Marc Seijlhouwer 23 maart 2021, 13:08

Een nationaal kampioenschap voor meer groen in de stad, tegen de gevolgen van klimaatverandering

Volgende week begint het NK Tegelwippen. Veertig gemeenten willen in een week tijd zoveel mogelijk (tuin)tegels vervangen door groen. Dat is goed voor de biodiversiteit, temperatuurregulering en waterhuishouding van een gebied. Het is bovendien hard nodig, want de vertegeling van de leefruimte zal voor steeds meer problemen zorgen.

Adobestock 288213289 Adobe Stock

Het NK is een ludieke manier om een serieus probleem aan te pakken. Door de grote hoeveelheid tegels, verharde wegen en asfalt in Nederlandse tuinen en openbare ruimte ontstaan problemen. ‘Hitte-eilanden’ op warme zomerdagen, vooral in steden, zijn onprettig om in te leven. De warmte blijft hangen omdat er te weinig groen is om de temperatuur te reguleren. Planten vangen ook water op bij hevige regenval, wat overstromingen kan voorkomen; nu al zijn er regelmatig beelden van overlopende straten in grote steden. Aan de andere kant reguleren planten ook het vochtgehalte van de grond in tijden van droogte.

Klimaatverandering geeft problemen

Al die taken van het groen worden steeds belangrijker, nu door klimaatverandering hogere temperaturen normaal worden en extreem weer zorgt voor kortstondige hevige regenval. Voor de organisatoren van het NK Tegelwippen is dat een belangrijke reden voor het initiatief.

Vorig jaar deden alleen Rotterdam en Amsterdam mee en wisten gemeenten en burgers samen 95.000 tegels te vervangen door groen – ongeveer een hectare. Dit jaar verwacht de organisatie veel meer, omdat er nu 40 gemeenten meedoen. Iedere burger kan vanaf 30 maart via nk-tegelwippen.nl zijn of haar weggehaalde tegens registreren. De organisatie hoopt op vriendelijke competitie tussen gemeenten, om zoveel mogelijk groen in steden en dorpen in Nederland te realiseren.

Groene parkjes in Athene

Nederland is niet het enige land dat kampt met platgeplavuiste steden. Athene, de hoofdstad van Griekenland, heeft ook te veel bebouwing en te weinig groen. De gemeente pakt het daar aan door braakliggend land, vaak een plek waar vroeger een huis stond, te transformeren tot miniparkje. Door dat door de hele stad te doen moeten ook daar problemen met hitte-eilanden en droogte verleden tijd worden.

Sober rapport over klimaatdoelen grote bedrijven: snel tijd voor meer actie

CA100 nam voor het eerst de klimaatplannen en de huidige stand van zaken bij bedrijven onder de loep. De focus lag op 159 grote bedrijven, die allemaal een belangrijke bijdrage leveren aan de wereldwijde CO2-uitstoot. Aan de hand van tien doelen bekeek de investeringsgroep hoe het ervoor stond met de bedrijven.CO2-neutraal, maar geen kapitaalWat blijkt? Het overgrote deel van de bedrijven voldoet nog niet volledig aan de criteria van CA100, en schiet daarmee dus tekort op het gebied van klimaatbeleid. 76 bedrijven hebben bijvoorbeeld geen ambitie geformuleerd om in 2050 CO2-neutraal te zijn. 95 bedrijven hebben geen strategie om te ‘decarboniseren’, te stoppen met het uitstoten van broeikasgassen. Ook doet vrijwel geen enkel bedrijf boter bij de vis. Slechts zes van de 159 bedrijven zet kapitaal opzij om een CO2-vrije toekomst mogelijk te maken.CA100 concludeert dat er mooie ambities en plannen zijn, maar dat bedrijven nog geen concrete stappen zetten. Dat moet snel veranderen, ook om de doelen voor de middellange termijn (tot 2030) te halen. Dat veel bedrijven slecht scoren in de beschouwing, heeft een paar oorzaken.De belangrijkste is dat ze geen verantwoordelijkheid nemen voor de emissies die ontstaan door gebruik van het product, de zogenoemde Scope 3. Denk daarbij aan de CO2 die vrijkomt als men fossiele brandstoffen verbrandt; bedrijven die de brandstof produceren, zoals Shell of BP, willen die CO2 niet meenemen in hun klimaatdoelen. Voor CA100 is dat reden om hun klimaatdoelen als ‘niet voldoend aan de criteria’ aan te merken.54 biljoen euroClimate Action 100+ is een vereniging van investeerders. Samen hebben deze 570 investeerders een portfolio van 54 biljoen euro. Ze willen samenwerken met bedrijven waarin ze investeren, om zo sneller naar een klimaatvriendelijke toekomst te komen. Een controle van de bedrijven die geld van de investeerders ontvangen hoort daarbij.