Rianne Lachmeijer 29 oktober 2020, 07:00

Flexwonen: een blijvertje in een veranderende samenleving

De vraag naar woonruimte is enorm. Om tegemoet te komen aan die behoefte moeten we niet alleen meer, maar vooral andere woningen bouwen, vindt oud-rijksbouwmeester Floris Alkemade. Hij presenteerde tijdens het congres Flexwonen manieren om binnen bestaande wijken te bouwen. Met oog voor kwaliteitsverbetering én de klimaatdoelen.

Adobestock 384934646 flexwonen 2 Flexwonen kan binnen bestaande wijken een oplossing bieden. Met oog voor kwaliteitsverbetering én de klimaatdoelen.

Het gaat slecht in de bouw. Zo lijdt de sector onder de stikstofbeperkingen. Tegelijkertijd gaan er geluiden op dat er een miljoen extra huizen nodig zijn voor 2030. Daarnaast zitten we middenin een coronacrisis. Een lastig parket. Gelukkig lijkt er een oplossing: flexwonen. Wat houdt dat in?

Wat is flexwonen?

“Het is snel toegankelijk en per definitie tijdelijk”, legt sociaal geograaf Johan van der Craats uit. Hij houdt zich als adviseur bij het Expertisecentrum Flexwonen al jaren met het thema bezig. Flexwoningen bieden tijdelijke woonruimte voor spoedzoekers: van vluchtelingen tot starters op de woningmarkt. Het idee is dat zij bijvoorbeeld in verplaatsbare woningen, tijdelijk getransformeerde kantoren of gemengde wooncomplexen voor een bepaalde tijd woonruimte vinden. Het kan gaan om een maand, maar ook om tien jaar.

‘Het is snel toegankelijk en per definitie tijdelijk’

Van der Craats merkt dat de interesse in flexwonen toeneemt. Tegelijkertijd moeten bouwers van verplaatsbare woningen nog regelmatig opboksen tegen ‘het containerimago’ van hun woningen. Ook is er in sommige gemeenten weerstand voor de mogelijke bewoners van flexwoningen, zoals vluchtelingen en arbeidsmigranten.

Desondanks heeft Kajsa Ollongren, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, vertrouwen in deze manier van woonruimte creëren. “Het is echt een grote maatschappelijke opgave om te zorgen dat iedereen in Nederland prettig kan wonen”, zei de minister in een videoboodschap tijdens het congres Flexwonen dat eind oktober plaatsvond. “Het is niet dé oplossing, maar wel een hele goede aanvulling, zeker voor de mensen die snel een tijdelijk huis zoeken.” De minister wil ervoor zorgen dat woningcorporaties binnen twee jaar 10.000 flexwoningen bouwen. “Daarom richten we nog dit jaar een taskforce op.”

Lees hier meer over een tijdelijk wooncomplex met 250 woningen waar jongeren en statushouders gezamenlijk wonen.

Kwaliteitsverbetering

Oud-rijksbouwmeester Floris Alkemade presenteerde tijdens het congres zijn onderzoek naar manieren waarop flexwonen de diversiteit, de leefbaarheid en ook de leefomgeving kan verbeteren in bestaande wijken. Hij streeft naar een win-win situatie waarbij de creatie van woonruimte samen gaat met het oplossen van problematiek in woonwijken. Door braakliggende terreintjes en parkeerveldjes te gebruiken als bouwlocaties merkt hij dat de leefbaarheid in de wijk toeneemt. Daarnaast zoekt hij naar woonvormen die eenzaamheid verminderen. “Voor de coronacrisis voelde een op de tien volwassenen zich al zwaar vereenzaamd. En in probleemwijken is het vaak een op de vijf. Dus dat is echt een groot en schrijnend probleem.”

Dat soort maatschappelijke thema’s maken voor hem een essentieel onderdeel uit van de woningbouwopgave, omdat de manier waarop we woningen ontwerpen en de woonomgeving inrichten invloed heeft op onze omgangsvormen. Zo merkte hij uit een eerder onderzoek dat het wonen in hofjes populair is. “Dat klinkt nogal kneuterig, maar dat is het absoluut niet. Het betekent gewoon dat je een eigen woning hebt, maar wel een tuin deelt. Waardoor mensen elkaar gaan leren kennen. Dat vindt iedereen belangrijk en aantrekkelijk. Dan heb je ook een situatie waarin mensen het zien als ergens ‘s ochtends de gordijnen niet opengaan. Dat gevoel van vertrouwen en het gevoel in een gemeenschap te wonen is ontzettend belangrijk voor het welbevinden van heel veel mensen.”

