Teun Schröder
10 februari 2023, 10:00

Groene normen voor de bouw kunnen strenger: "Uiteindelijk moet duurzaamheid bij alle aanbestedingen terugkomen.”

De gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor 38 procent van de totale CO2-uitstoot in Nederland. Logisch dus dat hier nog grote slagen gemaakt moeten worden. Gelukkig gebeurt er al heel veel. En er is nog veel meer mogelijk. “Het is niet de bouw die traditioneel is; het zijn veelal de opdrachtgevers.”

02 a9 1534 Robert Koolen, directeur duurzame ontwikkeling bij Heijmans: “Iedereen beconcurreert elkaar, maar als we samenwerken kunnen we de CO2-voetafdruk van asfalt flink verlagen.” | Credits: Heijmans

In 2023 klimaatneutraal zijn; dat is de ambitie van Heijmans. Het gaat dan om de uitstoot van scope 1 en 2: de emissies die gepaard gaan met de eigen bedrijfsactiviteiten en de energie die het bedrijf inkoopt. “Daarbij horen bijvoorbeeld de machines op de bouwplaats en de CO2-uitstoot van ons hoofdkantoor en wagenpark”, zegt Robert Koolen, directeur duurzame ontwikkeling bij Heijmans. “Vanaf dit jaar zijn al onze nieuw bestelde auto’s elektrisch. En na 2026 is de huidige vloot fossiele brandstofauto’s elektrisch. Daarnaast elektrificeren we de machines op de bouwplaats, van heftrucks tot asfalteermachines.”

Maar nog groter is de impact die het bedrijf kan maken door CO2-uitstoot te reduceren bij het opleveren van woningen. “Vijf jaar geleden stond één woning gelijk aan ongeveer 1.600 kilo CO2-uitstoot per jaar”, legt Koolen uit. “Nu gaan we richting de helft. Deze winst komt bijvoorbeeld doordat we gasloze woningen bouwen, isolatiewaardes hoger zijn en we meer zonnepanelen plaatsen. Uiteindelijk is de ambitie om naar nul CO2-uitstoot per woning te gaan. En wat we niet kunnen reduceren, compenseren we, bijvoorbeeld met bosontwikkeling.”

Prijs, kwaliteit en duurzaamheid

Na scope 1 en 2 moet Heijmans natuurlijk ook aan de slag met scope 3: de uitstoot die plaatsvindt bij derden, zoals klanten, medewerkers en leveranciers. “En dan moet je dus met circulariteit aan de slag”, zegt Koolen. “Veel mensen praten dan gelijk over afval. Maar het is veel meer dan dat.” Als het gaat over het stimuleren van circulair materiaalgebruik, springt er volgens Koolen in ieder geval één noodzaak uit: transparantie. “Je moet van je materialen kunnen zeggen wat het is, van wie ze komen en wat de milieu-impact ervan is. Leveranciers van bouwmaterialen moeten dus naast prijs en kwaliteit iets kunnen zeggen over duurzaamheid.”

Minder primaire grondstoffen

Koolen merkt dat er wisselend wordt gereageerd op deze oproep. “Er is een groep die de deuren dichthoudt. Het is de oude manier van concurreren, puur gestuurd op prijs. Maar gelukkig lijken de grote leveranciers de noodzaak van transparantie ook in te zien.”

Met behulp van ‘materiaalstroomanalyses’ probeert Heijmans meer inzicht te krijgen in de grondstoffen waarmee het werkt. Hierdoor kan het milieuvervuilende materialen mijden, afval verminderen en het gebruik van primaire grondstoffen terugdringen.

