Romy de Weert 30 september 2021, 17:17

'Groen bouwen moet, tenzij het niet anders kan'

Vuurzeeën in delen van de Verenigde Staten en Canada, droogte en mislukte oogsten met hongersnood tot gevolg in Mozambique en extreme regenval en overstromingen in Limburg. Het zijn allemaal recente gebeurtenissen als gevolg van klimaatverandering. Hoe bereiden we ons voor op extreme weersomstandigheden in de gebouwde omgeving?

Pexels francesco ungaro 4322027 Extreme weersomstandigheden raken een heleboel sectoren, maar met name de gebouwde omgeving krijgt er last van. | Credits: Pexels

Wereldwijd worden de gevolgen van klimaatverandering steeds zichtbaarder. Ook in Nederland. “We zijn dan wel een waterland, maar we hebben niet alleen met wateroverlast te maken”, zegt Sander van der Wal, medeoprichter van &Flux. Met zijn bedrijf werkt hij sinds 2018 aan het convenant Klimaat-adaptief Bouwen. Samen met gemeentes, waterschappen en ketenpartners – bedrijven in de bouwsector – stelde hij het convenant op: een leidraad met concrete doelen en hulpmiddelen om klimaat-adaptief bouwen het nieuwe normaal te maken. Dat is hard nodig, want zoals gezegd, ook Nederland krijgt steeds vaker te maken met extreme weersomstandigheden als gevolg van klimaatverandering. Van extreme regenval met overstromingen tot langdurige periodes van hitte, die ook nog eens mislukte oogsten opleveren. “Twee jaar geleden hadden we een periode van enorme droogte, waardoor er op sommige plekken zelfs te weinig drinkwater was. We weten zeker dat dit onderweg naar 2050 alleen maar erger gaat worden en daarna nog gaat versnellen.”

Wat is klimaatadaptief bouwen?

Klimaatadaptief bouwen betekent dat we de gebouwde omgeving klaarmaken voor het toekomstige klimaat: extreme regenval, harde stormen en langere periodes van droogte en hitte. Door de gebouwde omgeving tijdig aan te passen en bestendig te maken tegen extremer weer, kunnen er een heleboel extra kosten bespaard worden. Bovendien verbetert dit de leefomgeving.

Die extreme weersomstandigheden raken een heleboel sectoren, maar met name de gebouwde omgeving krijgt er last van. Het is volgens Van der Wal een maatschappelijke opgave om die voor te bereiden op extreem weer. “De gebouwde omgeving is namelijk van ons allemaal”, stelt hij. “De gemeente bouwt niet, net zo min als de provincie en waterschappen. Daarom is het heel belangrijk om samenwerking tussen gebiedspartners op te zoeken. Dat zijn overheden en ketenpartners, zoals bouwbedrijven en ontwikkelaars.” Het convenant Klimaatadaptief Bouwen biedt concrete stappen voor het klimaatbestendig maken van gebouwen. “We vormen heldere doelen. Zo moet een wijk voldoende verkoelende plekken hebben voor als er een hittegolf komt”, zegt Van der Wal. De afgelopen twee jaar was hitte in Europa de dodelijkste ramp in de wereld, en als we niet oppassen staat Nederland straks bovenaan de lijst. Want hitte is, vooral voor kwetsbare groepen, een sluipmoordenaar.

Flinke uitdaging

Er zijn nog grote uitdagingen bij klimaatadaptief bouwen. Zo zijn de meeste afspraken uit het convenant gericht op nieuwbouwsituaties en zijn deze relatief makkelijk klimaatbestendig te maken. “Daar begin je met een blanco A4’tje en kun je alles nog intekenen en ontwerpen”, zegt Van der Wal. In de bestaande omgeving werken, wonen en recreëren mensen al. Om ook die woningen klimaatbestendig te maken moet je volgens Van der Wal goed plannen. “Je moet daarbij kijken naar de plannen die er al liggen. Wanneer gaat een gemeente de riolering aanpakken, of een warmte-infrastructuur veranderen? Dat zijn allemaal interventiemomenten waarop je moet inspringen.”

Een andere uitdaging: de kosten. Van der Wal: “Door gebouwen klimaatbestendig te maken, vermijd je een heleboel kosten die gemaakt worden door toekomstige schade, zoals in Limburg.” Alleen in Valkenburg al liepen die op tot 400 miljoen euro. “Dat zijn hoge kosten en die kan je vermijden. Bovendien maak je de leefomgeving kwalitatief beter, en ook dat heeft een waarde.” Tegelijkertijd ziet Van der Wal een andere, onopgeloste puzzel: “De investeringen die aan de voorkant worden gedaan, komen uit een andere portemonnee dan de schade aan de achterkant. De baathouders zijn niet degene die aan de voorkant de investeringsbeslissingen nemen.”

