Rianne Lachmeijer 24 december 2018, 07:45

Duurzaam en circulair bouwen hoeft niet duur te zijn

Duurzaamheid hoeft niet duur te zijn. Het bewijs is al jaren geleden geleverd met de bouw van een gasloze kringloopwinkel. Met een klein budget, maar met een hoop creativiteit en ambitie klaarden Arcadis en gemeente Houten de klus. Hoe kregen zij dat voor elkaar?

Michel kievits arcadis kringloopwinkel houten kleiner

Op een zonnige dag in Houten maakt Jeroen Eulderink enthousiast foto’s van de houten gevel van de kringloopwinkel. “Het wordt mooi oud,” concludeert hij terwijl hij naar de planken van afvalhout kijkt die aan de gevel zijn gemonteerd. De architect van de kringloopwinkel loopt met projectmanager Han Eijbergen – ook van Arcadis – een rondje om het gebouw.

Eijbergen reageert instemmend. “We hebben binnen ons bedrijf een leger aan mensen die het ontwerp theoretisch benaderen, maar het is altijd de vraag hoe het in de praktijk gaat.” Dat is hoe Eijbergen en Eulderink nu naar het gebouw kijken: Werken de installaties nog? Wat is de staat van de toegepaste materialen? En hoe wordt het gebouw gebruikt?

Betaalbare duurzaamheid

Toen projectmanager Eijbergen en architect Eulderink, beiden van advies- en ingenieursorganisatie Arcadis, in 2012 bij de bouw van de duurzame kringloopwinkel betrokken raakten, bestond het grondstoffenakkoord nog niet, werd nog niet over transitieagenda’s gesproken en over de bouw van circulair paviljoen Circl was nog niets bekend. Er was slechts een gemeente met een duurzame ambitie en één grote uitdaging: een klein budget.

'Duurzaamheid hoeft niet altijd geld te kosten'

“Van dat budget was eigenlijk alleen de bouw van een soort Gamma-achtige omgeving mogelijk,” herinnert Eijbergen zich. En dat was precies wat de gemeente en de bouwer niet wilden. De gemeente had haar ambitie op dat moment nog niet geconcretiseerd, daarom hielp Arcadis daarbij. De ingenieurs organiseerden zowel het ontwerp als de uitvoering.

“Betaalbare duurzaamheid, dat was het thema. We wilden laten zien dat duurzaamheid niet altijd geld hoeft te kosten”, zegt Eulderink. Arcadis besloot dat de kringloopwinkel energieneutraal moest worden. Om dit te realiseren wilde het bedrijf enerzijds de energiebehoefte zo klein mogelijk maken, anderzijds moest worden bespaard op materiaalgebruik. Aan de energiebehoeftekant keek Arcadis naar isolatie, verlichting, koelings- en verwarmingswijze. Bouwmaterialen werden geselecteerd op basis van herneembaarheid en herkomst.

Duurzame afweging

Voor elk element maakte Arcadis een afweging tussen duurzaamheid, effectiviteit en betaalbaarheid. "Soms waren we zelf verrast door de uitkomst", zegt Eijbergen. Zo is de hoofddraagconstructie van staal, terwijl in eerste instantie aan de toepassing van een verlijmde houtconstructie werd gedacht. Dat is een constructie van op elkaar gelijmde balken zodat ze voldoende draagkracht bieden.

'De herneembaarheid van staal bleek veel beter dan van hout'

“De herneembaarheid van staal bleek veel beter. Als dit gebouw wordt gesloopt kunnen de stalen balken opnieuw worden gebruikt of worden omgevormd tot nieuw bruikbaar materiaal. Met hout is dat niet het geval”, zegt Eijbergen.

Ook andere ideeën vielen af. Van isolatie van spijkerbroeken tot bouwmateriaal van PET-flessen en gerecyclede kozijnen. Spijkerbroeken vielen af vanwege de lage isolatiewaarde en onzekerheid over de levensduur. “We wisten niet wat het materiaal in de tijd zou doen: of het zou gaan schimmelen, of dat er ongedierte in zou komen”, aldus Eijbergen.

Bij hergebruikte raamkozijnen was kwaliteit de doorslaggevende factor. “We dachten erover om tweedehands kozijnen te gebruiken, maar die zouden veel onderhoud opleveren. Daarnaast functioneert een ouder kozijn minder goed, terwijl ramen natuurlijk goed geïsoleerd moeten zijn”, legt Eulderink uit.

