Hidde Middelweerd 30 mei 2023, 10:00

Deze ongebakken baksteen van koeienmest is sterker, goedkoper én duurzamer

Aarde, modder, leem… Hoe je het ook noemen wil, het is uitstekend bouwmateriaal. Start-up Coolbricks gelooft dan ook heilig dat aardebouw een comeback maakt. Ook in Nederland. En met hun ongebakken baksteen van aarde, koeienmest en landbouwafval dragen zij daar een belangrijk (bak)steentje aan bij.

The Coolbricks1 Coolbricks hoeven niet de oven in, de warmte van de zon is voldoende om ze te drogen. | Credits: Coolbricks

Aardebouw bestaat al millennia en in sommige landen (zoals India en Rwanda) wordt er ook nu nog steeds veel met aarde gebouwd. Dat is niet voor niets. Yask Kulshreshtha, medeoprichter van Coolbricks en verantwoordelijk voor R&D: “Het is een eeuwenoude bouwmethode en daarom ook dubbel en dwars bewezen. Gebouwen van aarde zijn goedkoper Er zijn voorbeelden van aardebouw die al honderden jaren staan en gebouwen van meerdere verdiepingen zijn ook geen probleem. Aardemuren zorgen daarnaast voor een gezonder binnenklimaat, omdat ze in staat zijn om vocht te absorberen en de luchtvochtigheid en temperatuur in huis te reguleren.”

Leren van het verleden

Voordelen genoeg dus. Wereldwijd zijn er dan ook veel voorbeelden van aardebouw te vinden, zowel eeuwenoud als nieuw. De stad Shibam in Zuid-Jemen, door Unesco benoemd tot werelderfgoed, bestaat zelfs voor het overgrote deel uit gebouwen die van leemstenen en houten steunconstructies zijn gemaakt. Sommige gebouwen reiken zelfs dertig meter hoog en staan al honderden jaren. “Zelfs delen van de Chinese muur zijn gemaakt van aarde”, zegt Emile Smeenk, medeoprichter van Coolbricks en verantwoordelijk voor innovatie. “We leunen vaak op nieuwe technieken in de bouwsector, maar dat is niet altijd beter. Er zit veel wijsheid in oude bouwtechnieken en die worden vaak onterecht terzijde geschoven.”

De Jemenitische stad Shibam bestaat bijna volledig uit gebouwen gemaakt van aarde. | Credit: Adobe Stock

CO2-reductie van 90 procent

Dat is precies wat Coolbricks doet. Het Nederlands-Oegandese bedrijf ontwikkelde een baksteen gemaakt van aarde, restvezels uit de landbouwsector en verschillende extracten uit koeienmest, die als bindmiddel dienen. Deze ingrediënten worden samengeperst (waarbij een handmatige, hydraulische pers al volstaat) tot baksteen en vervolgens gedroogd met de warmte van de zon. Met andere woorden: De Coolbrick hoeft niet de hoogoven in om gebakken te worden en dat scheelt ontzettend veel energiegebruik.

Om de bakstenen op elkaar te metselen, gebruikt Coolbricks specie van hetzelfde materiaal als de steen zelf en dus niet van vervuilend cement. De Coolbrick is daarnaast biologisch afbreekbaar: aan het einde van zijn levensduur kan de bouwsteen verpulverd worden en gebruikt worden als meststof in landbouw. Bij elkaar levert dat een CO2-reductie van 90 procent op ten opzichte van conventionele bakstenen. Coolbricks zijn daarnaast 20 procent sterker en 50 procent goedkoper, volgens de jonge start-up. Smeenk: “De benodigde materialen (aarde, landbouwafval en mest) zijn immers ruimschoots en vaak zeer lokaal beschikbaar. Daardoor kun je de keten heel lokaal houden, wat de kosten enorm drukt. En met een simpele, handmatige hydraulische pers maak je er bakstenen van, die vervolgens in de zon gedroogd kunnen worden. Wij bouwen een huis van 30 vierkante meter voor zo’n 2.000 dollar.”

