Hannah van der Korput
20 december 2024, 12:05

Dit groene dak bespaart energie, verkoelt, slaat water op en versterkt de biodiversiteit

Groendaken zijn niet nieuw, maar het Brabantse bedrijf ROEF pakt het anders aan. Met één dak lost het meerdere problemen op, zoals hittestress en het verlies van biodiversiteit. “We kwamen al snel tot de conclusie dat het een briljant idee was.”

Dronefoto ROEF bij ROEF vroegen ze zich af: wat kunnen we nog meer met die daken dan enkel zonnepanelen leggen? | Credits: ROEF

De start-up is twee jaar geleden opgericht vanuit een familiebedrijf, vertelt Janneke de Cort. “Knaapen, heet het. Het bestaat al sinds 1652 en is het op één na oudste familiebedrijf van Nederland. Het is altijd van vader op zoon gegaan. Ooit was het een schildersbedrijf, inmiddels is het een renovatiebedrijf. We renoveren zo’n 500 daken per jaar en dachten: wat kunnen we nog meer met die daken dan enkel zonnepanelen leggen? Vanuit die hoedanigheid zijn we gaan nadenken wat er allemaal mogelijk is met het dakenlandschap in Nederland. We kwamen al snel op de thema’s klimaatadaptatie, biodiversiteit en hittestress.”

Het idee werd in de praktijk gebracht op de parkeerplaats van het bedrijf. “We bouwden een enorm dak op ware grootte en kwamen al snel tot de conclusie dat het een briljant idee was. We wilden het niet alleen voor de klanten van Knaapen realiseren, maar voor een veel breder publiek. Heel Nederland moet immers verduurzamen. Rondom het concept hebben we een aparte start-up gemaakt. Dat is ROEF geworden.”

Het systeem is bestemd voor hellende daken. “Voor platte daken zijn al heel veel groendaksystemen. We hebben ROEF ontwikkeld voor renovatie, maar inmiddels is er ook een nieuwbouwvariant. Ons systeem zou dus op alle hellende daken in Nederland kunnen komen.”

Hotelfunctie voor flora en fauna

Dat systeem bestaat uit geïsoleerde dakplaten. “Het dak is knettergoed geïsoleerd, wat zorgt voor minder energieverlies. Een RC-waarde van 7 zal velen niks zeggen, maar het is hoger dan de norm. Vervolgens plaatsen we biobased groentrays op het dak. Die trays zijn niet gemaakt van de kunststof HDPE. Voor het materiaal is geen aardolie gebruikt, maar het restproduct van rietsuiker. Daar plaatsen we groen in: 50 procent sedum (een vetplant, red.) en 50 procent inheemse kruidensoorten. Vooral die laatste voegen veel toe aan de biodiversiteit. De begroeiing maakt het dak dubbel isolerend. In de winter houdt het warmte vast en bij hoge temperaturen voorkomt het hittestress. Een ander onderdeel van het dak zijn de nestkasten. In elke woning plaatsen we er acht. Die zitten in de dakrand verwerkt en zijn bedoeld voor vleermuizen, vogels en bijen. Op die manier realiseren we een soort hotelfunctie voor flora en fauna.”

Onderdeel van de daken zijn nestkasten voor vleermuizen, vogels en bijen. | Credit: ROEF

Zonnepanelen

De daken bieden ook plek voor zonnepanelen. “Die leggen we aan beide kanten van het dak. Groendaken zijn zwaarder dan dakpannendaken. Dat komt omdat planten bij regen veel water vasthouden. Dat gewicht maakt dat je de dakconstructie moet aanpassen. Dat is best impactvol en kost veel geld. We hebben het ROEF-dak zo ingedeeld dat het groen op de sterke dakdelen ligt. Op de andere plekken liggen de zonnepanelen, die lichter van gewicht zijn. Op die manier hoeft de dakconstructie niet te worden aangepast.”

Dan beschikken de daken nog over een circulair watersysteem. Daarmee wordt het regenwater opgevangen en hergebruikt. “We vangen het op in een soort regenton. Daaraan zit een slim bewateringssysteem gekoppeld. Er zitten sensoren in het dak, die meten de vochtigheid van het groen. Als het substraat te droog wordt, gaat er water vanuit het buffervat het dak op. We houden het groen dus in leven met het regenwater.”

