherstelwet.’ Volksvertegenwoordiger Erik Poulsen (Europarlementariër van de liberale partij Venstre) zegt: ‘ik hou er niet van dat iemand zo’n slecht voorstel probeert door te drukken. En het verbaast me dat een ongekozen officemanager die rol speelt.’ Het is weer ‘hunnie tegen zunnie’, waarbij de ene partij het verwijt krijgt van ‘drammerige gelijkhebber ‘en de andere partij van ‘onverantwoorde populist.’ Het dilemma gaat over bezorgdheid over droogte en overstromingen versus zorgen over hoge rekeningen en de baan. Dat vergt een andere opstelling. Terwijl de roep om veerkracht, aanpassingsvermogen, jezelf opnieuw uitvinden en constructief samenwerken steeds luider doorklinkt om je voor te bereiden op nieuwe tijden, blijven media en politiek eendrachtig hangen in oude mechanismen en reflexen. Vanuit de zelden hardop uitgesproken gedachte: ‘Fear Sells.’ Het levert stemmen, abonnees en ‘clicks’ op. Maar effectief en oplossingsgericht is het zelden omdat het handelingsperspectief ontbreekt. Dat perspectief bereik je vooral door samen te werken, liefst zo creatief mogelijk, dus ook in onvermoede coalities. Zoals meer dan zestig bedrijven waaronder Spar, Unilever, Nestlé, Salesforce, Danone, Arup en H&M deden door zich in een gezamenlijke verklaring uit te spreken voor de natuurherstelwet, volgens hen ‘een essentieel middel om onze klimaat- en biodiversiteitscrises aan te pakken.’ Of zoals Ikea en Plasticrecyclingsfabriek Morssinkhof deden, door een langdurige samenwerking aan te gaan op het gebied van recycling. Plasticfolie van Ikea wordt teruggestuurd naar Morssinkhof, daar wordt het verwerkt tot granulaat en vervolgens als grondstof opgenomen in nieuwe Ikea-producten, zoals deurmatten of plantenspuiten. Ook de samenwerking tussen Coca-Cola en Natuurmonumenten biedt daadwerkelijk perspectief. Frisdrank bestaat voor negentig procent uit water en een derde van de bottelarijen van Coca-Cola is actief in gebieden met waterschaarste. Samen met Natuurmonumenten wil het bedrijf 100 procent van het water dat het gebruikt in die regio’s teruggeven aan de natuur, wat leidt tot herstel van visvijvers en versterking van biodiversiteit. Natuurlijk kun je schamperende opmerkingen maken over deze bedrijven en als ze aan greenwashing doen verdienen ze dat ook. Maar ze zetten vooral stappen in de goede richting, doen in de praktijk wat ze uitspreken. En uiteraard zijn ze nog niet honderd procent donkergroen, maar het glas begint in ieder geval steeds meer half vol te raken, voor wie het wil zien. Een iets opwekkender boodschap dan voortdurende donderpreken over het naderende einde der tijden. Dat verkoopt nu nog het beste, maar in snel veranderende tijden kan ook die oude zekerheid zomaar verdwijnen.