Het belang van koeienmest

Een product met veel voordelen dus, dat aan alle eisen voor een volwaardige baksteen voldoet. Daar ging veel onderzoek en ontwikkeling aan vooraf. Kulshreshtha deed vijf jaar lang fundamenteel onderzoek naar de waterbestendigheid van verschillende materialen en besloot al snel om de focus te leggen op koeienmest. Verschillende componenten van koeienmest, met name vetzuren, zijn namelijk bijzonder waterafstotend. Hij ontwikkelde een extract van meer dan honderd ingrediënten uit koeienmest, dat Coolbricks in zijn bakstenen verwerkt. Het poeder fungeert als bindmiddel. In combinatie met landbouwvezels zorgt CoolBricks ervoor dat de bakstenen zo meer waterafstotend en sterker zijn dan traditionele bakstenen.

Coolbricks in Afrika

Ongeveer anderhalf jaar geleden richtten Kulshreshtha en Smeenk gezamenlijk Coolbricks op om de innovatie naar de markt te brengen. Dat doen zij in eerste instantie in Oeganda, waar binnenkort de eerste huizen met Coolbricks gebouwd worden. De keuze voor Afrika maakten zij niet voor niets, licht Smeenk toe: “Veel problemen die mensen daar hebben, zijn financieel van aard. Dat geldt ook voor woningbouw, wat steeds lastiger wordt door de stijgende prijzen van grondstoffen. Duurzaamheid is daar dan ook een luxe, geen hoofdmotief. Maar vanwege de relatief lage kosten, biedt ons product toch toegang tot een schone, duurzame bouwoplossing.”

De perfecte biobrick

Toch hoopt Coolbricks in de toekomst ook in andere landen en werelddelen (waaronder Nederland) voet aan de grond te krijgen en projecten realiseren. Maar tot die tijd heeft de start-up nog genoeg werk te verzetten, bijvoorbeeld aan de baksteen zelf. “Uiteindelijk willen we de perfecte biologische steen, de perfecte biobrick, realiseren”, zegt Kulshreshtha. “Begrijp me niet verkeerd, ons huidige product is al goed. Maar op het gebied van waterresistentie, procesoptimalisatie en ingrediënten is nog genoeg onbenut potentieel.”

Ondertussen wil de start-up zo snel mogelijk opschalen met het product dat het nu in handen heeft. “Gewoon doen en in de praktijk brengen, want we willen hier iets groots van maken. Toegang tot een gezond, veilig en betaalbaar huis is verre van vanzelfsprekend in landen als Oeganda. Daar hopen wij verandering in te brengen, door onze circulaire innovatie voor iedereen toegankelijk te maken”, aldus Smeenk. “Over een aantal jaar hopen we duizenden huizen te hebben gebouwd en we zijn momenteel hard op zoek naar financiering om deze missie waar te maken.”

Comeback van aardebouw

Kulshreshtha en Smeenk verwachten dat aardebouw sowieso een comeback zal maken in de aankomende jaren. Sterker nog, die is al gaande. “In Europa zijn meerdere grote projecten gaande en er zijn inmiddels honderden bedrijven die erop inzetten”, zegt Kulshreshtha. “Het is een zeer milieuvriendelijke bouwmethode en steeds meer mensen herkennen dat, dus de interesse neemt toe. Het is nu nog een niche, maar ik ben hoopvol dat het op grote schaal wordt opgepikt.”

Aardebouw in Nederland?

Of aardebouw ook in Nederland een comeback maakt, is natuurlijk koffiedik kijken. Maar Smeenk verwacht van wel: “Onbekend maakt onbemind en het ontbreekt momenteel nog een beetje aan bekendheid en goede voorbeelden. Maar tegelijkertijd staan Nederlanders altijd wel open voor innovatie. Als mensen eenmaal doorhebben dat het een milieuvriendelijk materiaal is, waar je ontzettend veel mee kan, kan het snel gaan.”