Lees ook: ‘Cliënten merken niet dat zij in een tijdelijk gebouw zitten’

Verdichting

Alkemade stelt dat er momenteel een grote vraag is naar grondgebonden eengezinswoningen. Daarin wonen nu vaak ouderen die niet willen verhuizen, omdat zij in hun wijk willen blijven en daar geen betaalbare alternatieven zijn. “Stel dat je dat soort appartementen wel biedt? Dan kun je een heleboel grondgebonden eengezinswoningen vrijspelen”, aldus de rijksbouwmeester.

Hij pleit voor verdichting: meer bouwen binnen wijken in plaats van nieuwe grond in het groen volbouwen. Een argument voor bouwen in het groen is dat dit sneller is, maar Alkemade betwijfelt dat. “Wat die stikstofdiscussies en dergelijke laten zien is dat bouwen buiten de stad niet per definitie veel sneller is.”

Daarnaast ziet hij flexibel bouwen binnen de wijk als oplossing voor nog een ander probleem: de verduurzaming van de woningmarkt. Daarbij gaan miljoenen woningen van het aardgas af. Als het om grotere aanpassingen gaat, is het handig als mensen op dat moment tijdelijk ergens anders wonen. Daarom ziet hij kansen voor zogenoemde wisselwoningen. Voor ouderen kunnen die wisselwoningen een permanente woning worden, als deze woningen een goede prijs hebben en zich op een goede locatie bevinden. Op die manier hoeven ouderen maar één keer te verhuizen. “Dan breng je een hele keten op gang die heel veel doelen kan dienen”, zegt Alkemade. Want er is nog een agenda die hij daaraan wil koppelen: biobased bouwen.

Bouwen in hout

“Als we die miljoen woningen in beton gaan bouwen, dan hebben we een enorme CO2 uitstoot”, weet hij. Daarom pleit hij voor houtbouw. “Dan heb je plotseling de mogelijkheid om heel veel CO2 op te slaan in plaats van uit te stoten.” Hij legt uit dat het tegenwoordig mogelijk is om hout kruislings te verlijmen. De platen die zo ontstaan, zijn sterk genoeg voor de bouw van zeven verdiepingen. Omdat hout licht is, kunnen deze constructies zelfs bovenop bestaande woningen worden neergezet.

‘Zo’n houten geprefabriceerde woning rij je ‘s ochtends een wijk binnen en ‘s avonds kan er iemand in wonen’

Het is mogelijk om dit soort woningen voor een groot deel in de fabriek te ontwikkelen. Dat zorgt ervoor dat het bouwproces versnelt, maar ook dat het afval en de transportbewegingen verminderen. “Zo’n houten geprefabriceerde woning rij je ‘s ochtends een wijk binnen en ‘s avonds kan er iemand in wonen”, zegt Alkemade enthousiast.

Deze manier van bouwen is snel, levert weinig bouwoverlast op en mensen vinden het daarnaast ook prettig om in een houten huis te wonen. Het enige nadeel wat hij nu kan noemen is de prijs. Alkemade: “Bouwen in hout is nog een fractie duurder dan bouwen in beton, maar dat heeft te maken met de nu nog beperkte schaal waarop we het inzetten. En stel dat het volgende kabinet besluit tot een CO2-heffing, dan slaat dat in een keer helemaal om. Dus wat dat betreft heeft dat houtbouwen ook echt de toekomst.”

Flexwonen als permanente oplossing

“We hebben ontzettend veel nieuwe woonwijken aan steden toegevoegd, maar eigenlijk voor een totaal andere maatschappij dan die waarin we nu leven”, reflecteert hij op de ontwikkelingen van de afgelopen decennia. Die fout moeten we niet nogmaals maken. Geograaf Van der Craats is het daarmee eens. Hij ziet flexwonen als een toevoeging aan de bestaande woningmarkt. Een manier waarop spoedzoekers een tijdelijke woonruimte kunnen vinden. Of het nou gaat om arbeidsmigranten, studenten, vluchtelingen, gescheiden ouders of starters op de woningmarkt. “Die behoefte aan die tijdelijkheid heeft een permanent karakter”, concludeert hij.