Circulaire materialen

Volgens De Cort leveren de daken binnen tien jaar meer natuurherstel op dan de productie kost. “Dat komt onder andere doordat we, waar mogelijk, gebruik maken van circulair materiaal. Een voorbeeld zijn de dakranden. Die zijn grotendeels gemaakt van gerecycled aluminium en komen uit een fabriek die CO2-neutraal produceert. We zoeken altijd naar geschikte materialen en leveranciers. We kijken ook naar de levensduur van onze producten. Aluminium is onderhoudsvrij en gaat lang mee.” Om ervoor te zorgen dat de daken van ROEF hun intrede maken in de Nederlandse wijken, wordt samengewerkt met bouwers en woningcorporaties. “Woningcorporaties renoveren vaak een hele wijk en voorzien dan een paar blokken van ROEF. De nieuwbouw is nog in de opstartfase. Daar zijn we afgelopen zomer pas mee begonnen, maar dan zijn het projectontwikkelaars en bouwers die onze daken afnemen.”

Vormt de prijs dan geen obstakel? Daar lijkt het niet op, zegt De Cort. “Een ROEF-dak is niet duurder dan een ander groen dak. Er is wel een prijsverschil met een pannendak. Daarbij vraagt ons dak om wat meer onderhoud. Aan een pannendak hoef je jaren niks te doen. Wij verkopen onze daken inclusief vijf jaar onderhoud, en na die tijd is er een jaarlijkse controle nodig. Daar willen we de komende jaren steeds meer AI voor inzetten. Nu vliegen we al met drones over ons bezit om videobeelden te maken. Die beelden analyseren we om de staat van het dak vast te stellen. Nu doen we dat nog met menselijke ogen. Op dit moment zijn we onze computers slim aan het maken, zodat ze in de toekomst zelf kunnen detecteren wanneer een dak onderdeel vervangen moet worden.”

Meten

Het idee is dat de groendaken bijdragen aan de biodiversiteit. Al is dat lastig te meten. “We controleren de bijenhotels en hebben camera’s in de nestkasten hangen, dus we weten dat ze goed gebruikt worden. Ook weten we welke planten in de groendaken zitten en welke beestjes daar op afkomen, maar het is best complex om er een getal aan te hangen. Daarvoor werken we samen met GreenVillage bij de TU Delft.”

Er wordt ook hard gewerkt om de energiebesparing of verkoeling uit te drukken in cijfers. “Door sensoren onder de daken te plaatsen, meten we wat het groen doet ten opzichte van dakpannen als het gaat om verkoeling. In het verleden zijn daar al eens onderzoeken naar gedaan. Die wijzen uit dat dakpannen in de zomer wel 95 graden kunnen worden, terwijl groen niet boven de 35 graden uitkomt. Onder de kap kan dat vier tot zes graden schelen. We zijn aan het testen of we met onze daken op dezelfde temperatuurverschillen uitkomen.”

Klimaatadaptief

Het dak van ROEF combineert meerdere functies. Dat maakt het volgens De Cort zo interessant. “Een paar jaar geleden begonnen we met isolatie en zonnepanelen. Inmiddels zijn we veel verder. Er is meer aandacht voor biobased bouwen met natuurlijke materialen en klimaatadaptatie. Ons dak biedt oplossingen voor verschillende problemen, zoals hittestress en het verlies van de biodiversiteit. Wateroverlast gaat ook een groot probleem worden in Nederland. We krijgen steeds vaker te maken met piekbuien, waardoor het riool overbelast raakt. Het is belangrijk om meer sponswerking te creëren. Onze groendaken en het waterbuffervat kunnen daarbij helpen. Het vat willen we gaan koppelen aan de weerdata. Op het moment dat er veel regen wordt voorspeld, kunnen we het vat alvast leeg laten lopen. Dan kan het riool dat water nog goed aan en is het vat leeg op het moment dat de bui valt. Het vat kan de regen opvangen en hoeft niet het riool in, wat de druk verlicht. Onze daken pakken meerdere problemen aan. Dat maakt de potentie groot.”