Lees ook:

Groenste fabriek ter wereld staat in Bangladesh

Als we naar een circulaire economie willen toegroeien, moeten productiecentra flink onder de loep worden genomen, vooral in de mode- en textielsector. Duurzame ontwerpen worden namelijk dicht bij huis bedacht, maar hoe groen en sociaal die productie écht verloopt, hangt af van de middelen in verre landen. Fabrieken en machines in landen zoals Bangladesh zijn vaak enorm verouderd, want innoveren vergt investeren. En wie gaat dat betalen? Toch zijn er fabrieken die proberen te verbouwen of vanaf de eerst gelegde steen groen besluiten te bouwen Het laatste was de strategie van de nu allergroenste fabriek ter wereld. Het gaat om Green Textile Limited unit-4, gelegen in het district Mymensingh. De fabriek kreeg 104 van 110 eco-punten van de LEED-certificering, de bekendste methodologie voor duurzame bouw wereldwijd. Daarmee stootten ze hun Indonesische voorganger van de troon.De nummer één LEED-gecertificeerde fabriek ter wereld: GTL-4.LEED voor groene bouw LEED-gecertificeerde productiefaciliteiten zijn zo gebouwd dat ze minder water, energie en natuurlijke hulpbronnen verbruiken. Doel daarvan is om de algehele impact van de ontwikkeling op het lokale, regionale en mondiale milieu te verminderen. De puntentelling, bedacht door de United States Green Building Council (USGBC), werkt volgens de BREEAM-methode en geeft het eindoordeel Certified, Silver, Gold of Platinum. De methodologie komt uit de Verenigde Staten, maar fabrieken over de hele wereld gebruiken LEED om duurzamer én efficiënter te werken. De voordelen zijn vaak ook voelbaar in de portemonnee, al duurt het even voor de investeringen zich uitbetalen. Bangladesch is LEED-koploper Intuïtief voelt Bangladesh misschien niet als de uitverkoren plek voor groene bouw, maar als we LEED als leidraad nemen, vind je er de duurzaamste faciliteiten. Sinds februari dit jaar is de helft van de top 100 LEED-fabrieken wereldwijd in Bangladesh te vinden en ook China doet het goed op de lijst. “Ze hebben veel geld geïnvesteerd in dit gebied”, zegt journalist Brett Mathews over de Bengaalse koplopers. Als duurzaam textiel expert bij Apparel Insider volgt hij de ontwikkelingen op de voet. De belangrijkste punten waar de fabriek volgens Mathews op heeft gescoord zijn waterbesparende technieken, zonnepanelen en het ontwerp en de lay-out van de fabriek, waardoor de productiesnelheid wordt verhoogd en inefficiënties worden verminderd. “Veel ervan is eerlijk gezegd geen rocket science”, vindt de expert, “maar het is duur om fabrieken in deze gebieden achteraf zo aan te passen. Met nieuwbouw is dat veel beter te doen.”Groene fabrieken staan zeker ook in Europa Lang niet alle fabrieken zijn volgens de LEED-methode getest, dus we moeten geen voorbarige conclusies trekken over fabrieken die op hun eigen manier groen doen, of die bijvoorbeeld dichtbij produceren. Fabrieken in Europa zijn vaak beter in die zin dat veel meer van het energiegebruik afkomstig is van hernieuwbare bronnen. Zo gebruiken ze in China veel kolencentrales en in Bangladesh veel gas, weet Mathews. De kans dat productie in bijvoorbeeld Italië groener is, is dus aanzienlijk. Nummer één: Green Textile Limited unit-4 Om te begrijpen waarom de nieuwste afdeling van Green Textile Limited bovenaan de LEED-lijst is geëindigd, spraken we met Vidhura Ralapanawe, de duurzame innovatiespecialist die de bouw van unit-4 heeft geleid. “We hebben twee dingen gedaan,” begint de expert, “allereerst is het een zeer geoptimaliseerd gebouw qua grondstofgebruik. Daarna hebben we naar de LEED-criteria gekeken