Lees ook: Modulair bouwen: “We zullen wel moeten als we ons aan Parijs 2050 willen houden”

Hoofdafbeelding: Adobe Stock | Overige afbeeldingen: Floris Alkemade en Johan van der Craats

Fabriek in Limburg maakt veevoer van CO2 en waterstof

Chemelot en Deep Branch kondigden vandaag de samenwerking aan. Het gaat om een pilotfabriek met een beperkte capaciteit, die alle grondstoffen van Chemelot zal halen. “Deze fabriek is bedoeld om te ontdekken hoe we het perfecte voer maken”, vertelt Deep Branch CEO Peter Rowe in een digitaal gesprek. “We moeten weten waar de veevoersector op zit te wachten, en onze processen daarop aanpassen.”Microben maken eiwit van CO2Daarnaast helpt de fabriek om het hele proces te stroomlijnen en op grotere schaal toe te passen. Nu gebruikt Deep Branch een aantal mobiele fabriekjes; de haven van Rotterdam krijgt er binnenkort ook zo een. Het proces gebruikt microben om de gassen waterstof en CO2 om te zetten in een eiwitrijke, melkachtige vloeistof.Maar om het gas in de microbensoep te krijgen, en om van de melkachtige vloeistof een vaste stof te maken, daarvoor is ontwikkeling nodig. Die ontwikkeling moet plaatsvinden bij de fabriek op Chemelot. “Het wordt echt de plek om het proces te perfectioneren.”25 procent minder CO2Als de proeffabriek eenmaal helpt om het proces goed te krijgen, volgt er opschaling. De eerste commerciële fabriek moet in 2022 af zijn. Die kan dan hoogwaardige eiwitten maken, vergelijkbaar met die in vismeel en veel beter dan soja. Voor een prijs die vergelijkbaar is met die van vismeel, of opgewerkte soja.De grondstof kan uiteindelijk vooral naar de vis- en pluimveeindustrie. “Als kweekzalm ons product te eten krijgt, zou een moot zalm in de supermarkt bijvoorbeeld 25 procent minder CO2 hebben uitgestoten in vergelijking met een gewone zalm. En die uitstoot is inclusief transport, verpakkingen, enzovoort. Dat geeft aan hoe groot de impact van duurzamer voer kan zijn.”Subsidie van EUDeep Branch krijgt subsidie van de Europese Unie, en kreeg eerder al een subsidie van de Britse regering. Hoe kan het dat het bedrijf zo goed ligt bij regeringen? “We werken eigenlijk op drie manieren voor het milieu”, zegt Rowe. “Het past in het idee van de circulaire economie: we gebruiken CO2, een restproduct, en maken er iets nuttigs van. En ons proces is efficiënter dan de productie van ander veevoer, waarmee je de CO2-uitstoot omlaag brengt. En dan gebruiken we ook nog waterstof, wat een van de pijlers van duurzaam beleid is voor de EU.”Dat gebruik van waterstof is ook de reden dat Deep Branch naar Nederland komt. “De plannen voor een waterstofeconomie maken Nederland een heel interessant land.” Wil het waterstofgebruik duurzaam zijn, dan moet het wel opgewekt worden met duurzame stroom. Aanvankelijk zal Deep Branch de grijze waterstof gebruiken die op Chemelot aanwezig is. “Maar op termijn zal groene waterstof goedkoop genoeg worden om het te gebruiken. In de tussentijd is blauwe waterstof, waarbij de CO2 die bij productie vrijkomt op wordt geslagen, ook interessant. Zeker omdat wij die opgeslagen CO2 ook kunnen gebruiken.”CO2 nuttig gebruikenRowe pretendeert niet dat hij alle milieuproblemen in een keer op kan lossen met ‘zijn’ veevoer. “Maar de vraag naar vlees neemt toe. En wij kunnen een deel van de daardoor groeiende vraag naar veevoer opvangen. Hetzelfde geldt voor de CO2: wij kunnen niet de miljoenen tonnen die de industrie uitstoot allemaal gebruiken. Maar ons product is wel een voorbeeld van nuttig gebruik, waar we in de toekomst meer van nodig hebben.”Beeld: Chemelot