Joyce de Thouars 07 november 2018, 06:00

Inside/Inside platform vergelijkt de milieu-impact van producten en materialen

Klimaatneutraal bouwen gaat vaak voornamelijk over de buitenkant. Dat is begrijpelijk maar aan de binnenkant is ook een wereld te winnen op het gebied van duurzaamheid. Want wat als er bij het ontwerpen van een interieur ook wordt gekeken naar bijvoorbeeld de milieu-impact van een vloer?Inside/Inside, een onafhankelijk digitaal platform, maakt het mogelijk om de milieu-impact van producten en materialen met elkaar te vergelijken.

Inside inside dutch design week

Non-profit netwerkorganisatie Dutch Green Building Council (DGBC), Ex Interiors en NIBE zijn de initiatiefnemers van het Inside/Inside project. De organisaties missen al jaren de milieu-impact van het interieur in discussies over de duurzaamheid van gebouwen. “Bij de beoordeling van gebouwen wordt alleen naar het gebouw en de installaties gekeken maar het interieur en andere losse elementen vallen daar momenteel buiten”, vertelt Remy Heijer, projectmanager Inside/Inside van DGBC.

Onafhankelijke tool voor duurzaam interieur

De oplossing is een open source platform dat de duurzaamheid en circulariteit van producten en materialen inzichtelijk maakt. Europese milieuproductverklaringen geven de complete levenscyclusanalyse van een product weer. Door deze informatie in een openbare database beschikbaar te maken kunnen ontwerpers beter overwogen duurzame keuzes maken. Zes founding partners, waaronder Interface en DSM, zijn bij de ontwikkeling van het platform betrokken geweest.

'Het platform is een soort webshop maar in plaats van aanschafkosten wordt de milieu-impact getoond'

Er zijn ook negen launching partners, waaronder Dataflex en Tarkett, en kennispartners bij het platform aangehaakt. Daardoor kan het platform van start gaan met 15 bedrijven die een deel van hun portfolio in de database zet. “In principe hoeven dit niet alleen maar duurzame producten te zijn. Het gaat om het inzicht”, verduidelijkt Heijer.

Inzicht in de productieketen met Inside/Inside

Meerdere partijen keken sinds de aankondiging van het project eerder dit jaar al uit naar de lancering. “Vooral vanuit overheden en architecten kreeg ik wel dagelijks een vraag over wanneer het platform live ging”, zegt Heijer. Nu het platform gelanceerd is zijn er meer bedrijven nodig die hun producten op het platform willen zetten.

“We hebben ervoor gekozen om met een beperkte database online te gaan zodat het tastbaar wordt. Ontwerpers kunnen er al direct mee aan de slag terwijl we hopen dat zoveel mogelijk andere producenten en leveranciers zich bij ons aansluiten.”

De bedrijven die meedoen hebben de kans om de milieubelasting van hun producten te bepalen. Het voordeel daarvan is dat zij ook zelf inzicht krijgen in hun productieketen en waar nodig verbeteringen kunnen doorvoeren. In totaal worden er zeven aspecten beoordeeld waaronder grondstoffen, productie en transport. Deze gegevens worden samengevoegd tot een waarde in euro’s. Deze prijs vertegenwoordigt de investering die men moet doen om de negatieve gevolgen op het milieu teniet te doen.

Een webshop met milieu-impact

“Eigenlijk kan je het platform als een soort webshop zien. Maar in plaats van informatie over de aanschafkosten te geven is de milieu-impact te zien”, illustreert Heijer. Met deze informatie kunnen interieurelementen met elkaar vergeleken worden. “Het wordt bijvoorbeeld mogelijk om een houten vloer met een PVC-vloer te vergelijken. Hetzelfde geldt voor producten van gerecyclede PET-flessen of producten die lokaal geproduceerd zijn. Dat zijn goede eigenschappen, maar nu kan de totale milieu-impact van deze producten met andere producten vergeleken worden”, legt Heijer uit.

'Voor de klant wordt Inside/Inside een hele fijne bibliotheek'

Naast de producten zijn er ook een aantal basisprofielen, zoals een standaard houten profiel of een standaard vloer, in de database opgenomen. “Dat maakt het mogelijk om ook in een bestaande situatie de milieu-impact van een bijvoorbeeld een vloer mee te rekenen”, legt Heijer uit.

Het kost fabrikanten en leveranciers € 2.500 per jaar om vijf producten in de database op te nemen. Dat wordt niet alleen in termen van duurzaamheid terugverdiend.  “In ruil voor de bijdrage worden de producten geëtaleerd en hebben zij dus een marketingwaarde.” Het is niet de bedoeling dat het project winst gaat maken. Heijer verzekert dat alle verdiensten weer in het platform worden geïnvesteerd.