Circulair beton

Maar Heijmans doet dit niet alleen. Zo is het bedrijf onderdeel van het Betonakkoord, een initiatief met tientallen organisaties om de betonsector te verduurzamen. Niet onbelangrijk, want de betonproductie is wereldwijd nog steeds verantwoordelijk voor 8 procent van de mondiale uitstoot. Daarbij draait Heijmans proefprojecten met hergebruikt beton. “We voeren nu tests uit met betonmengsels voorzien van 30 tot 50 procent gerecycled beton”, zegt Koolen. “De grote vraag is wat dit doet voor de materiaaleigenschappen. Want het moet natuurlijk wel veilig blijven. Bij fietspaden kunnen we het al gebruiken en we onderzoeken nu of we dit mengsel kunnen toepassen in casco’s van woningen.

Elektrische hijskraan van Heijmans op de bouwplaats | Credit: Heijmans

Asfalt en staal

Vergelijkbaar met het Betonakkoord is Heijmans ook betrokken bij de ontwikkeling van eenzelfde soort samenwerking voor staal. En samen met BAM besloot Heijmans de asfaltproductie van beide bedrijven samen te voegen om investeringen in duurzaamheid mogelijk te maken, onder andere met een nieuwe techniek die het mogelijk maakt om asfalt op lagere temperaturen te maken. “Iedereen beconcurreert elkaar, maar als we samenwerken kunnen we de CO2-voetafdruk van asfalt flink verlagen.”

Verpakkingen recyclen

Een ander voorbeeld waar het lukte om leveranciers mee te krijgen in de duurzaamheidsstrategie van Heijmans is verpakkingen. “Op de bouwplaats is het scheidingspercentage van afval 85 procent”, zegt Koolen. Wat overblijft is restafval. Dit belandt vaak in de verbrandingsoven of is moeilijker te verwerken. “Zo ook verpakkingsfolie met bedrukking. De gekleurde bedrukking zorgt ervoor dat het folie lastig te recyclen is. We hebben contact opgenomen met de leverancier. Die heeft de bedrukkingen van de verpakkingen gehaald zodat ze in de plastic recyclestroom mee kunnen.”

Marktplaatsen voor bouwmaterialen

Mintens zo belangrijk is het benutten van materialen die vrijkomen wanneer gebouwen gesloopt worden. Koolen: “We maken afspraken met slopers zodat ze in fracties slopen. Zo blijven de verschillende materiaalstromen gescheiden en zijn ze beter opnieuw inzetbaar. Daarnaast hebben we een platform opgezet waar vrijgekomen materialen en spullen uit de sloop verhandeld kunnen worden. Eigenlijk een soort marktplaats voor dingen als deuren en kozijnen. Je ziet steeds meer van dit soort marktplaats-initiatieven in de bouw. En we hebben ze allemaal nodig. Ze zijn in mijn ogen echt de sleutel in de circulaire economie.”

Niet traditioneel, maar innovatief

In gesprekken over innovaties binnen de bouw, krijgt de sector vaak het verwijt ‘traditioneel’ te zijn. “Maar mijn indruk is dat de bouw juist innovatief is”, werpt Koolen tegen. “Het is eerder de opdrachtgever die traditioneel is. Nog steeds is duurzaamheid maar beperkt een vereiste bij openbare aanbestedingen. In 2021 was duurzaamheid in minder dan de helft van de aanbestedingen een begunstigende factor. Dat betekent dat nog steeds genoeg bedrijven kunnen floreren door zich te focussen op de aanbestedingen die geen duurzaamheidseisen hebben. Ik ben voorstander van hogere normen voor duurzaamheid. De overheid moet de maatschappij beschermen tegen de negatieve effecten van bedrijfsvoering. Uiteindelijk moet duurzaamheid bij alle aanbestedingen terugkomen.”