Kringloopconcept doorgevoerd in de gevel

De gevel bleek juist uitermate geschikt voor hergebruikte materialen. Een combinatie van hergebruikt hout aan de bovenkant en Stelconplaten van een gesloopte school aan de onderkant zorgen voor een opvallende uitstraling. Die platen lopen door in de parkeerplaats. De plekken waar de platen niet pasten, werden gevuld met tweedehands betonklinkers.

“Ik ben nog een middag bij een sloper naast een container gaan zitten om te kijken hoe makkelijk het was om oude planken te verzamelen”, herinnert Eulderink zich. Een middag wachten leverde zes bruikbare planken op. Daarom viel de keus uiteindelijk op een samenwerking met de sociale werkvoorzieningsstichting Triade. Zij haalden de spijkers uit oude planken. Vervolgens monteerden mensen van werkvoorzieningsschap de Sluis Groep, nu Ferm Werk, de planken aan de gevel.

Ook aan de afwatering is gedacht. “Een terrein moet ook afwateren. Het is het meest duurzaam om naar open water af te voeren, want rioolwater moet ook worden verwerkt. Dus we hebben gebruikte pvc-buizen, straatkolken en betonklinkers gebruikt om het terrein op die sloot daar af te wateren”, zegt Eijbergen terwijl hij naar de sloot achter de parkeerplaats wijst.

Bijna energieneutraal

Eijbergen en Eulderink nemen met een kop koffie plaats aan een stevige houten tafel, midden tussen de winkelende koopjesjagers. “Het is hier nu veel warmer dan 18 graden”, merkt Eijbergen bijna direct op. Die temperatuur was bij de aanleg van de bodemwarmtewisselaar het uitgangspunt voor de maximale capaciteit van de wisselaar. “Nu loopt iedereen hier in T-shirt rond. Dat is eigenlijk niet de bedoeling, maar goed het kost weinig energie.”

Het pand is bijna energieneutraal, maar duurzaamheidskeurmerken heeft het niet. “We moesten werken met een vrij lage bouwsom. Als je inzet op een keurmerk zoals BREEAM dan ben je al snel 5.000 tot 10.000 euro verder. Dat was voor ons best een hoog bedrag”, legt Eulderink uit. Uiteindelijk is de bouw voor € 1,2 mln gerealiseerd.

Dak- en wandisolatie met glaswol, zonnepanelen op het dak, en een mechanisch ventilatiesysteem dat frisse lucht aanzuigt vanaf de koudste kant van het pand zijn een paar van de duurzame, energiezuinige oplossingen.  

Eijbergen en Eulderink zijn erg enthousiast over de zogenoemde Solartubes. Deze spiegelende buizen brengen het daglicht via een koepel op het dak naar binnen. “Dit systeem kan het daglicht tot tien meter naar binnen trekken”, zegt Eulderink. 

“Die Solartubes zijn niets anders dan projectie van daglicht, dat werkt hartstikke goed.” Door de toepassing van Solartubes is er minder verlichting nodig. Daarnaast leveren zij per vierkante meter meer licht op, waardoor minder ramen nodig zijn. Dit is goed voor de isolatiewaarde.

Vervuilde korrelmix wordt milieuveilige vloerplaat

Voor de fundering gebruikte Arcadis de oude, vervuilde korrelmix van de gemeente. Door toevoeging van het fixeermiddel PowerCem vormde de ingenieur het gebroken puin om tot een stijve, milieuveilige vloerplaat. Op die manier werd de afvalstof die Arcadis zou moeten afvoeren, veranderd in een bouwstof. Op die plaat heeft Arcadis de vloerverwarming aangelegd. Ook de bovenverdieping is voorzien van vloerverwarming.

Vloerverwarming was een logische keus voor een gebouw zonder gasaansluiting. Een bodemwarmtewisselaar levert de warmte. “Dat is een systeem dat niet uitgeput kan raken en dat veel minder kwetsbaar is dan warmtekoudeopslag”, zegt Eijbergen.

De buizen van een bodemwarmtewisselaar lopen door warme aardlagen. De stof in de buizen neemt deze warmte mee naar boven. De warmtewisselaar comprimeert de gasvormige stof tot vloeistof, waarbij de opgenomen warmte vrijkomt. Die vloeistof stroomt vervolgens door de buizen van de vloerverwarming. “In de zomer kun je de bodemwarmtewisselaar zo instellen dat hij geen warmte meeneemt, maar dat hij koude afgeeft aan de vloer.”