en zoveel mogelijk daarvan geïntegreerd in ons ontwerp.” LEED bestrijkt verschillende categorieën: van de luchtkwaliteit in gebouwen tot innovatieve machines en processen. De faciliteit van ruim vijfduizend vierkante meter scoort op alle gebieden bijna maximaal. Zo is 65 procent van het water dat in unit-4 wordt gebruikt afkomstig van opgeslagen regenwater (‘Water Efficiency’) en 60 procent van de stroomvoorziening komt van zonne-energie (‘Energy & Atmosphere’). Het energiegebruik wordt verder teruggedrongen door efficiënte led-verlichting, een energiezuinig koelsysteem en grote ramen die daglicht doorlaten. De ‘Sustainable Sites’ sectie wordt aangepakt met actief beleid in grond- en watergebruik. “We gebruiken 51 procent minder water in vergelijking met de industriestandaard”, zegt Ralapanawe. Het design is zo dat hitte niet wordt geabsorbeerd, maar weerkaatst. 30 procent van het complex is bestempeld als groene zone met lokale planten en bomen – ter ontspanning. Het bewust opvangen en hergebruiken van regenwater is ook goed geregeld. Dat is niet onbelangrijk, want door klimaatverandering kampt Bangladesh met een droogteprobleem. Bangladesh telt veel groene fabrieken.Over de categorie ‘Location and Transportation’ is ook serieus nagedacht. Bij het ontwerp is gekeken naar de omringende gemeenschap – de mensen die in de fabriek konden werken en hun duurzame reisopties naar de fabriek. “Als je kijkt naar de industrie in (hoofdstad, red.) Dhaka, zie je dat het gros van ver moet reizen en in pensions verblijft, ver weg van hun familie. Bij ons komen ze gewoon met de bus en de fiets.” De bouw van geavanceerde machines komt de score niet altijd ten goede, legt Ralapanawe uit. Door sterke automatisering gaat het energiegebruik namelijk omhoog, maar op termijn loont het toch. “We hebben de beste tech opgespoord”, verzekert Ralapanawe. “We hebben RFID-tags waarmee de producten getraceerd kunnen worden. Er is een beheersysteem dat alle processen in het gebouw in kaart brengt, zodat we ze kunnen verbeteren. We hebben gloednieuwe boilers en geavanceerde back-upgeneratoren – de meest efficiënte die we konden vinden.” Vrouwelijke supervisors op de fabrieksvloer Al valt deze niet onder LEED, Green Textile focust ook op sociale waarden. “Alle eerstegraads supervisors zijn vrouwen”, legt Ralapanawe uit. “Qua culturele, communicatieve en empathische kant geloven we dat vrouwen beter presteren op die posities”. Voor de vierde unit van het complex is een speciaal managementprogramma opgericht om hen op te leiden voor die leidersposities. De cursussen leren skills aan die ze nodig hebben voor promotie, en bevatten les over machtsmisbruik en inclusie. Dat is uitzonderlijk, want traditioneel zijn alleen textielarbeiders vrouw en wordt er weinig aandacht besteed aan die ongelijkheid. Bovendien is er een kinderopvang op locatie, zodat moeders buiten de deur kunnen werken. Eén vraag blijft open: gegeven dat merken niet meebetalen, is zo’n groene faciliteit dan wel rendabel? “Omdat onze fabriek slimmer ontworpen is, hebben we een voorsprong”, concludeert Ralapanawe. Tegelijkertijd ziet hij ook dat de eerste drijfveer niet financieel is. “Uiteindelijk zal de investering misschien zijn vruchten afwerpen, maar je moet niet alles benaderen van de financiële kant. Dit is hoe we onszelf zien als bedrijf.” Meer lezen? Het aftellen is begonnen: is de Nederlandse modebranche klaar voor deze duurzaamheidswetten?Hoe dichtbij is circulair textiel in Nederland? 'We moeten aan de voorkant gaan nadenken'Primeur: deze recyclemachine kan van elke textielvezel stukjes stof maken