Lees meer over duurzaam bouwen:

Greenwashen door creatief te boekhouden: zo doen bedrijven dat

‘Net zero in 2050’, ‘onderweg naar CO2-neutraal’, ‘binnen 20 jaar emissievrij’. Bedrijven beloven heel wat als het aankomt op het terugdringen van hun broeikasgasemissies. Maar lang niet altijd is het duidelijk wat dat precies inhoudt, en hoe bedrijven van plan zijn hun beloftes waar te maken. Zo waarschuwde het CPD, een NGO die bedrijven helpt om hun emissies in kaart te brengen en terug te dringen, vandaag dat maar 1 procent van de 18.600 bij hen aangesloten bedrijven een geloofwaardig plan heeft om emissievrij te worden. Greenwashing -iets duurzamer doen voorkomen dan het in werkelijkheid is- ligt dus op de loer. Dit blijkt ook uit recent onderzoek van het Duitse onderzoeksbureau New Climate Institute. Zij hebben de reductiedoelstellingen van 25 grote bedrijven, waaronder Unilever, Google en Volkswagen, uitgebreid geanalyseerd. Uit die analyse wordt duidelijk hoe bedrijven hun reductiedoelstellingen opkalefateren. We nemen je mee langs vier van de meest gebruikte tactieken om duurzame doelstellingen mooier te laten lijken dan ze in werkelijkheid zijn. 1. Het weglaten van cijfers De kortste klap om de papieren uitstoot van een bedrijf omlaag te brengen, is door het weglaten van informatie over hoeveel broeikasgassen het uitstoot. Hier worden allerlei tactieken voor gebruikt. Soms worden de grootste bronnen van uitstoot weggemoffeld in een voetnoot. Of kiest een bedrijf ervoor om hele gedeeltes van het productieproces buiten beschouwing te laten, of dochterondernemingen niet mee te tellen in de totale uitstoot van een bedrijf. 2. Onduidelijke baselines gebruiken Het stellen van reductiedoelen is natuurlijk mooi, maar vanaf welk moment begin je met rekenen? Kies je voor een jaar waarin je toevallig heel veel hebt uitgestoten, of kies je voor een jaar dat representatief is voor de hoeveelheid broeikasgassen die je als bedrijf de lucht in pompt? Door handig met die baseline te schuiven (of in het midden te laten wat je baseline precies is) kunnen bedrijven hun behaalde reductie er indrukwekkender uit laten zien dan deze in werkelijkheid is. 3. Ambitieuze doelen stellen, maar geen plannen maken Zeggen dat je in 2050 CO2-neutraal bent, kan iedereen. En 24 van de 25 bedrijven in het onderzoek doen dat dan ook. Maar om net-zero te worden, moet je wel een plan hebben om daar te komen. En daar lijkt het vaak aan te ontbreken. Slechts 15 van de 25 onderzochte ondernemingen geeft ‘enigszins gedetailleerde’ informatie over hoe ze de eigen voetafdruk omlaag gaan brengen. En maar 8 van de 25 bedrijven geeft informatie over hoe ze de emissies in de rest van hun keten willen terugdringen - terwijl daar gemiddeld 83 procent van de emissies die de bedrijven veroorzaken, wordt uitgestoten. Lees ook: ‘Klimaatdoelen gesteld? Super, maar nu is het tijd voor actie’ 4. Goedkoop compenseren Om uitstoot van hun broeikasgassen te compenseren, kopen de meeste grote bedrijven ‘carbon credits’. Door bomen aan te laten planten, of te investeren in groene energie, compenseren ze voor de CO2-uitstoot die ze veroorzaken. Maar uit recente publicaties van onder andere The Guardian blijkt dat één van de belangrijkste bedrijven op het gebied van CO2-certificaten, niet hard kan maken dat hun projecten daadwerkelijk CO2-reducties opleveren. Ook kan het kopen van carbon credits ervoor zorgen dat een bedrijf meer lijkt investeren in zijn klimaatdoelstellingen dan het daadwerkelijk doet. Want hoe ‘net-zero’ is bedrijf dat vrijwel niks doet aan het terugdringen van zijn eigen CO2-emissies, en zijn schuld afkoopt door te investeren in windparken? Lees meer: Amsterdamse bedrijven moeten transparanter worden over CO2-uitstootACM: 'Termen CO2-neutraal en CO2-compensatie voor meerderheid consumenten te vaag'‘CO2-compensatie is geen get out of jail free-card’