Een bijzonder project

De koffie is inmiddels bijna op en Eijbergen en Eulderink bespreken hoe zij nu over het project denken. “Op grote dingen moet ik eerlijk zeggen dat het echt wel geworden is wat het moest zijn”, zegt Eulderink. Voor zowel de architect als de projectmanager was het een leuk project. "Iedereen zat in de meewerkstand, het was alsof we met zijn allen een huis aan het bouwen waren.”

 'Het was alsof we met zijn allen een huis aan het bouwen waren'

Naast een positieve ervaring, leverde het project ook lessen op. “Afstemmen waar de echte ambitie ligt, dat was voor mij een belangrijke les. In dit geval was duurzaam werken binnen een budget belangrijker dan dat ieder hoekje esthetisch perfect is afgewerkt”, zegt Eulderink.

“Vind niets gek”, was voor Eijbergen een belangrijk leerpunt. “Vind het niet gek dat je materialen hergebruikt waar je eigenlijk nooit aan gedacht zou hebben, zoals die Stelconplaten, dat zie je nooit bij gebouwen. En wie durft het aan om vanuit een duurzaamheidsprincipe gebruikte pallets tegen de muur te spijkeren?”

Lees ook: David van Raalten, Arcadis: ‘Tijd voor oplossingen voor de effecten van klimaatverandering’

Circulaire ontwikkelingen in de markt

Eijbergen en Eulderink zien de ontwikkeling van de kringloopwinkel als een groot succes. Toch staat Nederland nog niet vol met dit soort gebouwen. “Misschien komt het doordat het makkelijker en toch goedkoper is om naar een hallenbouwer te gaan”, peinst Eulderink.

Zijn collega vult aan: “Vaak is het budget gestuurd. Mensen zeggen: duurzaamheid is leuk als het maar niets kost.” Terwijl in het geval van de kringloopwinkel het kleine budget geen probleem was. “Dat we binnen dat budget moesten blijven, scherpte juist ons creatieve vermogen,” aldus Eijbergen. Eulderink knikt instemmend: “Dit is gewoon een businesscase.”

Eulderink merkt dat er een verandering plaatsvindt in de markt. “Mensen hebben nu geld om spijkerbroeken in de spouwmuur te zetten”, zegt hij grappend. Dan serieus: “Maar ik denk wel dat het een terechte opmerking is dat er meer geld wordt gestoken in dit type projecten. Je ziet het veel meer.”

Dit artikel is onderdeel van onze themamaand Circulaire Economie. Klik hier om alle artikelen over dit thema te lezen.