Duurzame interieurs ontwerpen

Lieke Willems, concept designer bij Interface verwacht dat het platform een belangrijke rol gaat spelen voor interieurarchitecten, facilitaire medewerkers en ontwikkelaars. Het is Willems’ taak om naar klanten te gaan om hen te inspireren en hun concepten te vertalen. Bij deze bezoeken komt ook duurzaamheid steeds meer ter sprake.

'Een inspirerend circulair interieur met een zo laag mogelijke footprint. Wie kan daar nu op tegen zijn?'

“Voor de klant wordt Inside/Inside een hele fijne bibliotheek. Het is heel handig als zij straks niet meer eindeloos het internet hoeven af te struinen voor details maar hun antwoorden op een uitgebreid platform kunnen vinden”, verwacht Willems. “Nu worden er vaak appels met peren vergeleken. Dat is ook de reden dat we bij Interface niet met allerlei labels meedoen. Maar met de milieuproductverklaringen is het mogelijk om alles op een hele eerlijke manier met elkaar te vergelijken en daar je keuze op te baseren.”

Interieur met een lage footprint

Ook Geanne van Arkel, duurzaamheidsmanager bij Interface is laaiend enthousiast over het project. “Ik verbaasde me altijd dat het bij duurzame gebouwen vaak uitsluitend over het gebouw gaat. Natuurlijk hebben deze een relatief hoge impact maar deze gebouwen gaan ook langer mee. Een interieur daarentegen wordt over het algemeen meerdere keren vervangen.”

Interface is al sinds het begin bij het Inside/Inside project betrokken. “Het past bij onze duurzaamheidsvisie. Wij willen graag duurzame en circulaire oplossingen aanleveren maar wij zijn ook maar een stukje van de hele puzzel.” Het samenvoegen van alle stukjes in het nieuwe platform kan volgens Van Arkel veel opleveren voor het klimaat en de circulaire economie maar ook voor de gezondheid van mensen. Het wordt ontwerpers zo makkelijk mogelijk gemaakt om een inspirerend circulair interieur met een zo laag mogelijke footprint te ontwerpen. Een interieur dat bijdraagt aan een beter binnenklimaat en  goed is voor mens en milieu. Wie kan daar nu op tegen zijn?”

Foto: Adobe Stock

Primeur: Tennet legt hoogspanningskabels ondergronds aan

Door de bewuste kabel loopt 380 kilovolt, de zwaarste spanningsvariant die er op het Nederlandse energienet loopt. De ondergrondse kabels maken deel uit van het project 380kV Noordring, waarbij Tennet een verbinding van 380 kilovolt aanlegt door een deel van de Randstad.  De verbinding loopt grotendeels boven de grond van Beverwijk naar Zoetermeer en moet de stroomtoevoer in de Randstad garanderen. Ook moet de verbinding elektriciteit van windparken in de Noordzee transporteren. Bij de kruising van het Noordzeekanaal en tussen Delft en Pijnacker wordt de verbinding al gebruikt.OndergrondsDe twintig kilometer aan kabels zijn ondergronds gelegd om ‘ruimtelijke knelpunten’ op het traject te omzeilen, zoals waterwegen. Het ondergrondse traject is verdeeld over vijf deeltrajecten; daarvan liggen er drie op het traject tussen Bleiswijk en Vijfhuizen. De meeste ondergrondse kabels liggen in sleuven, op gemiddeld twee meter diepte. Op sommige plekken ligt de kabel dieper; waar sloten en rivieren gekruist worden, is de kabel te vinden tussen tien tot 35 meter diepte.OnderzoekDe kabels moeten ondergronds zonder problemen kunnen functioneren op het zwaar belaste Nederlandse stroomnetwerk. In samenwerking met de technische universiteiten van Eindhoven en Delft en de Oostenrijkse netbeheerder is een onderzoeksprogramma opgesteld. In dit programma wordt het functioneren van de kabels gemonitord.EnergiemastBij het project maakt Tennet gebruik van de Wintrackmast, die de hoogspanningsnetbeheerder zelf heeft ontwikkeld. Tennet stelt dat deze mast van 60 meter hoog een veel kleiner elektromagnetisch veld heeft dan de meeste masten, waardoor het beter is in te passen in de woon- en leefomgeving.De verbinding tussen Bleiswijk en Vijfhuizen is nog niet af, volgens Tennet moeten er nog 35 masten geplaatst worden; op het traject staan er al 78. In totaal bestaat de 380 kV-verbinding uit 151 masten.InternationaalOok tussen Nederland en Duitsland legt Tennet een 380 kV-verbinding aan. Via die verbinding moet het mogelijk worden om goedkoop energie uit te wisselen. De lijn wordt naar verwachting aan het einde van dit kalenderjaar geopend.Bron: Tennet | Afbeelding: Tennet