Rianne Lachmeijer 22 september 2020, 15:04

Frans Timmermans omarmt 'Paris Proof'

Tientallen organisaties ondertekenden op initiatief van Dutch Green Building Council (DGBC) het Paris Proof Commitment. De ondertekenaars beloven versneld hun eigen gebouwen te verduurzamen en klanten daar actief in mee te nemen. Daarnaast verzoeken de ondertekenaars de overheid om gebouwen op werkelijk energiegebruik te normeren in plaats van energielabels te gebruiken. Tijdens de Dutch Green Building Council presenteerde DGBC het commitment aan Frans Timmermans. Dit soort plannen zijn volgens Timmermans nodig voor de vergroening van Europa.

Adobestock parijs

Directeur van DGBC Annemarie van Doorn vond het nog even spannend hoe Frans Timmermans zou reageren, vertrouwde ze presentator Twan Huys toe. Hij sprak haar tijdens de talkshow Green Talks waar gedurende de Dutch Green Building Week dagelijks een aantal gasten aanschuift om te praten over de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Timmermans belde digitaal in om te reageren op de Paris Proof Commitment. Dit sluit volgens hem goed aan bij zijn aanstaande Renovation Wave: een plan om in heel Europa gebouwen te renoveren en te verduurzamen.

“Het meest zorgen maak ik me om de kwaliteit van de plannen”, zei de vicevoorzitter van de Europese Commissie in de Green Talk. Hij hoopt dat DGBC de Commissie kan helpen om ook op Europese schaal de kwaliteit van plannen te verbeteren.

Paris Proof

DGBC introduceerde de term Paris Proof als gemeenschappelijk verduurzamingsdoel voor gebouwen om binnen de gebouwde omgeving de klimaatdoelstellingen van Parijs te behalen. Om die doelen te halen moeten gebouwen ingrijpend worden gerenoveerd, zodat ze energiezuiniger worden. Gemiddeld moet de energievraag van een gebouw met twee derde omlaag. Dat is nodig, omdat duurzame bronnen nog niet dezelfde hoeveelheid energie kunnen opwekken als de huidige bronnen.

Met een zogenoemd Deltaplan beantwoordt DGBC de vraag hoe sectoren versneld kunnen voldoen aan de klimaatdoelstellingen van Parijs. In onderstaande video legt DGBC uit hoe zij tot een concrete aanpak komen, door onder andere gebruik te maken van een beslisboom per gebouwsoort.

Lees ook: Europa blijft duurzame koploper, maar herstelplan heeft amper impact op duurzame ondernemers

Afbeelding: Adobe Stock

Petrochemische industrie duurzamer door bio-olie uit restproduct lignine

Om van ruwe olie hoogwaardige producten te maken heeft een raffinaderij ‘krakers’ nodig. De industrie kent in principe twee soorten krakers. De eerste is een FCC kraker die ruwe aardolie omzet naar lichtere koolwaterstoffen, zoals benzine en nafta. En om van nafta bruikbare bouwstoffen zoals olefinen (voor plastics) en aromaten (voor de voedingsindustrie) te maken is een LHC- of stoomkraker nodig. Tot voor kort was het enkel mogelijk om voor stoomkrakers kleine hoeveelheden biologisch materiaal te gebruiken, zoals gebruikt frituurvet. Met de toepassing Vertoro is het nu echter mogelijk om ook de FCC-kraker deels met biologisch materiaal te maken.Net als een espresso“Je kan het vergelijken met het maken van een espresso”, vertelt CEO Michael Boot tegenover branchevereniging voor de chemische industrie VNCI. “Alleen gooi je in de waterbak geen water maar methanol met wat zwavelzuur, in plaats van koffiebonen gebruik je zaagsel, en in plaats van een paar minuten laat je het proces ongeveer 15 minuten duren. Het resultaat is een zwarte vloeistof: in methanol opgeloste lignine.” Door Vertoro omgedoopt als ‘Goldilocks’.Lees ook: Hoe hoog de CO2 taks wordt weten we nog niet, maar hij komt er zekerVloeibare bio-olie in bestaande ketenHet alom verkrijgbare lignine, het restproduct van de productie van hout en papier, werd in vaste vorm al gebruikt in de chemische industrie, maar was vooralsnog niet rendabel. De methode van Vertoro is dat volgens Boot wel. “In de eerste plaats maken we met een vrij simpel proces vloeibare bio-olie die makkelijker is te transporteren dan de biomassa zelf. Ten tweede kunnen de bestaande FCC-krakers en chemische installaties niet overweg met een vaste stof, wel met vloeibare stoffen.”Maar het belangrijkste voordeel volgens Boot is dat de bio-olie een bestaande waardeketen in gaat. Veel bio-raffinaderijen moeten nieuwe installaties bouwen om uit biomassa chemische bouwstenen te maken. “Wij maken gebruik van al bestaande installaties, waar de bio-olie als co-feed aan wordt toegevoegd. Als je de verhouding methanol-lignocellulose goed kiest, krijg je dezelfde soort output als bij ruwe olie.”Lees ook: De SDG’s als geraamte van je strategie: ‘als wij het kunnen, kan de rest het ook’Opschalen naar fabrieksgrootteVoorlopig is het alleen nog mogelijk om de bio-olie te mengen met zijn fossiele evenknie om de FCC-kraker te maken. Om groene koolstof in de petrochemische waardeketen te krijgen streeft Vertoro ernaar om het voorheen fossiele mengsel voor 5 tot 10 procent ‘groen’ te maken. Boot: “De fossiele markt is zo groot dat je bij bijmenging van 10 procent al praat over enorme volumes.”Vorig jaar lukt het Vertoro (Spaans voor ‘groen goud’) om in een pilot 150 liter Goldilocks te maken. Na volgend jaar streeft de innovatieve scale-up naar een commerciële fabriek waarin jaarlijks 10 tot 20 kiloton geproduceerd kan worden.Bron: VNCI | Beeld: Adobe Stock