Foto's: Michel Kievits

De 'AirBNB van de energiemarkt’ verovert de wereld

Lars Falch en Michiel Ooms richtten Powerpeers enkele jaren geleden op met het doel om de energietransitie in Nederland bottom-up te versnellen. Het idee ontstond dankzij de zonnepanelen op het dak van Ooms. “Ik was een beetje jaloers op Michiel, want mijn dak was niet geschikt voor zonnepanelen”, herinnert Falch zich. “Toen Michiel op vakantie ging, wilde ik eigenlijk de zonnestroom hebben die hij tijdens zijn vakantie zou opwekken. Maar hoe? Twee jaar later hadden we een deelplatform ontwikkeld die dat mogelijk maakt.”Falch vergelijkt het deelplatform met de opkomst van het internet. “Toen het internet opkwam, zag je een democratisering van communicatie ontstaan”, vertelt hij. “Wij hopen met Powerpeers hetzelfde te doen voor de energiemarkt, met als doel een duurzamer en decentraler energielandschap.”"Via ons platform wordt energie delen heel persoonlijk"Energie delenPowerpeers maakt dat mogelijk met een uniek algoritme, in staat om vragers en aanbieders van duurzame energie real-time aan elkaar te koppelen. In de praktijk betekent dit dat aanbieders van duurzame energie, zoals huishoudens met zonnepanelen op hun dak, hun energie tegen een interessant tarief (4 eurocent extra per kilowattuur) direct kunnen verhandelen via het deelplatform van Powerpeers. Dit wordt ook wel peer-to-peer energiehandel genoemd. Vragers van duurzame energie kunnen bij Powerpeers zelf kiezen welke energiebron zij willen gebruiken, of dat nu het zonne-energiesysteem van de buurman is, het Thialf-stadion in Heereveen, een windmolen in de buurt of de waterkrachtcentrale in Maurik.Raymond van Eck, de kersverse managing director van Powerpeers die verantwoordelijk wordt voor de Nederlandse markt, licht toe: “Onze software houdt precies bij hoeveel stroom onze opwekkers op elk moment leveren én hoeveel vraag er op dat moment is. Met andere woorden: als jij energie gaat verbruiken, zoekt ons mechanisme daar direct een passende, duurzame energiebron bij, die op dat moment ook daadwerkelijk energie aan het opwekken is. Idealiter is dat de energiebron die je zelf hebt gekozen, maar anders schakelen we over op een andere duurzame bron. Je kan bij ons bijvoorbeeld geen groene stroom ontvangen van een windpark dat op dat moment geen energie opwekt. Zo ben je altijd verzekerd van echt groene energie, zonder dat daar groencertificaten aan te pas komen.”Powerpeers biedt hiermee een oplossing voor een vaak gehoorde klacht, vervolgt Van Eck: “Men vraagt zich steeds vaker af waar hun groene stroom nu eigenlijk vandaan komt. Net zoals steeds meer mensen zich afvragen onder welke arbeidsomstandigheden hun smartphone is geproduceerd en of hun stukje vlees wel echt biologisch is. Wij creëren die transparantie voor de energiemarkt. Via ons platform wordt energie delen heel persoonlijk.”Bekijk onderstaande video voor een verdere uitleg van energie delen bij Powerpeers:Energietransitie versnellenDeze opzet brengt verschillende voordelen met zich mee, die uitermate belangrijk zijn in de energietransitie. Falch stelt bijvoorbeeld dat veel afnemers van groene stroom in Nederland nog steeds grijze stroom krijgen, vergezeld met een groencertificaat van een duurzaam energieproject uit het buitenland. Vraag en aanbod van duurzame energie echt aan elkaar te verbinden, is echter de volgende stap in de energietransitie, aldus Falch: “Als de vraag op een keer hoger wordt dan het aanbod, is het blijkbaar heel winstgevend om nieuwe duurzame energieprojecten te realiseren. Op die manier versnel je de energietransitie dus vanuit de vraagkant.”Dat is meteen een ander belangrijk voordeel van de opzet van Powerpeers: het geeft de macht terug aan de crowd. “Door de crowd aan elkaar te verbinden met groene stroom, leg je de macht weer bij hen neer: power to the people. Zo kan je een enorme beweging op gang brengen, ook in het energiesysteem”, vervolgt Falch. “Sommigen noemen ons een beetje populistisch de AirBNB van de energiemarkt, maar ik kan me daar stiekem wel in vinden. Het marktplaats-principe dat wij (en inderdaad ook AirBNB) bieden, is enorm krachtig om bottom-up impact te maken in een bepaalde sector. Het is een belangrijk puzzelstukje in de energietransitie.”Lees ook:Energiebesparing was nog nooit zo makkelijkVolgens planningZowel het peer-to-peer platform als de onderliggende missie van Powerpeers slaan aan bij het grote publiek. De energieleverancier heeft inmiddels tienduizenden klanten en groeit gestaag. Ook vanuit het buitenland geniet Powerpeers inmiddels verregaande interesse van tientallen partijen, uit landen als China, Japan en Australië. Hiermee verlopen de oorspronkelijke plannen van oprichters Falch en Ooms geheel volgens planning.