Veel op de vierkante meter

Klimaatbestendigheid is slechts één van de vele opgaves. “Naast klimaatadaptief bouwen heb je in de bouw ook te maken met circulariteit, de energietransitie en betaalbaarheid van woningen en de bouw van sociale huurwoningen. Dat zijn een heleboel opgaves op dezelfde vierkant meter.” Dat kan nog wel eens voor frictie zorgen, denkt Van der Wal. “Niet alles lukt daarom altijd. Je komt in een soort zoektocht en in een onderhandelingsfase waarin iedereen iets voor elkaar wil krijgen. We zijn nette mensen, dus we ontmoeten elkaar halverwege, maar dan zijn we soms wel de helft van onze klimaatbestendige ambities kwijtgeraakt.” De oplossing: een integraal duurzaamheidskader.

De ideale klimaatbestendige woonwijk En hoe ziet die ideale klimaatbestendige wijk eruit? “De belangrijkste ingrediënten zijn veel groen, zo min mogelijk verharding en veel ruimte voor water”, zegt Van der Wal. Hij is vooral enthousiast over het toevoegen van groen, omdat het niet alleen voor een prettige leefomgeving zorgt, maar ook verkoeling oplevert, tijdens een heftige regenbui water vasthoudt en biodiversiteit stimuleert. “Met groen kun je een heleboel opgaves tegelijk bedienen. Denk aan een gebouw dat gehuld is in planten: het zorgt ervoor dat het binnen minder warm is, waardoor je geen airco nodig hebt.” Groen op – en rond gebouwen hoeft volgens Van der Wal niet eens duur te zijn. “Als je bomen op het dak wilt plaatsen, dan kost dat wél geld. Dan moet je eerst het dak verzwaren. Maar simpele bakken op het dak met planten die naar beneden groeien is al genoeg. Bovendien heeft groen allerlei positieve gezondheidseffecten. Daarom hebben we nu afgesproken: het moet groen, tenzij het niet anders kan.”

Het mag sneller

Van der Wal ziet de toekomst van klimaatbestendig bouwen positief in. “Drie jaar geleden moesten we nog awareness creëren, maar dat is nu niet meer nodig. Je ziet dat gemeentes bezig zijn met het uitvoeren van stresstesten.” Soms mag het van Van der Wal een stuk sneller gaan. “We hebben een enorme bouwopgave: zo snel mogelijk één miljoen extra, betaalbare woningen bouwen. Daar zit heel veel druk achter, en dat is ook logisch. Je ziet daardoor dat alles wat eventueel tot vertraging zou kunnen leiden, op de lange baan wordt geschoven. Alleen al de káns dat er vertraging van komt, zorgt er soms voor dat klimaat-adaptieve oplossingen niet worden meegenomen. En dat is zonde.”

Dit artikel verschijnt in Change Inc. Magazine #4, met daarin een special over een de Toekomst van de Bouw. Lees het, en deel dit magazine! Geef het cadeau aan een collega, een relatie of een kennis. Waar kun je hem krijgen? Als je via deze link je gegevens invult ploft hij straks thuis bij je op de mat. Gratis en voor niets! Of lees hier het online magazine.

Minister Schouten wil niet-duurzaam voedsel in supermarkten beprijzen: wat is de volgende stap?