Lees ook:

Voor deze avocado’s worden geen meren leeggepompt: ‘Groeien op 100 procent regenwater’

De avocado’s die in Nederlandse supermarkten liggen, komen vooral uit Chili, Spanje en Peru. Dat zijn landen waar de vrucht eigenlijk niets te zoeken heeft, zegt ondernemer Maurits de Koning. Hij is medeoprichter van Sabor Verde, een nieuw Nederlands merk in avocadoproducten. “Avocado’s zijn tropische vruchten die twee dingen nodig hebben: warmte én water. Veel water. Laat daar in Peru, Chili en Spanje nou net een tekort aan zijn. Voor de irrigatie worden hele meren en grondwatervoorraden leeggepompt. Dat zet de lokale watervoorziening enorm onder druk.” De problemen zijn al langer bekend, toch eten we er geen avocado minder om. In Nederland was de vrucht het afgelopen jaar de meest geïmporteerde groente- en fruitsoort, gevolgd door de banaan en de druif. Onze avocado’s komen vooral uit Peru: een derde van de Peruaanse avocado’s in de internationale handel, gaat naar Nederland.Teelt met regenwater De Koning kent de cijfers. Hij is al 25 jaar actief in de Latijns-Amerikaanse agrifoodsector, waarvan de laatste twaalf jaar met zijn bedrijf Buro del Rey, een zakelijke dienstverlener die onder meer optreedt als adviseur en agent. Begin 2020 begeleidt hij twee investeringen in de Mexicaanse avocado-industrie. Een in een plantage, een in een guacamolefabriek. Die ervaring leert hem dat de avocadoteelt ook zonder irrigatie kan. De Koning stuit op plantages in de Mexicaanse staat Michoacán, de belangrijkste avocado-producerende regio van het land, die volledig op regenwater draaien. Dat is mogelijk omdat het er tien maanden per jaar regent; dat stilt de dorst van de vrucht wel. Het zal geen verrassing zijn dat de avocado van oorsprong uit Mexico komt. “Je waant je in de natuur als je op de plantages rondloopt”, vertelt De Koning. “De avocadobomen staan tussen de naald- en fruitbomen. Je ziet vogels en dieren, hebt prachtige vergezichten. Het is een bergachtig en vulkanisch gebied, de grond is enorm vruchtbaar. Dat proef je: de smaak en textuur zijn waanzinnig.”45 dagen vers Die Mexicaanse avocado’s worden vooral naar Amerika verscheept. Een deel daarvan wordt op een bijzondere manier verwerkt, ontdekt de ondernemer. Met een methode die high pressure processing (HPP) heet, het conserveren van producten door middel van koude waterdruk. Hoe dat werkt: de avocado’s worden binnen een paar uur na het oogsten ontdaan van pit en schil. Het vruchtvlees wordt in blokjes gesneden, gepureerd of verwerkt in guacamole. Die producten worden vacuüm verpakt en onder een waterdruk van 6000 bar samengeperst, om micro-organismen geen kans te geven. Op die manier blijven de producten tot 45 dagen vers, zonder dat er conserveringsmiddelen nodig zijn. Ingevroren blijven ze zelfs twee jaar goed. De Koning: “Bijkomend voordeel is dat het transport een stuk efficiënter is, omdat de schil en pit in de fabriek blijven.” Dit moeten we naar Nederland halen, vindt de ondernemer. “Niet alleen zijn de avocado’s die hier in de supermarkt liggen allesbehalve duurzaam, er is ook altijd wat mee. Ze zijn te hard, te zacht of hebben rotte plekken.” Hij belt twee vrienden uit de industrie: Martijn Peters, die als strategisch adviseur voor onder meer Tabasco-moederbedrijf McIlhenny Company werkt en daarnaast in duurzame foodconcepten investeert, en Rembrandt Bikkers, eigenaar van distributeur Bickery Food Group (o.a. Baileys, Bonne Maman). Ze zijn vrijwel direct enthousiast.De producten van Sabor Verde blijven tot 45 dagen vers, zonder dat er conserveringsmiddelen nodig zijn.Drie powerhouses Drie powerhouses uit de foodsector dus. Dat maakt het verhaal van Sabor Verde – in 2022 gestart, sinds september dit jaar