“Michiel en ik wilden Powerpeers in twee stappen ontwikkelen. Stap 1: het platform zo snel mogelijk in de praktijk uitrollen, zodat we het samen met onze klanten verder konden bouwen. Daarom zijn we zo snel mogelijk als energieleverancier aan de slag gegaan, zodat we het platform in de praktijk konden testen en, waar nodig, aanpassen”, aldus Falch. “Stap 2 was voor ons het buitenland. We hadden het idee dat ons peer-to-peer platform interessant kon zijn voor energiebedrijven in het buitenland en hoopten dit jaar de interesse te gaan pijlen bij buitenlandse partijen.”“In de toekomst kan je stroom zelfs cadeau geven. Dan praat je over echte democratisering van de energiemarkt”Succes in het buitenlandDe realiteit pakte echter compleet anders uit. Powerpeers werd in de afgelopen jaren vanuit alle hoeken en gaten van de wereld benaderd door energieleveranciers, IT-bedrijven en andere geïnteresseerden, vertelt Falch. De gesprekken met buitenlandse partijen zijn dan ook al een tijdje aan de gang en een eerste pilotproject met de software van Powerpeers draait inmiddels in Australië. “Hier stomen we ons platform klaar voor de internationale markt. Zo willen we de software gemakkelijker configureerbaar maken, zodat we één product kunnen aanbieden dat gemakkelijk aangepast kan worden aan de wensen van verschillende partijen. Michiel en ik richten ons vooral op het verder ontwikkelen van het platform, het ontwikkelen van nieuwe functionaliteiten en het licenseren van de software aan (energie)retailers in het buitenland.”Ook wordt er in Australië aan nieuwe diensten gewerkt. Zo wordt het in de toekomst wellicht mogelijk om vrienden en familieleden een lager tarief aan te bieden voor de zonnestroom die je opwekt. “Daar is vraag naar in Australië”, vertelt Falch. “In de toekomst kan je stroom zelfs cadeau geven. Dan praat je over echte democratisering van de energiemarkt.”De internationale interesse in de propositie van Powerpeers is niet verwonderlijk, stelt Falch. Elke energieleverancier kampt namelijk met dezelfde problemen, van een groeiende decentralisatie op de energiemarkt tot een IT-systeem dat niet meer past bij die nieuwe wereld. “Men ziet het energielandschap veranderen en dat klanten zich anders organiseren, maar heeft nog geen antwoord klaar. Dan is het wel weer begrijpelijk dat ze bij ons aankloppen; onze technologie stelt ze in staat om mee te groeien met een energiewereld die aan het veranderen is.”De wereld veroverenFalch verwacht dan ook dat het deelplatform van Powerpeers in de toekomst in verschillende landen gebruikt wordt. “We hebben de wind mee”, zegt hij. “Een paar jaar geleden stond peer-to-peer energiehandel nog niet eens op de agenda, maar nu praat iedereen erover. Er wordt op Europees niveau zelfs al serieus gekeken naar de wetgeving en hoe die aangepast moet worden om deze vorm van energiehandel mogelijk te maken. Dat is goed nieuws voor ons. Wij lopen voorop in onze klantbenadering en onderliggende  technologie en hebben bij uitstek de mogelijkheid om die nieuwe markt vorm te geven.”Ondertussen richt Van Eck zich om de uitbreiding van Powerpeers in Nederland, want ook daar is nog een wereld te winnen. “Er staat al een prachtige basis, maar nu gaan we proberen om ons gedachtegoed als een olievlek over Nederland uit te spreiden. Daarin is communicatie essentieel. Energie is van oudsher een low interest of zelfs no interest product, maar ik ben ervan overtuigd dat ons platform daar verandering in kan brengen. We spreken veel verschillende doelgroepen aan, van de early adopters die de technologie tof vinden tot de ouderen die hun steentje willen bijdragen aan een betere wereld. Bijna iedereen vindt het leuk om op deze manier met energie aan de slag te gaan.”Peer-to-peer in de toekomstDat dit soort platformen de norm worden, staat voor Van Eck en Falch in ieder geval buiten kijf. “Idealiter kunnen we in de toekomst op persoonsniveau en real-time duurzame energie naar elkaar toeschuiven”, verwacht Van Eck. “Dat is echter een grote transitie, die tijd kost. Het zal stap voor stap moeten plaatsvinden, zelfs als er op technisch gebied al heel veel mogelijk is.”Die transitie zal er echter wel voor zorgen dat de rol van energieleveranciers onherroepelijk verandert. Van Eck: “Dat worden uiteindelijk de partijen die peer-to-peer energiehandel mogelijk maken en klanten en anderen toegang tot specifieke energie (opslag)bronnen en het elektriciteitsnet bieden, maar niet veel meer dan dat.”“Sommige bestaande spelers zullen hierin mee kunnen gaan, maar ik verwacht ook dat het tot een shake-out zal leiden. Iedereen kan in de toekomst immers een energiebedrijfje zijn”, vult Falch aan. “Dan heeft een traditionele energieleverancier, zoals we die nu kennen, weinig toegevoegde waarde.”Lees ook: Powerpeers valt in de prijzen bij de Lovie Awards Foto's: Powerpeers