De productie van ons voedsel kan zorgen voor schade aan de natuur en het klimaat. Dat zijn verborgen kosten die we niet terugzien in de winkelprijs. “Als consument zie je in de supermarkt niet het verschil tussen hoe iets geproduceerd is en wat dat betekent voor de leefomgeving”, zegt Schouten tegen Zembla. “Ik denk dat daar nog stappen te zetten zijn.” Schouten wil daarom een heffing op producten die minder duurzaam geproduceerd zijn. “Zorg dan wel dat die heffing niet in het groter geheel van de belasting opgaat, maar dat die bijvoorbeeld in een speciaal fonds komt, zodat dat weer gebruikt kan worden om die boer tegemoet te komen in de kosten die hij heeft voor verduurzaming. Het mes snijdt dan aan twee kanten. De prijs van gangbaar en meer duurzaam wordt gelijker en tegelijkertijd zorg je dat boer gecompenseerd wordt voor de extra kosten die hij moet maken om die transitie door te gaan”, zegt Schouten. Uit stukken die Zembla in handen kreeg na een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur blijkt dat supermarkten geen harde afspraken willen maken over het betalen van een hogere prijs aan boeren die duurzamer produceren. “Ik wil graag dat supermarkten daarin stappen zetten”, zegt Schouten in Zembla. “Ik had ook gewild dat we daar gewoon sneller tot afspraken konden komen.” Schouten heeft alle grote supermarkten aan tafel gehad. Ze vertelt dat de supermarkten tijdens deze gesprekken vooral hun eigen duurzame initiatieven benoemen. Schouten vindt dit onvoldoende. “Er zijn wel eens momenten dat ik denk, tjonge, waarom duurt het allemaal zo lang. Waarom gaat dit niet sneller?” De supermarkten wilden niet in Zembla reageren. Brancheorganisatie CBL (Centraal Bureau Levensmiddelenhandel) laat per mail weten: “Het CBL herkent zich niet in de bewering dat er te weinig zichtbaar is op het gebied van het stimuleren van duurzaam voedsel, dat doet namelijk geen recht aan de stappen die de afgelopen jaren zijn gezet.” Hoe kijken de true price experts naar het voornemen van de minister? Michel Scholte Hij is medeoprichter en uitvoerend directeur van True Price. Hij streeft ernaar om de ‘echte prijs’ inzichtelijk te maken voor consument en leverancier. "Minister Carola Schouten heeft ballen door zich zo expliciet uit te spreken over transparantie en prikkels op basis van echte prijzen. Duurzame en gezonde keuzes moeten goedkoper worden dan niet-duurzaam en ongezond keuzes. Dat is het allerbelangrijkste punt van ons voedselsysteem en zelfs het hele economisch systeem. Als we echt willen doorpakken, kunnen we meerdere dingen doen. Verplichte transparantie van de echte prijs; wat zijn de kosten voor herstel van water-, lucht-, bodem-, biodiversiteit- klimaatschade. Daarnaast kun je vrijwillige betaling vragen; mensen die het kunnen en willen betalen, zouden dit ook moeten kunnen doen. Tot slot kun je het standaard verrekenen - bijvoorbeeld in BTW tarieven of accijnzen. Je kunt bijvoorbeeld producten met hogere maatschappelijke kosten dan het gemiddelde, een hoger BTW tarief geven. En producten met lagere maatschappelijke kosten een voordelig tarief. Daardoor ontstaat er een prikkel voor een duurzaam product. Je kunt dit voor specifieke producten invoeren en ook per type impact. Zo kun je bij een CO2-voetafdruk beginnen, want dat kun je redelijk makkelijk berekenen. Er is een gigantische groep ondernemers die heel graag de handreiking van de minister wil aangrijpen. Er is een supermarkt (De Aanzet) die al met echte prijzen rekent en het aantal klanten is daar volgens de eigenaar met 5 procent gestegen. En er zijn tientallen supermarkten bezig met praktijk experimenten; met transparantie en betalingen. Ook het CBL (Centraal Bureau Levensmiddelenhandel) kan hiervan leren en zou net als de minister iets meer ballen moeten tonen; echt ondernemen voor een nieuwe economie!” Maarten Rijninks Maarten Rijninks heeft een lange geschiedenis in biologische voeding, zo was hij onder andere directeur van AgroFair, directeur van de Natuurwinkel organisatie en later van FairConnect. Ook is hij mede-eigenaar van De Aanzet in Amsterdam, een supermarkt die met echte prijzen rekent en je als consument betaalt voor klimaatbelasting. “Het is fantastisch dat Carola Schouten zich hier over uitspreekt. Er wordt al heel lang gepleit voor vlees in het hoge btw-tarief, maar nu lijkt er eindelijk een serieuze oproep te komen uit de politiek. Deze minister is doordrongen van het feit dat de industrie moet veranderen. Het is niet meer mogelijk om een beslissing over onze voedselindustrie uit te stellen. Het is namelijk heel simpel: als we niets doen dan is de wereld beter af zonder de mensheid. Dan is de schade die we aanrichten onomkeerbaar. In mijn supermarkt ben ik gefocust op het instrument echte prijs. Maar er zijn natuurlijk meerdere wegen te bewandelen. Zo werken we samen met BioNederland en Biovereniging en openen we volgend jaar 30 echte prijs supermarkten. Dat is tien procent van de leveranciers. Het jaar daarna willen we 80 nieuwe supermarkten openen en 25 procent van de leveranciers met echte prijzen laten werken. Als de opschaling goed gaat, is er een grootgrutter die dit ook gaat doen. In onze winkel ontvangen we 5 procent meer klanten. Dat is een goede motivatie voor grotere supermarktketens om ook met echte prijzen te gaan werken. Er komt steeds meer bewustzijn onder de klanten. Daarom past het systeem van echte prijzen zo goed in ons huidige economisch systeem. Je kunt het overal toepassen: in retail tot catering. Wij zijn het bewijs dat het ook nog meer klanten oplevert. De grote supermarkten moeten overstag.”