in de winkels – minder romantisch dan de site en socials wellicht doen vermoeden. Sabor Verde is geen schattige start-up die ergens hoog in de Mexicaanse bergen met regen-geteelde avocado’s pioniert; De Koning en zijn partners werken samen met lokale fabrikanten, die ook de inkoop voor hun rekening nemen. Die is volledig traceerbaar. De Koning: “Van elke vrucht weten we, waar-ie vandaan komt.” Dat moet ook, want de avocado’s in de pakjes en zakjes van Sabor Verde mogen alleen uit gebieden komen waar zonder irrigatie wordt geteeld. Het merk belooft immers producten grown with only fresh rainwater, zoals de claim op de verpakking luidt. De Koning: “Tot nu toe hebben we met de verkoop ruim 50 miljoen liter water bespaard.” Voor de verkoop werkt Sabor Verde samen met lokale distributeurs – voor de Nederlandse markt is dat logischerwijs de Bickery Food Group – en agenten. “We hebben uitbesteed wat we kunnen uitbesteden’, zegt De Koning. ‘De organisatie is heel lean. Op dit moment hebben we nog niet zoveel mensen nodig, we hebben alleen een commercieel manager op de payroll.” Aan tafel bij grote spelers De oprichters zijn alle drie aandeelhouder in het bedrijf en financieren alles zelf. “Er zijn geen banken bij betrokken”, vertelt De Koning. “Anders was het ook een lastig verhaal geworden, want er moet geld bij. Voor de ontwikkeling van het merk en het product, het voorfinancieren van de voorraad. Voor verpakkingen in verschillende talen en met meerdere coderingen, want die verschillen per land. Onze producten worden bevroren aangeleverd, dat kost extra bij de opslag. Ik denk dat we er alles bij elkaar al een half miljoen in hebben gestopt.” In oktober 2023 maakt Sabor Verde zijn debuut op vakbeurs Anuga in Duitsland. “De grootste foodbeurs ter wereld“, zegt De Koning. “Daar was direct veel interesse. Daarna zijn we gaan pitchen. Martijn en Rembrandt hebben een enorm netwerk in de foodsector. Daardoor lukt het ons goed om per land bij de belangrijkste distributeurs aan tafel te komen, en via de distributeurs bij de grote supermarkten.” In Nederland ligt het merk al bij Superunie-leden Coop en Plus, in België bij Carrefour en in Duitsland bij Kaufland. De Koning: “Retailers weten heel goed hoe groot de milieubelasting is, zij zitten ook met de avocado in hun maag.”Omzet jaarlijks verdubbelen Sabor Verde heeft inmiddels 1.000 verkooppunten in tien Europese landen en verwacht volgend jaar op 4.000 deuren uit te komen. Met die snelle toename groeit ook de omzet. ‘Vanaf eind september zijn we gaan leveren, in oktober/november konden we al voor 200.000 euro factureren’, vertelt De Koning. “Voor 2025 is de doelstelling een omzet van 2,5 miljoen euro, al verwachten we dat we hoger uitkomen. Daarna willen we jaarlijks verdubbelen: 5 miljoen euro in 2026 en 10 miljoen euro in 2027.” Opschalen is geen probleem, zegt De Koning. “In Mexico is de sky the limit, daar kunnen we door- en doorgroeien. We gebruiken ook andere avocado’s dan de ‘verse’ avocado-industrie: de kleinere, waar minder vraag naar is.” Bang dat de westerse consument op een gegeven moment avocado-moe wordt, is hij niet. “Ik denk dat de vruchten alleen maar populairder worden. Hoewel mensen zich ook steeds meer bewust worden van de schadelijke effecten. We willen een alternatief bieden voor wat er nu op de markt is: een A-merk voor ready-to-eat avocadoproducten, waarbij je je niet schuldig hoeft te voelen als je ze eet.” Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd bij MT/Sprout. Lees ook:Bedrijf uit Schijndel helpt bananenboeren in Ecuador aan schoon water 30 miljoen voor chocolade met 80 procent minder CO2-uitstootChangemaker Nicole Freid (HAK): ‘Waarom zijn peulvruchten nog niet waanzinnig populair?!’